Skip to main content
main-content

18-07-2017 | Huisartsgeneeskunde | Nieuws

Minder sterfte bij matige hypertensie 85-plusser

Over de prognostische betekenis van hoge bloeddruk bij de oudste ouderen is weinig bekend. Uit de Leiden 85-plus-studie bleek dat er geen relatie bestaat tussen hoge bloeddruk en sterfte bij de ouderen. Het omgekeerde was wel het geval: de groep personen met de laagste bloeddruk had de hoogste cardiovasculaire mortaliteit, met name de groep mensen die bij de huisarts als hypertensief stond geregistreerd.


Moet hypertensie bij ouderen dan nog wel behandeld worden?

Het roept de vraag op of hypertensie bij de oudste ouderen misschien niet behandeld zou moeten worden. Het lijkt aannemelijk, maar toch kan die conclusie niet zomaar getrokken worden. Wat in ieder geval wel uit het onderzoek geconcludeerd kan worden, is dat een bloeddrukdaling in de tijd een ongunstige prognostische factor is. Deels ligt de verklaring voor een bloeddrukdaling in een verminderde pompfunctie van het hart. In hoeverre ook andere aandoeningen (gewichtsvermindering, maligniteiten) hiervoor verantwoordelijk waren, valt uit dit onderzoek verder niet op te maken.

Wanneer zou hypertensie beter zijn dan hypotensie?

Er zijn de laatste jaren meer onderzoeken gedaan onder de algemene huisartsenpopulatie die erop wijzen dat de oudste ouderen met de hogere bloeddrukken juist beter af zijn dan diegenen met lagere bloeddrukken. Daarbij gaat het niet alleen over sterfte, maar ook over eindpunten die voor ouderen vaak veel relevanter zijn: spierkracht, nierfunctie en cognitie. Het sleutelwoord hierbij lijkt perfusie te zijn. Ouderen hebben een hogere perfusiedruk nodig om het functioneren van hun organen op peil te houden, schrijven Wouter de Ruijter en Jacobijn Gussekloo in Huisarts en Wetenschap. Dat betekent dat wat voor mensen van middelbare leeftijd een normale bloeddruk is, voor ouderen boven de 80 jaar simpelweg te laag is. Ook het risico op een CVA is op zeer hoge leeftijd niet meer geassocieerd met een hoge bloeddruk. Eerder zelfs omgekeerd: een hoger risico voor ouderen met lagere bloeddruk.

Ook in de multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement van het NHG wordt dit genoemd. In de richtlijn staat dat op hogere leeftijd de mate waarin hypertensie een risicofactor vormt voor hart- en vaatziekten nu eenmaal verandert. Het relatieve risico op hart- en vaatziekten neemt af, maar het absolute risico op hart- en vaatziekten neemt toe. Het aantal patiënten van 70 jaar of ouder dat moet worden behandeld voor hypertensie om één geval van hart- en vaatziekten te voorkomen, daalt dan ook met het oplopen van de leeftijd.

Wanneer schrijft de huisarts toch medicatie voor aan 70-plussers?

Oudere personen hebben op grond van hun leeftijd vaak een risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten van ≥ 20 procent, ook al leven ze gezond. Bij deze groep is een afweging van de voor- en nadelen van medicamenteuze behandeling noodzakelijk, vooral als zij ook al medicatie voor andere aandoeningen gebruiken. Toch is er minder duidelijkheid over de effectiviteit van de behandeling bij deze leeftijdsgroep. Zo is antihypertensieve therapie bij personen > 80 jaar zeer effectief: het risico op ziekte door CVA’s daalde met 35 procent, hartfalen met 50 procent, cardiovasculaire ziekte met 27 procent, maar vreemd genoeg is er geen significant effect op totale sterfte. Enkele observationele onderzoeken naar de relatie tussen bloeddruk en risico op hart- en vaatziekten bij de oudste ouderen hebben aangetoond dat er sprake is van een omgekeerde relatie: een hoge systolische bloeddruk hangt samen met een lagere sterfte.

Wat is de aanbevolen systolische bloeddruk?

Conform de huidige aanbevelingen in de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement is een streefwaarde van een systolische bloeddruk < 150 mmHg niet wenselijk bij de alleroudste niet-vitale ouderen, schrijven de auteurs van het artikel Behandeling van hypertensie bij de oudste ouderen in Huisarts en Wetenschap van 10/2016.

Er is nog aanvullend onderzoek nodig om aan te tonen welke combinatie van risicofactoren het beste is om ouderen op te sporen bij wie een hoge bloeddruk wel samenhangt met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en sterfte, en bij wie er in beginsel dus een indicatie is voor bloeddrukverlagende behandeling. Hierbij wordt aan- of afwezigheid van kwetsbaarheid geïncludeerd. Tot die tijd blijft een streefwaarde van 150/80 mmHg van kracht voor de gezonde oudere patiënt zonder complexe problemen, zoals de deelnemers uit de gerandomiseerde onderzoeken.

Bron: Praktische Huisartsgeneeskunde > Uitgave 3/2017    
Foto: PicScout

Aanbevolen

01-06-2017

Praktische Huisartsgeneeskunde 3/2017


Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.