Skip to main content
main-content

28-07-2016 | Huisartsgeneeskunde | Nieuws

Lichamelijk onderzoek blijft voorop staan bij anemie bij ouderen

Hoewel anemie bij ouderen en de oorzaken vooral gediagnosticeerd worden door laboratoriumonderzoek, blijven de anamnese en het lichamelijk onderzoek bij de oudere patiënt de hoeksteen van de diagnostiek. Naast de laboratoriumwaarden is de patiënt zelf met zijn klinische presentatie en zijn gehele lichamelijke en psychosociale context van belang in de besluitvorming over het al dan niet starten van verder onderzoek en behandeling.


Anemie wordt klassiek ingedeeld volgens het volume (d.w.z. microcytair (klein), normocytair (normaal), macrocytair (groot)) van de rode bloedcel (erytrocyt) en de kenmerken van het beenmerg met reticulocytose (toename van het aantal jonge erytrocyten) als maat voor een weinig actief (hypoproliferatief) of zeer actief (hyperproliferatief) beenmerg.

Wanneer men na uitgebreid laboratoriumonderzoek geen duidelijke oorzaak voor de anemie kan vinden en indien de algemene toestand van de patiënt dit toelaat, is een beenmergpunctie noodzakelijk voor morfologisch onderzoek noodzakelijk alvorens men de anemie als ‘onverklaard’ mag beschouwen.

Anemie door chronische ziekte (ACZ) is de frequentste oorzaak van anemie bij gehospitaliseerde ouderen en komt voor bij acute en chronische infecties, ontstekingen en solide en hematologische tumoren. Tegenwoordig rekent men ook de anemie bij chronisch nierfalen en hartfalen tot deze groep.

Pathogenese

Het pathogenetisch mechanisme van ACZ is complex. Bij een ontstekingsreactie worden cytokinen geproduceerd. Cytokinen stimuleren de productie van hepcidine in de lever. Hepcidine bindt aan de receptor voor ferroportine . Ferroportine is een eiwit dat ijzer van binnen naar buiten de cel transporteert. De binding van hepcidine aan de receptor leidt tot degradatie van ferroportine, waardoor ijzer in cellen (bijvoorbeeld cellen van de dunne darm, macrofagen en levercellen) gevangen zit. Het nettoresultaat is dat er minder ijzer beschikbaar is voor de aanmaak van erytrocyten. De cytokinen en de verhoogde hepcidinespiegel verminderen verder de proliferatie en de differentiatiecapaciteit van de erythroïde stamcellen. Andere gevolgen zijn een verkorte overlevingsduur van de erytrocyten en een relatief verlaagde erythropoëtinespiegel voor de ernst van de anemie.

Diagnose

De anemie is normocytair (70 %) of microcytair (30 %) en hypoproliferatief (tab. 12.1). Bij ACZ spreekt men over een functioneel ijzertekort , dat wil zeggen een laag serumijzer en een normale tot gestegen ijzerreserve (ferritine). Hoewel ferritine een acutefase-eiwit is (en dus is bij infecties en ontstekingen de spiegel verhoogd) en de concentratie met de leeftijd stijgt, blijft serumferritine de belangrijkste laboratoriumparameter om ACZ te onderscheiden van IDA, waarbij het serumferritine verlaagd is (zie par. 12.5.2). Nierfalen wordt geassocieerd met anemie als de klaring < 30 ml/min bedraagt; het is moeilijker de anemie toe te schrijven aan nierfalen bij een klaring tussen 30 en 60 ml/min.

Bron: Inleiding in de gerontologie en geriatrie


Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.