Skip to main content
main-content
Top

13-04-2016 | Huisartsgeneeskunde | Nieuws

Insuline en de kunst van het goed instellen

In het algemeen wordt bij patiënten met type-2-diabetes mellitus overgegaan op insuline wanneer de streefwaarden niet langer bereikt worden met orale bloedglucoseverlagende middelen. Bij dit falen kan op eenvoudige wijze een middellange of langwerkende insulineanaloog aan de orale bloedglucoseverlagende middelen worden toegevoegd. In de NHG-Standaard wordt geadviseerd om te starten met de middellangwerkende NPH-insuline voor het slapengaan en pas over te gaan op een langwerkende analoog insuline bij nachtelijke hypoglykemieën.


De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (3e herziening) is helder over de te volgen stappen voor bloedglucoseverlagende middelen. Stap 1 is altijd starten met metformine. Vervolgens wordt in stap 2 een sulfonylureumderivaat aan de metformine toegevoegd. De voorkeur gaat daarbij tegenwoordig uit naar gliclazide. In stap 3 wordt neutral protamine hagedorn (NPH)- insuline eenmaal daags toegevoegd aan de orale bloedglucoseverlagende middelen. Bij nachtelijke hypoglykemieën kan worden overgestapt op een langwerkend analoog.

Hoe kan de patiënt het beste starten met insuline?

Dat kan op verschillende manieren. De auteurs van Het diabetes mellitus type 2 formularium zeggen dat het is aan te bevelen eerst tweemaal een 7-puntsdagcurve te laten prikken op twee representatieve dagen. Bij voorkeur een actieve en een rustige dag. Dit geeft inzicht in de glucosewaarden gedurende de dag en maakt ook duidelijk of de patiënt hoge postprandiale waarden heeft.

Continueren

Daarna wordt gestart met eenmaal daags 10 eenheden van een (middel)langwerkende insuline. Dit wordt toegediend tussen het avondeten en bedtijd en toegevoegd aan de orale bloedglucoseverlagende medicatie, met uitzondering van de thiazolidinedionen of DDP-4-remmers. Het continueren van de behandeling met metformine is zeker aan te bevelen. Van de voortzetting van SUbehandeling staat dat niet vast, maar wel is duidelijk dat de patiënt soms acuut ontregeld is als het SU abrupt gestaakt wordt.
Ook de auteurs van het Insuline formularium noemen als eerste het starten en aanpassen van middellang- en langwerkende insuline in combinatie met bloedglucoseverlagende middelen. Een eenmaal daags insulineschema is eenvoudig uit te voeren door te starten met 10 eenheden middellang of langwerkende insuline die wordt toegevoegd aan de orale bloedglucoseverlagende medicatie. Let bij de insulinesoort op het gewenste tijdstip van toediening. De middellangwerkende NPH-insuline wordt altijd voor het slapen gegeven (22-24 uur) op een vast tijdstip.
Incidenteel en afhankelijk van de bloedglucosewaarden, kan de insuline ook ’s ochtends op een vast tijdstip worden gegeven. De langwerkende insuline detemir en glargine kunnen op elk dagdeel worden gebruikt als er maar een vaste tijd van de dag is gekozen.

Welke stappen kan de patiënt hierbij aanhouden?

  • De eerste stap is het handhaven van orale bloedglucoseverlagende medicatie met uitzondering van thiazolidinedione, omdat dit is gecontraïndiceerd bij het gebruik van insuline.
  • Start met 10 eenheden middellang- of langwerkende insuline op een vast tijdstip tussen avondeten en bedtijd. Het tijdstip is afhankelijk van de soort insuline.
  • Titreer op de nuchtere bloedziekte suikerwaarde.
  • Laat de patiënten elke ochtend bij het opstaan de bloedglucosewaarde meten en eenmaal per week een 4-puntsdagcurve maken met metingen vóór het ontbijt, de lunch, diner en het naar bed gaan.
  • Pas de insulinedosis elke drie dagen aan op geleide van de gemiddelde waarde van tenminste drie nuchtere ochtendwaarden, tot de streefwaarden gehaald zijn.

Zie verder: Het goed instellen van insuline, Praktische huisartsgeneeskunde 2/2016.

Bron: Praktische huisartsgeneeskunde 2/2016

Tip

Aanbevolen

2010 | mbo verpleegkundige/niveau 4 | Boek

Dichter bij diabetes

Vanaf het moment dat de diagnose diabetes mellitus type 2 wordt gesteld, krijgen veel patiënten te maken met een praktijkondersteuner huisarts. Sinds de invoering van deze functie in de huisartsenpraktijk vindt namelijk een steeds groter deel van de 

Aanbevolen

2015 | Boek

De oudere patiënt met diabetes mellitus type 2

Dit boek is bedoeld voor de huisarts en diabetesverpleegkundige en behandelt de epidemiologie van DM2 bij oudere patiënten, de diagnose, behandeling bij de groep oudere diabetespatiënten.

Aanbevolen

20-06-2013 | E-learning

Bijblijven 04/2013 Klinische lessen over kwetsbare ouderen

Aanbevolen

31-03-2016 | Huisartsgeneeskunde | E-learning

Voedingsadvisering aan mensen met diabetes mellitus type 2

In deze e-learning geven auteurs Hans van Wijland (kaderhuisarts diabetes) en Corien Maljaars (diëtist) informatie over voedingswetenschap, specifieke voedingsmiddelen en voedingspatronen die voor de diabetespatiënt geschikt zijn.

Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.

Beeldrechten