Het Vlaamse vaccinatieprogramma vindt zijn oorsprong in de eerste grote Belgische vaccinatiecampagnes tegen polio, difterie en tetanus, die in 1958–1959 door de gemeenten in samenwerking met private artsen en consultatiebureaus voor het jonge kind werden georganiseerd. In de loop van de zes decennia die daarop volgden is het programma stelselmatig uitgebreid tot vaccinaties tegen twaalf verschillende infectieziekten, en is de aansturing ervan verschoven van het federale (Belgische) niveau tot dat van de gemeenschappen (waaronder de Vlaamse gemeenschap). In dit artikel worden eerst de historie en de aansturing van het programma geschetst. Vervolgens wordt, aan de hand van de ontwikkeling van de vaccinatiegraad en van de epidemiologie van vaccineerbare infectieziekten, getoond in welke mate Vlaanderen de vaccinatiedoelstellingen heeft bereikt die het heeft ontwikkeld voor kinderen en jongeren in de periode 2012–2020. Tot slot worden enkele voorbeelden van nieuwe ontwikkelingen besproken die in de toekomst relevant kunnen zijn voor de verdere uitbouw van het vaccinatieprogramma.