Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Urologie Formularium is een praktische leidraad in zakformaat voor de huisarts waarin het diagnostisch en therapeutisch handelen m.b.t. urologie overzichtelijk worden weergegeven; beknopt en praktijkgericht inclusief handig overzicht van relevante geneesmiddelen. In dit formularium komen de meest relevante aspecten van de urologie aan de orde. Behalve een praktisch handvat geven we u ook informatie ter verdieping van relevante urologische problematiek. Een ander doel is u inzicht te geven in het traject bij de uroloog, om zo de patiënt beter voor te kunnen bereiden op een bezoek aan de uroloog of een urologische behandeling.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Diagnostiek en beleid bij klachten en testuitslagen

Voorwerk

1. Lower urinary tract symptoms/benigne prostaathyperplasie (LUTS/BPH)

Abstract
Mictieklachten bij oudere mannen komen frequent voor en kunnen tot aanzienlijke hinder leiden. Om de mictieklachten aan te duiden, wordt gebruikgemaakt van verschillende terminologieën. De klachten zijn vaak toe te schrijven aan benigne prostaathyperplasie (BPH), in feite verwijzend naar de histologische verandering van de prostaat. Als gevolg hiervan kan blaasuitgangobstructie ontstaan, vaak aangeduid met de term bladder outlet obstruction (BOO). Wij zullen hier spreken van LUTS ( lower urinary tract symptoms ) ten gevolge van BPH.
J. P. M. Kil

2. Hematurie

Abstract
Macroscopische hematurie is een alarmerend symptoom, dat in alle gevallen nader onderzoek verdient. Echter, bij patiënten bij wie tijdens oriënterend urineonderzoek erytrocyten in de urine werden gevonden, al of niet met symptomen, is het de vraag of een volledig onderzoek van de urinewegen wel noodzakelijk is. Hematurie kan, naast een urologische oorzaak, ook een nefrogene etiologie hebben, hoewel dit minder frequent voorkomt. Dit houdt dus in dat in eerste instantie een afwijking in de tractus urogenitalis uitgesloten dient te worden. Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat de urine ook rood/bruin kan kleuren zonder dat er daadwerkelijk sprake is van hematurie (pseudohematurie). Diverse geneesmiddelen (o.a. rifampicine, doxorubicine), voedingsbestanddelen (rode bieten, bramen, rabarber), myoglobine (bij rabdomyolyse), hemoglobine (bij hemolytische aandoeningen) en metabolieten (o.a. porfyrine, melanine, galzouten) kunnen de urine rood doen verkleuren. Voordat er nader onderzoek gedaan wordt – uiteraard ook in geval van een geconstateerde hematurie – is een anamnese belangrijk om te bepalen of de patiënt tot een bepaalde risicogroep behoort.
Th. M. de Reijke

3. Zwelling van het scrotum

Abstract
Afwijkingen van het scrotum kunnen berusten op zeer onschuldige aandoeningen, zoals een hydrokèle, varicokèle of spermatokèle, maar ook op spoedeisende of levensbedreigende aandoeningen, zoals een torsio testis, traumatische ruptuur of fourniergangreen. Het is daarom van belang om onderscheid te kunnen maken tussen de onschuldige en de spoedeisende afwijkingen en de patiënt zo nodig naar de uroloog te verwijzen. Zwellingen van de scrotumhuid berusten meestal op atheroomcysten of epidermoïdcysten en zijn onschuldig.
M. Mensink

4. Afwijkingen van de penis

Abstract
Afwijkingen van de penis zijn op te delen in de volgende categorieën: benigne, premaligne, maligne en virusgerelateerde afwijkingen. Daarnaast zijn er nog traumatische afwijkingen, priapisme en M. Peyronie.
M. L. Mensink

5. Flankpijn

Abstract
Flankpijn is een veelvoorkomend symptoom waarvoor mensen naar de polikliniek urologie verwezen worden. En hoewel er diverse urologische ziektebeelden met flankpijn gepaard kunnen gaan, dient men ook op de hoogte te zijn van niet-urologische diagnoses die zich met dit symptoom kunnen presenteren.
F. van Rey, F. C. H. d’Ancona

6. De PSA-bepaling

Abstract
Prostaatspecifiek antigeen (PSA) is een van de bekendste, meest gebruikte en meest controversiële serummarkers in de hedendaagse geneeskunde. Het wordt ook wel een van de belangrijkste tumormarkers van het afgelopen decennium genoemd, terwijl dit feitelijk niet juist is. PSA is namelijk geen tumormarker maar kan het beste omschreven worden als een prostaatspecifieke marker, die verhoogd kan zijn bij verschillende afwijkingen van de prostaat, waaronder prostaatkanker. Veel patiënten maken overigens deze nuancering niet en associëren een verhoogd PSA met het hebben van prostaatkanker.
J. P. M. Sedelaar

7. Subfertiliteit

Abstract
Het uitblijven van een zwangerschap is voor patiënten reden om de huisarts te bezoeken. De NHG-standaard definieert subferti liteit als het uitblijven van zwangerschap na meer dan twaalf maanden onbeschermde, op de conceptie gerichte coïtus. Ongeveer een op de zes paren krijgt volgens deze definitie met subfertiliteit te maken.
M. Dinkelman-Smit

8. Infecties en andere problemen met verblijfskatheters

Abstract
In het ziekenhuis is bij 20% van de transurethrale katheterisaties het inbrengen van de katheter verantwoordelijk voor bacteriurie/urineweginfecties, door transport van urethrabacteriën naar de blaas. Buiten het ziekenhuis is bij 1% van de katheterisaties het inbrengen van de katheter verantwoordelijk voor bacteriurie/urineweginfecties.
P. F. W. M. Rosier

Ziektebeelden

Voorwerk

9. Prostaatcarcinoom

Abstract
Prostaatkanker is in Europa de meest voorkomende solide tumor, met een incidentie van 95 per 100.000. Dat komt neer op 7.900 nieuwe patiënten per jaar. Prostaatkanker is de tweede hoofdoorzaak van sterfte door kanker in Europa. De laatste jaren neemt de incidentie van prostaatcarcinoom toe.
I. Karaoglu, I. M. van Oort

10. Urotheelcelcarcinoom

Abstract
De Nederlandse Kankerregistratie vermeldt voor het jaar 2008 een incidentie van 5697 nieuwe patiënten met blaaskanker, met een man-vrouwverhouding van 3,6 : 1,0. Bij mannen betreft het 5,2% van alle voorkomende maligniteiten. In ongeveer 70% van deze gevallen gaat het om een niet-spierinvasief blaascarcinoom, waarbij de blaastumor zich beperkt tot het urotheel (stadium Ta, carcinoma in situ (CIS)) of maximaal ingroeit tot in de lamina propria van de blaaswand (T1). Bij het niet-spierinvasieve blaascarcinoom neemt CIS een bijzondere plaats in, aangezien deze afwijking een hoog risico op recidief en progressie heeft. Bij het spierinvasieve blaascarcinoom groeit de tumor tot minimaal in de detrusorspier (≥ T2).
R. P. Meijer, B. W. G. van Rhijn

11. Urineweginfecties

Abstract
Er is sprake van een urineweginfectie (UWI) wanneer er bacteriurie is met symptomen. UWI's komen vaak voor; in 2007 was de incidentie 105 per 1000 vrouwen en 15 per 1000 mannen. De urinewegen zijn steriel, met uitzondering van de distale urethra. De meeste UWI's worden veroorzaakt door bacteriën die vanuit de darm via de urethra opstijgen naar de blaas en overige urinewegen. E scherichia coli is de meest voorkomende verwekker van UWI's. Ook enterokokken, Staphylococcus saprophyticus, Proteus mirabilis en Klebsiella species zijn veelvoorkomende uropatho genen. Hematogene verspreiding van infecties van de urine wegen, door bijvoorbeeld Staphylococcus aureus, Candida species en Mycobacterium tuberculosis , komen veel minder voor. UWI's komen vaker voor bij vrouwen, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van een kortere urethra en een vochtigere omgeving van de meatus urethrae.
A. M. J. Bootsma

12. Overactieve blaas

Abstract
Klachten van een overactieve blaas (OAB) bestaan uit een frequente mictie (> 8×/dag) of sterke aandrang tot mictie, optredend met of zonder urineverlies. OAB komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en de prevalentie neemt toe met de leeftijd. Bij vrouwen zijn zwangerschap en vaginale bevalling belangrijke risicofactoren voor het ontstaan van OAB.
S. De Wachter, T. Marcelissen

13. Stressincontinentie bij de vrouw

Abstract
De International Continence Society (ICS) heeft urine-incontinen tie gedefinieerd als ‘;iedere vorm van onwillekeurig verlies van urine’.
L. C. Gerbrandy-Schreuders

14. Urogenitale pijn

Abstract
Urogenitale pijn is een veel voorkomende klacht in de urologiepraktijk. De precieze prevalentie in Nederland is onbekend maar wordt geschat op 0,2-10%. Een gemiddelde urologische praktijk ziet vier tot vijf nieuwe patiënten per week. De pijn kan gepaard gaan met LUTS, bemoeilijkte defecatie en/of seksuele problematiek zoals erectiele disfunctie, pijn na ejaculatie bij de man en dyspareunie bij de vrouw.
A. S. Glas

15. Bekkenbodemdisfunctie

Abstract
Veel urologische klachten worden veroorzaakt door bekkenbodem disfunctie. Deze klachten zijn functioneel van aard. In het verleden werden veel klachten die nu aan bekkenbodemdisfunctie worden toegeschreven anatomisch verklaard. Ten onrechte hebben veel vrouwen in het verleden een operatie ondergaan om bijvoorbeeld de plasbuis op te rekken, omdat deze te nauw zou zijn. Bij mannen wordt soms nog aan een prostaatprobleem gedacht en geopereerd terwijl dit orgaan niet de oorzaak van de obstructie is. Helaas zijn zeer weinig wetenschappelijke studies uitgevoerd naar bekkenbodemdisfunctie en in het bijzonderdysfunctional voiding . Het wordt ook amper genoemd in richtlijnen en leerboeken. Over deze aan - doening bij kinderen is er wel meer objectieve kennis aanwezig; zie hiervoorHet Pediatrisch Formularium.
A. S. Glas, M. G. Rombouts

16. Urolithiasis

Abstract
De incidentie van urolithiasis (stenen in de urinewegen) is 120 tot 140 per 100.000 per jaar, met een man-vrouwratio van 3:1. Een huisarts met een gemiddelde praktijk van 2340 patiënten per fte zal daarmee gemiddeld drie patiënten per jaar zien met urolithiasis. Ongeveer 50% van de patiënten met een eerste steen krijgt binnen tien jaar een recidief. Een hoger risico op recidief bestaat onder andere bij patiënten met een genetische oorzaak voor de steenvorming of met een bepaalde ziekte die aan de steenvorming ten grondslag ligt. Ook kinderen en patiënten met familiair steenlijden, infectiestenen of urinezuurstenen hebben een verhoogd risico op recidief.
W. C. G. Zonneveld

17. Seksuele disfuncties

Abstract
Deze paragraaf is een samenvatting van de multidisciplinaire richtlijnVroegtijdige zaadlozing van de WVSD en de NVVS.
J. Beck, K. D’Hauwers

18. Medicijnen

Abstract
Symptomatische behandeling van mictieklachten op basis van LUTS/BPH, overloopincontinentie (niet officieel geregistreerd). Het is niet aangetoond dat een acute retentie kan worden voorkomen.
M. Barendrecht

Nawerk

Meer informatie