Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Casus Het Mierennest

Casus Het Mierennest

Samenvatting
In een nieuwbouwwijk, vlak voor drie aaneengeschakelde woningen, parkeert Bert zijn auto. Het is nog vroeg, iets voor zevenen. Bert gaat naar zijn werk; hij heeft vroege dienst op nummer 37. Bert werkte voorheen in een grote instelling voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten. Toen hij hoorde dat de instelling in een nieuwbouwwijk een aantal huizen wilde kopen, om te laten bewonen door mensen met een lichte verstandelijke handicap, was Bert meteen enthousiast. Daar wilde hij wel werken. In het sollicitatiegesprek werd gevraagd of hij eerste begeleider wilde worden. Het wonen in de wijk moest helemaal opgezet worden en iemand moest eerste aanspreekpunt zijn en de coördinatie op zich nemen.
B. Hoitzing, L. Petersen

Oriëntatie op de casus

Samenvatting
In Nederland wonen ongeveer 100.000 mensen met een verstandelijke handicap. Net zoals jij en je groepsgenoten van elkaar verschillen, zijn zij ook allemaal anders. Dit wordt alleen niet altijd zo gezien. ‘‘Ze zijn altijd zo gezellig’’, of ‘‘Ik vind ze maar zielig’’ zijn opmerkingen die mensen maken. Uit deze opmerkingen blijkt dat er nog steeds vooroordelen zijn en dat mensen met een verstandelijke handicap niet gezien worden als individuen. In de zorg staat het individu echter steeds meer centraal en wordt er meer en meer geluisterd naar de wensen van de zorgvragers. Mensen met een verstandelijke handicap zullen, in meerdere of mindere mate, afhankelijk zijn van (verpleegkundige) zorg. Voor verpleegkundigen betekent dit dat zij kennis moeten hebben over de specifieke omgang met zorgvragers met een verstandelijke handicap. Niet alleen kennis in verband met individuen, maar ook in verband met groepen en groepsprocessen. Door je te verdiepen in de levens van de verschillende bewoners van Het Mierennest leer je dat de zorgvragers van elkaar verschillen en daarom uiteenlopende zorgbehoeften hebben. Hierbij zul je niet alleen stilstaan bij het heden, maar ook even een kijkje nemen in het verleden, om na te gaan hoe de zorg aan mensen met een verstandelijke handicap vroeger werd gegeven. De verschillen komen niet alleen tot uiting in de persoonlijkheden, maar bijvoorbeeld ook in het gedrag van de bewoners, hun eventuele aandoeningen naast hun verstandelijke handicap, en de oorzaak van de verstandelijke handicap. Wat betreft het laatstgenoemde punt zul je aan de hand van de casus meer te weten komen over een specifieke oorzaak, namelijk het syndroom van Down.
B. Hoitzing, L. Petersen

Planning van de casus

Voorwerk

Leertaak 1 Gewoon als het kan, bijzonder waar nodig

Samenvatting
Bert parkeert ’s morgens iets voor zeven uur zijn auto vlak voor de deur van zijn werkplek. Het is nummer 37, drie aaneengeschakelde huizen in een nieuwbouwwijk. Bert heeft een vroege dienst. Hij heeft dit huis mee opgestart. Hij werkte voorheen in een grote instelling voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, tot hij vernam dat de instelling in een nieuwbouwwijk een aantal huizen wilde kopen om deze te laten bewonen door mensen met een lichte verstandelijke handicap. Bert was meteen enthousiast, hij solliciteerde meteen als begeleider. In zijn sollicitatiegesprek werd gevraagd of hij eerste begeleider wilde worden, omdat de huizen in de nieuwbouw echt helemaal opgezet moesten worden. Bert coördineerde het opstarten en was eerste aanspreekpunt.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 2 Drie chromosomen is er één te veel

Samenvatting
Kees, die intussen ook aan de ontbijttafel zit, is een heel rustige, verlegen man van 38 jaar met het syndroom van Down. Kees hijgt nog een beetje uit. Hij heeft een hartgebrek en slikt daar ook medicijnen voor. Aangezien Kees overgewicht heeft, heeft Kees zelf met de huisarts afgesproken elke ochtend en avond een stukje te fietsen op de hometrainer. Kees hoeft hier nooit op gewezen te worden. Hij houdt zich altijd aan afspraken. Hij heeft ook nooit een weerwoord. Om Kees wat weerbaarder te maken, betrekt de groepsleiding hem vaak in gesprekken en vraagt dan zijn mening. Kees is wel degene die in deze groep de zwakkere is; hij heeft ook epilepsie, die moeilijk in te stellen is op medicatie, waardoor hij al diverse keren een flink insult heeft gehad. Kees wordt een beetje bemoederd door Françoise en Greta. Als Kees op een dag aan Hans vraagt om de boter, zegt Hans terwijl hij de boter doorgeeft: ‘‘Kees, weet jij geen naam voor dit huis?’’ Kees zegt zachtjes: ‘‘Ik zou het wel huize Truus willen noemen.’’ Iedereen weet dat de moeder van Kees zo heette; zij is overleden toen Kees net een week in de woongroep was. Greta kijkt Kees warm aan en zegt: ‘‘Lieverd, je mist je moeder hè?’’
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 3 Is er meer aan de hand?

Samenvatting
Hans is de jongste van de club. Hij is 35 jaar. Hans woont beneden, in verband met zijn spasmen. Als Hans zit zie je niets, alleen als hij loopt zie je goed dat hij spastisch is. Hij waggelt meer dan dat hij loopt en als Hans het idee heeft dat er naar hem wordt gekeken, wordt hij onzeker en loopt hij nog moeilijker. Hans krijgt ondersteuning bij het douchen om valincidenten (door zijn spasmen) te voorkomen.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 4 Er komt ‘een nieuwe’

Samenvatting
‘‘Morgen komt Jelly hè?,’’ vraagt Françoise aan Bert. Hij bevestigt dit. Hij gaat vandaag met Sabine de opname voorbereiden. Na de koffie trekken Bert en Sabine zich hiervoor terug in het kantoor. Jelly Oosthoek zal morgenmiddag komen en er moet nog het een en ander gebeuren. Bert vraagt aan Sabine wat ze al heeft voorbereid. Sabine vertelt: ‘‘Ik heb alvast een zorgdossier aangelegd, een afspraak gemaakt met de huisarts voor Jelly, gevraagd aan Jelly of het in orde was dat haar gegevens doorgestuurd worden naar de nieuwe huisarts, en Comiela is op de sociale werkplaats geweest om kennis te maken met de werkbegeleiders. En ik heb natuurlijk een kennismakingsgesprek gevoerd met Jelly en haar ouders. De moeder vertelde dat Jelly snel driftig wordt, vooral als ze onzeker is. We moeten ervoor zorgen dat Jelly de gelegenheid krijgt om zelf te ontdekken wat ze wel en niet kan en haar hierin begeleiden. Ik heb gelezen dat zij een hartkwaal heeft en daardoor soms wat benauwdheidsklachten. Die klachten komen vooral voor als ze driftig is en dat driftig worden komt weer als ze zich onzeker voelt. Ze heeft tabletten voor onder de tong voor het geval de benauwdheid aanhoudt.’’ Bert adviseert Sabine in ieder geval de onzekerheid en de driftige momenten die Jelly kan hebben elke dag terug te laten komen in de individuele rapportage.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 5 Bij ons thuis

Samenvatting
Om 15.00 uur komen Jelly en haar ouders. Haar ouders drinken een kopje thee mee en helpen Jelly haar spullen op haar kamer op te ruimen. ‘‘Het is toch wel beter dat ze hier komt wonen’’, zegt mevrouw Oosthoek terwijl ze samen met Bert de trap afloopt. Ze heeft tranen in haar ogen. Meneer Oosthoek is even later ook beneden gekomen en veegt met een zakdoek over zijn ogen. ‘‘Kom, laten we gaan. Letten jullie goed op onze schat?’’ De ouders staan troostzoekend bij elkaar, terwijl Jelly met Sabine in alle keukenkastjes kijkt om te weten waar alles staat. Meneer Oosthoek zegt dat het beter is zo. Na toch nog maar een tweede kopje thee volgt een emotioneel afscheid.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 6 Corvee

Samenvatting
Françoise en Wouter dekken vanochtend de tafel, dat is deze week hun taak. In het begin lieten de begeleiders de bewoners veel vrijer, maar toen bleek dat er toch meer behoefte was aan sturing. De bewoners waren in het begin erg passief, het kostte (en kost) heel wat tijd om deze club mensen te begeleiden naar meer zelfstandigheid en vrijheid en het dragen van eigen verantwoordelijkheid. Na het ontbijt ruimen Françoise en Wouter de tafel ook weer af. Sabine spreekt met Wouter af dat ze na het middageten zijn bed verschonen en zijn kamer zullen stoffen, enzovoort. Ze hebben een schema wie op welke dag zijn kamer doet. De een heeft hier meer hulp bij nodig dan de ander; dit staat omschreven in het zorgplan. Om half elf is het rustig in huis, alleen Wouter is vandaag vrij. De andere bewoners hebben werk in een sociale werkplaats of, zoals Wouter, bij een kleine werkplaats waar ze houten speelgoed maken. Deze werkplaats is van een collegainstelling. Wouter gaat er elke morgen met de bus naartoe. Dat heeft wel wat oefening gekost, maar de broer van Wouter, die het erg belangrijk vond dat Wouter zo zelfstandig mogelijk was, heeft veel met hem geoefend. Wouter zelf is bijzonder trots op zijn ‘alleen reizen’. Bij thuiskomst legt hij altijd allereerst zijn maandabonnement van de bus bij zijn wekker, zodat het niet zoek zal raken. Greta werkt ook bij de instelling, in de linnenkamer. Maar Greta wordt gehaald en gebracht met het instellingsbusje. Het openbaar vervoer was echt niets voor Greta. Ze werd doodnerveus van al die vreemde mensen in de bus. Greta neemt het schoonmaken van de badkamers voor haar rekening, samen met de groepsleiding. Ze is namelijk altijd maandagmiddag en vrijdagmiddag thuis. Nu krijgt Greta een geldelijke vergoeding en dat geeft haar ook eigenwaarde, ze is trots op het geld. Maar ze weet dat ze haar best moet doen en er echt voor moet werken.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 7 Seks is zo gek nog niet!

Samenvatting
Wouter heeft een vriendin, Nel heet ze. Nel woont jammer genoeg dertig kilometer Van Wouter vandaan. Nel woont nog bij haar moeder. Zij is mongoloïde, dertig jaar oud, en ze heeft al vier jaar verkering met Wouter. Nel is het jongste kind uit een gezin van elf kinderen. Haar moeder is al vijf en zeventig jaar. Nel zou heel graag bij Wouter wonen, maar dat wil haar moeder niet. Er zijn wel gesprekken geweest met Wouter, de broer van Wouter, Nel, haar moeder en haar zus. Nels moeder is bezorgd en wil liever zelf voor Nel blijven zorgen. Wouter en Nel hebben tijdens dat gesprek gezegd dat ze ooit zouden willen trouwen, maar daar wilde Nels moeder helemaal niets van horen. Zij zei in dat gesprek tegen Wouters broer: ‘‘Dat kan toch helemaal niet! Kijk nou toch wat voor meisje mijn Nelly is, ze is een mongooltje! Het is altijd mijn zorgenkindje geweest, ze heeft een hartgebrek en kijk dan, haar tong is veel te groot. Ik zeg altijd tegen haar ‘‘Doe je tong naar binnen. Ze kan toch niet bij Wouter gaan wonen!’’ ‘‘Als Wouter uw dochter als vriendin wil, vind ik het goed,’’ zei de broer van Wouter. Maar moeder kwam met nog meer bezwaren: ‘‘Stel dat ze meer willen dan alleen maar handjes geven!’’ Ze spreken af daar een keer samen met Wouter en Nel over te praten en dat Nel een keer bij Wouter in zijn nieuwe huis zou komen kijken. De broer van Wouter zal haar dan ophalen en terugbrengen. Niet alleen Wouter wil in de toekomst trouwen. Ook Hans zou graag trouwen en vader worden. Hans heeft een relatie gehad, maar die is stukgelopen.
B. Hoitzing, L. Petersen

Leertaak 8 Als gedrag een probleem is

Samenvatting
Françoise heeft soms echte boze buien die meestal voortkomen uit onvrede. Ze kan dan lelijke opmerkingen maken tegenover medebewoners of personeel, vooral als ze tegengas krijgt of als ze vindt dat ze haar zin niet krijgt, zoals laatst. Ze wilde een stukje wandelen maar niemand wilde mee. Ze liep boos de tuin in en gooide de deur keihard dicht, maar kwam meteen weer binnen, schopte Kees tegen zijn benen en liep al scheldend door de huiskamer. Toen Annie tegen Françoise zei dat ze beter even naar haar kamer kon gaan om tot rust te komen, greep ze Annie beet en gaf haar een harde klap. Vervolgens liet ze zich op de grond vallen en sloeg en schopte in het rond. Toen ze merkte dat Annie gewoon een kopje koffie inschonk hield ze op. Ze bleef nog even liggen om later naar haar kamer te gaan. Later op de avond heeft Annie hier nog met haar over gepraat en ze hebben afgesproken dat Annie de psychologe zou vragen om een gesprek om de boze buien opnieuw te bespreken, want iemand slaan gaat toch te ver. Omdat Françoise deze uitspattingen nu al een aantal keren heeft gehad, wordt op advies van de psychologe besloten dat Françoise eenmaal per week een gesprek met haar zal hebben. Françoise is hier blij mee en zegt zelf dat ze nu iemand heeft bij wie ze al haar boze gedachten kwijt kan.
B. Hoitzing, L. Petersen

Evaluatie van de casus

Evaluatie van de casus

Samenvatting
Lees de Oriëntatie op de casus en de oriëntatieopdrachten nog eens door en beantwoord de volgende vragen.
B. Hoitzing, L. Petersen

Nawerk

Meer informatie