Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

01-10-2016 | De promotie | Uitgave 8/2016

Tandartspraktijk 8/2016

Het gebitsslijtage beoordelingssysteem

Tijdschrift:
Tandartspraktijk > Uitgave 8/2016
Auteur:
Bohn Stafleu van Loghum

1 Wat was de aanleiding van uw onderzoek?

Er waren een aantal aanleidingen om het onderzoek te starten. Zo bestaat er geen universeel gebruikt systeem om gebitsslijtage te kwantificeren (de ernst vast te stellen door middel van een cijfer). Voorts komt het zowel in de kliniek van de sectie Orale Kinesiologie van ACTA als in mijn eigen verwijspraktijk zeer regelmatig voor dat patiënten worden verwezen met gebitsslijtage in een (te ver)gevorderd stadium. Dit deed ons concluderen dat er behoefte is aan een systeem om gebitslijtage beter in kaart te brengen om zo de juiste zorg aan patiënten te verschaffen. Binnen de sectie Orale Kinesiologie wordt voor patiënten met TMD/orofaciale pijn een zogenaamd Uitgebreid Functie Onderzoek (UFO) uitgevoerd. Het ontwikkelde Gebitsslijtage Beoordelingssysteem kan worden beschouwd als een UFO voor gebitsslijtagepatiënten.
Profiel
  • Naam: Peter Wetselaar
  • Studie/specialisatie: Tandheelkunde Universiteit van Amsterdam, 1986. Postinitiële masteropleiding Orale Kinesiologie, ACTA, 2007. Tandarts-gnatholoog, erkend door de NVGPT, 2007. Restauratief tandarts, erkend door de NVvRT, 2015. Tandarts-slaapgeneeskundige, erkend door de NVTS, 2015.
  • Proefschrift: The tooth wear evaluation system, development and applications
  • Promotiedatum: 1 juli 2016
  • Promotor: prof. dr. Frank Lobbezoo
  • Copromotoren: dr. Michalis Koutris en dr. Corine Visscher
  • Motivatie: Een systeem ontwikkelen om gebitsslijtage gemakkelijk en eenduidig vast te leggen tijdens ieder periodiek mondonderzoek. Het verbeteren van de diagnostiek en de behandelplanning bij patiënten met gebitsslijtage, zowel in de algemene praktijk alsook in een gedifferentieerd centrum. Tot nu was er een dergelijk systeem niet voorhanden.
  • Toekomstplannen: Het verder verbeteren van het Gebitsslijtage Beoordelingssysteem door onderzoek bij en zorg aan patiënten met gebitsslijtage. Dit zal plaatsvinden binnen de sectie Orale Kinesiologie van het ACTA, maar ook door samenwerking met andere onderzoeksgroepen, zowel binnen Nederland als daarbuiten.

2 Wat heeft u precies onderzocht?

Het onderzoek kende een aantal aandachtspunten:

A Graderingsschalen

Ik heb een analyse gemaakt van de vele bestaande systemen om gebitsslijtage te kwantificeren. De vier meest gebruikte graderingssystemen heb ik in detail gegeanalyseerd. Dit heeft geresulteerd in een drietal graderingssystemen voor het GBS. Alle drie maken ze gebruik van objectieve criteria en niet van subjectieve termen. De opgenomen slijtagegraadschalen zijn:
  • een ordinale occlusale/incisale vijfpuntsschaal,
  • een fijnmaziger ordinale occlusale/incisale achtpuntsschaal, en
  • een ordinale niet-occlusale/niet-incisale driepuntsschaal.
De graderingsschalen zijn getest zowel intraoraal, op gebitsmodellen als op mondfoto’s. Voor het snel in kaart brengen van de ernst van gebitsslijtage heb ik een zogenaamde screeningsindex ontwikkeld die tijdens ieder periodiek mondonderzoek (PMO) kan worden ingevuld (overzicht 2).

B Orofaciale Esthetiek Schaal (OES)

De mening van patiënten over het veranderde aanzien van hun gebit door de bestaande gebitsslijtage, is van waarde. Het feit dat het niet tevreden zijn over de aanblik van het gebit voor patiënten met gebitsslijtage de belangrijkste reden is om hulp te zoeken, met daarbij gevoegd het feit dat een verminderde orofaciale esthetiek nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van leven, maakte dat recentelijk de Orofaciale Esthetiek Schaal (OES) werd ontwikkeld voor het zelf bepalen hiervan. Dit van origine Zweedstalige instrument bleek een goede betrouwbaarheid en validiteit te hebben. De OES werd vertaald naar het Nederlands en de psychometrische eigenschappen van de Nederlandse versie van de OES werden getest op Nederlandse patiënten met en zonder zelfgerapporteerde gebitsslijtage. De Nederlandse versie van de OES (OES-NL) toonde goede psychometrische eigenschappen en daarmee is dit instrument geschikt om Nederlandse patiënten hun zelfervaren orofaciale esthetiek te laten beoordelen.
Overzicht 1
Gebitsslijtage beoordelingssysteem (gbs): overzicht van de diverse modules
Diagnostische modules:
> Basisdiagnostiek (t.b.v. de algemene praktijk)
Module Kwalificering
Module Kwantificering, screeningsmodule
Module Kwantificering, klinische kroonlengte
Module Vastleggen (mondfoto’s, gebitsmodellen)
> Uitgebreidere diagnostiek (t.b.v. een gedifferentieerd centrum)
Module Kwantificering, fijnmaziger occlusaal/incisaal en niet-occlusaal/niet-incisaal
Module Medische en tandheelkundige anamnese, vragenlijsten
Module Speekseltesten
Behandel-/managementmodules:
Module Zorgvraag versus redenen om een behandeling te starten
Module Therapiestart
Module Moeilijkheidsgraad (restauratieve behandeling)
Overzicht 2
Screeningsindex van het gbs
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12496-016-0105-0/MediaObjects/12496_2016_105_Fig3_HTML.jpg

C Prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlanders

Als onderdeel van een veelomvattend onderzoek naar de mondgezondheid van de algemene Nederlandse bevolking in 2013 (uitgevoerd samen met TNO-Life Style), werd gebitsslijtage vastgelegd tijdens een grootschalig cross-sectioneel, beschrijvend en analytisch onderzoek. De prevalentie werd bepaald voor verscheidene leeftijdsgroepen, voor beide geslachten, in verscheidene sociaaleconomische groepen en voor verschillende gebitselementen afzonderlijk. Daarenboven werden de resultaten vergeleken met een soortgelijk eerder (in 2007) uitgevoerd onderzoek in dezelfde populatie.

D Eenduidige naamgeving

Betreffende de nomenclatuur van gebitsslijtage zijn er vele termen in gebruik. Voorbeelden zijn: weefselverlies, demasticatie, abrasie, attritie, abfractie, erosie, abrasieve slijtage, attritieve slijtage, erosieve slijtage, tandattritie, tandabrasie, tanderosie, tribochemische slijtage, ‘two body’slijtage, ‘three body’slijtage, vermoeidheidsslijtage, adhesieve slijtage, resorptie, corrosie, inbijting, uitbijting, etc. Als niet iedereen dezelfde taal spreekt zorgt dit voor onnodige verwarring en zal dat het communiceren nodeloos bemoeilijken. Eenduidigheid is echt nodig.

3 Wat zijn de belangrijkste resultaten van uw onderzoek?

A Aangetoond werd dat de gebruiktegraderingsschalen betrouwbaar blijken te kunnen worden toegepast, zowel intraoraal, op gebitsmodellen en ook op mondfoto’s. Als de bovengenoemde screeningsindex tijdens ieder periodiek monderonderzoek (PMO) wordt vastgelegd, kan dat belangrijke informatie verschaffen over de mate van slijtage, maar ook over de snelheid van het slijtageproces.
B Met de OES kan de zorgverlener patiënten met gebitsslijtage hun zelfervaren orofaciale esthetiek laten beoordelen. Het is van belang voor de zorgverlener om tijdens een eventueel restauratieve behandeling, de klachten en ook de wensen van de patiënt gedifferente kennen en daaraan te kunnen voldoen.
C Milde (13%) en matige (80%) gebitsslijtage komt veelvuldig voor onder de volwassen Nederlandse bevolking, terwijl ernstige (6%) gebitsslijtage zeldzaam is. Geconstateerd werd een tendens dat er meer gebitsslijtage voorkomt in oudere leeftijdsgroepen, meer bij mannen dan bij vrouwen, meer bij groepen met een lagere sociaaleconomische status en meer in het onderzoek uit 2013 ten opzichte van het eerder uitgevoerde onderzoek. De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het belangrijk is om gebitsslijtage periodiek in kaart te brengen.
D Vanwege de bovenbeschreven nieteenduidige naamgeving, werd in het GBS een voorstel gedaan voor een vereenvoudigde, eenduidige naamgeving betreffende origine, namelijk: mechanisch-intrinsiek (voorheen attritie), mechanisch-extrinsiek (voorheen abrasie), chemisch-intrinsiek (voorheen erosie) en chemisch-extrinsiek (voorheen erosie) (overzicht 3). Niet alleen betreffende origine is er een voorstel gedaan, ook wat betreft de ernst werd een keuze in naamgeving gemaakt, namelijk mild, matig, ernstig en extreem. Wat de spreiding betreft werd er een onderscheid gemaakt tussen gelokaliseerde slijtage (één of twee sextanten) en gegeneraliseerde slijtage (drie tot zes sextanten) (overzicht 3).

4 Met welke uitkomst van uw onderzoek kan een algemeen practicus vooral zijn voordeel doen?

1 Gezien het feit dat gebitsslijtage veelvuldig voorkomt (resultaat uit bovengenoemd onderzoek onder de Nederlandse volwassen bevolking), is het noodzakelijk dat tijdens ieder PMO de ernst van gebitsslijtage wordt vastgelegd. De voorgestelde screeningsindex van het GBS kan door de algemeen practicus eenduidig en snel (1-2 minuten) worden bepaald.
2 Door de voorgestelde eenduidige nomenclatuur kan er beter onderling worden gecommuniceerd. Een voorbeeld van de classificatie is: ‘lokaal ernstige mechanisch-extrinsieke gebitsslijtage’.
3 De zorgverlener (zowel algemeen practicus als gedifferentieerd tandarts) heeft nu een klinische richtlijn niet alleen bedoeld voor de diagnostiek, maar ook om te beoordelen wanneer welke behandeling kan worden gestart. Door het vooraf inschatten van de moeilijkheidsgraad kan worden bepaald door wie de behandeling bij voorkeur kan worden uitgevoerd (algemeen practicus of gedifferentieerd tandarts met affiniteit voor gebitsslijtage).
Overzicht 3 – Nomenclatuur
Origine:
mechanisch-intrinsiek (voorheen attritie)
mechanisch-extrinsiek (voorheen abrasie)
chemisch-intrinsiek (voorheen erosie)
chemisch-extrinsiek (voorheen erosie)
Spreiding:
gelokaliseerde gebitsslijtage: één of twee sextanten
gegeneraliseerde gebitsslijtage: drie tot zes sextanten
Ernst:
mild:
slijtage beperkt tot het glazuur (graad 1)
matig:
slijtage met blootliggend dentine, verlies van klinische kroonhoogte < 1/3 (graad 2)
ernstig:
slijtage met blootliggend dentine, verlies van klinische kroonhoogte ≥ 1/3, maar ≤ 2/3 (graad 3)
extreem:
slijtage met blootliggend dentine, verlies van klinische kroonhoogte > 2/3 (graad 4)

5 Wat zal mijn patiënt daarvan merken?

De patiënt zal merken dat de tandarts, na het beoordelen van de meest voorkomende aandoeningen (cariës en parodontale problemen), ook aandacht besteedt aan een derde dreiging voor het behoud van de dentitie, namelijk gebitsslijtage. De screeningstool is nog niet opgenomen in de ‘grote’ softwareprogramma’s (tot nog toe alleen in Robadent).
Uiteindelijk zal het zorgvuldig monitoren leiden tot een adequaat omgaan met deze aandoening.

6 Hoe moet eventueel vervolgonderzoek eruit zien?

Het proefschrift heeft zich toegelegd op het kwantificeren. Dit zal verder moeten worden ontwikkeld en getest. Voor het kwalificeren van gebitsslijtage kent het GBS ook een module (overzicht 4). Deze module is tot stand gekomen op basis van de beschikbare literatuur. Ook deze module zal verder worden beoordeeld op betrouwbaarheid en validiteit. Ook de modules betreffende management/behandeling zullen verder worden ontwikkeld.
Overzicht 4 – Gbs, modulekwalificering
Klinische tekenen van chemische slijtage (intrinsiek/extrinsiek)
O 1.
Occlusale ‘cupping’, incisale ‘grooving’, ‘cratering’, het ronder worden van knobbels en fissuren
O 2.
Slijtage op niet-occluderende oppervlakken
O 3.
‘Hoogstaande’ restauraties
O 4.
Brede concaviteiten in glad glazuur [*], convexe vlakken worden platter, concaviteiten verschijnen, breedte overstijgt de diepte
O 5.
Toegenomen incisale translucentie
O 6.
Schoon, mat uiterlijk van amalgaamrestauraties
O 7.
Behoud van de glazuurrand ter hoogte van de sulcus gingivalis
O 8.
Geen plaque, aanslag of tandsteen
O 9.
Hypergevoeligheid
O 10.
Glad zijdeachtige glimmend, zijdeachtig geglazuurd uiterlijk, soms dof oppervlak
Klinische tekenen van mechanische slijtage, intrinsiek
O 1.
Glimmende facetten, vlak en glanzend
O 2.
Glazuur en dentine slijten in dezelfde mate
O 3.
In elkaar passende slijtage op occluderende vlakken, in elkaar passende vormen van de antagonisten, bruxopositie proaal, rechts-lateraal en/of links-lateraal
O 4.
Mogelijk fracturen van knobbels of restauraties
O 5.
Impressies in wang, tong, en/of lip
Klinische tekenen van mechanische slijtage, extrinsiek
O 1.
Meestal aanwezig in de cervicale delen van de gebitselementen
O 2.
Laesies zijn eerder breed dan diep
O 3.
Meestal zijn premolaren en cuspidaten aangedaan

Onze productaanbevelingen

BSL Tandarts Totaal

Met BSL houdt u eenvoudig en efficiënt uw vak bij. Met een online abonnement heeft u toegang tot een groot aantal boeken, tijdschriften en online nascholing, zoals e-learnings en web-tv's. Zo kunt u op uw gemak en wanneer het u het beste uitkomt verdiepen in uw vakgebied.

TandartsPraktijk

TandartsPraktijk informeert u over de belangrijkste ontwikkelingen in de tandheelkunde en tandtechniek door praktisch toepasbare klinische artikelen en herkenbare casuïstiek, toegelicht aan de hand van duidelijke kleurenfoto's, röntgenfoto's en tekeningen.

Proefabonnement BSL Tandarts Totaal

Met BSL houdt u eenvoudig en efficiënt uw vak bij. Met dit proefabonnement krijgt u toegang tot een geselecteerd gedeelte van de online bibliotheek. Zo kan u gebruik maken van de online boeken, één e-learning, één web-tv en een aantal video's. 


Tandarts Totaal Proefabonnement 

eerste maand gratis: € 0,-

Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 8/2016

Tandartspraktijk 8/2016 Naar de uitgave

Tandarts in de praktijk

Sprookjes over jeugdtandverzorging