Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Astma Formularium is een praktische leidraad in zakformaat voor de huisarts waarin het diagnostisch en therapeutisch handelen m.b.t. Astma overzichtelijk worden weergegeven; beknopt en praktijkgericht inclusief handig overzicht van relevante geneesmiddelen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Pathofysiologie en etiologie

Abstract
Astma is een aandoening van de luchtwegen, gekarakteriseerd door een chronische luchtweginflammatie die op den duur leidt tot structurele veranderingen, de zogeheten luchtwegremodellering. Deze ontstekingsreactie uit zich in nog niet geheel opgehelderde pathofysiologische fenomenen, waaronder een overmatige prikkelbaarheid van de luchtwegen; hierdoor ontstaan de klachten van kortademigheid en piepen.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

2. Epidemiologie

Abstract
Astma bronchiale is een veelvoorkomende aandoening en debuteert meestal op de kinderleeftijd, maar kan zich ook nog na het vijftigste levensjaar voor het eerst manifesteren. De incidentie in de huisartsenpraktijk is ongeveer 6 op 1000 patiënten. Circa 4,5% van de jongeren tot veertien jaar heeft astma (prevalentie) en het is de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

3. Diagnostiek

Abstract
De diagnose astma bronchiale wordt overwogen bij patiënten die periodiek klachten hebben van kortademigheid, piepen op de borst en/of (productief ) hoesten. Ook bij minder specifieke klachten, zoals vermoeidheid of conditievermindering, kan de diagnose astma overwogen worden. De diagnose wordt gesteld op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek, ondersteund door spirometrie met reversibiliteit en, op indicatie, een bronchiale provocatietest. De diagnose astma wordt veelal gesteld na meerdere consulten.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

4. Ziekteclassificatie en behandeldoelen

Abstract
In het verleden werd het ziektebeeld astma ingedeeld naar klachten en longfunctiebeperking, vooral op het moment van de diagnosestelling. Het bleek echter slecht te voorspellen welke behandeling nodig was en hoe een patiënt zou reageren op behandeling dan wel of een patiënt de ziekte onder controle had. In de huidige GINA-richtlijn wordt de ernst van astma ingedeeld naar mate van controle op drie niveaus: optimale, matige en slechte instelling (tabel 5). De mate van astmacontrole wordt beoordeeld aan de hand van de behandeldoelen zoals geformuleerd door de NHG-standaard (tabel 6). Deze nieuwe indeling is nog niet gevalideerd.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

5. Behandeling

J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

6. Monitoring, controle, verwijzing

Abstract
Het blijkt in de kliniek erg lastig de mate van astmacontrole te kunnen inschatten. Hierbij kunnen vragenlijsten (hoofdstuk 4) als de ACQ (Asthma Control Questionnaire), de ACT (Asthma Control Test) en de RIQ-MON10 behulpzaam zijn (te downloaden via www.nhg.nl). Een verandering in ACQ van 0,5 wordt als klinisch relevant gezien; hierbij zijn alleen data op groepsniveau beschikbaar. Door vragenlijsten systematisch te gebruiken bij follow-up kunnen symptomen en beperkingen systematisch worden gemeten en vervolgd.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

7. Organisatie van zorg

Abstract
Een belangrijk deel van de patiënten met astma kan in de eerste lijn worden vervolgd en behandeld. Hierbij voert de huisarts de regie over de behandeling in de eerste lijn. Een kleiner deel zal behandeling behoeven in de tweede lijn, onder regie van de longarts. Het gericht delegeren van taken die andere zorgprofessionals wellicht beter kunnen uitvoeren, is daarbij essentieel voor de uitvoerbaarheid, en vormt een belangrijk onderdeel van teambuilding. Voor samenwerking met alle hulpverleners zijn afspraken en overleg nodig.
J.C.C.M. in ’t Veen, N.H. Chavannes

Nawerk

Meer informatie