Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

14-02-2018 | Uitgave 1/2018

Bijblijven 1/2018

Herkennen van pneumonie bij een hoestende patiënt: de klinische blik van de huisarts versus X‑thorax

Tijdschrift:
Bijblijven > Uitgave 1/2018
Auteurs:
S. F. van Vugt, Th. J. M. Verheij, P. A. de Jong, C. C. Butler, K. Hood, S. Coenen, H. Goossens, P. Little, B. D. L. Broekhuizen
Belangrijke opmerkingen
Oorspronkelijke artikel ‘Diagnosing pneumonia in patients with acute cough: clinical judgment compared to chest radiography’ is eerder gepubliceerd in het Journal of Respirartory Infections Eur Respir J. 2013;42:1076–82.

Samenvatting

Achtergrond

Longontsteking wordt in de eerste lijn vaak empirisch behandeld, maar over de nauwkeurigheid van de klinische huisartsendiagnose is weinig bekend. Daarom hebben we gekeken naar de diagnostische nauwkeurigheid van de huisartsendiagnose (gesteld op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek) voor het vaststellen van (radiologisch bevestigde) pneumonie bij patiënten met acute hoest in de eerste lijn.

Methode

Bij 2.810 patiënten in twaalf Europese landen die met acute hoest de huisarts consulteerden, werd aan de huisartsen gevraagd direct na registratie van anamnese en lichamelijk onderzoek aan te geven of ze longontsteking vermoedden (‘ja’ of ‘nee’). Binnen een week werd een thoraxfoto gemaakt. Deze werd beoordeeld door lokale radiologen die niet op de hoogte waren van andere patiëntkenmerken.

Resultaten

140 patiënten hadden op de X‑thorax een pneumonie (5 %), van wie er 41 (29 %) als zodanig waren gediagnosticeerd door de huisarts. Huisartsen diagnosticeerden pneumonie bij 31 (1 %) patiënten op klinische gronden in de groep waarbij er geen radiologisch bevestigde pneumonie aanwezig bleek te zijn (n = 2.670). Van de patiënten bij wie door huisartsen op klinische gronden een pneumonie werd gediagnosticeerd, bleek er bij 57 % sprake van een radiologisch bevestigde pneumonie (positief voorspellende waarde, PPV). Negatieve voorspellende waarde (NPV), sensitiviteit en specificiteit van het klinische oordeel van de huisarts waren respectievelijk 96 %, 29 % en 99 %. Patiënten met een radiologisch bevestigde pneumonie bij wie klinisch geen pneumonie gediagnosticeerd was, vertoonden minder ernstige symptomen in vergelijking met patiënten met een klinische diagnose pneumonie (p < 0,05).

Conclusies

De voorspellende waarde van het klinische oordeel van huisartsen, met name de hoge negatief voorspellende waarde (NPV), is behulpzaam in de dagelijkse patiëntenzorg. Niettemin werd de meerderheid van de radiologisch bevestigde pneumonieën op klinische gronden niet vermoed. Er is behoefte om de detectie van klinisch relevante pneumonieën in de eerste lijn verder te verbeteren.

Log in om toegang te krijgen

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.

BSL Academy mbo Verzorging en Verpleegkunde

Bijblijven

Bijblijven geeft inzicht in de huidige stand van zaken over onderwerpen die u als huisarts in uw dagelijkse praktijk tegenkomt. Bijblijven verschijnt 10 keer per jaar, waarbij in elk nummer een ander thema centraal staat.

Toon meer producten
Literatuur
Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 1/2018

Bijblijven 1/2018 Naar de uitgave