Skip to main content
main-content
Top

2008 | wo | Boek

Handboek schematherapie

Theorie, praktijk en onderzoek

Redacteuren: Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen, Marjon Nadort

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Het Handboek schematherapie gaat over ontwikkelingen op gebied van theorievorming, diagnostiek, behandeling, onderzoek, implementatie en management. Met deze diversiteit en de ingebrachte kennis van vooraanstaande schematherapeuten en –onderzoekers is het handboek een verrijking en vernieuwing van reeds bestaande boeken over schematherapie.

Schematherapie is oorspronkelijk als therapievorm ontwikkeld voor patiënten met persoonlijkheidsproblematiek. Het is integratieve psychotherapie waarin naast het gebruik van cognitief–gedragstherapeutische technieken en experientiële technieken, ook veel aandacht is voor de therapeutische relatie als middel voor verandering van schema's en modi.Uit onderzoek is gebleken dat schematherapie een (kosten–)effectieve behandeling is voor mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Dit heeft geleid tot een implementatiestudie bij acht Nederlandse GGZ–instellingen. Het heeft gestimuleerd om de effectiviteit van een kortdurende schematherapie te onderzoeken bij andere persoonlijkheidsstoornissen. Ook in de forensische setting vindt onderzoek hiernaar plaats. Er zijn sterke aanwijzingen dat schematherapie voor een steeds breder wordende patiëntengroep toepasbaar is.Dit handboek, dat uit zes delen bestaat, is volgens een vast stramien opgezet. Alle hoofdstukken hebben dezelfde paragraafindeling, zodat er door het hele boek heen sprake is van een logische samenhang. Ieder hoofdstuk begint met een inleiding en een beschrijving van de huidige stand van zaken, gevolgd door een overzicht van de actuele praktijk: welke valkuilen zijn er en hoe kun je die vermijden? Ook wordt aandacht besteed aan toekomstige ontwikkelingen.Handboek schematherapie is een onmisbare leidraad voor GZ–psychologen, gedragstherapeuten, groepstherapeuten, psychotherapeuten en diegenen die in opleiding zijn.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Voorwerk
1 Algemene inleiding
Samenvatting
Het begrip schema kent een lange voorgeschiedenis: al van eerder dan Jeffrey Young zijn schemamodel ontwikkelde. In de jaren negentig van de vorige eeuw is zijn schemamodel in Nederland geïntroduceerd. Schematherapie is de laatste jaren steeds verder ontwikkeld door de inzet van een groeiend aantal wetenschappers en behandelaren.
M.F. van Vreeswijk, J. Broersen, M. Nadort
2 Een beknopte geschiedenis van schematherapie
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beknopt de geschiedenis geschetst van schematherapie (ST). Een geschiedenis kan niet geconstrueerd worden zonder te definiëren wat het object ervan is. Er wordt betoogd dat er grofweg twee definities van ST zijn: een brede definitie en een engere, waarbij de laatste samenvalt met de ST die door Jeffrey Young is ontwikkeld.
A. Arntz
3 Theoretisch model: schema’s, copingstrategieën en modi
Samenvatting
Schema’s nemen in de moderne psychotherapieën een belangrijke plaats in, met name in therapieën waarin aandacht is voor chronische persoonlijkheidsgerelateerde problematiek. Het begrip schema kent inmiddels een lange geschiedenis. De definities die gebruikt worden binnen de huidige cognitieve therapieën zijn ontstaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw, onder invloed van het constructivisme (zie ook Rijkeboer, Van Genderen & Arntz, 2007).
H. van Genderen, M. Rijkeboer, A. Arntz

Diagnostiek en indicatiestelling

Voorwerk
4 Indicatiestelling voor schematherapie
Samenvatting
Indicatiestelling voor psychotherapie en dan in het bijzonder schematherapie (ST) is een proces dat veelal verloopt volgens impliciete regels en kennis. Empirische gegevens ter ondersteuning van een differentiële selectie en planning van behandeling op basis van persoonlijkheidsfactoren zijn schaars (Verheul, 2007). In de praktijk wordt meestal eerst onderzocht of iemand in aanmerking komt voor psychotherapie, waarop als tweede stap gekeken wordt welke vorm van psychotherapie het meest passend lijkt bij deze individuele patiënt.
A. Weertman, H. de Saeger
5 Gebruik van experiëntiële technieken voor diagnostiek
Samenvatting
Het gebruik van experiëntiële technieken is een belangrijk aspect van schematherapie en daarmee onderscheidt deze therapie zich duidelijk van traditionele cognitieve gedragstherapie. De rationale achter het gebruik van experiëntiële technieken is het idee dat schema’s zich vormen in de vroege jeugd, veelal in een periode waarin het kind nog niet goed in staat is om ervaringen volledig te verbaliseren (zie Beck, Freeman & Davis, 2004, p. 89, en Arntz & Weertman, 1999).
A. Weertman
6 Het gebruik van vragenlijsten
Samenvatting
De afgelopen tien jaar hebben onderzoekers en behandelaren steeds meer aandacht gekregen voor modellen van psychopathologie die op schema’s zijn gebaseerd (bijvoorbeeld Riso, Du Toit, Stein & Young, 2007). Naar aanleiding van deze belangstelling zijn enkele instrumenten ontwikkeld om schema’s inhoudelijk en procesmatig te meten. Sommige worden expliciet gepresenteerd als maten van schema’s (onder andere de verschillende uitvoeringen van de YSQ), andere worden gepresenteerd als maten voor de opvattingen die gewoonlijk met schema’s samengaan zoals de EDBQ-NSB van Cooper (1997) en weer andere worden gepresenteerd als maten van de kernopvattingen die op schemaniveau samenhangen met de persoonlijkheidsstoornissen (bijvoorbeeld de PBQ van Beck & Beck, 1991).
A. Sheffield, G. Waller
7 Casusconceptualisatie in schematherapie
Samenvatting
Het is essentieel dat de problematiek zo volledig mogelijk in kaart wordt gebracht, alvorens daadwerkelijk met schematherapie (ST) te starten (onder andere Beck, Freeman, Davis & Associates, 2004; Van Genderen & Arntz, 2005; Young, Klosko & Weishaar, 2005). Het maakt voor de therapeut en de patiënt inzichtelijk welke schema’s een rol spelen, hoe zij zijn ontstaan en wat de invloed van de schema’s is op de huidige problematiek.
H. van Genderen

Behandeling

Voorwerk
8 Technieken in schematherapie
Samenvatting
Vanuit verschillende theoretische kaders worden behandelingen aangeboden aan patiënten met persoonlijkheidsproblematiek. Daarbij is schematherapie in opmars, hetgeen verder gestimuleerd is door de gunstige uitkomsten van een effectiviteitsstudie naar schematherapie bij patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (Giesen-Bloo et al., 2006).
M.F. van Vreeswijk, J. Broersen, J. Giesen-Bloo, S. Haeyen
9 Schematherapie bij adolescenten
Samenvatting
Schematherapie (ST) werd ontwikkeld bij volwassen patiënten, maar wordt tegenwoordig ook gebruikt bij adolescenten (van circa 16 tot 23 jaar) die persoonlijkheidsproblemen ontwikkelen. Er is tot nu toe vrijwel geen literatuur over ST bij adolescenten. Een zoekactie op de termen ‘schema focused therapy and adolescent’ in enkele databases (onder andere Psychinfo en Pubmed, eind 2007), leverde zes referenties op, waarvan vier over family focused psychotherapy, één boekbespreking en één onderzoek naar cognitieve schema’s.
M.T. Geerdink, E.J. Jongman, H.A. Scholing
10 Schematherapie bij persoonlijkheidsproblematiek en verslaving
Samenvatting
Persoonlijkheidsproblematiek gaat vaak samen met middelenmisbruik of -afhankelijkheid. Met name in de verslavingszorg en in de forensische zorg komt deze dubbele diagnose-(DD-)problematiek veel voor.
T. Kersten
11 Schematherapie voor Forensische Patiënten
Samenvatting
Forensische patiënten brengen speciale uitdagingen met zich mee die niet vaak voorkomen in de algemene psychiatrie. Deze patiënten hebben vaak problemen met agressie, impulsiviteit of boosheid. Sommige bedienen zich van bedrog en manipulatie om hun doelen te bereiken. Velen zijn erg wantrouwig waardoor ze zich moeilijk inlaten met de behandeling.
D. Bernstein, M. de Vos, A. Arntz
12 Individuele schematherapie: de praktijk bij volwassenen
Samenvatting
Individuele schematherapie is de meest voorkomende behandelvorm binnen schematherapie (ST). Deze therapievorm heeft zich geleidelijk ontwikkeld. Een behandeling van patiënten met (ernstige) persoonlijkheidsproblematiek laat zich niet gemakkelijk gefaseerd beschrijven. Deze patiënten worden in hun leven meer dan gemiddeld geconfronteerd met stressvolle situaties, wat vaak de nodige aandacht vereist in een individuele behandeling.
N.A. van den Kieboom, D.J.L. Jonker
13 Schematherapie bij relatieproblematiek
Samenvatting
Intieme relaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het genezen van oude onaangepaste schema’s van patiënten, zodat basisbehoeften weer bevredigd kunnen worden. Het schematherapiemodel biedt een uitgebreid kompas waarop de relatietherapeut kan varen bij het vaststellen en differentiëren van onaangepaste kernthema’s die aan relatieproblemen ten grondslag liggen. Het verschaft de therapeut een uitvoerige strategie om paren te wijzen op mogelijkheden om in hun persoonlijke en relationele behoeften te voorzien.
T.W.A. Atkinson
14 Schematherapie in een klinische (groeps)setting
Samenvatting
Schematherapie is ontwikkeld voor individuele ambulante therapie. In het in 2003 verschenen handboek wordt alleen deze therapiesetting beschreven (Young, Klosko & Weishaar, 2003; Muste, 2006). Over schematherapie in groepen is minder bekend. Inmiddels zijn er wel enkele publicaties over de toepassing van schematherapie in gestructureerde groepen (Van Vreeswijk & Broersen, 2006) en binnen een klinische setting (Thunnissen & Muste, 2002, 2005).
E. Muste
15 Schematherapie in groepen; een protocollaire behandeling1
Samenvatting
Een protocollaire aanpak van schematherapie in groepen (Van Vreeswijk & Broersen, 2006) geeft een aanzet om de toepassing van deze therapievorm voor ambulante groepen te beschrijven en verder te ontwikkelen. Schematherapie voor ambulante groepen is nog weinig uitgewerkt. In de literatuur is wel geschreven over deze therapie voor groepen in een klinische setting (Thunnissen & Muste, 2002 en 2005).
J. Broersen, M.F. van Vreeswijk
16 Schematherapie in een psychodynamische groep
Samenvatting
Ruim vijf jaar geleden werd bij de auteurs het idee geboren om schematherapie in een psychodynamische groep op te zetten. Dit idee kwam vooral voort uit frustraties over de bestaande praktijk. In toenemende mate werden patiënten aangemeld met persoonlijkheidsproblematiek. Het bestaande groepsbehandelaanbod sloot hierbij niet goed aan. Zowel de gestructureerde gedragstherapeutische groepen als de inzichtgevende, psychodynamische groepen bleken onvoldoende te bieden.
H. Aalders, A. Boerwinkel, J. van Dijk
17 Effect van meten is weten: therapieresultaten en therapeutische relatie
Samenvatting
‘Meten is weten’ en ‘kennis is macht’ zijn uitspraken die iedereen wel kent. In het psychotherapeutische veld zijn deze zinnen vooral voorbehouden aan onderzoekers die een wetenschappelijke publicatie willen schrijven over effectiviteit van therapie of aan diagnostici die de problematiek van een patiënt in kaart willen brengen. Maar wat heeft de patiënt nu zelf aan ‘meten is weten’? Kan therapieresultaat toenemen wanneer aan de patiënt feedback wordt gegeven over zijn behandelbeloop zoals gemeten met enkele vooraf vastgestelde meetinstrumenten? Is feedback geven aan therapeuten over therapievordering zinvol?
M.F. van Vreeswijk, J. Broersen, Ph. Spinhoven

Opleiding

Voorwerk
18 Opleiding en registratie tot schematherapeut
Samenvatting
In 1990 werd schematherapie (ST) in Nederland geïntroduceerd door Christine Padesky en Kathleen Mooney. Vanaf 1995 verzorgden Tim Beck, Cory Newman en Jeffrey Young in Maastricht workshops en trainingen op het gebied van schematherapie voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen.
M. Nadort, H. van Genderen
19 Cursussen op het gebied van schematherapie
Samenvatting
De introductie van schematherapie in Nederland vond plaats in 1990. Een aantal bekende Amerikanen zoals Padesky, Mooney, Beck, Newman en Young werd uitgenodigd om in Nederland workshops en trainingen te geven. Vervolgens startte bij de Viersprong te Halsteren een trainingsprogramma dat werd verzorgd door Sloane. Vanuit deze grote groep therapeuten die in de jaren negentig is opgeleid zijn in Nederland trainingsprogramma’s, cursussen en supervisietrajecten ontwikkeld.
M. Nadort, H. van Genderen
20 Supervisie bij schematherapie
Samenvatting
Zoals in de vorige twee hoofdstukken over opleiding en registratie tot schematherapeut (18) en cursussen op dit gebied (19) al gesteld, vormt supervisie een noodzakelijke voorwaarde om schematherapie goed te leren uitvoeren en toepassen. Alleen het volgen van een cursus is onvoldoende om ‘limited reparenting’ en de verschillende technieken te leren toepassen én op het juiste moment in te zetten. Dit heeft te maken met het feit dat schematherapie een integratieve vorm van psychotherapie is waarbij de therapeut zo goed mogelijk aansluit bij de behoeften van de patiënt.
M. Nadort, H. van Genderen

Onderzoek

Voorwerk
21 Effectiviteitsstudies
Samenvatting
Schematherapie is een behandelvorm die het laatste decennium sterk aan populariteit heeft gewonnen. De uit Amerika afkomstige combinatie van cognitief-gedragsmatige, interpersoonlijke, psychodynamische en experiëntiële technieken wordt ook in Nederland toegepast bij mensen met persoonlijkheidsproblematiek en lijkt veelbelovend.
L. Bamelis, J. Giesen-Bloo, D. Bernstein, A. Arntz
22 Experimentele studies naar schemamodi
Samenvatting
De meeste onderzoeken in het kader van schematherapie (ST) richten zich op de behandeleffectiviteit van deze therapievorm, al dan niet in vergelijking met andere therapieën of ‘treatment as usual’. Tot nu toe zijn er opvallend weinig studies gedaan naar de theoretische onderbouwing van de centrale constructen van schema’s en schemamodi uit de ST.
J. Lobbestael
23 Experimentele studies naar schema’s
Samenvatting
Na een schematherapie (ST) voor borderline persoonlijkheidsstoornis volgens Young (Young, Klosko & Weishaar, 2003) blijken de klachten van ongeveer de helft van de patiënten niet meer aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis te voldoen (Giesen-Bloo et al., 2006). ST volgens Beck inclusief behandeling van traumatische jeugdervaringen bij andere persoonlijkheidsstoornissen laat eveneens grote effecten zien (Weertman & Arntz, 2007).
S.H. Sieswerda
24 Validatie schemavragenlijst
Samenvatting
De schematherapie van Jeffrey Young is relatief recent en zijn model is nog volop in ontwikkeling. In de loop van de tijd hebben diverse aanpassingen plaatsgevonden, een fenomeen dat wel vaker wordt waargenomen bij nieuwe vormen van therapie. Lag het accent in zijn model aanvankelijk op de disfunctionele schema’s, gaandeweg is de rol van schemamodi prominenter geworden.
M.M. Rijkeboer
25 Validatie van de Schema Mode Inventory (SMI)
Samenvatting
De aanwezigheid van schemamodi kan op drie verschillende manieren worden bepaald. Ten eerste door problematische situaties in kaart te brengen waarin patiënten terechtkomen en het gedrag dat zij daarin vertonen te vertalen naar schemamodi. Ten tweede kunnen modi worden getraceerd door experiëntiële technieken te gebruiken waarmee de patiënten terug worden geleid naar het verleden.
J. Lobbestael

Organisatie en management

Voorwerk
26 Implementatie van schematherapie in ggz-instellingen
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt allereerst kort beschreven wat implementatie inhoudt. Dan volgt een overzicht van de huidige stand van zaken wat betreft de implementatie van schematherapie (ST) in de reguliere geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Een onderzoek naar implementatie van ST wordt uitgebreid beschreven: de implementatie van ST voor de borderline persoonlijkheidsstoornis binnen de reguliere ggz.
M. Nadort
27 Implementatie van schematherapie in Forensisch Psychiatrisch Centrum de Rooyse Wissel
Samenvatting
In tbs-klinieken kampt 75-80% van de patiënten met een of meer persoonlijkheidsstoornissen, veelal cluster B (Van Emmerik & Brouwers, 2001). De meeste tijd en aandacht van behandelaren gaat dan ook uit naar deze patiënten. Het implementeren van een effectieve behandelvorm voor persoonlijkheidsstoornissen heeft in deze sector de laatste jaren prioriteit gekregen.
T. Kersten, L. van de Vis
28 Kosteneffectiviteit van schematherapie
Samenvatting
Het onderzoek naar de kosten van psychotherapie is een relatief onontgonnen gebied. Intuïtief lijken de kosten van psychotherapie misschien minder relevant dan bijvoorbeeld die van een grote chirurgische ingreep, waarmee dure apparatuur en veel personeel gemoeid zijn. Maar behalve aan de kosten van de interventie zelf, moet ook gedacht worden aan de kosten van de ziekte die ermee ‘genezen’ kan worden. Die zijn in de meeste gevallen aanzienlijk.
A.D.I. van Asselt, J.H. Giesen-Bloo
29 Voorlichting over schematherapie
Samenvatting
De belangstelling voor schematherapie (ST) groeit. De afgelopen jaren zijn zowel op nationaal als op internationaal niveau verschillende boeken over schematherapie verschenen voor therapeuten. Deze boeken hebben al dan niet de behandeling van een specifieke patiëntenpopulatie of manier van werken zoals individuele versus groepstherapie als thema (zie in het Nederlandse taalgebied Young & Pijnaker, 1999; Schacht & Peeters, 2000; Arntz & Bögels, 2000; Young, Klosko & Weishaar, 2005; Van Genderen & Arntz, 2005; Van Vreeswijk & Broersen, 2006).
M.F. van Vreeswijk, M. Nadort, J. Broersen
Nawerk
Meer informatie
Titel
Handboek schematherapie
Redacteuren
Michiel van Vreeswijk
Jenny Broersen
Marjon Nadort
Copyright
2008
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-6628-6
Print ISBN
978-90-313-5304-0
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-6628-6