Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft artsen (in opleiding), praktijkondersteuners en verpleegkundigen, apothekers, paramedici, ggz-medewerkers en andere professionals in en om de zorg een heel praktisch en actueel overzicht van de leefstijlgeneeskunde. Wat is het? Wat werkt en wat niet? En hoe kan ik het inzetten in mijn klinische praktijk, met en bij mijn patiënten?

Tot voor kort werd leefstijl vooral gezien als een middel ter preventie van aandoeningen. In toenemende mate worden voeding, beweging, ontspanning, slaap, sociale contacten en zingeving ook succesvol ingezet bij de behandeling van chronische aandoeningen.

In dit boek presenteren vooraanstaande hoogleraren de evidence en goede praktijkvoorbeelden op hun vakgebied.

Dit boek behandelt preventie en behandeling van veel voorkomende aandoeningen vanuit het perspectief van de leefstijlgeneeskunde. Het geeft context en praktische handvatten over hoe mensen te motiveren en te bewegen tot een andere leefstijl. Een aanrader voor iedereen die werkt in de zorg en die zich wel eens afvraagt of het ook anders kan; meer gezondheid en kwaliteit van leven, minder medicijnen en bijwerkingen, meer eigen regie van patiënten en meer werkplezier.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Voorwerk

1. Leefstijlgeneeskunde

Samenvatting
Leefstijlgeneeskunde is de wetenschappelijk onderbouwde toepassing van preventieve en therapeutische leefstijlveranderingen in de gezondheidszorg. Het is geen apart medisch specialisme, maar de basis voor medisch handelen in niet-acute situaties. De term leefstijlgeneeskunde is relatief nieuw, de toepassing niet. Hippocrates beschouwde leefstijladviezen als de basis van geneeskunde. Dit hoofdstuk beschouwt de opkomst van de leefstijlgeneeskunde en gaat in op de relatie met preventie en bekostiging. Het laat zien dat er plaatsen zijn waar men van oudsher een (zeer) hoge leeftijd bereikt in goede gezondheid (zogenaamde blue zones), en welke leefstijlfactoren daarbij een rol spelen. Leefstijlverandering is niet eenvoudig, maar zeker mogelijk mits goede informatie en begeleiding wordt gegeven. Een grootschalig project in IJsland toont aan hoe succesvol je kan zijn als je het gehele systeem betrekt. In Nederland is de ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ een belangrijke stap bij de aanpak van overgewicht en leefstijlgerelateerde ziekten.
Maaike de Vries, Tamara de Weijer, Rogier Hoenders

2. Gezondheid, leefstijl en zorguitgaven

Samenvatting
Nederlanders behoren tot de gezondste mensen ter wereld. Dat blijkt uit de levensverwachting die steeds verder toeneemt en ook uit het feit dat mensen zich tot op steeds hogere leeftijd gezond voelen. Toch hebben almaar meer mensen een chronische ziekte en hun aantal zal toenemen. We worden gezonder en zieker tegelijkertijd. Ongezonde leefgewoonten spelen daarbij een belangrijke rol, naast ontwikkelingen in de preventie en zorg. Leefstijlgeneeskunde kan daarom bijdragen aan een verdere verbetering van de volksgezondheid. Mogelijk kan ook de sterke stijging van de zorguitgaven erdoor worden afgeremd. Om dat te realiseren moet de leefstijlgeneeskunde niet alleen inspelen op het gedrag van mensen maar ook op de omgeving waarin zij leven, werken en wonen. Dat vraagt van beleidsmakers en beroepsbeoefenaren een brede blik en een gezamenlijke aanpak.
Fons van der Lucht, Johan Polder

Aandachtsgebieden leefstijlgeneeskunde

Voorwerk

3. Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen

Samenvatting
In Nederland heeft 15 % van de volwassenen de ziekte obesitas en heeft de helft van de volwassenen overgewicht. Van de kinderen heeft 3 % obesitas en heeft 13 % overgewicht. De fysieke en psychosociale gevolgen kunnen ernstig zijn. Obesitas is vaak het gevolg van een complexe interactie tussen biologie en omgeving. Bij de aanpak op individueel niveau volstaat een advies om gezonder te eten en meer te bewegen daarom veelal niet. Het is belangrijk rekening te houden met de factoren die het overgewicht hebben veroorzaakt en in stand houden, zoals sociaal-economische en sociaal-culturele omstandigheden, chronische stress, medicatie met gewichtsverhogende werking, hormonale factoren en soms een onderliggende ziekte. Deze vraaggestuurde aanpak op maat vergt samenwerking tussen de zorg en het sociaal domein. Het doel is vermindering van de mate van overgewicht door eerst diagnostiek te verrichten naar de oorzaken en vervolgens via duurzame verbetering van de leefstijl, en zo nodig aanvullende obesitasbehandelingen, gezondheidswinst en betere kwaliteit van leven te bereiken.
Jutka Halberstadt, Liesbeth van Rossum, Jaap Seidell

4. Diabetes mellitus type 2

Samenvatting
Leefstijl speelt een belangrijke rol in de behandeling van diabetes mellitus type 2 (DM2). Voeding heeft de grootste invloed, in het bijzonder aanpassing van de inname van macronutriënten. Daarnaast beïnvloeden beweging (kracht en langdurige inspanning), stress, ontspanning en verlies van zelfcontrole (pauzes tijdens werk of bezigheden, beperken van ‘schermtijd’), slaap (goede slaap en slaapritme) en het sociaal-economische systeem van de patiënt de regulatie van de bloedglucose. Dit hoofdstuk richt zich op de gebieden waarmee in de praktijk gewerkt kan worden. Bestaande behandeldoelen en richtlijnen voor DM2 zijn leidend. Zorgverleners en patiënten kijken samen wat werkt en wat niet. Ook patiënten die medicamenteus moeten worden behandeld, hebben baat bij leefstijladvies. Leefstijl en farmacotherapie kunnen elkaar versterken.
Maarten Soeters

5. Hart- en vaatziekten

Samenvatting
Hart- en vaatziekten zijn wereldwijd verantwoordelijk voor één op de drie overlijdens en ischemische hartziekten zijn doodsoorzaak nummer één. Een ongezonde leefstijl en risicofactoren zoals hypertensie, hypercholesterolemie en diabetes spelen een essentiële rol bij het ontstaan en de progressie van het overgrote deel van de hart- en vaatziekten. Meer dan 80 % van de hart- en vaatziekten is direct gerelateerd aan leefstijl. Daarmee vormen cardiovasculaire aandoeningen een van de belangrijkste leefstijlgerelateerde chronische ziekten. Een ongezonde leefstijl is verantwoordelijk voor het grootste verlies aan kwalitatief goede levensjaren. Gezonde leefgewoonten zijn de beste manier om de cardiovasculaire gezondheid te behouden of te bevorderen. Dit hoofdstuk bespreekt de leefstijlfactoren die van invloed zijn op het ontstaan en de progressie van hart- en vaatziekten.
Ellen Rouwet, Leonard Hofstra

6. Nierziekte

Samenvatting
Van oudsher spelen bij chronische nierschade (CNS) leefstijladviezen, gericht op voeding, een centrale rol in de preventie en behandeling van metabole en cardiovasculaire complicaties. Het cardiovasculaire risico bij CNS is hoog. Algemene leefstijladviezen zijn momenteel onderdeel van de richtlijnen voor CNS en bij gevorderde CNS en ouderen is er ook aandacht voor ondervoeding. Het ontbreekt echter nog aan een systematische en geïntegreerde aanpak waarin deze pijlers van leefstijlbegeleiding voor CNS worden samengebracht. Het systematisch meten van leefstijlparameters, zoals in de nefrologie middels 24 uursurineverzameling gebruikelijk is, geeft objectief inzicht in de voedingsinname, voedingstoestand en lichaamssamenstelling op zowel individueel als populatieniveau. Evaluatie van deze gegevens laat zien dat er op het gebied van leefstijl veel te winnen is bij de gemiddelde CNS-patiënt en dat voor sommige patiëntengroepen de huidige adviezen tekortschieten.
Karin Boslooper-Meulenbelt, Gerjan Navis

7. Maag-, darm- en leverziekten

Samenvatting
In geen enkel orgaansysteem komen gezondheid en ziekte dichter bij ‘voeding en leefstijl’ dan in het maag-darmstelsel. In het maag-darmstelsel kunnen voeding en leefstijl zowel het ontstaan als het beloop van ziekten in de verschillende organen beïnvloeden. In sommige gevallen heeft het ontstaan van ziekte/klachten duidelijk een relatie met specifieke voedingsstoffen en spelen leefstijlinterventies nauwelijks een rol. Bij andere aandoeningen spelen naast voeding ook leefstijlfactoren een rol bij het ontstaan en behandelen. Voor een derde groep aandoeningen is de relatie met voeding en leefstijl nog niet evident. Daarnaast is het microbioom een onmisbaar onderdeel van het maag-darmstelsel. Van sommige micro-organismen is bekend dat zij de kans op het ontwikkelen van ziekten kunnen vergroten. Beïnvloeding van het microbioom door voedings- en leefstijlinterventies kan positieve en negatieve effecten hebben op de gezondheid. In dit hoofdstuk ligt de focus, behalve op de invloed van het microbioom, op de meest voorkomende aandoeningen van het maag-darmstelsel waarbij een combinatie van voeding en leefstijl een rol speelt.
Tanya Bisseling, Sander van der Marel, Annemarie Boleij, Carlijn Bruggeling, Menso Westerouen van Meeteren

8. Kanker

Samenvatting
Ongeveer 40 % van alle kankergevallen kan worden voorkomen door risico’s zoals roken, overgewicht, alcoholgebruik, ongezonde voeding en lichamelijke inactiviteit te vermijden. Wanneer eenmaal kanker is ontstaan, spelen voeding en beweging een belangrijke ondersteunende rol. Het handhaven of bereiken van een goede voedingstoestand is uitermate belangrijk om de behandelingen te kunnen doorstaan, schade door de behandelingen te beperken, en het herstel zo goed mogelijk te ondersteunen. Gezond eten en meer bewegen lijken ook het risico op recidieven en het krijgen van andere ziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten, te verkleinen en de overlevingskans te vergroten. Daarom worden de richtlijnen voor kankerpreventie ook aanbevolen voor mensen die kanker hebben gehad. Echter, (ex)kankerpatiënten blijken de richtlijnen voor een gezonde leefstijl vaak niet te volgen. Voor zorgprofessionals is daarom een belangrijke rol weggelegd in het benadrukken van het belang van voeding en beweging vooraf, tijdens en na (de behandeling van) kanker.
Sandra Beijer, Ellen Kampman

9. Psychische stoornissen

Samenvatting
De geestelijke gezondheidszorg (ggz) zou eigenlijk geestelijke ziektezorg (gzz) moeten heten. De zorg voor de patiënt (diagnostiek, hulpverlening, behandeling en vergoeding) start nu pas wanneer ziekte zich al heeft gemanifesteerd. Er zijn goede redenen om preventie en een gezonde leefstijl een prominentere plaats te geven en de zorg echt over gezondheid te laten gaan. In zo’n geestelijke gezondheidszorg is er aandacht voor: (1) voor- én nazorg; (2) preventie en behandeling; (3) het leren van vaardigheden naast het uitvoeren van behandelingen (4) het stimuleren van maatschappelijk en persoonlijk herstel naast symptomatisch herstel en (5) verbetering in de thuissituatie (naast het resultaat in de behandelkamer). In dit hoofdstuk bespreken we welke leefstijlinterventies toegepast kunnen worden bij stemmings- en angststoornissen en psychotische stoornissen. Daarna lichten we toe welke biopsychosociale factoren een duurzame gedragsverandering op leefstijlgebied bemoeilijken. Vervolgens bespreken we een geïntegreerd model van leefstijlverandering in de ggz en geven we concrete aanbevelingen om (een proces van) leefstijlverandering zo duurzaam en succesvol mogelijk te maken.
Rogier Hoenders, Esther Steffek, Matthijs Eendebak, Stynke Castelein

10. Verslavingsproblematiek

Samenvatting
Het veranderen van verslavingsgedrag of andere, veelal diep ingesleten, gedragspatronen is een proces dat vaak veel van patiënten en de directe omgeving vraagt. Het is belangrijk om als zorgprofessional, zeker binnen de huisartsenpraktijk, aandacht hiervoor te hebben en hulp aan te bieden. Het is van belang om dit binnen de praktijk goed te organiseren. De hulp bestaat voor een belangrijk deel uit gedragsmatige begeleiding van de patiënt tijdens het veranderproces, en zo nodig kan medicatie daarbij helpen, vooral tijdens de eerste detoxificatieperiode. Er moet voor gewaakt worden om alleen te focussen op het gedrag dat de patiënt wil veranderen, omdat er geregeld sprake is van een complex van ongezonde leefstijlpatronen die met elkaar in verband staan. Dit hoofdstuk laat zien hoe om te gaan met roken en alcohol in de praktijk en geeft praktische adviezen voor in de spreekkamer. Het bouwt een brug tussen verslavingsgeneeskunde (‘addiction medicine’) en leefstijlgeneeskunde (‘lifestyle medicine’), twee vakgebieden die elkaar naadloos aanvullen. De beide vakgebieden zijn ontstaan vanuit verschillende achtergronden, maar patiënten vragen in de dagelijkse praktijk om een geïntegreerde verslavings- en leefstijlgeneeskundige aanpak.
Robert van de Graaf, Mirije Kuitert, Gabriël Anthonio

Leefstijlgeneeskunde in de praktijk

Voorwerk

11. Rond de zwangerschap

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het fundamentele belang van een gezonde leefstijl van vrouwen en mannen met kinderwens, voor een optimale start van het leven van het kind. We geven een overzicht van de huidige kennis over de invloed van leefstijl op de fertiliteit, zwangerschaps- en geboorte-uitkomsten en de verdere gezondheid van ouders en kind. In deel 1 van dit hoofdstuk beschrijven we de bijdrage van leefstijl tijdens de periconceptieperiode: tenminste 100 dagen vóór (preconceptie fase) en 100 dagen na de conceptie (vroege zwangerschap). Het tweede deel van dit hoofdstuk beschrijft de invloed van leefstijl vanaf de conceptie tot de tweede verjaardag van een kind (de eerste 1000 dagen). Hierbij betrekken we ook het perspectief van de publieke gezondheid.
Rianne van der Kleij, Melissa van der Windt, Régine Steegers-Theunissen, Tessa Roseboom

12. Beweging

Samenvatting
Beweging, ook wel fysieke activiteit genoemd, is een overkoepelend begrip dat zowel geplande en gestructureerde trainingen als alle andere lichamelijke activiteiten omvat. Wetenschappelijk onderzoek heeft vele positieve effecten van beweging aangetoond op risicofactoren voor chronische aandoeningen en op ziektespecifieke uitkomsten. Vanwege deze belangrijke effecten speelt beweging een essentiële rol in zowel de preventie als de behandeling van veelvoorkomende chronische aandoeningen. Ondanks het wetenschappelijke bewijs en de aanbevelingen van zowel beweegrichtlijnen als ziektespecifieke richtlijnen, bewegen de meeste mensen, en met name ouderen, te weinig. Hierin kunnen ook wij als zorgverleners iets betekenen. Daarom biedt dit hoofdstuk niet alleen een overzicht van de effecten van beweging en aanbevelingen volgens de huidige richtlijnen, maar ook handvatten voor zorgverleners om patiënten in beweging te krijgen. Ten slotte benadrukken we het belang van een goede organisatie van bewegingszorg.
Joep Teijink, Sandra Jansen

13. Voeding

Samenvatting
Gezond eten is een van de pijlers van leefstijlgeneeskunde. Het veranderen van een voedingspatroon kan zorgen voor snelle verbetering van bijvoorbeeld darmklachten, lichaamsgewicht, bloedlipiden en bloedglucose. Voeding is dus een krachtig medicijn, maar tegelijkertijd is het lastig om voedingsgewoonten te veranderen, ook omdat de maatschappij voortdurend verleidt tot méér en ongezond eten. Wat is nu gezond eten? De belangrijkste basis is het eten van zo veel mogelijk verse en onbewerkte voedingsmiddelen. Er zijn meerdere voorlichtingsmodellen voor voeding, zoals de Schijf van Vijf en de PuurGezond Piramide. Voor gezond eten bestaat geen standaardrecept dat voor iedereen geldt. Het is daarom altijd zinvol om patiënten door te verwijzen naar een diëtist als ze een dieet nodig hebben, en/of naar een diëtist, leefstijlcoach of gewichtsconsulent als ze gezonder willen eten of willen afvallen.
Karine Hoenderdos, Mary Stottelaar, Angela Severs, Christel Vondermans

14. Slaap

Samenvatting
Leefstijl en slaap gaan hand in hand. Een gezonde leefstijl, waarbij de omstandigheden rondom de slaap optimaal zijn, heeft een positieve invloed op de kwaliteit van de slaap. Andersom geldt dat een slechte slaap kan leiden tot vermoeidheid overdag, wat een ongezonde leefstijl in de hand kan werken. Dit hoofdstuk legt de fysiologie van slaap uit en zoomt in op het belang van een goede slaap voor het algemeen welbevinden. Het laat verder zien hoe slaapproblemen in kaart kunnen worden gebracht en welke stappen genomen kunnen worden om de slaap te verbeteren.
Merijn van de Laar, Ingrid Verbeek

15. Gedragsverandering

Samenvatting
Dit hoofdstuk laat zien dat beklijvende gedragsverandering niet eenvoudig te bewerkstelligen is. Klassieke aanpakken die uitgaan van de premisse dat kennis en houding het gedrag bepalen, zullen weinig effect sorteren. Bij het ondersteunen van gezond gedrag bij patiënten dienen we niet alleen rekening te houden met kennis en houding, maar ook met weerstand, gewoonten, impulsgedrag, zelfinzicht en zelfregulatie, motivatie, vaardigheden en kansen om het gedrag uit te voeren. Om het gewenste gedrag vol te houden, kunnen we de volgende strategieën toepassen: verkennen en ondersteunen van intrinsieke motivatie en het voorkomen van frustratie; ondersteunen van zelfregulatie; aanboren van psychosociale hulpbronnen; hulp bij de vorming van gewoonten; en het ondersteunen van het aanpassen en inzetten van de fysieke en sociale omgeving.
Sander Hermsen, Amber Ronteltap

16. Positieve Gezondheid

Samenvatting
Positieve Gezondheid is de brede uitwerking van een nieuwe, dynamische omschrijving van gezondheid die veerkracht en eigen regie benadrukt. Positieve Gezondheid is geformuleerd ter vervanging van de statische definitie van gezondheid van de World Health Organization (WHO). Positieve Gezondheid bevordert de reflectie op het eigen leven op zes levensdimensies en stelt de vraag óf, en zo ja wát iemand zou willen veranderen en verbeteren. Positieve Gezondheid sluit aan op de eigen motivatie, dit brengt mensen in beweging en helpt hen veranderingen in hun leefstijl aan te brengen. Mensen doen dingen namelijk niet omdat ze dat moeten, maar omdat ze dat willen.
Machteld Huber, Karolien van den Brekel-Dijkstra

17. Mindfulness

Samenvatting
Mindfulness wordt met succes toegepast binnen de leefstijlgeneeskunde, met name voor het terugdringen van ziektelast of ziekteverschijnselen en ter verbetering van de kwaliteit van leven bij patiëntenpopulaties met uiteenlopende fysieke of mentale gezondheidsproblemen. Het doel van dit hoofdstuk is om de zorgprofessional een beknopte wetenschappelijke basis te geven voor de toepassingsmogelijkheden van mindfulness in de dagelijkse klinische praktijk. Dit hoofdstuk gaat daarom in op het begrip mindfulness en de mogelijkheid tot het trainen van mindfulness door middel van gestandaardiseerde mindfulnessprogramma’s, de werkingsmechanismen van mindfulness en de toepassing van mindfulness binnen de gezondheidszorg. Het besteedt tevens aandacht aan de inzet van mindfulness voor het verminderen van stress, voor het adequaat omgaan met ziekte en voor het bevorderen van gezonde gewoonten. Dit hoofdstuk licht tot slot toe hoe vaardigheden van mindfulness bijdragen aan het professioneel functioneren van zorgprofessionals.
Barbara Doeleman-van Veldhoven, Ellen Rouwet

18. E-health

Samenvatting
De toegenomen vraag naar zorg, groeiende zorguitgaven en personele schaarste vragen om aanpassing van de inrichting van onze gezondheidszorg. E-health biedt de mogelijkheid een deel van de huidige zorg te leveren bij de patiënt thuis door verplaatsing van zorg uit ziekenhuizen, huisartspraktijken en verzorgings- en verpleeghuizen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid met e-health meer patiëntinformatie te verzamelen dan nu mogelijk is, waardoor betere besluitvorming over diagnose en behandeling zou kunnen plaatsvinden. Ook voor preventie en leefstijlbegeleiding lijkt e-health geschikt. Zowel om ziekte te voorkomen als tijdens en na behandeling, door zorgconsumenten langdurig te begeleiden op het gebied van educatie, monitoring en coaching. Nieuwe technieken als serious gaming, het dynamisch aanpassen van apps en artificial intelligence dragen hieraan bij. Een combinatie van e-health en persoonlijke zorg (blended care) lijkt het meest effectief. Diepgaande wetenschappelijke onderbouwing van e-health is nog schaars en dient verkregen te worden.
Douwe Atsma, Niels Chavannes, Esther Talboom-Kamp

Nabeschouwing

Voorwerk

19. Leefstijlgeneeskunde als maatschappelijk medicijn

Samenvatting
De opkomst van de leefstijlgeneeskunde is een goed voorbeeld van de toenemende aandacht voor gezondheid en gedrag in de zorg. Een ontwikkeling die al enige tijd gaande is. Gezondheid en gedrag hebben echter ook alles te maken met hoe mensen dingen ervaren en de maatschappelijke context waarin dit plaatsvindt. Voor effectieve gedragsverandering is ook aandacht nodig voor de weerbarstigheid van het menselijk gedrag en de maatschappelijke omgeving. Vanuit leefstijlgeneeskunde zal verbinding gelegd moeten worden met de publieke gezondheid en alle partijen die daarin een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan GGD en gemeenten. De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) laat al goed zien wat daar allemaal bij komt kijken. Het is de kunst om die verbinding goed te leggen en wanneer dat lukt, kan leefstijlgeneeskunde ook bijdragen aan de aanpak van de uitdagingen voor de toekomst, maar dan gaat het verder dan alleen voeding en bewegen.
Johan Polder, Fons van der Lucht

20. Ethiek

Samenvatting
Anders dan in een klinische setting waar de patiënt met een klacht naar de arts komt, is er bij leefstijlgeneeskunde ook sprake van een aansporing tot bewustzijns- en gedragsverandering zonder, of voorafgaand aan, klachten. Dit roept specifieke ethische vragen op. In dit hoofdstuk lichten we er twee uit: (1) Hoe verhoudt deze niet gevraagde aansporing c.q. bemoeienis zich tot zelfbeschikking en vrijheid van patiënt en burger? Wegen de goede redenen en motieven voor die bemoeienis zwaarder dan het recht om het leven naar eigen goeddunken in te richten? (2) Hoe stellen we ons het kiezen van een andere leefstijl voor? Wat behelst dat kiezen en is iedereen er in gelijke mate voor toegerust? In de beantwoording van deze vragen besteden we tevens aandacht aan enkele gangbare morele oordelen over gezondheid en leefstijl, vooral hoe sociaal-economische status hierbij een rol speelt.
Eric van de Laar, Jenny Slatman

Nawerk

Meer informatie