Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In dit tweede deel van het Handboek gezondheidsrecht staat de beroepsbeoefening in de gezondheidszorg centraal. De nadruk ligt daarbij op het medisch handelen. Daarmee wordt niet voorbijgegaan aan de vele andere beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn in de gezondheidszorg. De beroepsbeoefening vindt steeds vaker plaats in instellingsverband en in andere samenwerkingsrelaties, hetgeen ook zijn weerslag vindt in de jurisprudentie.De juridische aspecten van samenwerking krijgen daarom de nodige aandacht. Kwaliteit is daarbij het sleutelbegrip. Bij kwaliteit gaat het ook om de hulpmiddelen die in het kader van de beroepsbeoefening worden gebruikt. Daaraan is nu een afzonderlijk hoofdstuk gewijd. Verder wordt in dit deel ingegaan op hulpverlening in bijzondere contexten, zoals bij orgaantransplantatie. Daarnaast komen thema's aan de orde als bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsgeneeskunde en preventie. En meer dan in de vorige drukken is er in dit deel aandacht voor de problematiek van de (tucht-, straf- en civielrechtelijke) aansprakelijkheid.(tucht-, straf- en civielrechtelijke) aansprakelijkheid.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Beroepsbeoefening en recht

Abstract
Tussen hulpverlening en recht bestaan van oudsher betrekkingen. De wetten van Hammoerabi kenden al regels voor de geneeskunde. Tegelijk hebben beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg steeds gestreefd naar exclusieve zeggenschap over de medische standaarden en de toelating tot het beroep, en steeds getracht een zo groot mogelijke eigen beslissingsruimte te verwerven ten aanzien van maatschappelijke, ethische en juridische normen. Er heeft, anders gezegd, in de gezondheidszorg altijd een zekere spanning bestaan tussen publieke regulering en zelfregulering door de professies.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

2. Kwaliteit van zorg: instellingen en beroepsbeoefenaren

Abstract
De betekenis van gezondheidszorg voor mensen wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van die zorg. De belangstelling voor dit onderwerp is in de afgelopen decennia sterk toegenomen.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

3. Kwaliteit van zorg: producten

Abstract
Kwaliteit heeft niet alleen betrekking op het handelen van instellingen en individuele beroepsbeoefenaars, maar evenzeer op de producten die bij de zorgverlening worden gebruikt. Daarbij gaat het vooral om bloed en daarvan afgeleide producten, (ander) lichaamsmateriaal, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Deze worden achtereenvolgens in dit hoofdstuk besproken. De productregulering in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door Europese regelgeving. Daarnaast is de kwaliteit van producten steeds aan preventieve toetsing onderworpen; dit in tegenstelling tot het handelen van instellingen en beroepsbeoefenaars, dat in het algemeen achteraf wordt getoetst.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

4. Beroepsbeoefening in bijzondere situaties

Abstract
In de gezondheidszorg staat het belang van de patiënt voorop. Daarop zijn de beroepsbeoefening en de behandelingsovereenkomst gericht. Dat neemt niet weg dat in de gezondheidszorg ook belangen van derden een rol kunnen spelen. Dat is onder meer het geval bij medisch-wetenschappelijk onderzoek metmensen, bij het verkrijgen van organen voor transplantatie in het belang van andere patiënten en bij medische keuringen. De aanwezigheid van dergelijke andere belangen houdt het risico in dat de gerichtheid van de hulpverlening op de patiënt in het gedrang komt. Daarom zijn bij derdenbelangen in de gezondheidszorg extra maatregelen nodig ter bescherming van de patiënt– en veelal ook wettelijke regeling.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

5. Wetenschappelijk onderzoek

Abstract
Wetenschappelijk onderzoek is voor de ontwikkeling van de gezondheidszorg en de medisch-professionele standaard onontbeerlijk. Allerlei vormen van onderzoek worden in de gezondheidszorg toegepast: exploratief, descriptief, toetsend en experimenteel onderzoek komen voor, naast analytische en zuiver theoretische studies. In de medische wetenschap heeft vooral het experimentele onderzoek een hoge vlucht genomen.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

6. Orgaan- en weefseltransplantatie

Abstract
Onder transplantatie wordt verstaan het uitnemen (explantatie) van bestanddelen (organen, weefsels) uit een menselijk lichaam, die vervolgens ter genezing van ziekte worden ingebracht bij anderen. In de afgelopen decennia is door de toegenomen mogelijkheden op het gebied van de transplantatiegeneeskunde de behoefte aan organen aanzienlijk toegenomen. Het is niet te verwachten dat die behoefte in de nabije toekomst op andere wijze kan worden vervuld. Het is dus van groot belang dat burgers organen en weefsels voor transplantatie doneren. Bevordering van het aanbod van geschikte organen is een belangrijk doel van de Wet op de orgaandonatie (Wod). Overige doelstellingen van die wet zijn: het vergroten van de rechtszekerheid van betrokkenen, het bevorderen van een rechtvaardige verdeling van beschikbaar gekomen organen en het voorkomen van handel in organen. Voor de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal is daarnaast de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal (Wvkl) van belang.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

7. Medische keuringen

Abstract
Eenmedische keuring is de beoordeling van de gezondheidstoestand van een persoon om vast te stellen of deze vanuit medisch oogpunt geschikt is voor een opleiding, het verrichten van bepaald werk of van bepaalde activiteiten, recht kan doen gelden op een aanspraak of een voorziening, of in aanmerking komt voor een verzekering. Wanneer een dergelijk doel niet aanwezig is, wordt in het algemeen niet van een keuring gesproken. Een onderzoek in het kader van bevolkingsonderzoek is dus geen keuring. Meestal wordt een medische keuring verricht in opdracht van een derde, maar dat is niet altijd het geval (sportkeuring).
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

8. Preventie, gezondheidsbescherming en -bevordering

Abstract
Preventieve voorzieningen kunnen, voor zover ze bij menselijk gedrag aanknopen, op het individu of op collectiviteiten zijn gericht. Individuele preventie vindt onder andere plaats in het kader van de relatie tussen de patiënt en de behandelend arts, bijvoorbeeld als er een dieet wordt voorgeschreven, een leefadvies of erfelijkheidsadvisering wordt gegeven. Maar ook curatieve activiteiten kunnen een individueel preventief aspect hebben, voor zover ze verergering van ziekte of de gevolgen van een ziekte beogen te voorkomen. Deze individuele preventieve activiteiten blijven in dit hoofdstuk buiten beschouwing.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

9. Aansprakelijkheid en individuele beroepsuitoefening

Abstract
De individuele beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg kan op verschillende manieren aansprakelijk worden gesteld. Het kan gaan om tuchtrechtelijke, strafrechtelijke en/of civielrechtelijke aansprakelijkheid. Bestuursrechtelijke aansprakelijkheid zal bij een individuele beroepsbeoefenaar niet snel aan de orde zijn. Deze aansprakelijkheden kunnen onafhankelijk van elkaar of samen een rol spelen in die gevallen dat er sprake is van beroepsmatig foutief handelen. Daarnaast dienen instellingen en beroepsbeoefenaars, die zorg verlenen als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en/of AWBZ, een regeling te treffen voor de behandeling van klachten. Die regeling houdt onder meer in dat er een klachtencommissie is (ofwel daarbij aansluiting is gezocht) die klachten behandelt. Klachten over foutief handelen kunnen ook daar worden aangekaart, maar het oordeel van een dergelijke commissie is niet bindend. In dit deel wordt volstaan met op te merken dat een klachtprocedure soms wordt gebruikt als voorportaal voor een tuchtrechtelijke of civielrechtelijke procedure.
H. J. J. Leenen, J. C. J. Dute, W. R. Kastelein

Nawerk

Meer informatie