Handboek beeldende therapie | mijn-bsl Skip to main content
Top

2009 | Boek

Handboek beeldende therapie

Uit de verf

Auteurs: Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Boekenserie : Methodisch werken

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Het Handboek Beeldende Therapie geeft voor het eerst in zestig jaar beroepsuitoefening een overzicht van de Nederlandse beeldende therapie. Beschreven worden de belangrijkste bestaande visies, methoden en methodieken.Deel 1 geeft informatie over de achtergronden van het beroep: de geschiedenis en theoretische kaders.Deel 2 is gericht op de methodische beroepsuitoefening in de praktijk.Deel 3 handelt over voorwaarden voor professionaliteit, zoals facilitering en maatschappelijke positionering en onderbouwing van het professioneel handelen door middel van onderzoek.Het boek en bijbehorende DVD bieden ondersteuning voor docenten en studenten van de hbo–opleiding tot beeldend therapeut. Daarnaast is het een naslagwerk voor de beroepsbeoefenaar. Er zijn veel literatuurverwijzingen opgenomen voor nadere bestudering van onderwerpen waar de lezer in geïnteresseerd is.Het verkregen overzicht in dit handboek, draagt bij tot een eenduidiger en steviger beroepsbeeld. Ook heeft dit overzicht bijgedragen tot nieuwe inzichten op het vakgebied over mogelijke en noodzakelijke verdere ontwikkelingen in het beroep.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Inleiding
Een beeldend therapeut helpt mensen met problemen met behulp van beeldende werkvormen op professionele wijze. Een diepgaande belangstelling voor beeldende materialen is nodig voor de uitoefening van dit beroep. Bij de beroepsuitoefening spelen zowel technisch ambachtelijke toepassingsmogelijkheden van beeldende materialen een rol, als kunstzinnige en expressieve mogelijkheden. Daarnaast is het persoonlijk vermogen om een goede hulpverlenersrelatie op te bouwen en te onderhouden een vereiste. Theoretische kennis ondersteunt het handelen in de praktijk: mensvisies, psychologische stromingen, kennis van psychische en psychiatrische problematieken, psychosociale ontwikkelingsmogelijkheden.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris

Achtergronden

Voorwerk
1. Beeldende therapie
Een handboek over beeldend therapie zou geen handboek zijn als het niet zou beginnen met de definiëring van het begrip ‘beeldende therapie’. De identiteit van het beroep wordt onderschreven door een-duidige hantering van dit begrip.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
2. Fundamentele vaardigheden
Op welke fundamenten berust het methodisch handelen van de beel-dend therapeut? In dit hoofdstuk staat deze vraag centraal. De drie basistheorieen uit paragraaf 1.4 en de werking van het brein vormen de opmaat naar dit hoofdstuk waarin als grondpatroon drie driehoe-ken centraal staan (zie afbeelding 2.1). Deze drie driehoeken vormen de basis van de funderende vaardigheden waarmee elke beeldend therapeut op een of andere manier zijn ‘gereedschapskist’ vult. Elke driehoek betreft een specifiek aandachtsgebied. De drie aandachts-gebieden bij elkaar dragen bij aan de basisvaardigheden, kennis, vaardigheden, attitude en het inzicht van de beeldend therapeut om doelgerichte interventies te plegen. De driehoeken zijn overigens niet specifiek voor de beeldend therapeuten en kunnen door alle vakthe-rapeuten toegepast worden. De driehoekvorm verwijst naar drie enti-teiten en naar de interacties tussen alle drie door middel van de drie lijnen. Welke betekenis op welke plaats staat afgebeeld, boven, onder, links of rechts, maakt geen verschil.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris

De beroepspraktijk

Voorwerk
3. Fasering van de behandeling
Een planmatige opzet in beeldende therapie begint bij de wijze waarop een cliënt naar een beeldend therapeut toe komt, eventueel verwezen wordt. Het eindigt bij de wijze waarop op de behandeling wordt teruggekeken en waarop eventuele vervolgvragen worden geformuleerd. Daartussen ligt een reeks van stappen bestaande uit ervaringen, beslissingen en handelingen die een zekere logische volgorde hebben. De stappen worden in dit hoofdstuk beschreven vanuit het principe van de regulatieve cyclus, de logica ervan wordt omschreven vanuit het ‘klinisch redeneerproces’.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
4. Interventies
Interventies vormen de essentie van net therapeutisch handelen. De beeldend therapeut kan de cli ënt allerlei materialen en technieken aanbieden op heel veel verschillende manieren, op talloze momenten, met soms voorspelbare, maar ook onvoorspelbare resultaten. Een interventie is dan ook geen vaststaande en eenduidig omschreven handeling, maar heeft tal van verschijningsvormen. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat interventies zijn, wat beweegredenen kunnen zijn om een interventie te plegen, wat voor soorten interventies er zijn, beschreven worden interventies in de creatieftherapeutische driehoek en praten als interventie. Praten als interventie wordt beschreven met voorbeelden per werkwijze. Ten slotte wordt aangegeven wat beel-dende therapie kan betekenen voor doelgroepen waarvoor praten minder vanzelfsprekend is, of juist té gemakkelijk gaat. In hoofdstuk 3 over de fasering van de behandeling werd uitgebreid ingegaan op de specifieke kenmerken van de behandelfasen. Iedere behandelfase van een therapie kent haar eigen specifieke momenten waarop bepaalde interventies plaatsvinden. Op de dvd staan veel voorbeelden van interventies in de beeldende therapie.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
5. Methoden, methodieken en diagnostische instrumenten
De beeldende therapie kent een groot palet van verschillende metho-den en methodieken. In sommige daarvan zijn de theoretische wortels goed te herkennen. Andere methoden zijn specifiek voor ééen doel-groep uitgewerkt en weer andere methoden zijn nadrukkelijk het resultaat van wat men ‘best practice’ noemt. Opleidingsachtergrond en ervaring van de beeldend therapeut en ook de doelgroep die be-handeld wordt, zijn verder medebepalend voor wat men in de praktijk als methoden heeft uitgewerkt.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
6. De beeldend therapeut in de organisatie
Beeldend therapeuten werken in verschillende organisatievormen. Veel beeldend therapeuten werken in de geestelijke gezondheidszorg, de ggz, of in net onderwijs, een eigen praktijk of een ander werkveld. In de ggz hebben de laatste jaren veel vernieuwingen plaatsgevonden die gevolgen hebben voor de positie in de instelling van de beeldend therapeut. Deze krijgt steeds vaker te maken met meerdere doelgroe-pen op meerdere afdelingen en dus met mogelijk andere visies, verschillende teams en verschillende vraagstellingen.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
7. Faciliteiten
Jan van 5 jaar komt voor net eerst mee naar de beeldendthera-pieruimte. Het is de eerste van drie observaties. Verwachtingsvol loopt hij mee, maar een gesprekje zit er onderweg niet echt in. Spelende kinderen van een andere groep, de wind, dwarrelende bladeren, alles vraagt zijn aandacht. Ook binnen in het grote gebouw ziet hij van alles wat hij even aan wil raken. De route naar de ruimte verloopt zigzaggend via schilderijen, beletlampjes en koffieautomaten. Maar eenmaal zittend aan tafel luistert Jan stil naar een korte uitleg, terwijl zijn blik langs de gesloten kasten dwaalt. Als hij hoort dat hij de volgende keer een opdracht krijgt, maar nu zelf mag kiezen wat hij gaat doen, vraagt hij timide of hij nú geen opdracht kan krijgen: hij weet niets te verzinnen. Hij krijgt echter eerst een rondleiding langs de materialen. Vooral bij de houtbak, de gereedschapskast en dan bij de schopschijf leeft hij op. Jan weet wat hij wil: een kleitaart maken op de schopschijf en de volgende keer met hout een boot maken en nooit een opdracht krijgen!
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris

Professionalisering en positionering

Voorwerk
8. Onderzoek en beeldende therapie
Beeldend therapeuten in Nederland hebben in het algemeen een hboopleiding en zijn echte praktijkmensen. De praktijk van de beeldend therapeut is echter een complex geheel van belangen die om veel nuancering en uitwerking vragen. Een cliënt heeft als eerste doel zo goed en zo snel mogelijk weer zelfredzaam, gelukkiger of beter worden. Een professional heeft als centraal doel meer te weten over hoe kwalitatief goed, ‘effectief’, ‘juist’ en ‘waardevol’ te handelen. Een verzekeraar heeft als eerste doel meer te weten over efficieënt en effectief werken. Een goed algemeen kader en beheersbare kosten zijn van groot belang.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
9. Professionalisering en positionering in perspectief
De professionalisering van een beroep kan worden omschreven met begrippen als ‘institutionalisering’ en ‘legitimering’. Dit krijgt vorm in kaders zoals een beroepsvereniging, eigen deskundigheidsdomeinen, beroepsprofiel, kwaliteitsregistratiesysteem, een eigen beroepscode en tuchtrecht en kwaliteitscriteria voor de beroepsopleidingen.
Celine Schweizer, Jacqueline de Bruyn, Suzanne Haeyen, Bert Henskens, Henriette Visser, Marijke Rutten-Saris
Nawerk
Meer informatie
Titel
Handboek beeldende therapie
Auteurs
Celine Schweizer
Jacqueline de Bruyn
Suzanne Haeyen
Bert Henskens
Henriette Visser
Marijke Rutten-Saris
Copyright
2009
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-7348-2
Print ISBN
978-90-313-5253-1
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-7348-2