Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Van het maken van een ondernemingsplan, het doen van een marktanalyse, de keuze van je praktijkvorm, het vinden van een praktijkruimte, het ontwikkelen van een huisstijl, het werven van cliënten, het onderhouden van je netwerk, de beroepsverenigingen, de beroepscode, de overheid, ziektekostenverzekeraars, belastingzaken, verzekeringen, de wetgeving, de politiek tot aan de boekhouding en de administratie. Alles wat er komt kijken rondom het organiseren van je werk.

Maar ook: welke kwaliteiten heb je nodig om het als vrijgevestigde psycholoog te kunnen redden? Durf je initiatief te nemen? Jezelf te profileren? Op mogelijke verwijzers af te stappen? Wat zijn je capaciteiten en aan welke verbeterpunten kun je werken?

Na het lezen van dit boek kun je voor jezelf een gemotiveerde beslissing nemen of het starten van een praktijk voor jou de juiste keuze is. En als deze beslissing positief uitvalt, biedt dit boek je meteen een handreiking zodat je weet waar te beginnen en wat je af kunt vinken om je praktijk in de steigers te zetten. Succes!

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Starten van een praktijk

Inleiding
In tijdschriften, wijkblaadjes, bijlagen bij kranten en op internet staan ze tegenwoordig regelmatig: de stappenplannen om voor jezelf te beginnen. Van simpel: Stap 1. Besluit om het te doen… Stap 6. Zoek en vind klanten; tot gedetailleerd: bijvoorbeeld het stappenplan van de mkb-servicedesk (www.mkbservicedesk.nl). Of het stappenplan van de stichting zzp (www.zzp-nederland.nl).
Els van den Heuvel

2. Public relations en je netwerk

Inleiding
De belangrijkste vraag voor een psycholoog als beginnend ondernemer is: hoe kom ik aan cliënten? Afwachten tot ze je vanzelf weten te vinden, is meestal geen optie. Actief reclame maken wordt in deze branche vaak niet kies gevonden, al verschuift de mores hierover met de opkomst van meer commerciële organisaties die hun plek veroveren binnen de eerste lijn.
Els van den Heuvel

3. Belasting- en verzekeringszaken

Inleiding
Veel zelfstandig gevestigde psychologen zien zichzelf in de eerste plaats als zorgverlener en minder als ondernemer. Hun interesse en aandacht gaan vooral uit naar de inhoudelijke aspecten van hun werk. Sommigen hebben er zelfs moeite mee om geld te vragen voor hun diensten. Ze zien het als niet-ethisch om geld te vragen voor het verlenen van hulp (Bouman, 2010).
Els van den Heuvel

4. Financiële en administratieve aspecten

Inleiding
Als je een eigen praktijk begint zijn de volgende vragen van belang: wat brengt het mogelijk op en met welke kosten moet je rekening houden? Dit alles hangt onder meer af van de opzet waarvoor je kiest. Een psycholoog met een praktijk aan huis zal minder geld kwijt zijn dan een psycholoog die een ruimte huurt of samen met anderen huurt of een pand koopt. In dit hoofdstuk werk ik globaal de kosten uit voor een psycholoog die een ruimte huurt in een gezondheidscentrum, een psycholoog met een praktijk aan huis of een psycholoog in een maatschap, kortom voor de solopraktijk. Ik geef een overzicht van de investeringskosten bij het starten van de praktijk en van de exploitatiekosten. Daarbij maak ik een onderscheid in maandelijkse kosten en jaarlijks terugkerende kosten.
Els van den Heuvel

5. Juridische en ethische aspecten

Inleiding
Tot de jaren negentig van de vorige eeuw was er nog nauwelijks sprake van wet- en regelgeving rondom het beroep van (gz-)psycholoog. De rechten van patiënten waren vastgelegd in de wet uit 1884, die het staatstoezicht op krankzinnigen regelde. In 1992 werd deze wet herzien in de Wet bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw ontstonden onder invloed van de patiëntenbeweging nieuwe wetten om de rechten van de patiënt te beschermen: bijvoorbeeld de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) (1993), de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) (1994) en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) (1995) of de Wet Kwaliteit Zorginstellingen (WKI) (1996) (Baneke, 2002). Later kwamen daar nog bij: de Wet bescherming persoonsgegeven (Wbp) (2000) en de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z) (2008). Doel van deze wetten en regels is om de rechten van de cliënt te beschermen of om de gang van zaken tussen hulpverleners en organisaties te regelen.
Els van den Heuvel

6. Kwaliteit

Inleiding
In tijden van economische crisis kan het aantal cliënten teruglopen. Om te kunnen overleven te midden van andere collega’s op de markt, komt het aan op je goede naam. Die verdien je door kwaliteit te leveren. Door middel van een kwaliteitszorgsysteem of kwaliteitsmanagementsysteem ga je na wat de stand van zaken is met betrekking tot de kwaliteit van je dienstverlening en breng je waar nodig verbetering aan. Een kwaliteitszorgsysteem heeft betrekking op de organisatorische structuur, processen en procedures, die nodig zijn voor het uitvoeren van de zorg. Met certificering kun je vervolgens eventueel je kwaliteitsniveau laten toetsen door een externe instantie en kun je na goedkeuring een kwaliteitskeurmerk krijgen.
Els van den Heuvel

7. Toekomstscenario’s

Inleiding
De kosten voor de geestelijke gezondheidszorg stijgen elk jaar met 8% (ministerie van VWS, 2012). Volgens de cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is het aantal ambulante contacten tussen 2003 en 2007 meer dan verdubbeld. De NZa verwacht dat de kosten voor de zorg als gevolg van de toenemende vergrijzing de komende decennia verder zullen stijgen. De indirecte kosten zijn zelfs nog hoger dan de directe kosten van de zorg: 37% van de arbeidsongeschikten in Nederland heeft een psychische aandoening. En een derde van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door psychische factoren (NZa, 2011a). 42,7% van de Nederlandse bevolking krijgt ooit te maken met een psychische stoornis, 20,1% krijgt last van stemmingsstoornissen, 17,6% van angststoornissen, 17,1% van middelenstoornissen en 7,2% van aandachtstekort- en gedragsstoornissen (Bijl e.a., 1997; Graaf e.a., 2002b; Graaf e.a., 2010; Vollebergh e.a., 2001, Vollebergh e.a., 2003). Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) geeft aan dat de kosten voor eerstelijnspsychologische zorg meer dan gemiddeld zijn gestegen, sinds eerstelijnspsychologische zorg in 2008 in het basispakket is opgenomen. Redenen hiervoor zijn onder andere dat er meer aanbieders zijn gekomen en een groeiend aanbod leidt tot een groeiende vraag en dat de overheid bevordering van eerstelijnszorg stimuleert (Van Diggelen e.a., 2012).
Els van den Heuvel

8. Beslisboom en checklist

Inleiding
Het starten van een eigen praktijk, of zelfs een kliniek, zoals medewerkers van de Volkskrant aantoonden (Trommelen & De Visser, 2013), is niet zo moeilijk. Het hoofd boven water houden als zelfstandig ondernemer wel. In 2012 werden nog steeds meer bedrijven opgericht dan opgeheven. Wel daalde het aantal starters ten opzichte van 2011 met negentienduizend en steeg het aantal opgeheven bedrijven met elfduizend. Het aantal zzp’ers stijgt sinds 2011 dus minder dan voorheen, dit omdat naast het aantal starters ook een groeiend aantal ondernemers hun bezigheden moet staken (BN De Stem, 2012). Deze daling is in alle branches merkbaar, zeven op de tien starters betreft een eenmanszaak (Wijnen & Pouwels-Urlings, 2013) Een deel van de zzp’ers in de zorg bestaat uit psychologen, die een eigen praktijk beginnen. De redenen om voor zichzelf te beginnen zijn niet altijd positief: veel zzp’ers starten omdat ze niet werkloos willen zijn. In tijden van economische crisis nemen werkgevers minder mensen aan en huren ze liever zzp’ers in. Hier hoeven ze immers geen sociale lasten voor te betalen. Veel mensen dromen ervan om voor zichzelf te beginnen. Toch blijft het vaak bij dromen. Hoe aantrekkelijk het ook kan lijken, aan eigen baas zijn zitten ook nadelen waarbij vooral de financiële onzekerheid een belangrijke factor is (Ullenbroek, 2012; Troost & Van den Bergh, 2012). Aan de andere kant biedt een bestaan als zzp’er de mogelijkheid tot flexibele werktijden en parttime werken. Uit onderzoek blijkt dat ondanks langere werktijden en variabele en vaak minder inkomsten, mensen die voor het ondernemerschap kiezen tevredener zijn dan mensen in loondienst. Dit komt vooral door de hogere mate van autonomie en controle over hun werk, die mensen ervaren als ze eigen baas zijn, in vergelijking met mensen in loondienst (Hartog e.a., 2010).
Els van den Heuvel

Nawerk

Meer informatie