Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: Tijdschrift voor Urologie 1/2022

Open Access 04-01-2022 | Artikel

Gynaecomastie en mastodynie als gevolg van androgeendeprivatietherapie bij prostaatkanker

Auteurs: Msc J. J. E. (Anja) van Wijk-van Buuren, drs. C. V. M. (Monique) Vahedi Nikbakht-van de Sande, drs. Margreet C. Kerkmeer, drs. A. C. M. (Addy) van de Luijtgaarden

Gepubliceerd in: Tijdschrift voor Urologie | Uitgave 1/2022

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

In het Reinier de Graaf Gasthuis maken mannen die androgeendeprivatietherapie krijgen vanwege prostaatkanker nauwelijks gebruik van behandelingen ter preventie van gynaecomastie en mastodynie. In een vragenlijstonderzoek is het optreden van gynaecomastie en mastodynie onderzocht, de impact ervan op kwaliteit van leven, de informatieverstrekking erover en redenen om geen preventieve behandelingen te gebruiken. Van de 100 deelnemers (respons 64,1%) ontwikkelde 37,1% gynaecomastie en 13,4% mastodynie. Op vijf na waren alle mannen geinformeerd over deze bijwerkingen. Reden om preventieve behandeling af te wijzen was de vrees voor meer bijwerkingen. Het hebben van bijwerkingen was niet gerelateerd aan de keuze voor een preventieve behandeling (84%). Alle ondervraagden waren goed op de hoogte van de mogelijke bijwerkingen, maar niet van de mogelijke preventieve maatregelen hiertegen. Het vooruitzicht van het krijgen van gynaecomastie en mastodynie lijkt erger dan het hébben van deze bijwerkingen.
Opmerkingen

Digitaal aanvullende content

De online versie van dit artikel (https://​doi.​org/​10.​1007/​s13629-021-00344-9) bevat aanvullend materiaal, toegankelijk voor daartoe geautoriseerde gebruikers.

Inleiding

Prostaatkankercellen groeien onder invloed van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Bijna de helft van alle mannen met prostaatkanker (incidentie 12.600 per jaar in Nederland) krijgt androgeendeprivatietherapie (ADT) aangeboden in de vorm van luteïniserend hormoon ‘releasing’ hormoon-agonisten (LHRHa) of antiandrogeentabletten, zoals bicalutamide, enzalutamide of abiraterone [1]. ADT beperkt de aanmaak van testosteron, wat de levensverwachting met jaren kan verlengen. De keerzijde is disbalans tussen de testosteron- en de oestrogeenspiegel, waardoor gynaecomastie (borstvergroting) en mastodynie (gevoelige borsten) kunnen optreden [24]. Ter preventie kan een eenmalige korte bestraling van de borstklier worden gegeven, met lichte, voorbijgaande roodheid als bijwerking [5], of dagelijks een tablet tamoxifen voor de duur van de ADT: een van de selectieve oestrogeenreceptormodulatoren, met een anti-oestrogene werking. Hiervan zijn de bijwerkingen opvliegers en transpireren mild, maar tamoxifen-gebruik kan gepaard gaan met veneuze trombose en cardiovasculaire bijwerkingen [2, 4, 610]. De mannen die in het Reinier de Graaf Gasthuis (RdGG) worden behandeld met ADT maken echter nauwelijks gebruik van deze behandelingen, om onduidelijke redenen.
Met een vragenlijst is inzicht verkregen in het optreden van gynaecomastie en mastodynie, de impact hiervan op kwaliteit van leven en therapietrouw, de informatieverstrekking erover en redenen om geen preventieve behandelingen te gebruiken.

Materiaal en methode

Er is een cross-sectioneel, kwantitatief onderzoek uitgevoerd met een vragenlijst (bijlage 11), die bestond uit vier onderdelen: a) de incidentie van gynaecomastie en mastodynie en de problemen die men daarbij ondervindt; b) de volledigheid van de informatieverstrekking bij de start van ADT; c) wel of niet kiezen voor een behandeling ter voorkoming van gynaecomastie en mastodynie en d) de achtergrondvariabelen leeftijd, werksituatie, relatiestatus, opleiding en het op dat moment ontvangen van een curatieve hetzij palliatieve behandeling om verbanden tussen deze parameters en het wel of niet kiezen voor een preventieve behandeling te achterhalen.
De onderzoekspopulatie bestond uit alle mannen tussen de 18 en 90 jaar die waren gediagnosticeerd met prostaatcarcinoom en die in 2017 en 2018 in het RdGG waren gestart met ADT. In februari 2019 is per post naar 156 patiënten een informatiebrief gestuurd met uitleg over het onderzoek, de vragenlijst en een informed consentformulier. Bij uitblijven van respons zijn de patiënten nagebeld met het verzoek de vragenlijst alsnog in te vullen. Alle ontvangen vragenlijsten zijn in Castor EDC (een digitaal platform voor het vastleggen van medische onderzoeksgegevens) ingevoerd, en data zijn geëxporteerd naar SPSS.

De vragenlijst

De vragen voor onderdeel a zijn overgenomen uit de gevalideerde vragenlijst ‘Expanded Prostate Cancer Index Composite (EPIC)-26 hormonal assessment bij prostaatkanker’, die voor dit doel in het Nederlands is vertaald door J. van Tol-Geerdink [11]. Met dit onderdeel is de incidentie van gynaecomastie en mastodynie gemeten op nominaal niveau. De ondervonden problemen daarbij konden op een vijfpuntsschaal worden gewaardeerd: van ‘geen probleem’ tot en met ‘een groot probleem’. Met de vragen uit onderdeel b is onderzocht hoe men de informatieverstrekking over ADT, en in het bijzonder over gynaecomastie en mastodynie, had ervaren. De vragen zijn op nominaal niveau en bestaan uit meerkeuzevragen en ja/nee-vragen. De hoofdonderzoeker heeft deze vragen zelf geformuleerd, omdat over dit onderwerp geen gevalideerde vragenlijsten bestaan. Dit geldt ook voor de vragen in c, die betrekking hebben op de keuze voor wel of geen preventieve behandeling. Voorafgaand aan deze vragen zijn de twee mogelijke preventieve behandelingen en de mogelijke bijwerkingen toegelicht waarna met open vragen de motivatie van de keuze is onderzocht. De antwoorden op die vragen zijn op basis van de volgende categorieën ingedeeld en geanalyseerd: ‘geen last ervaren van de gynaecomastie of mastodynie’, ‘geen extra behandeling willen’, ‘opzien tegen de mogelijke bijwerkingen van de preventieve behandeling’ en ‘niet over voldoende informatie beschikken’. Onderdeel d tot slot bestaat uit meerkeuzevragen over achtergrondvariabelen, die zijn overgenomen uit de ‘Consumer Quality Index (CQI) poliklinische zorg’ [12] en uit de ‘Baseline Patient Reported Outcome Measures standaardset voor gemetastaseerde prostaatkanker’ van het ‘International Consortium for Health Outcome Measurements’ (ICHOM) [13]. Alle zelfontwikkelde vragen zijn door vier deskundigen uit het veld beoordeeld en daarna aan een testpanel van vier patiënten buiten het RdGG voorgelegd. De vragen werden goed begrepen door het testpanel en eenduidig beantwoord.

Statistische analyse

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is gebruikgemaakt van kruistabellen en chikwadraattoetsen voor nominale variabelen en puntbiseriële correlatie voor numerieke variabelen. Verder is beschrijvende statistiek toegepast. De data-analyse werd uitgevoerd met SPSS Statistics versie 25 (IBM, Chicago, IL, USA). Een p-waarde < 0,05 werd als statistisch significant beschouwd.

Medisch-ethische toetsingscommissie

Het onderzoeksvoorstel is goedgekeurd en niet WMO-plichtig verklaard door de medisch-ethische toetsingscommissie Zuidwest Holland (nummer 19-018). Alle verkregen gegevens zijn vertrouwelijk behandeld en anoniem verwerkt, en zullen na de wettelijke termijn van 15 jaar worden verwijderd.

Resultaten

Honderd van de 156 aangeschreven mannen (64,1%) hebben een ingevulde vragenlijst teruggestuurd. De analyse werd uitgevoerd met gegevens van 97 vragenlijsten, aangezien er drie incompleet waren. De demografische gegevens van de deelnemers staan in tab. 1. De mediane leeftijd was 73 jaar (range 45–89). De verdeling van het opleidingsniveau is gelijk aan dat in de algemene bevolking [14]. Meer dan de helft van de deelnemers werd ten tijde van het onderzoek palliatief behandeld met ADT. 37,1% (36/97) van de respondenten ontwikkelden na de start van ADT gynaecomastie en 13,4% (13/97) mastodynie. Voor 18 van de 36 mannen met gynaecomastie, van wie er 11 palliatief werden behandeld, was dit geen probleem. Een kwart, van wie er zeven palliatief werden behandeld, vond dit een zeer klein probleem. Voor één man was het echter een groot probleem. Zeven van de 13 mannen met mastodynie vonden het een klein probleem, één man vond het een groot probleem.
Tabel 1
Demografische gegevens respondenten (n = 100)
Leeftijd
in jaren
mediaan en gemiddelde
73
– range
45–89
Behandeling
n=100
– curatief
42
– palliatief
58
Type androgeendeprivatie
n=100
– Leuproreline (LHRH-agonist)
85
– Gosereline (LHRH-agonist)
 6
– Bicalutamide mono
 6
– Orchidectomie
 2
– Degarelix (LHRH-antagonist)
 1
Leefsituatie
n=96
– partner
84
– alleenstaand
12
Werksituatie
n=97
– pensioen/VUT/werkloos
72
– betaalde baan/zelfstandig ondernemer/vrijwilliger
25
Opleiding
n = 93
lo/lbo
27
vmbo/mavo/mulo
24
havo/mbo/vwo
15
hbo/wo
29
Nagenoeg alle mannen (95%) werden geïnformeerd over de bijwerkingen van ADT. In respectievelijk 68% (66/97) en 53,6% (52/97) van de gevallen werden daadwerkelijk gynaecomastie en mastodynie genoemd. De meest genoemde andere bijwerkingen waren opvliegers, erectieproblemen en libidoverlies (tab. 2). Een kwart (25,8%) van de respondenten (25/97) zou alsnog een preventieve behandeling willen ter voorkoming van gynaecomastie en mastodynie. Zes hadden deze bijwerkingen al ontwikkeld. Er kon echter niet worden aangetoond dat mannen met gynaecomastie of mastodynie eerder zouden kiezen voor een preventieve behandeling (p = 0,055) in vergelijking met mannen die deze bijwerkingen niet hadden ontwikkeld. 21 mannen zouden voor eenmalige bestraling hebben gekozen, van wie 12 dit ook hadden gekozen als de behandeling daardoor later zou starten en het niet zeker was of de bijwerking daadwerkelijk zou optreden. De drie mannen die voor tamoxifen zouden kiezen, gaven als reden dat het innemen van medicatie minder belastend is dan een bestraling. Voor 32 van de 72 mannen die niet voor een behandeling zouden kiezen, is de belangrijkste reden dat ze nu geen last of problemen ervaren.
Tabel 2
Informatieverstrekking bij ADT n = 100
Informatie gekregen vana
n
– uroloog
61
– verpleegkundige die injectie geeft
50
– oncoloog
27
– triageverpleegkundige urologie
20
– oncologieverpleegkundige
11
– verpleegkundig specialist i.o.
 6
– niet bekend
 4
– anders: schriftelijk
 8
Bijwerkingen die besproken zijna
n
– opvliegers
80
– erectieproblemen
66
– libidoverlies
65
– gebrek aan energie
51
– gewichtsverandering
50
– sombere buien
39
– veranderde lichaamsbeharing
35
– botontkalking
34
– veranderde vetverdeling
31
– anders: emotioneler, karakterverandering
10
Had informatie willen krijgen vana
n
– uroloog
70
– verpleegkundige die injectie geeft
43
– oncoloog
36
– triage-verpleegkundige urologie
23
– oncologieverpleegkundige
16
– verpleegkundig specialist i.o.
 3
– niet bekend
 4
– maakt niet uit van wie
 5
Expliciet gevraagd naar
n
– borstvergroting (n = 97)
66
– gevoelige borsten (n = 97)
52
Aantal informatieverstrekkers
n
– 1 persoon
29
– 2 personen
38
– 3 personen
15
– 4 personen
 5
– 5 personen
 1
– ontbrekend
12
a Het was mogelijk om meerdere antwoorden te geven
We vonden geen significante relatie tussen de leeftijd en het kiezen voor een preventieve behandeling (r = 0,001; p > 0,05). Wel was er sprake van een significant verband tussen het kiezen voor preventieve behandeling en curatief of palliatief worden behandeld. Zes van de mannen die curatief werden behandeld (24%) kozen voor een preventieve behandeling tegenover 19 van de mannen die palliatieve behandeling ondergingen. Dit verband was significant (χ2 = 4,13; p = 0,042) voor palliatief ADT-gebruik. Het verband tussen opleidingsniveau en een keuze voor een preventieve behandeling was niet significant (p = 0,404). Dit gold ook voor ‘werkzaam zijn’ (p = 0,323) en ‘een partner hebben’ (p = 0,476) (tab. 3 en 4).
Tabel 3
Verdeling tussen preventieve en voorkeursbehandeling
Kiest voor preventieve behandeling
n
Voorkeursbehandeling
 
– ja
25
eenmalig radiotherapie
21
– nee
72
dagelijks een tablet tamoxifen
 3
– ontbrekend
 3
ontbrekend
 1
Tabel 4
Relatie tussen preventieve behandeling en patiëntenkarakteristieken (n= 97)
Keuze preventieve behandeling? (n)
p
Significant
ontbrekend (n= 2)
gynaecomastie/mastodynie
 
  0,055
nee
– ja
 6
   
– nee
19
   
ontbrekend (n= 3)
palliatief/ADT
curatief ADT
  0,042
ja a
– ja
19
 6
  
– nee
38
34
  
ontbrekend (n= 3)
werk
geen werk
  
– ja
 6
19
  0,323
nee
– nee
11
61
  
ontbrekend (n= 4)
partner
geen partner
  
– ja
20
 4
  
– nee
64
 8
  0,476
nee
leeftijd
    
– mediaan (range)
73 (45–89)
 
> 0,05
nee
opleidingsniveau
  
  0,404
nee
– ontbrekend (n= 4)
lo lbo
mavo mulo
havo/mbo/vwo
hbo wo
– ja
 5
 6
  6
 7
– nee
22
17
  8
22
a Significant voor palliatieve behandeling

Discussie

Een belangrijke bevinding van dit onderzoek is dat ruim een derde van de respondenten gynaecomastie meldt, maar dat de helft van hen dit ‘geen probleem’ vindt. In de literatuur worden incidenties genoemd van 22–25% [2, 4]. Mastodynie is gemeld door 13 respondenten. Vergelijkende cijfers over mastodynie zijn in de literatuur niet beschikbaar.
Voor dit onderzoek en de geraadpleegde literatuur geldt dat de exacte incidentie van gynaecomastie moeilijk is vast te stellen. Voorafgaande aan de behandeling met ADT wordt zelden de omvang van de borsten vastgesteld, en idiopathische gynaecomastie komt voor bij oudere mannen [7]. Er kan sprake zijn van een pseudogynaecomastie, waarbij alleen vetweefsel aanwezig is en geen klierschijf. De incidentie in dit onderzoek kan hierdoor overschat zijn, ook omdat vooraf klier- of vetvorming van de borsten niet is onderzocht. Bij het overwegen van een preventieve behandeling zal pseudogynaecomastie moeten worden uitgesloten.
Driekwart van de respondenten was verteld dat gynaecomastie kan optreden. Uit ander onderzoek is gebleken dat 50% van de mannen niet op de hoogte was van de mogelijkheid van gynaecomastie [15]. In vier artikelen wordt beschreven dat patiënten en partners slecht zijn geïnformeerd over de bijwerkingen van LHRHa [5, 6, 15, 16]. Dit lijkt dus niet op te gaan voor de onderzochte populatie in het RdGG.
Mannen die voor een preventieve behandeling zouden kiezen, geven de voorkeur aan een preventieve eenmalige korte bestraling. Dit is ook het advies vanuit de literatuur; ondanks dat tamoxifen beter werkt ter voorkoming van gynaecomastie, veroorzaakt het meer bijwerkingen dan eenmalig radiotherapie [7].
We hebben geen significant verband aangetoond tussen leeftijd en de keuze voor wel of geen preventieve behandeling ter voorkoming van gynaecomastie en mastodynie, terwijl in de literatuur wordt verondersteld dat vooral ‘jonge mannen’ problemen zouden ondervinden van gynaecomastie [17]. Een mogelijke oorzaak voor deze tegenstelling is dat slechts 10% van onze onderzoekspopulatie jonger was dan 68 jaar.
Het opleidingsniveau van de onderzoekspopulatie was hetzelfde verdeeld als bij de algemene bevolking en komt volgens cijfers van het CBS overeen met de Nederlandse populatie [14]. Hoger dan wel lager opgeleid zijn, had geen invloed op de keuze voor een preventieve behandeling ter voorkoming van gynaecomastie en mastodynie. Ook werkzaam zijn en een partner hebben, had geen invloed. In de literatuur wordt beschreven dat artsen bij hun voorlichting wel rekening houden met de leeftijd van de patiënt, de relatiestatus en de duur van de ADT [5].
De respondenten uit dit onderzoek komen op veel kenmerken overeen met de Nederlandse populatie mannen met prostaatkanker. Hierdoor lijken onze uitkomsten generaliseerbaar naar mannen die elders in Nederland worden behandeld met ADT.
Waarschijnlijk zijn onze gegevens niet generaliseerbaar naar landen buiten Nederland, omdat er verband blijkt te zijn tussen ras, klimatologische en geografische aspecten en het behandelen van gynaecomastie ten gevolge van ADT [16]. In landen met een laag bruto binnenlands product worden mannelijkheid, mannelijke identiteit en seksuele uitstraling belangrijk gevonden, waardoor bij de behandeling met ADT gynaecomastie meer aandacht krijgt [16]. In landen met een hoog bruto binnenlands product wordt men eerder gescreend op en behandeld voor prostaatkanker, waardoor de overleving toeneemt en men langer last kan hebben van de bijwerking gynaecomastie.
Een mogelijke beperking van het onderzoek is dat we niet hebben onderzocht of men al op de hoogte was van preventieve behandelingen ter voorkoming van gynaecomastie en mastodynie. Deze informatie zou relevant kunnen zijn. Uit ons onderzoek blijkt echter dat de kans op deze bijwerking geen reden was om voor een preventieve behandeling te kiezen. Verder is de mogelijkheid van ‘sociaal wenselijke antwoorden’ niet uit te sluiten, alhoewel in de informatiebrief was vermeld dat het onderzoek anoniem is. Ook de beperkte steekproefgrootte (n = 100) kan een beperking zijn van dit onderzoek, al is het reactiepercentage van 64,1% hoog te noemen. Zwakke, maar significante signalen kunnen echter zijn gemist door een te lage power. Vervolgonderzoek zal daarom moeten worden uitgevoerd in een samenwerkingsverband van verschillende ziekenhuizen.

Conclusie

Uit ons onderzoek kan worden geconcludeerd dat mannen die in ons ziekenhuis met androgeendeprivatietherapie zijn behandeld, geïnformeerd zijn over de mogelijke bijwerkingen, maar onvoldoende op de hoogte zijn van behandelingen die mogelijk gynaecomastie en mastodynie kunnen voorkomen. Overigens vond het merendeel van de mannen die deze bijwerkingen ondervonden deze geen of slechts een zeer klein probleem. De mannen die gynaecomastie en mastodynie niet aan den lijve hebben ondervonden, kozen eerder voor een preventieve behandeling dan de mannen die gynaecomastie en mastodynie hebben ontwikkeld. Dit doet vermoeden dat de vrees voor het ontwikkelen van gynaecomastie en mastodynie erger is dan er werkelijk mee geconfronteerd zijn.
Open Access This article is distributed under the terms of the Creative Commons Attribution 4.0 International License (http://​creativecommons.​org/​licenses/​by/​4.​0/​), which permits unrestricted use, distribution, and reproduction in any medium, provided you give appropriate credit to the original author(s) and the source, provide a link to the Creative Commons license, and indicate if changes were made.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Voetnoten
1
Bijlage 1 is opgenomen als Electronic Supplemental Material (ESM).
 
Literatuur
2.
go back to reference Fagerlund A, Cormio L, Palangi L, et al. Gynecomastia in patients with prostate cancer: a systematic review. PLoS ONE. 2015;10:e136094. CrossRef Fagerlund A, Cormio L, Palangi L, et al. Gynecomastia in patients with prostate cancer: a systematic review. PLoS ONE. 2015;10:e136094. CrossRef
3.
go back to reference Tucci M, Leone G, Buttigliero C, et al. Hormonal treatment and quality of life of prostate cancer patients: new evidence. Minerva Urol Nefrol. 2018;70:144–51. PubMed Tucci M, Leone G, Buttigliero C, et al. Hormonal treatment and quality of life of prostate cancer patients: new evidence. Minerva Urol Nefrol. 2018;70:144–51. PubMed
4.
go back to reference Dobs A, Darkes MJM. Incidence and management of gynecomastia in men treated for prostate cancer. J Urol. 2005;174:1737–42. CrossRef Dobs A, Darkes MJM. Incidence and management of gynecomastia in men treated for prostate cancer. J Urol. 2005;174:1737–42. CrossRef
5.
go back to reference Tran S, Walker LM, Wassersug RJ, Matthew AG, McLeod DL, Robinson JW. What do Canadian uro-oncologists believe patients should know about androgen deprivation therapy? J Oncol Pharm Pract. 2014;20:199–209. CrossRef Tran S, Walker LM, Wassersug RJ, Matthew AG, McLeod DL, Robinson JW. What do Canadian uro-oncologists believe patients should know about androgen deprivation therapy? J Oncol Pharm Pract. 2014;20:199–209. CrossRef
6.
go back to reference Pope AJ, Abel PD. Androgen deprivation therapy for prostate cancer and its complications. Trends Urol Gynaecol Sex Health. 2010;15:32–7. CrossRef Pope AJ, Abel PD. Androgen deprivation therapy for prostate cancer and its complications. Trends Urol Gynaecol Sex Health. 2010;15:32–7. CrossRef
7.
go back to reference Alesini D, Iacovelli R, Palazzo A, et al. Multimodality treatment of gynecomastia in patients receiving antiandrogen therapy for prostate cancer in the era of abiraterone acetate and new antiandrogen molecules. Oncology. 2013;84:92–9. CrossRef Alesini D, Iacovelli R, Palazzo A, et al. Multimodality treatment of gynecomastia in patients receiving antiandrogen therapy for prostate cancer in the era of abiraterone acetate and new antiandrogen molecules. Oncology. 2013;84:92–9. CrossRef
8.
go back to reference Nguyen PL, Alibhai SM, Basaria S, et al. Adverse effects of androgen deprivation therapy and strategies to mitigate them. Eur Urol. 2015;67:825–36. CrossRef Nguyen PL, Alibhai SM, Basaria S, et al. Adverse effects of androgen deprivation therapy and strategies to mitigate them. Eur Urol. 2015;67:825–36. CrossRef
9.
go back to reference Baumgarten L, Dabaja AA. Diagnosis and management of gynecomastia for urologists. Curr Urol Rep. 2018;19:46. CrossRef Baumgarten L, Dabaja AA. Diagnosis and management of gynecomastia for urologists. Curr Urol Rep. 2018;19:46. CrossRef
10.
go back to reference Viani GA, Bernardes da Silva LG, Stefano EJ. Prevention of gynecomastia and breast pain caused by androgen deprivation therapy in prostate cancer: tamoxifen or radiotherapy? Int J Radiat Oncol Biol Phys. 2012;83:e519–e24. CrossRef Viani GA, Bernardes da Silva LG, Stefano EJ. Prevention of gynecomastia and breast pain caused by androgen deprivation therapy in prostate cancer: tamoxifen or radiotherapy? Int J Radiat Oncol Biol Phys. 2012;83:e519–e24. CrossRef
11.
go back to reference Van Tol-Geerdink JJ, Leer JWH, Oort IM van, et al. Quality of Life in prostate cancer treatments in patients comparable at baseline. Br J Cancer. 2013;108:1784–9. CrossRef Van Tol-Geerdink JJ, Leer JWH, Oort IM van, et al. Quality of Life in prostate cancer treatments in patients comparable at baseline. Br J Cancer. 2013;108:1784–9. CrossRef
13.
go back to reference Morgans AK, Van Bommel ACM, Stowel C, et al. Development of a standardized set of patient-centered outcomes for advanced prostate cancer: an international effort for a unified approach. Eur Urol. 2015;68:891–8. CrossRef Morgans AK, Van Bommel ACM, Stowel C, et al. Development of a standardized set of patient-centered outcomes for advanced prostate cancer: an international effort for a unified approach. Eur Urol. 2015;68:891–8. CrossRef
15.
go back to reference Walker LM, Tran S, Wassersug RJ, Thomas B, Robinson JW. Patients and partners lack knowledge of androgen deprivation therapy side effects. Urol Oncol. 2013;31:1098–105. CrossRef Walker LM, Tran S, Wassersug RJ, Thomas B, Robinson JW. Patients and partners lack knowledge of androgen deprivation therapy side effects. Urol Oncol. 2013;31:1098–105. CrossRef
16.
go back to reference Rot I, Wassersug RJ, Walker LM. What do urologists think patients need to know when starting on androgen deprivation therapy? The perspective from Canada versus countries with lower domestic product. Transl Androl Urol. 2016;5:235–47. CrossRef Rot I, Wassersug RJ, Walker LM. What do urologists think patients need to know when starting on androgen deprivation therapy? The perspective from Canada versus countries with lower domestic product. Transl Androl Urol. 2016;5:235–47. CrossRef
Metagegevens
Titel
Gynaecomastie en mastodynie als gevolg van androgeendeprivatietherapie bij prostaatkanker
Auteurs
Msc J. J. E. (Anja) van Wijk-van Buuren
drs. C. V. M. (Monique) Vahedi Nikbakht-van de Sande
drs. Margreet C. Kerkmeer
drs. A. C. M. (Addy) van de Luijtgaarden
Publicatiedatum
04-01-2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Tijdschrift voor Urologie / Uitgave 1/2022
Print ISSN: 2211-3037
Elektronisch ISSN: 2211-4718
DOI
https://doi.org/10.1007/s13629-021-00344-9