Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt zorgprofessionals om bewoners van instellingen voor ouderenzorg te benaderen als groep. Het is daarmee een aanvulling op de gangbare opleidingen, benaderwijzen en werkwijzen, die veelal uitgaan van het individu. Het boek richt zich primair op verzorgenden, verpleegkundigen en gedragsdeskundigen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. VERKENNING

Een brug tussen de ideale en feitelijke groep
Samenvatting
Dit boek gaat over het begeleiden van een groep cliënten. Maar wat is een groep eigenlijk, wat houdt dat in? De mensen die hiervan deel uitmaken kennen elkaar, delen gemeenschappelijkheden en hebben over en weer rollen en taken. Zo komen we al op een eerste uitdaging waarvoor de woonbegeleider in de chronische zorg staat. De cliënten zijn immers meer uren bij elkaar dan in een gezin, maar missen weer andere groepskenmerken waarmee je als begeleider rekening moet houden.
Ronald Geelen

2. BEGELEIDEN: DE BASISHOUDING

Liever een blij kind dan een schone plint
Samenvatting
Basis voor het begeleiden van groepen is de persoonsgerichte zorgvisie. Groepsbegeleiding kan niet zonder aandacht voor ieder individu. Je voorkomt dat je de hele dag met van alles bezig bent en daardoor het contact mist. Je houdt rekening met de invloed van eigen en andermans verwachtingen naar de cliënt, Daarnaast geef je positieve impulsen aan de groep gezamenlijk. En zorg je voor de leefomgeving. Je neemt verantwoordelijkheid en bent zelfkritisch. Stemt af met collega’s én met je bewonersgroep. Als goede moeder wil je ook niet blijven doorpoetsen als je kind aandacht nodig heeft. Liever een blij kind dan een schone plint.
Ronald Geelen

3. BEGELEIDEN: INTERVENTIES

Verlang niet meer van de ander(en) dan erin zit
Samenvatting
Specifieke interventiemogelijkheden verschillen onderling in het beroep dat zij doen op de ander, op cognitief en emotioneel niveau. Iemand die buiten zinnen is, bereik je niet met een opmerking als ‘Denk nu eens na!’ Zowel voor het individu als de groep moet je niet verder verder willen springen dan de polsstok lang is. De laag waarop je insteekt, kan wel eenvoudiger en aansprekender zijn, maar je kunt beter niet te hoog grijpen. Dan krijg je spanning en frustratie. Daarbij zul je interventies die bepaalde cliënten overvragen, selectief op anderen uit de groep toepassen. Soms zul je iemand uit de groep moeten halen, om een conflict te doorbreken of de betreffende persoon beter te kunnen bereiken. Maar hoe doe je dat? De begeleidersrol gaat verder dan die van je bewonersgroep, je hebt bijvoorbeeld ook te maken met bezoek en ander verkeer. Ook daarmee moet je dealen. Tot slot zorg je voor afleiding en bezigheid, we zullen zien dat ook daarin eenvoud loont. De mogelijkheden zijn divers, onderhoudend en betekenisvol.
Ronald Geelen

4. GROEPSPLANNEN

Het geheel: meer & anders dan de som der delen
Samenvatting
Er een naam aan geven is niet simpel: Groepssignaleringsplan, Groepsplan of toch Groeps-CrisisOntwikkelings Model oftewel Groeps-COM? We doelen op één overzicht van je rol als begeleider naar de hele bewonersgroep, en noemen het maar simpelweg een Groepsplan. Bij (relatieve) rust en (dreigend) escaleren, en daarna. We gaan in op de noodzaak en aard ervan, de voordelen en werkwijze. Met voorbeelden van een kleinschalige wooneenheid voor mensen met dementie, en bewoners van een gerontopsychiatrische wooneenheid. De insteek blijkt anders dan bij de individuele signaleringsplannen. Een groep mensen is nu eenmaal anders dan de som van de individuen.
Ronald Geelen

5. OMGEVINGSINTERVENTIES

Eerst maakt de mens de omgeving, en dan de omgeving de mens
Samenvatting
Je werkt met cliënten die boos, bang of bedroefd zijn. Die in de omgang prikkelbaar, wantrouwend, verward, onrustig of apathisch kunnen reageren. De vraag komt bij je op waarom je cliënt zich zo voelt en gedraagt. Komt het door diens persoonlijkheid, levensgeschiedenis, gezondheids- of hersenproblemen? De altijd aanwezige invloed op gedrag en stemming blijft meestal onderbelicht: en dat is de omgeving. De staatsman Churchill, symbool van de Engelse onverzettelijkheid in WO II, zei het zo: ‘Eerst maakt de mens het gebouw, daarna het gebouw de mens.’ Hieronder praktijkervaringen en aandachtspunten rondom de omgeving voor ouderen en hun bezoek. Wat je in de omgeving optimaliseert, hoeft niet via de begeleiding gerepareerd. Naast de materiële omgeving gaan we ook in op een onderdeel van de sociale omgeving. Wat doet bezoek op de beleving van de bewoner met dementie? In principe is dat effect meestal positief, maar het kan (vooral voor anderen) ook negatief uitwerken op de ervaren rust en vertrouwdheid. Dat bleek na het uitbreken van de coronacrisis, toen familiebezoek binnen zorginstellingen voor langere tijd verboden was. De lessen daaruit voor optimaal op bezoek komen kunnen we beter in praktijk brengen. Niet door ze op te leggen, misschien. Maar in de lijn van dit boek met een uitgekiende groepsinterventie naar verwanten.
Ronald Geelen

6. SOCIAAL AGRESSIEF GEDRAG

Pesten: géén kinderspel
Samenvatting
Bij ‘pesten’ denken we aan kinderen, scholen en gedrag tussen werknemers in bedrijven. Er is nauwelijks theorievorming en evenmin onderzoek naar pestgedrag tussen kwetsbare ouderen in zorginstellingen. Terwijl het ook dáár voorkomt; en niet zelden. Reden om in dit hoofdstuk destructief sociaal gedrag te exploreren: het waarom ervan, overwegingen erbij en interventies.
Ronald Geelen

7. METEN & REGISTREREN

Vertrouwen is goed, controleren beter
Samenvatting
Bij het begeleiden van groepen dienen zich vragen aan naar relaties tussen cliënten. Wie praat met wie, wie accordeert goed met wie (en wie niet)? Als het om een bezigheid als corvee gaat, wie zorgt dan voor de sfeer en wie zorgt dat de taak af komt? Wie heeft hierin positieve en wie negatieve bijdragen? In dit hoofdstuk twee wegen om deze vragen te verhelderen: het sociogram en de interactie proces analyse (IPA).
Ronald Geelen
Meer informatie