Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek gaat imponeren.

· Concreet over GGZ als optimaal effectieve hulpverleningsdiscipline.

· Concreet over een organisatie die echt toegesneden is op goede GGZ.

· Concreet over het beste gereedschap dat GGZ-hulpverleners ten dienste staat, zowel online als in vivo.

· En bovenal concreet over het centraal stellen van de patiënt: de unieke persoon, met een (te activeren) netwerk en een (te creëren) community eromheen, met echte aandacht voor de ervaringsdeskundigheid van de betrokkene.

Het is zo moeilijk om de logge olietanker van de GGZ te keren. En dan zijn er boeken als deze die hem met 180 graden kunnen draaien en meteen de juiste koers uit laten varen. Dit boek stelt niet alleen de huidige GGZ in vraag, ze geeft er ook een bevredigend antwoord op.

Brenda Froyen

Dit boek geeft Nederland (opnieuw) een voortrekkersrol, met de uitwerking van een geestelijke gezondheidszorg die voorrang geeft aan het klinische redeneren boven richtlijnen voor niet-bestaande ‘gemiddelde’ patiënten, die mensen vooreerst in hun eigen omgeving wil helpen met als doel de eigen regie. Wat de auteurs voorstellen is wetenschappelijk en therapeutisch stevig onderbouwd en maatschappelijk en ethisch meer dan ooit nodig. Doén!

Paul Verhaeghe

Goede GGZ:

Nieuwe benaderingen, hoopgevende in plaats van in hokjes plaatsende taal en betere organisatie.

Ab Klink

Na 30 jaar DSM en breinpraat, keert met dit boek eindelijk de mens terug in de zorg.

Wouter Kusters

Een aanstekelijke uitnodiging tot een open en ambitieuze dialoog over hoe wij de goede GGZ die Nederland rijk is kunnen verbeteren en vernieuwen, zodat zij op papier maar zeker ook in de beleving van alle betrokkenen doelmatig en duurzaam is, persoonsgericht, en een bijdrage aan de psychische weerbaarheid van ons allen.

Jacobine Geel

Goed dat er in tijden van transitie en transformatie

onbevangen en creatief wordt stil gestaan bij onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de geestelijke gezondheid…:

de vrucht van deze reflectie is een inzet die effectief en

de-stigmatiserend zal werken!

Rutger-Jan van der Gaag

Inhoudsopgave

Voorwerk

Andere insteek, nieuwe rolverdeling, herontwerp, alternatieve bekostiging

Voorwerk

1. Wat Is Dat Eigenlijk, Goede GGZ?

Vrijwel ieder land heeft een gezondheidszorgvoorziening voor mensen met psychische klachten. Blijkbaar is daar universeel behoefte aan.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

2. Wat is psychische gezondheid?

Nu we besloten hebben om bij het begin te beginnen, laten we dan eerst eens kijken wat we eigenlijk weten van datgene waar we in de ggz naar toe willen werken: psychische gezondheid.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

3. Wat zijn psychische klachten (niet)?

Gezondheid mag moeilijk te definiëren zijn, psychische klachten zijn dat niet minder. Het belangrijkste wat we over psychische klachten kunnen zeggen, is dat we niet precies weten wat dat zijn.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

4. De moderne context van psychische klachten

In de voorgaande hoofdstukken hebben we geprobeerd te formuleren wat psychische gezondheid is en hoe we psychische klachten en hun behandeling moeten zien. Een niet onbelangrijke vraag is dan: hoe organiseren we, gegeven dat alles, de zorg voor psychische klachten zonder dat de natuurlijke bevlogenheid van hulpverleners verzandt in bureaucratische wanhoop? De ggz kan slechts een fractie van de psychische klachten in de bevolking behandelen.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

5. Psychische klachten zijn meerdere dingen tegelijk

Het is eigenlijk simpel. Op de vraag: ‘Wat zijn psychische klachten?’ kun je het volgende antwoord geven: ‘Naar psychische klachten kun je op (minstens) vier manieren kijken’. De eerste dimensie ligt het meest voor de hand, dat is het niveau van de klachten zelf zoals ze worden geformuleerd door de patiënt.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

6. Wat betekent ‘hulp nodig hebben’ voor psychische klachten?

Wil men de zorg betaalbaar houden en enigszins bewaken dat het aanbod in de pas loopt met de zorgbehoefte van de bevolking, dan lijkt reflectie op zijn plaats.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

7. Wat is evidence-based behandelen van psychische klachten?

Uit het voorgaande zou je kunnen afleiden dat een behandeling van psychische klachten, ernstig en minder ernstig, zich zou moeten richten (a) op hulp om verandering aan te brengen in je leven en met dingen om te gaan, (b) op hulp bij kwetsbaarheid en symptomen en (c) op hulp bij een proces dat we ‘herstel’ noemen.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

8. Van zorgpaden en richtlijnen naar klinisch redeneren en een webwinkel van de zorg

De evidence-based geneeskunde deed ongeveer twintig jaar geleden zijn intrede.136 De gedachte was dat beslissingen over behandeling zoveel mogelijk moeten zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs dat vergaard was in rct’s, de gouden standaard van onderzoek in de geneeskunde. U weet wel: groep A krijgt placebo, groep B krijgt actieve behandeling, het lot bepaalt of de patiënt in A of B terechtkomt.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

9. Wat is een hulpverlener? naar een multideskundig perspectief

We hebben het nog niet over de hulpverlener gehad, toch een niet onbelangrijke schakel in het geheel. De hulpverlener is met name belangrijk omdat hij meerdere rollen heeft die zich niet altijd lineair tot elkaar verhouden. Maar ongeacht de rol waarin de ggz-hulpverlener zich bevindt, een belangrijke – zo niet de belangrijkste – functie is het scheppen van een therapeutische relatie. Althans als we de ‘evidence’ volgen en als de ggz-omgeving het toelaat.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

10. Conclusies

Dit eerste deel was een conceptuele verkenning ten behoeve van de Nieuwe ggz. We probeerden een aantal vragen te beantwoorden.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

Blauwdruk voor een nieuwe GGZ: De wijkcommunity

Voorwerk

11. Zorg op een schaal die werkt: de persoon in context

In deel I zagen we dat de Nederlandse ggz op termijn niet duurzaam is – conceptueel en economisch. Maar welke vorm zou dan wel duurzaam kunnen zijn? In de afgelopen jaren zijn er grote investeringen in de sector gedaan, de kosten zijn gegroeid maar de kloof tussen zorgbehoeften en zorg bleef onoverbrugbaar.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

12. Uitgangspunten van de nieuwe GGZ

Volgens volksgezondheidszorg.info bedragen de kosten van de zorg in Nederland in 2016 naar schatting honderd miljard euro, dat is 15% van het bruto binnenlands product. Hiermee behoren we tot de wereldtop.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

13. Managen van de zorg voor velen

De ggz-sector is niet in staat gebleken om op eenduidige wijze te communiceren waar de grootste zorgbehoeften liggen. De campagne ‘1 op 4’ van ggz Nederland vroeg aandacht voor de prevalentie van psychiatrische aandoeningen en poogde op die wijze het aan deze aandoeningen verbonden stigma te reduceren. In tegenstelling tot de intentie van de campagne stond de conclusie van de politiek: de ggz prioriteert onvoldoende wanneer ze een kwart van de bevolking tot haar doelgroep rekent. De politiek zag er een verklaring in voor de schijnbaar ongebreidelde groei van de ggz.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

14. Waarom in de wijk?

Over de brug, het plan van aanpak voor epa, plaatst herstelgerichte zorg in de kern van de psychische hulpverlening.161 Herstel wordt in dit document in drie domeinen verdeeld: het curatieve domein, gericht op de verlichting van symptomen, het maatschappelijk participatiedomein, waar rolvervulling als partner, echtgenoot, vriend, werknemer centraal staat, en het domein van de persoonlijke doelrealisatie en persoonlijk herstel.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

15. Wat is er nodig buiten de wijk?

Regionale ggz-organisaties kunnen niet beschikken over het volledige ggz-budget. Ze moeten een visie hebben over welke functies wel en welke niet binnen de wijk gerealiseerd worden. We beschouwen het actuele zorgstelsel als een gegeven; zorgverlening gebeurt niet op een eiland. De politieke en economische omgeving bepaalt mee hoe zorg vorm krijgt. En we wensen niet te vechten tegen deze opgelegde structuren. De onderverdeling in een ggz vanuit de huisartsenpraktijk (bijgestaan door poh-ggz), een g-bggz en een s-ggz is uitgangspunt, maar ontoereikend voor de organisatie van de zorg. In de wijk zullen deze drie ggz-structuren allemaal vertegenwoordigd zijn, maar ze kunnen niet optimaal functioneren wanneer er geen kader buiten de wijk bestaat. Wat verwachten we van de ggz-infrastructuur buiten de wijk? We willen in dit hoofdstuk een model bieden voor optimale regionale spreiding van functies om te komen tot een efficiënte taakverdeling op basis van centralisatie en decentralisatie in verschillende regio’s of geografische eenheden: landelijk, supraregionaal, regionaal en wijkgericht.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

16. Wat vinden we in de wijk?

Nederland besteedt nog steeds een groot deel van de ggz-middelen aan klinische faciliteiten, in het bijzonder aan zorg voor mensen met epa. Dit leidt tot een infrastructuur die ethisch onverdedigbaar is omdat te vaak te veel zorg wordt verleend aan sommigen en te weinig aan velen. De ggz is dichotoom georganiseerd (klinisch of ambulant) en dat maakt de link tussen zorgbehoeften en zorgaanbod statisch: de zorg zit in de muren vast, niet in de behoeften van de patiënt.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

17. Integratie binnen en buiten de wijk

De optimale wijkgerichte zorgorganisatie verwacht een spectrum aan voorzieningen in haar omgeving. Het spectrum is belangrijk, maar de infrastructuur en de voorzieningen zijn veel overzichtelijker dan in een klassieke ggz-organisatie waar alles centralistisch en buiten de gemeenschap wordt georganiseerd. Het vraagt een ware kanteling.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

18. Uitkomst die ertoe doet: de psychische gezondheid van de wijk

Wanneer heeft de zorg in de regio zijn doelstelling behaald? Uitkomstmeting is een belangrijke factor in de verantwoording van de zorg en de sturing van verandering. Op dit ogenblik wordt de uitkomst landelijk geregeld op basis van de voor- en nameting van bijvoorbeeld de ernst van symptomen van mensen in zorg.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

Digitale transformatie: De ecommunity

Voorwerk

19. Hoofdlijnen

In de vorige delen werd reeds herhaaldelijk gerefereerd aan de noodzaak van een digitale transformatie van het ggz aanbod. Maar wat is dat precies? En hoe komt de gewenste digitale capaciteit eigenlijk tot stand? En gaan de mensen dat überhaupt gebruiken? In deel III onderzoeken we deze vragen en leggen we uit hoe de digitale transformatie een essentieel onderdeel is van de Nieuwe ggz.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

20. Begrippen

eHealth is sinds het begin van deze eeuw bezig zich een plek te verwerven in de ggz (en in andere delen van de zorg- en welzijnssector). Er zijn veel definities en schrijfwijzen: eHealth, E-Health, E Mental Health, internethulpverlening, digitale hulpverlening, online hulpverlening. In de definities staat meestal centraal dat elektronische middelen en het internet gebruikt worden als onderdeel van de zorg. De breedste definitie die wij kennen is ‘de inzet van alle middelen in de zorg waar stroom doorheen gaat’.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

21. eHealth en onderzoek

De afgelopen vijftien jaar is er traditioneel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van eHealth. Deze onderzoeken, in de vorm van klassieke rct’s, hebben zich gericht op de interpretatie van verschillen in subpopulaties (zie deel I) bij eHealth-behandelingen van angst- en stemmingsstoornissen of verslavingsproblematiek. Bij het bespreken van de uitkomsten moet dus rekening worden gehouden met het dodo bird verdict: alle behandelingen zijn ongeveer even effectief.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

22. Voordelen, beperkingen en risico’s van ehealth

Wetenschappelijk onderzoek en jarenlange praktijkervaring hebben verschillende voordelen van eHealth ten opzichte van reguliere face-to-facebehandeling aan het licht gebracht. Let wel, het is zeker niet zo dat al deze voordelen meteen optreden zodra een cliënt, organisatie of behandelaar met eHealth gaat werken (vaak met digitalisering van het bestaande aanbod). Om de potentiële voordelen maximaal te benutten is meer nodig. Een goed werkende en geïntegreerde technologie ligt uiteraard voor de hand, maar het is vooral van belang dat hulpverleners en cliënten samenwerken vanuit een gedeelde onderliggende theorie en werkwijze, die gebaseerd is op positieve gezondheid en de drie domeinen van herstel.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

23. De geschiedenis van ehealth

De geschiedenis van de onlinebehandelingen is ruwweg in drie fases in te delen. In jargon wordt vaak gesproken over de stadia 1.0, 2.0 en 3.0, termen die oorspronkelijk beschreven hoe ict-diensten zich ontwikkelden. Analoog daaraan geven ze ook een beschrijving van de veranderende samenwerkingsrelatie tussen aanbieder en gebruikers.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

24. De competente online hulpverlener

Uit de voorgaande hoofdstukken wordt duidelijk dat het internet en mobiele apparaten de mogelijkheid bieden om behandelingen beter op de hulpvraag en de belevingswereld van cliënten te laten aansluiten. Om deze mogelijkheden optimaal te benutten moeten de inhoud van de interventies, het werkproces en de ict opnieuw ontworpen worden. Maar dat niet alleen. Het heeft ook implicaties voor de behandelaar.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

25. De ‘ehealth-readiness’ van de cliënt

Ook voor cliënten geldt uiteraard dat ze zonder problemen van de mogelijkheden van eHealth/mHealth gebruik moeten kunnen maken. Bij ggz-cliënten lijkt het gebruik van internet en smartphones veel lager te liggen dan het landelijk gemiddelde. En ook ggz-cliënten verschillen in kennis, vaardigheden en houdingsaspecten op het gebied van eHealth-readiness, analoog aan de verschillen zoals beschreven bij de zeven kenmerken van de hulpverlener.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

26. De uitdaging van opschaling

Hoewel wetenschappelijk onderzoek en praktijkvoorbeelden suggereren dat de belofte van eHealth/mHealth groot is, blijft de opschaling in de huidige praktijk achter bij de verwachtingen. Een percentage van 15% dat voor een (deel van de) behandeling gebruik maakt van eHealth wordt al als relatief succes aangemerkt. In 2014 bracht een brede landelijke evaluatie de knelpunten in kaart.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

27. Digitale transformatie in de praktijk

De belangrijkste conclusie van de analyse van de brede landelijke oriëntatie op de stand van zaken van eHealth in 2014 was dat we moeten ophouden eHealth als losstaand project te zien. Dat is ook de belangrijkste reden om eHealth in dit boek als een integraal geheel te bespreken in het licht van een herontwerp van de ggz. De voorbeelden van hoe het internet de relatie tussen klanten en aanbieders (online en offline) kan verbeteren zijn overal om ons heen al enige jaren zichtbaar.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

28. Trends

Onder de veranderingen die het internet in branches buiten de ggz heeft bewerkstelligd liggen enkele belangrijke trends.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

29. eHealth in de nieuwe GGZ

Om de digitale transformatie in de ggz vorm te geven is, naast de in deel I beschreven visie op psychische gezondheid en ongezondheid en de in deel II beschreven aanbiedingsvorm en organisatie, een cliëntgerichte 3.0-community noodzakelijk die als een ‘Bol.com van de ggz’ over organisaties heen herstelgerichte zorg ontwikkelt, ontsluit en valideert. Wij ontwikkelen deze eCommunity en gebruiken daarvoor de volgende bouwstenen.
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

Nawerk

Voorwerk

30. Conclusies en aanpak

De ggz bestaat uit een breed palet aan stakeholders: cliënten (we zouden eigenlijk moeten spreken van ‘alle mensen met een psychische kwetsbaarheid die tot expressie kan komen alsmede degenen die zijn betrokken bij zo iemand’), verzekeraars, huisartsen, gemeenten, scholen, basis-ggz en tweede- en derdelijns mggz-organisaties, die samen tot een duurzaam nieuw model moeten komen. Dit vraagt om veranderkundige kennis: hoe zorg je ervoor dat je enerzijds vanuit een nieuw paradigma nieuwe zorg ontwikkelt, maar tegelijkertijd bestaande structuren helpt om mee te veranderen? Vanuit de veranderkunde zijn hierbij minimaal twee vraagstukken van belang:
Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink, Jim Os

Nawerk

Meer informatie