Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit leerboek ethiek helpt verpleegkundigen (in opleiding) een antwoord te vinden op de vraag: wat is goed verplegen voor deze patiënt in deze concrete situatie? Daarvoor geeft het boek onder meer theoretische inzichten uit de filosofie, praktische kennis over de beroepscode en over de verhouding tussen ethiek en recht. Al deze informatie helpt je om je oordeelsvermogen te scherpen en situaties beter te analyseren.Uitgangspunt van Goed verplegen. Leerboek ethiek voor verpleegkundigen is dat jij een reflectieve professional wordt. Reflectieve professionaliteit vraagt naast klinisch redeneren ook aandacht voor moreel redeneren en morele leerprocessen. Zorgen voor een ander is immers een morele aangelegenheid, waarbij je je laat leiden door kernwaarden en waarbij je je houdt aan beroepsnormen. En daarvan afwijkt als dat nodig is. Behalve de theorie over de ethiek, beschrijft dit boek veranderingen in de Nederlandse verpleegkunde, zoals de introductie van een nieuw beroepsprofiel en een andere benadering van gezondheid. Bovendien lees je casuïstiek en praktijkverhalen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Verplegen raakt aan de kwetsbaarheid van mensen. Daarom vraagt verplegen om een inbedding die maakt dat het ‘goed’ verplegen wordt. Als je het hebt over ‘goed verplegen’, dan heb je het ook over ethiek. Ethiek is nadenken over het goede. In dit boek spitst zich dat toe op nadenken over goed verplegen. Op de morele dimensies daarvan: goed verplegen vraagt om het beheersen van technieken, maar ook om persoonlijke kwaliteiten. Daarnaast word je als verpleegkundige verondersteld te handelen volgens bepaalde waarden en normen. De ethiek helpt je om daar meer zicht op te krijgen. Maar wat zijn waarden en normen? En welke doen ertoe in de verpleging? Is dat niet steeds anders? Ja, maar er zijn ook waarden en normen die niet zo gemakkelijk veranderen. Ze vormen de kern van de beroepsmoraal . Hoe ze in dit boek aan de orde komen, staat ook in dit hoofdstuk.
Hans van Dartel

Kernwaarden van verpleging

Voorwerk

2. Zorgen als betekenisvol proces, ook in morele zin

Samenvatting
Dat verplegen een vorm van zorgen is, doet er in morele zin onmiddellijk toe. Nadenken over een ethiek van het verplegen begint dan ook met nadenken over de aard en betekenis van zorgen als activiteit. Door de vertrouwdheid van mensen met allerlei vormen van zorg, hebben mensen ook gedeelde kennis over wat goede zorg is. Die kennis wordt in zekere mate verdiept door de natuurlijke wortels van zorg. Zorg is dan ook een van de bronnen van onze moraal. De kern van dit hoofdstuk wordt bepaald door een beschrijving van zorgen en van de verschillende fasen waaruit zorgen als interactief proces is opgebouwd. Deze beschrijving, uit een filosofische stroming die zorgethiek heet, biedt belangrijke aanknopingspunten om te beoordelen hoe goede zorg er in morele zin uitziet. Aangevuld met inzichten uit andere bronnen, zoals de presentietheorie, krijg je zo al een goed beeld van belangrijke kernwaarden van verplegen.
Hans van Dartel

3. Kernwaarden van verplegen

Samenvatting
Welke waarden kernwaarden van het verplegen zijn, is niet meteen duidelijk. Verplegen is een veelvormige praktijk. Toch zijn er voor alle contexten waarin wordt verpleegd, gemeenschappelijke waarden te noemen. Ze stammen uit verschillende bronnen. Aan de ene kant onderscheiden we zorgethische waarden die samenhangen met het bijzondere, relationele karakter van het zorgproces zelf: relationaliteit, zorgzaamheid, intentionaliteit en compassie doen er zeer toe. Aan de andere kant onderscheiden we waarden die samenhangen met de omstandigheid dat verplegen een vorm van gezondheidszorg betreft en daarom ook genormeerd wordt door gezondheidsethische waarden. Om die gezondheidsethische waarden in beeld te brengen gaan we uit van het patiëntenperspectief: wat betekent een goed leven voor de patiënt? Gaat het om geluk? En wat is dat dan? Gaat het om gezondheid? Gaat het om een eigen leven? Of juist om een leven met anderen? En hoe vertalen die waarden zich vervolgens in principes voor het verpleegkundig handelen?
Hans van Dartel

Beroepsnormen van de verpleegkunde

Voorwerk

4. Professionaliteit als kenmerk van de verpleegkundige beroepspraktijk

Samenvatting
Professionaliteit is een bijzondere waarde van de verpleegkundige beroepsuitoefening. Dan gaat het niet om professionaliteit als een soort sociologisch kenmerk of als een vorm van technische vakbekwaamheid. Die praktisch-technische aspecten doen er ook toe, net zoals bijvoorbeeld kennisexpertise, maar vanuit ethisch perspectief verbindt professionaliteit zich in de praktijk van de zorg vooral met opvattingen over professionele verantwoordelijkheid en moraal. Dat vormt de kern van dit hoofdstuk: de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige wordt benaderd als een gelaagde werkelijkheid, waarin tegelijkertijd verschillende verantwoordelijkheden spelen. Om met die verantwoordelijkheden te kunnen omgaan, wordt van de verpleegkundige verwacht dat hij beschikt over bijzondere reflectieve competenties. Die dienen het klinisch redeneren ook in morele zin te completeren. Net als de professionele samenwerking met anderen. Om te beginnen met de patiënt. Op die manier wordt professionaliteit een waarde van betekenis in de verpleegkundige zorgpraktijk.
Hans van Dartel

5. Beroepsnormen van de verpleegkunde

Samenvatting
Mede door inhoudelijke beroepsnormen wordt verplegen echt ‘verpleegkunde’: een vak dat professioneel wordt uitgeoefend en dat daarom ook specifieke normeringen kent. In dit hoofdstuk worden deze beroepsnormen op een rijtje gezet: dat begint met zaken die in eerste instantie helemaal niet zo veel met moraal of ethiek te maken lijken te hebben, maar wel degelijk een moreel effect blijken te hebben op de praktijk. Zaken die in dit kader aan de orde komen zijn de verschillende definities van en de vakinhoudelijke visies op de verpleegkunde. Grote morele betekenis kan ook worden toegekend aan het nieuwe beroepsprofiel. Vooral vanwege de daarmee samenhangende nieuwe definiëring van gezondheid. Vervolgens wordt ook ingegaan op meer specifiek ethische normen zoals de beroepscode en de beroepseed. En op rechtvaardigheid als een bijzonder vraagstuk van de praktijk. Het hoofdstuk eindigt met de betekenis van tuchtnormen en de (niet altijd positieve) wijze waarop die doorwerken in de verpleegkundige beroepspraktijk.
Hans van Dartel

6. Dilemma’s in de praktijk van alledag

Samenvatting
Ethiek gaat pas echt leven in de praktijk zelf. In dit hoofdstuk worden 26 casussen besproken die inzicht geven in de veelvormigheid van de verpleegkundige zorgpraktijk. De casussen zijn thematisch geordend; het betreft zeven thema’s. Achtereenvolgens gaat de casuïstiek over ‘vertrouwelijkheid en beroepsgeheim’; ‘grenzen aan de zorgplicht’; ‘persoonlijke gevoelens en professionaliteit’; ‘collegialiteit en samenwerking’; ‘kiezen voor leven? kiezen voor kwaliteit? wiens kwaliteit?’; ‘tegen iemands wil in’ en ‘onderzoek en techniek.’ De wijze waarop de casussen worden becommentarieerd, nodigt je als lezer uit om zelf ook stelling te nemen. Aan de hand van vijf casussen wordt ook ingegaan op het gebruik van een aantal gespreksmethoden voor moreel beraad. Die methoden zijn ontwikkeld om een goed gesprek te kunnen hebben over de lastige morele vragen die zich in de verpleegkundepraktijk kunnen voordoen.
Hans van Dartel

Nawerk

Meer informatie

Extra’s