Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2015 | OriginalPaper | Hoofdstuk

10. Geschiedenis van een tennisspeelster met elleboogklachten die op haar veertiende jaar ontstonden, met een follow-up tot haar dertigste jaar

Auteur : Dos Winkel

Gepubliceerd in: Onderzoek en behandeling van sportblessures van arm en hand

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Introductie

Als in de tienerjaren overbelastingsblessures ontstaan, dient men te denken aan andere aandoeningen dan bij volwassenen. Er kunnen, anders dan bij volwassenen, aandoeningen ontstaan in het groeiende, kraakbenige bot. Groeiend bot is minder belastbaar dan ‘volwassen’ botweefsel. Soms zijn groeischijven aangedaan, en soms aanhechtingsplaatsen van pezen: de apofysen. Deze 14-jarige tennisspeelster krijgt last van het ellebooggewricht. De aandoening blijkt voor deze vrouw nog gevolgen te hebben op 30-jarige leeftijd: een casus met een ongebruikelijk lange follow-up.
Voetnoten
1
Dissecans = weefselsplijtend. Dissecaat = het loslatende deel.
 
2
H.J. Panner (1871-1930) was een arts uit Denemarken die de aandoening beschreef.
 
Literatuur
1.
go back to reference Hutson M, Speed C. Sports injuries. New York: Oxford University Press inc, 2011. Hutson M, Speed C. Sports injuries. New York: Oxford University Press inc, 2011.
2.
go back to reference Eichenauer M, Wödlinger R. Aseptische Necrosen und Osteochondrosis dissecans des Ellbogengelenkes. Der Orthopäde. 1988;17:374–81. PubMed Eichenauer M, Wödlinger R. Aseptische Necrosen und Osteochondrosis dissecans des Ellbogengelenkes. Der Orthopäde. 1988;17:374–81. PubMed
Metagegevens
Titel
Geschiedenis van een tennisspeelster met elleboogklachten die op haar veertiende jaar ontstonden, met een follow-up tot haar dertigste jaar
Auteur
Dos Winkel
Copyright
2015
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-0747-0_10