Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Veel gezondheidsproblemen waarmee ouderen te maken krijgen worden niet goed en niet tijdig herkend, waardoor een groeiende groep ouderen onnodig afhankelijk raakt van professionele zorg.

Als verpleegkundigen de risico's op functieverlies bij ouderen in een vroeg stadium herkennen, is het eerder mogelijk om een probleem te beperken of zelfs te voorkomen, alleen gaat deze herkenning niet zomaar vanzelf. De zorg voor kwetsbare ouderen kan namelijk bijzonder complex zijn.

Het basiswerk Geriatrie geeft zicht op het brede scala aan problemen waarvoor ouderen zich geplaatst kunnen zien. Het legt uit hoe er plotseling of ongemerkt geleidelijk een neerwaartse spiraal van toenemende kwetsbaarheid kan ontstaan. Het leert hoe deze neerwaartse lijn tot staan gebracht kan worden, om de geriatrische patiënt zo zelfstandig mogelijk te laten blijven, functieverlies en herhaling te voorkomen of verergering ervan tegen te gaan, waar dit mogelijk is.Basiswerk Geriatrie is een studieboek voor mbo-studenten verpleegkunde en een naslagwerk voor professionals die werkzaam zijn in de directe zorg aan geriatrische patiënten.

Basiswerk Geriatrie is een studieboek voor mbo-studenten verpleegkunde en een naslagwerk voor professionals die werkzaam zijn in de directe zorg aan geriatrische patiënten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Geriatrie

Inleiding
Dit boek gaat over de verpleegkundige zorg aan oudere patiënten die te maken krijgen met ziekten en daardoor ook risico hebben op functieverlies. Functieverlies betekent dat mensen (na een acute ziekte of na een ziekenhuisopname) minder goed in staat zijn om zelfstandig activiteiten te verrichten. Functieverlies komt veel vaker voor bij mensen die een hogere leeftijd hebben en chronische ziek zijn (VMS Kwetsbare ouderen, 2009). Juist zij kunnen moeite krijgen om zelfstandig de activiteiten die het dagelijks leven vraagt te blijven uitvoeren.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 2. Ouderen zijn anders ziek dan jongere volwassenen

Inleiding
Oudere mensen reageren vaak anders op ziekten en medicijnen. Dat komt onder meer omdat ze, doordat hun lichaam ouder is, ook een andere lichaamssamenstelling hebben. Bovendien uiten ze hun ziekten ook nog eens op een andere manier. Dit is heel belangrijk om te weten, want hoe eerder je de symptomen van een ziekte goed herkent, hoe minder risico er is op nadelige gevolgen van deze ziekte.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 3. Lichamelijke veranderingen door het ouder worden en veelvoorkomende aandoeningen

Inleiding
Behandeling van aandoeningen bij ouderen loopt vaak vertraging op, doordat hulpverleners aandoeningen over het hoofd zien. In hoofdstuk 2 kwam naar voren dat ziekten zich om een aantal verschillende redenen anders voordoen bij ouderen dan bij jongeren. Ouderen uiten hun ziekten anders. Dit heeft te maken met symptoomverarming, symptoomverschuiving, symptoomvermeerdering en symptoomverandering.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 4. Functieverlies helpen voorkomen bij lichamelijke problemen

Inleiding
Geriatrische problemen ontstaan door veroudering in combinatie met een toegenomen kwetsbaarheid of vatbaarheid om ziekten te krijgen. Anders dan ten aanzien van normale veroudering is er tegen geriatrische problemen vaak wel wat te doen. Ouderen kunnen met heel veel verschillende soorten lichamelijke problemen te maken krijgen, waardoor ze moeite kunnen krijgen met de zelfredzaamheid. Verpleegkundigen staan dicht bij de patiënt; daarom kunnen ze zo veel voor de patiënt betekenen. Verpleegkundigen zullen niet alleen snel vooruitgang of juist achteruitgang bemerken. Ze kunnen ook heel snel ingrijpen als de oudere patiënt in de problemen komt.
R.J Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 5. Functieverlies helpen voorkomen bij functionele problemen

Inleiding
Doordat ouderen over het algemeen meer chronische aandoeningen hebben en er bij hen een steeds brozer evenwicht ontstaat tussen gezondheid en ziekte (par. 1.4.1), krijgen ze ook eerder te maken met fysieke problemen. Deze fysieke problemen geven vaak ook functionele problemen. Het wordt dan steeds moeilijker om zo zelfstandig mogelijk te blijven, ook al doet de oudere wat hij kan. Denk aan problemen als valrisico, incontinentie, slechthorendheid en slechtziendheid. Deze problemen hebben directe gevolgen voor het dagelijks functioneren, zoals bij het wassen en kleden het traplopen, opstaan, en boodschappen doen. Komt er dan ook nog een acute ziekte bij, zoals griep of een blaasontsteking, dan kan er in hoog tempo nog meer functieverlies ontstaan. Dat geldt helemaal als de oudere verminderd mobiel of zelfs bedlegerig raakt. Dit hoofdstuk gaat over hoe je dit kunt voorkomen.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 6. Psychische veranderingen door het ouder worden en veelvoorkomende aandoeningen

Inleiding
Ons geheugen werkt het best tussen het 20e tot 25e levensjaar. Na die leeftijd neemt de geheugenfunctie heel geleidelijk af. Daarom hebben ouderen vaak meer te maken met vergeetachtigheid dan jongeren. Dat lijkt vooral een nadeel te zijn. Maar dat is niet helemaal het geval. Hersenen van ouderen hebben zich gedurende langere tijd ontwikkeld en dat heeft ook voordelen. Zo kunnen ouderen beter een compenserend hersengebied inzetten voor een taak dan jongeren. Dit verklaart waarom ouderen beter in staat zijn tot reflectie en minder moeite hebben met het handhaven van een emotionele balans. Ouderen zijn daardoor vaak wijzer dan jongeren. Dit komt ook door levenservaring. Ze kunnen niet alleen naar het verleden, maar ook naar de toekomst kijken en vanuit dit perspectief het heden beoordelen.
R. J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 7. Functieverlies helpen voorkomen bij psychische en cognitieve veranderingen

Inleiding
Ook bij aandoeningen die de psychische gezondheid beïnvloeden, kan er een steeds brozer evenwicht ontstaan tussen gezondheid en ziekte, met functionele problemen als gevolg. Het kan voor de oudere dan een hele opgave zijn om de zelfstandigheid te behouden. Denk daarbij aan problemen als vergeetachtigheid of zich minder goed kunnen concentreren, moeite krijgen met overzicht, planning en besluitvorming. Maar ook problemen als rusteloosheid, hallucinaties, somberheid of apathie. Deze problemen hebben directe gevolgen voor het dagelijks functioneren, zoals bij de sociale omgang en het zelfstandig leven.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 8. Functieverlies helpen voorkomen bij sociale problemen

Inleiding
Oudere mensen krijgen te maken met veranderingen op lichamelijk, functioneel, psychisch en sociaal gebied. Onderling beïnvloeden deze veranderingen elkaar. Dit hoofdstuk gaat over de sociale veranderingen waarmee mensen te maken kunnen krijgen bij het ouder worden. Deze kunnen tot functieverlies leiden. Zowel de oudere zelf als de omgeving van de oudere kan dit functieverlies helpen voorkomen.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Hoofdstuk 9. Functieverlies helpen voorkomen in moeilijke zorgsituaties

Inleiding
Hoewel de sociale situatie van ouderen ingrijpend kan veranderen, ontstaan door deze veranderingen over het algemeen geen grote problemen. Dat komt omdat oudere mensen zich over het algemeen beter kunnen aanpassen dan jongeren, ze hebben door levenservaring mentale veerkracht opgedaan. Doordat het al eerder is gelukt om tegenslagen te overwinnen, is het zelfvertrouwen en de zelfkennis gegroeid. De hobbels in het leven hebben hen wijs gemaakt.
R.J. Schim van der Loeff-van Veen

Nawerk

Meer informatie