Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Geneesmiddeleninformatie is een handboek en naslagwerk bestemd voor verpleegkundigen, apothekersassistenten, praktijkondersteuners en anderen die in hun dagelijkse werkzaamheden met geneesmiddelen in aanraking komen. Een goede kennis van geneesmiddelen is voor al deze groepen onontbeerlijk.
De afgelopen jaren is de behandeling met geneesmiddelen complexer geworden. De hulp van verpleegkundigen wordt steeds vaker ingeroepen bij de toenemende thuisbehandeling, en hbo-geschoolde farmakundigen en farmaceutisch consulenten hebben hun entree gemaakt. Ook het voorschrijven van geneesmiddelen door nursepractitioners is bijna een feit.
Deze achtste druk van Geneesmiddeleninformatie is inhoudelijk grondig herzien en aangepast aan de eisen van deze tijd. Nieuwe geneesmiddelen zijn toegevoegd, oude vervangen of geschrapt. In verband met de introductie van generiek voorschrijven in de ziekenhuizen is in de tekst gekozen voor de generieke naam van geneesmiddelen. Wel worden in tabellen de merknamen genoemd. In deze nieuwe editie is de indeling overzichtelijker gemaakt. De hoofdstukken die bij elkaar horen op basis van hun werking, zijn geclusterd in blokken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel A Introductie in de farmacotherapie

Voorwerk

1 De ontwikkeling van een geneesmiddel

Geneesmiddelen hebben al sinds mensenheugenis een centrale plaats in de geneeskunde. Niet alleen in de westerse geneeskunde, maar ook in diverse andere culturen heeft het toedienen van een stof aan de patiënt met het doel een gunstige verandering in het ziekteverloop teweeg te brengen een belangrijke rol in het zorgproces.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

2 Geneesmiddelvormen en hun toediening

In hoofdstuk 1 hebben we gezien dat vroeger op vrij willekeurige wijze aan zieke mensen extracten van planten werden gegeven. Men was in die tijd nog niet op de hoogte van het feit dat in bepaalde plantendelen stoffen voorkomen die een geneeskrachtige werking bezitten. Pas met het voortschrijden van de kennis van de chemie is men ertoe gekomen deze stoffen uit die plantendelen te isoleren, terwijl men er in de loop van de vorige eeuw in geslaagd is veel geneesmiddelen synthetisch te bereiden. Er zijn niet veel vormen overgebleven van vroeger; enkele extracten, bijvoorbeeld extractum belladonnae en diverse tincturen (alcoholische aftreksels van planten).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

3 Een juridische blik op geneesmiddelen

Het toepassen van geneesmiddelen wordt vanuit de gezondheidszorg meestal gezien als een van de mogelijkheden om patiënten te helpen bij het bestrijden van een ziekte of om een bepaalde aandoening medicamenteus onder controle te krijgen, met als belangrijkste doel de kwaliteit van leven voor een patiënt te laten toenemen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

4 Farmacokinetiek

De dosis, de doseringsfrequentie en de toedieningsweg van een geneesmiddel bepalen de sterkte van het uiteindelijke effect en de werkingsduur. Tegelijk spelen de eigenschappen van het geneesmiddel zelf en de vorm waarin het wordt toegediend een belangrijke rol. Ten slotte beïnvloedt de toestand van de patiënt de werking en de werkingsduur van het geneesmiddel.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

5 Interacties tussen geneesmiddelen

Combinaties van geneesmiddelen komen zeer vaak voor. Vaak zal de arts bewust een nieuw geneesmiddel aan een reeds bestaande therapie toevoegen. Hij zal dat doen omdat de bestaande therapie (nog) niet het gewenste effect heeft of om bijwerkingen te verzachten of helemaal op te heffen. Daarnaast kan een patiënt van meer dan één voorschrijver geneesmiddelen voorgeschreven krijgen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

6 Geneesmiddelen tijdens zwangerschap en borstvoeding

Geneesmiddelen die gebruikt worden door vrouwen tijdens de zwangerschap kunnen, zo niet voor henzelf, dan toch in elk geval voor het kind schadelijk zijn. We beperken ons in dit hoofdstuk tot de schadelijke effecten van geneesmiddelen op respectievelijk de vrucht en het kind.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

7 Fouten bij de geneesmiddelentoediening

De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat optimale (farmaco)therapeutische resultaten niet alleen worden bepaald door de keuze van het meest doeltreffende geneesmiddel in relatie tot de karakteristieken van de individuele patiënt. Juist de omgang met dat geneesmiddel door zorgprofessionals en patiënten is minstens zo belangrijk.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel B Geneesmiddelen tegen infecties

Voorwerk

8 Antibiotica

Infecties kunnen worden veroorzaakt door micro-organismen. Er zijn tal van soorten micro-organismen: protozoa (verantwoordelijk voor onder andere dysenterie, malaria en bepaalde vormen van diarree), schimmels (candidiasis of bepaalde longziekten), bacteriën (longinfecties, urineweginfecties, gonorroe, meningitis, enzovoort) en virussen. Deze laatste kunnen niet met een gewone microscoop, maar slechts met een elektronenmicroscoop worden waargenomen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

9 Geneesmiddelen bij tuberculose

Tuberculose komt het meest frequent voor in de longen en wordt in meer dan 95% van de gevallen veroorzaakt door infectie met Mycobacterium tuberculosis. Besmetting vindt vrijwel altijd plaats via de luchtwegen door geïnfecteerde (micro)druppels die verspreid worden, met name tijdens het hoesten, door patiënten met een besmettelijke vorm van longtuberculose (zogenaamde ‘open tuberculose’).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

10 Antivirale middelen

De mens wordt steeds vaker geconfronteerd met virusinfecties, soms gaat het om een onschuldige verkoudheid, soms ook leiden deze infecties tot de dood. Bij een infectie kunnen virussen zich veel gemakkelijker vermenigvuldigen dan bacteriën, omdat zij gebruikmaken van het leefmilieu van een gastheercel. Bij de bestrijding van gisten, schimmels en bacteriën kan het aangrijpingspunt in deze micro-organismen zelf worden gevonden, zonder dat de cellen van de gastheer behoeven te worden aangetast. Dat is met antivirale middelen niet het geval (tabel 10.1).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

11 Geneesmiddelen bij griep

De veroorzaker van griep is een virus. Ons beste wapen tegen virusinfecties is de immunisatie.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

12 Geneesmiddelen bij verkoudheid

Iedereen is wel eens verkouden geweest. Iedereen kent dus de voornaamste symptomen van een verkoudheid: verstopte neus, hoofdpijn, hoesten, al of niet gepaard gaande met koorts.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

13 Antimycotica

Schimmels en gisten groeien langzamer dan bacteriën en zijn van nature ook complexer. Schimmels zijn micro-organismen die in tegenstelling tot bacteriën meercellig zijn. Ze groeien meestal in snoeren met diverse vertakkingen en planten zich voort via sporen. Ze heten officieel fungi, zodat de middelen die tegen schimmels werken fungicide of fungistatische antimycotica worden genoemd.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

14 Anthelminthica

Patiënten met wormen in de ontlasting komen regelmatig voor. De frequentie hiervan wordt geschat op ongeveer 5 op de 1.000 mensen. De meest voorkomende wormen (en wel meer dan tweemaal zo vaak als de andere wormen samen) zijn oxyuren (maden). Daarnaast komen in Nederland ascariden (spoelwormen) en taenia (lintwormen) voor. Andere soorten worden veelal geïmporteerd, vaak door buitenlandse werknemers. Het is duidelijk dat vooral van deze laatste soort wormen de frequentie van voorkomen de laatste jaren belangrijk toeneemt.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

15 Sera en vaccins

Bij het binnendringen van een lichaamsvreemde stof (eiwit, bacterie, toxine, enzovoort) zal het lichaam trachten deze te elimineren. Het beschikt daartoe over het immuunsysteem, waarbij lymfocyten, leukocyten en antilichamen een rol spelen. Als het lichaam voor de eerste maal in contact komt met een lichaamsvreemde stof die schadelijk is voor het organisme, zal het op dat moment geen adequaat antwoord weten op de invasie hiervan. Dit kan de dood betekenen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

16 Antimicrobiële profylaxe

Bij beschadiging van de huid, bijvoorbeeld een schaafwond, zal iedereen wel eens jodium gebruikt hebben. Waarom men dat doet: om infectie te voorkomen. Nu is een schaafwond een vaak voorkomende, maar meestal onschuldige vorm van verwonding. Natuurlijk kunnen binnendringende ziektekiemen uit bijvoorbeeld straatvuil de mens ziek maken. Denk maar eens aan tetanus. Maar doorgaans loopt het goed af. In een ziekenhuis ligt dat echter anders. Daar worden soms zeer zware ingrepen uitgevoerd waarbij de patiënt met een groot wondgebied blootgesteld wordt aan diverse infectieverwekkende micro-organismen, die van ‘buiten’ (operatieteam, instrumenten, luchtbehandeling) of van de patiënt zelf afkomstig zijn (bijvoorbeeld darmbacteriën). In het ziekenhuis kunnen het soms micro-organismen zijn van uitgeselecteerde stammen, met een grotere resistentie voor bepaalde antibiotica (met name antibiotica die in dat ziekenhuis regelmatig gebruikt worden) dan de gewone huis-, tuin- en keukenbacteriën. Een bekend voorbeeld is natuurlijk de problematiek van de MRSA (meticillineresistente Staphylococcus aureus). Elk ziekenhuis heeft tegenwoordig een protocol hoe om te gaan met MRSA. Zo wordt bijvoorbeeld als een patiënt uit een buitenlands ziekenhuis wordt overgeplaatst naar een Nederlands ziekenhuis, de patiënt aanvankelijk geïsoleerd verpleegd, om de kans op besmetting van andere patiënten met onder andere MRSA tot een minimum te beperken. Gesteld wordt namelijk dat in het buitenland de resistentieproblematiek vele malen erger is dan in Nederland.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel C Pijn en verdoving

Voorwerk

17 Analgetica

‘Pijn is wat de patiënt zegt dat het is en treedt op wanneer hij zegt dat het optreedt.’ Op deze wijze wordt de pijn niet geverifieerd door de arts of verpleegkundige maar uiteindelijk door de patiënt zelf bepaald.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

18 Anesthetica

Anesthetica zijn geneesmiddelen die verdovend werken. Men kan ze onderscheiden in anesthetica die gebruikt worden om een algehele anesthesie te geven en anesthetica die een lokale verdoving veroorzaken.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

19 Hypnotica

Slaap kan worden gedefinieerd als een fysiologische, periodiek terugkerende toestand van relatieve bewegingloosheid met verminderde reacties op prikkels. Het verschil met een toestand van narcose is duidelijk: uit de slaap kan men te allen tijde gewekt worden en onmiddellijk (betrekkelijk) fit wakker worden. Bij de narcose is dit niet het geval. De kennis van de anatomie en de fysiologie van de gebieden waarin de slaap wordt gereguleerd is de laatste jaren sterk toegenomen. Men is tegenwoordig in staat de gebieden aan te wijzen waarin de slaap, het waken en het dromen gereguleerd worden. Vroeger heeft men de slaap altijd afgeschilderd als een passief gebeuren, terwijl men het wakker zijn als een actief gebeuren beschouwde. Tegenwoordig denkt men hier anders over.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel D Geneesmiddelen voor het brein

Voorwerk

20 Psychofarmaca

Psychische aandoeningen horen bij het menselijke bestaan. Al in de Oudheid was er sprake van aandoeningen zoals hysterie, manie en psychose. Geneesmiddelen die deze ziektebeelden kunnen verlichten kennen we echter pas vrij kort. Zo zijn de antipsychotica en de therapeutische werking van lithium halverwege pas de vorige eeuw ontdekt. De antidepressiva zijn pas daarna op de markt gekomen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

21 Anti- epileptica

Het doel van medicatie bij epilepsiepatiënten is het voorkomen van aanvallen (insulten). Elk insult zal, behalve de eventuele hersenbeschadiging door zuurstoftekort, het ontstaan van de volgende aanval bevorderen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

22 Antiparkinsongeneesmiddelen

De ziekte van Parkinson werd in 1817 door Parkinson voor het eerst beschreven. Hij wordt gekenmerkt door een aantal stoornissen in de motoriek van de patiënt, met name hypokinesie (bewegingsarmoede), rigiditeit (verhoging van de spanning in de dwarsgestreepte spieren), traagheid, een maskergelaat, spraak- en slikstoornissen, speekselvloed en tremoren.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel E Hormonen

Voorwerk

23 Hypofyse- en hypothalamushormonen

Centraal bij de regeling van het hormonale evenwicht staat het hypothalamo-hypofysaire systeem. De hypofyse is een kleine klier die is gelegen midden in de schedel, tegen de hypothalamus aan. De hypofyse is via een ‘steeltje’ verbonden met de hypothalamus. Dit is een belangrijk onderdeel van de hersenen, waar een groot aantal stoffen wordt gevormd die invloed hebben op de hormoonhuishouding, stemming en stress.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

24 Corticosteroïden

De mineralocorticoïden en de glucocorticoïden worden in het algemeen corticosteroiden genoemd. In hoofdstuk 23 hebben we opgemerkt dat deze corticosteroïden door de bijnierschors worden geproduceerd en dat deze productie voornamelijk onder invloed staat van het hormoon ACTH (adrenocorticotroop hormoon), dat uitgescheiden wordt door de hypofyse.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

25 Geslachtshormonen en anticonceptiva

De geslachtshormonen kan men verdelen in mannelijke geslachtshormonen (androgenen) en vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen en progestagenen). Geslachtshormonen worden voornamelijk geproduceerd door de testes (testosteron) en de ovaria (oestrogenen en progesteron). De bijnier produceert bij beide geslachten kleine hoeveelheden androgenen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

26 Insuline en diabetes mellitus

De bloedsuikerspiegel zal in normale omstandigheden weinig schommelen, zeker in verhouding tot de zeer wisselende toevoer van koolhydraten via het voedsel en ook in verhouding tot de zeer wisselende behoeften aan koolhydraten van het lichaam in verband met de te verrichten arbeid. Dit komt doordat een teveel aan glucose in het bloed opgeslagen wordt in de vorm van glycogeen (dat gebeurt voornamelijk in de lever). Deze opslag wordt bevorderd door insuline (figuur 26.1), een hormoon dat aangemaakt wordt in de eilandjes van Langerhans in de pancreas (alvleesklier). Hebben we echter een tekort aan suikers, dan wordt dat glycogeen afgebroken, waardoor het glucosegehalte in het bloed weer wordt genormaliseerd. Hiervoor is aantal hormonen beschikbaar; zij werken insuline tegen (insulineantagonisten), waaronder het groeihormoon, de glucocorticosteroïden, adrenaline en glucagon.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

27 Orale antidiabetica

Bij de behandeling van diabetes mellitus kunnen behalve insuline, ook orale antidiabetica gebruikt worden. Alvorens echter tot het gebruik van deze orale antidiabetica over te gaan, moet men trachten door middel van een dieet reductie van het lichaamsgewicht te bewerkstelligen om zodoende de gevoeligheid van insuline te vergroten.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel F Hart- en vaatstelsel

Voorwerk

28 Het autonome zenuwstelsel

Het autonome zenuwstelsel, ook wel vegetatief of onwillekeurige zenuwstelsel genoemd, kan verdeeld worden in het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel heeft een belangrijke taak in ons lichaam. Het heeft invloed op de werking van het hart, de longen, het centrale zenuwstelsel en de bloedvaten (voornamelijk sympathisch), alsook op de blaas, het maag-darmkanaal en de klieren voor interne secretie (vooral parasympathisch).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

29 Geneesmiddelen die het RAAS beïnvloeden

Naast het sympathische zenuwstelsel is er een ander systeem dat de doorbloeding van het lichaam regelt, het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS). Als er een bloeddrukverlaging optreedt, het circulerend volume afneemt of een grote daling van het natrium optreedt, dan zal de nier maatregelen nemen om de nierdoorbloeding veilig te stellen. Zij zal dit doen door een enzym genaamd renine af te scheiden; dit zet een reactie in gang (figuur 29.1). Het renine zet namelijk het door de lever gemaakte angiotensinogeen om in angiotensine I, dat zelf weer door een in de longen aangemaakt converting enzyme omgezet wordt in angiotensine II. Dit angiotensine II heeft een sterk vaatvernauwend effect, waardoor de bloeddruk stijgt. Het induceert tevens het vrijkomen van aldosteron uit de bijnierschors, waardoor de nier zout en water terughoudt.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

30 Geneesmiddelen bij angina pectoris

Ons hart moet zeer veel arbeid verrichten, en waar in het lichaam veel arbeid verricht wordt is veel zuurstof nodig. De zuurstofvoorziening van het hart wordt verzorgd door de kransslagaderen. Wordt deze zuurstofvoorziening op de een of andere wijze belemmerd, bijvoorbeeld door een vernauwing van de kransslagaderen, dan zal dit gevolgen hebben voor de hartwerking. Het lichaam zal dan via zijn alarmsysteem een waarschuwing geven dat er een gevaarlijke situatie ontstaat. Deze waarschuwing kan zijn: een beklemd gevoel op de borst, of pijn die soms vrijwel ondraaglijk wordt. Het is duidelijk dat dit zuurstoftekort voornamelijk zal optreden bij een extra inspanning van het hart. Rust zal dan het beklemde gevoel of de pijn doen verdwijnen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

31 Geneesmiddelen bij decompensatio cordis

Bij een volwassene in rust pompt het hart per minuut ongeveer vier liter bloed in de arteriën. Bij inspanning kan dit hartminuutvolume – de hoeveelheid bloed die per minuut door het hart wordt rondgepompt – oplopen tot 25 liter. Normaliter is de hartfrequentie 70, terwijl bij inspanning de frequentie kan oplopen tot 150 of meer slagen per minuut. Per keer wordt dan 60 ml respectievelijk 165 ml bloed door de hartpomp verplaatst.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

32 Antiaritmica

Het samentrekken van de hartspier geschiedt onder invloed van elektrische prikkels. Deze worden in het hart voornamelijk op twee plaatsen geproduceerd, allereerst in de rechter boezem (sinusknoop). Deze zendt ongeveer 72 maal per minuut een prikkel uit die de hartspier doet samentrekken. In de pauzes ontspannen de hartspiercellen zich weer. De tweede plaats waar prikkels worden geproduceerd bevindt zich op de overgang van de boezem naar de kamers en heet de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). De prikkelfrequentie is hier een stuk lager (ongeveer 36 maal per minuut).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

33 Diuretica

Diuretica, in de volksmond ook wel ‘plastabletten’ genoemd, zijn geneesmiddelen die de urineproductie (diurese) vergroten. Deze middelen kunnen we ruwweg verdelen in twee groepen: diuretica die direct op de nier werken en diuretica die een indirecte werking hebben.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

34 Antihypertensiva

De bloeddruk (druk die in het arteriële vaatstelsel heerst) is niet constant, maar wisselt met de hartslag. Men spreekt van systolische bloeddruk op het moment dat het bloed uit de linker kamer in de aorta wordt geperst, en van diastolische bloeddruk in de rustfase van het hart. De hoogte van de diastolische en de systolische bloeddruk is van veel factoren afhankelijk, voornamelijk van het hartminuutvolume (hoeveelheid bloed die per minuut door het hart wordt weggepompt) en van de perifere vaatweerstand.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

35 Geneesmiddelen die de bloedstolling beïnvloeden

Het bloed in onze vaten is voortdurend onderhevig aan een systeem van stolling en ontstolling. Er bestaat een continu evenwicht tussen de beide processen. Het proces van stolling en ontstolling kunnen we verdelen in drie fasen: trombusvorming, stolling en fibrinolyse.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

36 Geneesmiddelen bij atherosclerose en andere doorbloedingsstoornissen

Doorbloedingsstoornissen treden vaak op ten gevolge van vernauwing van perifere vaten. Deze vernauwing is meestal te wijten aan atherosclerose, een ziekte die vooral in de westerse wereld voorkomt en het gevolg is van een verkeerd dieet, te weinig lichaamsbeweging en te veel roken.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel G Ademhalingsstelsel

Voorwerk

37 Geneesmiddelen bij luchtwegaandoeningen

Zuurstof is een van de meest noodzakelijke en belangrijke behoeften voor het lichaam. De zuurstofbehoefte wordt vrijwel volledig verzorgd door onze ademhaling. Een feilloos functioneren van de ademhalingsorganen is dan heel belangrijk.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel H Maag-darmstelsel

Voorwerk

38 Geneesmiddelen bij maag-darmaandoeningen

Het maag-darmkanaal is voor de mens een belangrijk orgaan en is erg gevoelig voor diverse typen agressieve factoren; dat kan eten zijn dat verkeerd ‘valt’ (bacterieel besmet of bedorven voedsel), het gebruik van bepaalde medicamenten (misselijkheid en braken ten gevolge van bepaalde cytostatica, diarree ten gevolge van antibiotica) of als afgeleide van onderliggend lijden (denk aan aidspatiënten en diarree), of verstoringen in het immunologisch evenwicht, die kunnen leiden tot chronische darmontstekingen (ziekte van Crohn en colitis).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

39 Geneesmiddelen die de stoelgang beïnvloeden

Bij patiënten die last hebben van een trage stoelgang (obstipatie) zal men voordat gebruikgemaakt wordt van geneesmiddelen, een aantal praktische maatregelen moeten treffen. Allereerst zal moeten worden nagegaan of de patiënt voedsel gebruikt dat voldoende vezelrijk is, zodat voldoende volume in het colon ontstaat, bijvoorbeeld zo min mogelijk witbrood, maar vooral bruinbrood. Eventueel kan men extra zemelen aan het voedsel toevoegen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel I Dermatologie

Voorwerk

40 Dermatologische preparaten

De huid is het grootste orgaan van ons lichaam. Er is dus veel contact met ‘de buitenwereld’ en dat leidt tot allerlei aandoeningen als reactie op de omgeving: overgevoeligheidsreacties, eczeem, jeuk, infecties, terwijl de huid zelf ook ‘ziek’ kan zijn, bijvoorbeeld bij psoriasis of huidkanker.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Deel J Ziekenhuisfarmacie

Voorwerk

41 Infusen

Bij infusen gaat het om toediening van grote hoeveelheden vloeistof – variërend van 100 ml tot 3 liter per dag – langs parenterale weg. In het algemeen worden infusen intraveneus gegeven. Zij kunnen ook intra-arterieel en in sommige gevallen ook subcutaan (als hypodermoclyse) toegediend worden.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

42 Geneesmiddelen bij shock

Shock is een levensbedreigende toestand waarbij de bloeddruk zo laag is dat het bloed zich onvoldoende in het lichaam kan verspreiden. Normaal is er een vaste verhouding in het lichaam tussen het volume van en de inhoud in de bloedvaten. Bij een shock raakt deze verhouding verstoord. De doorbloeding en dus de zuurstofvoorziening van de organen komen hierdoor in het gedrang. Het lichaam tracht door een natuurlijk reactiemechanisme de circulatie te centraliseren zodat doorbloeding van de belangrijkste organen (hart, longen hersenen) gehandhaafd blijft. Deze centralisatie gaat ten koste van de doorbloeding van perifeer gelegen organen zoals nieren, lever en darmen.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

43 Oncolytica

Oncolytica of cytostatica zijn stoffen die de celdeling van tumorcellen en normale cellen remmen door in te grijpen in de celdelingscyclus. Deze middelen worden gebruikt bij maligne aandoeningen (niet zozeer om ze te genezen, als wel om een snelle progressie te voorkomen).
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

44 Immunomodulantia

Immunomodulantia zijn middelen die het functioneren van het immunologisch systeem beïnvloeden. Zij hebben binnen het cellulaire en/of het humorale systeem veelal verschillende aangrijpingspunten.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

45 Geneesmiddelen bij intoxicaties

Intoxicaties kunnen ingedeeld worden in chronische en acute vergiftigingen. De chronische intoxicatie is doorgaans moeilijk vast te stellen, want de klachten beginnen meestal zeer geleidelijk en zijn vaak vaag en weinig specifiek. Een voorbeeld hiervan is de chronische loodintoxicatie.
J.J.F. Bütterhoff, F.A.C. van Opdorp, M.L. Bouvy, W.S. Dessing, E.M.W. van de Garde, T. Gerbranda, A.M. Harmsze, P.H.M. van der Kuy, A. Nooij, K.A. Simons-Sanders, P. Stolk, B.C.M.J. Takx-Köhlen, T. Zwaan

Nawerk

Meer informatie