dat psychiatrische aandoeningen gekenmerkt worden door gedrags- en denkstoornissen;
de verschillen tussen depressies, angststoornissen, psychosen en aandachtsstoornissen;
dat elke psychiatrische aandoening een eigen groep geneesmiddelen (psychofarmaca) kent;
dat bij psychiatrische aandoeningen soms een combinatie van geneesmiddelen wordt gebruikt;
dat het voor de behandeling belangrijk is dat psychiatrische patiënten hun geneesmiddelen volgens voorschrift gebruiken en dat de apotheek een beperkte rol heeft bij het begeleiden van deze patiënten.