Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt huisartsen om kennis over verschillen tussen vrouwen en mannen in ziekte en gezondheid toe te passen. De kennis over sekse- en genderspecifieke aspecten in epidemiologie, ontstaanswijze, pathofysiologie, diagnostiek, beloop en effecten van behandeling neemt toe. Het groeiend kennisdomein maakt een vertaling naar de dagelijkse praktijk noodzakelijk. Daarin voorziet dit boek.

Gendersensitieve huisartsgeneeskunde, een handboek voor de praktijk stelt de verschillen tussen vrouwen en mannen in diverse levensfasen centraal. Het heeft oog voor verschillen in aard en presentatie van klachten in de spreekkamer, en voor de manier waarop vrouwen en mannen communiceren over, en omgaan met ziekte. Verder komen aan de orde onder meer pijn, aanhoudende lichamelijke klachten, IBS, fecale incontinentie, ziekte van Parkinson, pijnlijke gewrichten, dyspnoe, pijn op de borst, diabetes mellitus, schildklieraandoeningen, infecties, psoriasis, problematisch alcoholgebruik, stoppen met roken, stress, partnergeweld, rouwreacties, populatie gerichte zorg, genetica, en farmacotherapie.

Meer dan veertig auteurs schreven mee aan Gendersensitieve huisartsgeneeskunde. De redactie was in handen van Toine Lagro-Janssen, hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en kaderhuisarts urogynaecologie np, en Doreth Teunissen, huisarts en kaderhuisarts urogynaecologie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Gendersensitieve huisartsgeneeskunde

Samenvatting
Sekse en gender spelen een rol bij het ontstaan en de aard van klachten, bij de symptoomperceptie, klachtpresentatie en communicatie. Vrouwelijke en mannelijke patiënten verschillen ook van elkaar als het gaat om de betekenisgeving van een klacht en in het omgaan ermee. Het arts-patiëntcontact verloopt daarom vaak anders met een vrouwelijke of mannelijke patiënt. Bovendien beïnvloedt de sekse van de hulpverlener de benadering en behandeling van de patiënt en haar/zijn klacht. De huisarts moet zich dan ook steeds afvragen of het in déze fase van het consult, bij déze klacht en bij déze persoon uitmaakt of de patiënt een vrouw of een man is.
Toine Lagro-Janssen, Doreth Teunissen

2. Gezondheid, zorggebruik en epidemiologie van ziekten in de huisartspraktijk

Samenvatting
Vrouwen rapporteren meer gezondheidsklachten dan mannen en zij zoeken daarvoor vaker hulp. Vrouwen ervaren ook een slechtere gezondheid dan mannen. Zij worden weliswaar ouder, maar hebben meer jaren te kampen met chronische aandoeningen, pijn en beperkingen. De data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn de basis om man-vrouwverschillen in ervaren gezondheid, zorggebruik en frequent voorkomende chronische aandoeningen te schetsen. De data uit de huisartsregistratie FaMe-Net zijn als bron gebruikt om gedetailleerde en nauwkeurige sekse- en genderverschillen te beschrijven in aard en frequentie van de contacten bij de huisarts. Tevens wordt vanuit de FaMe-Net-registratie een top 10 van de meest voorkomende nieuwe diagnoses bij de huisarts naar leeftijd en geslacht gepresenteerd, gevolgd door de incidentie naar leeftijd en geslacht van een aantal specifieke diagnoses.
Hilde Luijks

3. Voorkeur van patiënten voor een mannelijke of vrouwelijke dokter

Samenvatting
Bijna vier op de tien vrouwen heeft liever een vrouwelijke dan een mannelijke huisarts. Mannen spreken minder vaak een voorkeur uit voor een huisarts van het eigen geslacht. Vrouwen verkiezen een vrouwelijke huisarts bij genitale klachten, seksualiteitsproblemen, vrouwspecifieke klachten en psychologische problemen. Ook mannen willen bij genitale en seksuele klachten liever een dokter van het eigen geslacht. Schaamte speelt bij deze voorkeur bij een op de vijf vrouwen een rol, ruim twee keer zo vaak dan bij mannelijke patiënten. Deze gêne komt bij mannen en vrouwen het meest voor in de jongere generatie en neemt af met de leeftijd. Bij relatieproblemen of andere psychosociale klachten verkiezen mannen en vrouwen een vrouwelijke huisarts. Veel patiënten vinden dat een vrouwelijke huisarts meer empathisch en patiëntgericht is. Onderzoek bevestigt deze mening. Hoewel vrouwelijke huisartsen vergeleken met hun mannelijke collegae affectiever communiceren, met meer focus op de gevoelens van de patiënt, zijn patiënten over beiden even tevreden.
Toine Lagro-Janssen, Doreth Teunissen

4. Mannelijke en vrouwelijke huisartsen communiceren anders, toch?

Samenvatting
Genderverschillen in communicatie – zowel binnen de gezondheidszorg als daarbuiten – zijn van alle tijden. De mannelijke communicatiestijl wordt vaak beschreven als dominant en zakelijk, terwijl de vrouwelijke communicatiestijl onzeker en uitgebreid zou zijn. Deze traditionele verschillen lijken tegenwoordig enigszins af te nemen of ieder geval te verschuiven, ook in de communicatie van huisartsen. Desondanks blijven verschillen in de waardering van de communicatie van mannen en vrouwen bestaan, voornamelijk doordat men andere verwachtingen koestert ten aanzien van gendercongruent taalgebruik. De woorden van een man krijgen daardoor een andere lading dan dezelfde woorden van een vrouw, en andersom. Voor de huisarts betekent dit dat het belangrijk is om alert te zijn op het eigen taalgebruik en dat van de mannelijke of vrouwelijke patiënt. Goed luisteren – met oren, hart en ogen – en controleren of men elkaar goed heeft verstaan, kan veel miscommunicatie voorkomen.
Sandra van Dulmen, Ilona Plug

5. Werk en gezondheid

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op de boeiende relatie tussen werk en gezondheid. Werk kan de gezondheid zowel bevorderen als schaden en anderzijds is de gezondheid van invloed op het vermogen om te werken. De genderspecifieke aspecten in deze relatie illustreren we bij vijf veelvoorkomende gezondheidsproblemen: hart- en vaatziekten, aandoeningen van het bewegingsapparaat, burn-out, somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) en familiaal geweld. Wat betekent gendersensitiviteit bij de begeleiding ter voorkoming van uitval uit het werk of bij terugkeer naar werk? Huisartsen kunnen proactief aandacht besteden aan het werk van patiënten met aandacht voor de genderspecifieke aspecten. Zij doen er goed aan informatie over beroep, werkomstandigheden en verzuim of werkhervatting in het huisartsinformatiesysteem vast te leggen. Als problemen complex blijken, moet multidisciplinair worden samengewerkt. Binnen de huisartspraktijk kan ook de POH-GGZ daarbij ingeschakeld worden.
Kees de Kock, Carel Hulshof

Klachtgerelateerd

Voorwerk

6. Stoere mannen, gevoelige vrouwen – pijn en sekseverschillen in perspectief

Samenvatting
Pijn komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en pijn wordt door vrouwen anders ervaren dan door mannen. Vrouwen hebben een grotere pijngevoeligheid. Dit wordt onder andere veroorzaakt door verschillen in de pathofysiologie van pijn, waarbij er een rol is weggelegd voor hormonen. Daarnaast spelen ook sociale en psychologische verschillen een rol. Als men conform de huidige NHG-Standaard Pijn een anamnese afneemt en de behandeling start, wordt er niet tot nauwelijks rekening gehouden met verschillen tussen mannen en vrouwen. Tevens is er vaak onbewust sprake van genderbias in de behandeling. Aan de hand van een casus over postherpetische neuralgie nemen we u mee in het verschil tussen mannen en vrouwen in pijnpresentatie. Tevens zullen we inzicht geven in pathofysiologische processen, gecombineerd met handvatten voor een geïndividualiseerde behandeling, gelet op man-vrouwverschillen. Hierbij kunnen er verschillen zijn in de werkzaamheid van analgetica en in de algemene pijnbehandeling.
Monique Steegers, Esmeralda Blaney Davidson, Selina van der Wal

7. Aanhoudende lichamelijke klachten

Samenvatting
Aanhoudende lichamelijke klachten (ALK) komen zeer veel voor; bij vrouwen meer dan bij mannen. Slechts een deel van degenen met klachten gaat naar een huisarts; ook hier zijn vrouwen in de meerderheid. Ernstige aanhoudende lichamelijke klachten komen in 2,5 % van de consulten bij de huisarts voor. Hormonale verschillen, aangeleerd gedrag en negatieve affectiviteit lijken relevante verklaringen voor de man-vrouwverschillen in vóórkomen van klachten en klachtpresentatie. De wijze van consultvoering is ook een factor die de klachten bij deze patiënten in stand houdt. Daarbij is nog onduidelijk in hoeverre verschillen in consultstijl tussen mannen en vrouwen een rol spelen. Door de armoede aan therapeutische behandelmogelijkheden en het gebrek aan acceptatie van psychologische behandelvormen door patiënten, is het duidelijk dat consultvoering een belangrijk middel is om tot bevredigende oplossingen te komen. Daarbij is essentieel het consult te voeren in een ‘feminiene’ stijl, gekenmerkt door ruimte voor de inbreng van de patiënt, een warme empathische sfeer, een goede gezamenlijke probleemomschrijving en het gezamenlijk kiezen van de weg voor verbetering.
Tim olde Hartman, Peter Lucassen

8. Prikkelbaredarmsyndroom

Samenvatting
Het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) betreft een wereldwijd frequent voorkomend klachtencomplex van buikpijn in relatie tot verandering in ontlasting. Zowel in de epidemiologie als in het beleid tekent zich een verschil af tussen mannen en vrouwen. De pathofysiologie van deze genderspecificiteit wordt geleidelijk duidelijker en is waarschijnlijk in belangrijke mate terug te voeren op gendergerelateerde neuro-endocriene processen. De behandelaar zal bij anamnese en onderzoek rekening houden met deze achtergrond. Voor de behandeling van PDS is onderscheid tussen mannen en vrouwen nog onvoldoende onderbouwd. In de afgelopen jaren is veel onderzoek verricht naar dieetmaatregelen, vooral het FODMAP-dieet. Daarnaast is bewijs gekomen voor de effectiviteit van hypnotherapie. Geneesmiddelen hebben een bescheiden plaats in de behandeling, maar er zijn sterke aanwijzingen dat farmacotherapie met 5-hydroxytryptamine-3-receptorantagonisten een gendergerichte aanpak vraagt.
Otto Quartero

9. Stress

Samenvatting
Stress is een verzamelnaam voor spanning-oproepende biopsychosociale omstandigheden waar ieder mens dagelijks mee te maken krijgt. In de evolutie zijn drie stressregulatiesystemen ontwikkeld: het neurologische, het endocriene en het immunologische. Ook heeft zich een psychologisch stressregulatiesysteem ontwikkeld. Deze systemen helpen stress op te vangen en het individu zich staande te houden. Bij te veel of overmatige stressbelasting keren deze systemen zich tegen het individu en worden zelf een bron van problemen. Er zijn duidelijke verschillen in kwetsbaarheid en veerkracht tussen vrouwen en mannen. Leren omgaan met stress, verwerken van stressvolle situaties en trauma, herkennen van stressgerelateerde klachten, en zich staande houden onder hoogspanning, gelden in gelijke mate voor zowel hulpzoekers als hulpverleners.
Rutger Jan van der Gaag

10. ADHD

Samenvatting
ADHD wordt tegenwoordig gezien als een ontwikkelingsstoornis bestaande uit een combinatie van drie uitgesproken eigenschappen: (1) ‘aandachtstekortstoornis’: concentratiezwakte en verhoogde afleidbaarheid; (2) hyperactiviteit; en (3) impulsiviteit in denken en doen. De presentatie van ADHD kan verschillen. Zo zie je bij meisjes/vrouwen minder hyperactiviteit, of presenteert zich de hyperactiviteit anders (bijvoorbeeld in kwebbelen). Bij stress of fascinatie (tv-kijken, spannende game, bezoek aan een dokter of psycholoog) kunnen de ADHD-symptomen zelfs even verdwijnen. Tevens hangt de presentie af van de levensfase: drukte in de peuter- en kleutertijd, concentratiezwakte en afleidbaarheid in de basisschooltijd, impulsiviteit in de puberteit en problemen met plannen en organiseren van gedrag en inrichten van eigen leven in de volwassenheid. De behandeling bestaat uit psycho-educatie en gedragstherapeutische interventies. Alleen bij ernstige vormen van ADHD is toevoegen van medicamenteuze behandeling noodzakelijk.
Patricia van Wijngaarden-Cremers

11. De ziekte van Parkinson

Samenvatting
De ziekte van Parkinson is een neurodegeneratieve aandoening, met zowel motore als non-motore symptomen. Het onderscheid met andere vormen van parkinsonisme gebeurt grotendeels op klinische gronden, soms kan gericht aanvullend onderzoek behulpzaam zijn. De ziekte kent een beloop in fasen. Er kan al lange tijd sprake zijn van klachten voordat de diagnose gesteld wordt, deze fase noemen we de prodromale fase. Het progressieve karakter en wisselende klachtenpatroon per dag, maar ook gedurende de dag, beïnvloeden het leven van zowel de patiënt als diens mantelzorger(s). Kwaliteit van leven voor beiden vormt dan ook het uitgangspunt voor alle beleidsbeslissingen. Deze beslissingen zullen in de vroege en middenfase vooral genomen worden door patiënt en neuroloog, maar de huisarts heeft in elke fase een belangrijke rol, net als diverse paramedici. In de late fase bestaat het medische team vaak uit de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde en de neuroloog.
Annette Plouvier, Bart Post

12. Artrose

Samenvatting
Artrose is meest voorkomende gewrichtsaandoening en komt bijna twee keer zo vaak voor bij vrouwen dan bij mannen. Knieën en handen zijn de meest frequente locaties en artrose van juist deze gewrichten is verdubbeld bij vrouwen in vergelijking met mannen. Bekende risicofactoren zijn toenemende leeftijd, overgewicht, overbelasting, gewrichtsletsels, abnormale gewrichtsvorm en genetische aanleg. Gewrichtspijn, en de hieruit voorvloeiende ADL-beperking, is voor de patiënt de belangrijkste klacht. Vrouwen hebben gemiddeld vaker en meer pijnklachten van artrose dan mannen. De basisbehandeling omvat een proactief non-farmacologisch beleid met voorlichting, oefentherapie, gewichtsreductie bij overgewicht, en loophulpmiddelen. De eerste stap pijnmedicatie is een lokale NSAID. De vervolgstap is een orale NSAID, zo kort mogelijk met een zo laag mogelijke dosis. Bij onvoldoende pijnvermindering kunnen corticosteroïdinjecties worden overwogen. Pas in een eindstadium ‘artrose met veel ADL-beperkingen’, worden gewrichtsvervangende operaties overwogen voor vooral heup en knie, en een trapeziëctomie voor de duim.
Sita Bierma-Zeinstra

13. Osteoporose en fracturen

Samenvatting
Fracturen zijn multifactorieel bepaald en osteoporose is daarbij een van de risicofactoren. Behoudens op jonge leeftijd krijgen mannen minder fracturen dan vrouwen. Aanvullende diagnostiek naar osteoporose is alleen zinvol bij klinische risicofactoren voor fracturen. Na een fractuur boven het 50e levensjaar wordt aangeraden om altijd nader onderzoek te doen. Men dient het valrisico te evalueren en met behulp van DEXA de botmineraaldichtheid (BMD) van het skelet en de aanwezigheid van wervelfracturen te onderzoeken. Met gericht bloedonderzoek (creatinine, serum calcium, serum fosfaat, vitamine D, PTH) worden oorzaken van secundaire osteoporose uitgesloten. Op indicatie kan daarbij gezocht worden naar andere, meer zeldzame oorzaken zoals multipel myeloom (rugpijn), coeliakie en hypogonadisme bij mannen. De behandeling van osteoporose wordt ingezet als de BMD van het skelet verlaagd is of als er wervelinzakkingen zijn: verbetering van de leefstijl (gezonde voeding, bewegen), voldoende calciuminname (met de voeding of suppletie), vitamine D-suppletie en anti-osteoporosemiddelen.
Petra Elders

14. Problematisch alcoholgebruik

Samenvatting
Alcoholgebruik onder volwassenen in Nederland is wijdverspreid. Dat is zichtbaar in de cijfers: acht op de tien Nederlanders boven de 18 jaar drinkt wel eens alcohol. Onder vrouwen is het alcoholgebruik en problematisch alcoholmisbruik minder prevalent dan bij mannen; in specifieke subgroepen is het echter meer prevalent. Vrouwen gebruiken eerder alcohol vanuit relatieproblemen, angst, depressie of traumagerelateerde klachten, mannen eerder vanuit een positieve beleving. De meerderheid van volwassenen die voor een alcoholprobleem hulp zoekt is man. Alcohol leidt bij vrouwen tot meer intoxicaties en lichamelijke gevolgen doordat ze een minder actief alcoholdehydrogenase hebben en een lagere vocht/vetverhouding dan mannen. De behandeling van problematisch gebruik van alcohol richt zich op de onderliggende mechanismen. Farmacologisch is de ondersteuning van het onthoudingsbeeld bij vrouwen niet anders dan bij mannen. De keuze voor een anti-cravingmiddel kan mede door het sekseverschil worden bepaald, omdat vrouwen meer last hebben van de bijwerkingen van naltrexon.
Mary Janssen van Raay, Ineke de Noord

15. Stoppen met roken

Samenvatting
Roken is een verslaving die – nog steeds – veel voorkomt bij zowel vrouwen als mannen. De gezondheidsrisico’s voor vrouwen zijn groot. Zo zijn zij gevoeliger voor longkanker en hart- en vaatziekten door roken, en is er kans op zwangerschapscomplicaties. Rokende vrouwen komen vaker op het spreekuur bij de huisarts, zoals voor anticonceptie, kinderwens, cervixuitstrijkjes en menopauzale klachten. Dit creëert mogelijkheden om het rookgedrag bespreekbaar te maken, en in goed overleg door te verwijzen naar intensieve begeleiding met of zonder medicamenteuze ondersteuning. Speciale aandacht is er voor zwangere vrouwen bij wie er een hoge urgentie bestaat voor stoppen. Bij hen kan gebruik worden gemaakt van nicotinevervangende middelen ter ondersteuning en van speciaal getrainde ‘stoppen met roken’-coaches voor deze doelgroep. Huisartsen hebben een belangrijke rol in het signaleren van een rookverslaving en het doorgeleiden naar passende begeleiding. Kennis over genderspecifieke aspecten van het roken helpt om deze rol goed te kunnen vervullen.
Miriam de Kleijn, Hedwig Vos, Eline Meijer

16. Dyspnoe

Samenvatting
Kortademigheid of dyspnoe is een abnormale en onaangename gewaarwording van de ademhaling. De presentatie is zeer divers en de differentiaaldiagnose is breed, met respiratoire, cardiale, neurologische en psychische oorzaken. Leerboeken en richtlijnen besteden relatief weinig aandacht aan de verschillen tussen vrouwen en mannen, terwijl wetenschappelijke literatuur laat zien dat een gendersensitieve bril bij de zorgverlener wenselijk is. Vrouwen ervaren sneller dyspnoe en rapporteren dit vaker aan hun arts. Angst en somberheid als bijkomende klachten komen bij vrouwen vaker voor dan bij mannen. Ook bij diagnostiek en behandeling spelen verschillen tussen vrouwen en mannen een rol. Zo wordt bij mannen sneller een longfoto gemaakt of gekozen voor een doorverwijzing naar de specialist. Voor de belangrijkste diagnoses die horen bij de klacht dyspnoe, waaronder astma, COPD en hartfalen, bestaan duidelijke genderverschillen in prevalentie, presentatie en prognose.
Erik Bischoff, Bert van Bremen

17. Pijn op de borst

Samenvatting
In de spreekkamer bij de huisarts heeft de klacht pijn op de borst bij ongeveer 15 % van de patiënten een cardiale oorzaak. Vrouwen presenteren zich vaker dan mannen met symptomen en tekenen die wijzen op myocardiale ischemie zonder obstructief coronarialijden (INOCA en MINOCA). Pijn op de borst is het meest voorkomende symptoom van ischemische hartziekte, zowel bij mannen als bij vrouwen, maar komt bij vrouwen minder vaak voor. De bijkomende symptomen zoals de uitstraling en de vegetatieve symptomen verschillen tussen mannen en vrouwen. Ook in de risicofactoren is er verschil. De traditionele risicofactoren zoals hypertensie en roken zijn voor mannen en vrouwen gelijk, maar de impact van deze risicofactoren is bij vrouwen groter. Daarnaast hebben vrouwen ook vrouwspecifieke risicofactoren zoals een doorgemaakte pre-eclampsie. In de keuze van aanvullend onderzoek moet rekening gehouden worden met de grotere kans op ischemie zonder obstructie, die meer bij vrouwen voorkomt.
Dirkje Snijders, Angela Maas

18. Migraine

Samenvatting
Migraine is een veelvoorkomende chronische vorm van aanvalsgewijze hoofdpijn, die vaak een grote impact heeft op het dagelijks functioneren. Migraine komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het optreden van migraine wordt beïnvloed door de menarche, de menstruatie, zwangerschap, pilgebruik en menopauze. De precieze pathofysiologie en welke geslachtshormonen hierbij betrokken zijn is nog onvoldoende duidelijk, maar oestrogeenschommelingen lijken een rol te spelen. Er is een relatie tussen migraine en hart- en vaatziekten: migraine vormt een onafhankelijke risicofactor voor het optreden van herseninfarct, hersenbloeding en myocardinfarct. De behandeling van migraine wordt stapsgewijs ingezet en bestaat uit analgetica, bij onvoldoende effect gevolgd door aanvalsbehandeling met triptanen. Bij onvoldoende effectiviteit hiervan en frequente aanvallen dient profylactische behandeling overwogen te worden.
Marie-Louise Bartelink, Antoinette Maassen van den Brink

19. Diabetes

Samenvatting
Diabetes is de meest voorkomende chronische ziekte in de huisartspraktijk; in een doorsnee huisartspraktijk gaat het om ongeveer 130 mensen. Een ongezonde leefstijl verhoogt bij vrouwen in sterkere mate dan bij mannen het risico op het krijgen van type 2 diabetes. Diabetes verhoogt het risico van vrouwen op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten met 30–50 %. Er zijn aanwijzingen dat huisartsen dit risico bij vrouwen onderschatten; om dit tegen te gaan kunnen ze gebruikmaken van interactieve calculators, zoals U-Prevent. Vooral in de eerste lijn komt polyfarmacie vaker voor bij vrouwen met diabetes dan bij mannen met diabetes. Er zijn aanwijzingen dat Nederlandse mannen minder vaak dan vrouwen zelf verantwoordelijkheid willen nemen voor hun diabetes, alhoewel ze vaker geneigd zijn om medicatie te nemen om alle behandeldoelen onder controle te krijgen. Mannen en vrouwen gedragen zich nauwelijks verschillend binnen de Nederlandse diabeteszorg, al maken mannen waarschijnlijk vaker gebruik van een patiëntenportaal als die mogelijkheid bestaat.
Guy Rutten, Rimke Vos

20. Schildklieraandoeningen

Samenvatting
Schildklieraandoeningen, vooral de schildklierdisfuncties, zijn veelvoorkomend. Daarnaast zijn schildkliernoduli zeer prevalent, vooral bij oudere mensen. Epidemiologisch komen schildklieraandoeningen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, en kennen deze genderspecifieke aspecten. Door de zeldzaamheid van deze ziekten bij mannen zijn deze aspecten echter nog niet goed onderzocht. Hoewel de presentatie niet verschillend is bij mannen en vrouwen, brengen bijzondere fysiologische omstandigheden, zoals zwangerschap, de postpartumperiode en menopauze, uitdagingen met zich mee bij vrouwen. Complicaties van hyperthyreoïdie zoals osteoporose, komen vaker voor bij postmenopauzale vrouwen ten opzichte van de gezonden. Anderzijds vormt het mannelijke geslacht een ongunstige risicofactor voor de patiënten met een schildkliercarcinoom en hebben mannen met een hyperthyreoïdie mogelijk een verhoogd risico op cardiovasculaire sterfte. Rekening houden met deze omstandigheden helpt de zorg voor de patiënten met schildklieraandoeningen te verbeteren, zodat deze beter aansluit bij de individuele karakteristieken van de patiënten.
Romana Netea-Maier

21. Psoriasis – meer dan huid alleen

Samenvatting
Psoriasis is een chronische, inflammatoire huidziekte die 2–3 % van de populatie treft. Psoriasis is geassocieerd met vele comorbiditeiten, waaronder artritis psoriatica, cardiovasculaire aandoeningen en depressie. Daarnaast kan er sprake zijn van sociale problematiek en wordt de levensloop van patiënten met ernstige vormen op negatieve wijze beïnvloed. Psoriasis wordt gekenmerkt door rode, schilferende plaques die gepaard gaan met jeuk. Op kinderleeftijd kan het klinisch beeld op eczeem lijken. Er zijn veel (nieuwe) effectieve behandelopties voor psoriasis, waaronder biologics en small-molecule inhibitors. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat psoriasis bij vrouwen een grotere invloed heeft op hun kwaliteit van leven dan bij mannen. Behandeldoelen lopen eveneens uiteen tussen beide seksen. Vrouwen stoppen vaker met biologics in verband met de bijwerkingen, en zijn minder vaak tevreden over de behandeleffecten. Therapiekeuze rond kinderwens en zwangerschap vraagt maatwerk, voor vrouwen én mannen. Aandacht voor genderspecifieke aspecten bij de behandeling van patiënten met psoriasis is daarom belangrijk.
Elke de Jong, Juul van den Reek, Marieke Seyger

22. Infecties (COVID-19)

Samenvatting
Geslacht en gender zijn factoren die de immuunrespons beïnvloeden, zodanig dat er potentieel verschillen zijn in de intensiteit en duur van een ontstekingsreactie. Dit hangt samen met verschillen in DNA en hormonen, maar ook in blootstelling aan infectieuze micro-organismen door verschillen in werk, zorg en levensloop. In dit hoofdstuk wordt het voorbeeld van de recente SARS-CoV2/COVID-19-pandemie gebruikt om de invloed te beschrijven van geslacht en gender op infecties in het algemeen. Tegelijkertijd worden het beleid en de behandeling bij COVID-19 beschreven. Het gaat dan om zowel biologische verschillen, zoals in receptorlocatie, hormonale sensitiviteit en immunologische specificiteit, als om sociale verschillen, zoals in blootstelling door genderpatronen in werk, toegankelijkheid van testen en behandeling en langetermijngevolgen.
Sabine Oertelt-Prigione

23. Broekpoepen en fecale incontinentie

Samenvatting
Broekproepen bij kinderen is meestal het gevolg van obstipatie en komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Op volwassen leeftijd neemt de prevalentie van fecale incontinentie toe met de leeftijd, maar is er geen verschil in voorkomen tussen mannen en vrouwen. Wel blijken de gevonden afwijkingen bij anorectaal onderzoek bij mannen anders te zijn dan bij vrouwen. Vrouwen hebben vaker schade aan één of beide anale sfincters (opgelopen door een vaginale bevalling) terwijl er bij mannen vaker een verminderde rectale sensatie, verminderde anale knijpkracht, en een verminderd vermogen het rectum te ledigen, wordt gevonden. Er zijn verschillende systemen betrokken bij het continentiemechanisme. Dit zorgt ervoor dat de onderliggende oorzaken en de daarmee samenhangende behandelmogelijkheden erg divers zijn. Over een verschil tussen mannen en vrouwen qua effectiviteit van de verschillende behandelmogelijkheden is weinig tot niets bekend.
Doreth Teunissen

24. Seksueel overdraagbare aandoeningen

Samenvatting
Seksueel overdraagbare aandoeningen zijn bacteriële, virale en parasitaire infecties die met name overgedragen worden door seksueel contact. Het risico wordt bepaald door de aard en frequentie van het seksueel gedrag. Seksueel gedrag wordt beïnvloed door gender, naast en vaak in combinatie met leeftijd en seksuele oriëntatie. De zorg voor soa vindt grotendeels in de huisartspraktijk plaats en kent sekse- en genderspecifieke aandachtspunten. Dat geldt voor case finding, testen, counseling en behandeling.
Patrick Dielissen, Anne Vervoort

25. Seksuele klachten

Samenvatting
Seksuele klachten worden conform het biopsychosociale model door diverse factoren veroorzaakt en in stand gehouden. Een belangrijke factor is de manier hoe mannen en vrouwen binnen een bepaalde culturele context zijn opgevoed over seksualiteit en wat er op grond van genderstereotypen over seksueel gedrag van hen wordt verwacht. Door een gendersensitieve benadering van seksuele klachten kan de huisarts alert zijn op een stereotiepe genderrol als een mogelijke in stand houdende factor van een seksueel probleem. Dit kan patiënten helpen eigen opvattingen ter discussie te stellen en zo nodig te veranderen. Tevens kan een gendersensitieve benadering van seksuele klachten de huisarts helpen te reflecteren op eigen gendergerelateerde waarden en normen.
Peter Leusink

Capita selecta

Voorwerk

26. Omgaan met verlies en rouw

Samenvatting
De dood van een kind is een van de meest intense ervaringen van verlies. Bij de dood van een kind speelt niet alleen het rouwen van de ene ouder, maar voelt deze ook permanent het verdriet van de ander. Een levenloos geboren kind, een miskraam, ongewenste kinderloosheid – het zijn allemaal voorbeelden van ingrijpende gebeurtenissen in het leven van vrouwen en mannen. Ook het afscheid moeten nemen van een partner leidt tot hevige pijn. Nederland kent twee keer zo veel weduwen als weduwnaars, waarbij vrouwen meer dan mannen op jonge leeftijd geconfronteerd worden met de dood van hun partner. Rouwen betekent een manier vinden om met een groot verlies om te gaan. Die manier hangt samen met de leefomstandigheden en levensloop van mensen. De context en voorgeschiedenis zijn voor vrouwen anders dan voor mannen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe rouw verloopt en hoe vrouwen en mannen omgaan met verlies en rouw.
Toine Lagro-Janssen

27. Het signaleren en bespreekbaar maken van partnergeweld

Samenvatting
Partnergeweld, gender-based violence, en seksueel misbruik behoren tot de veelvoorkomende ernstige problemen in de huisartspraktijk. Internationale richtlijnen, onder andere van de World Health Organization (WHO) en de KNMG Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld geven houvast hoe hiermee om te gaan. Om adequaat te kunnen signaleren én handelen zijn scholing en gedegen kennis van de sociale kaart noodzakelijk. Alleen door rustig, aandachtig en zonder vooroordelen te vragen en luisteren, te reageren en te handelen is het mogelijk te helpen bij het beëindigen van de situatie en naar herstel toe te werken. Dit is de kern van gendersensitief luisteren en handelen bij patiënten die te maken hebben met partnergeweld.
Sylvie Lo Fo Wong, Karin van Rosmalen-Nooijens

28. Seksueel misbruik

Samenvatting
Veel slachtoffers van seksueel misbruik komen uit schaamte, schuldgevoel en soms angst voor de dader niet zelf met hun verhaal. Een patiënt die frequent het spreekuur bezoekt met een veelvoud aan fysieke en psychische klachten waar geen duidelijke oorzaak voor wordt gevonden, draagt nogal eens een geheim van seksueel misbruik met zich mee. Het herkennen van signalen van seksueel misbruik is daarom van groot belang. In dit hoofdstuk komt aan bod hoe dat kan. Door deze signalen vervolgens op een goede manier onderwerp van gesprek te maken kan sneller adequaat hulp geboden worden. Snelle en adequate hulp vermindert het risico op gevolgen op de langere termijn en verkleint het risico op herhaling. Dit hoofdstuk besteedt ook aandacht aan bijzondere groepen en omstandigheden, zoals verstandelijk beperkten, mannen en verkrachtingen onder invloed, en geeft richtlijnen voor behandeling.
Toine Lagro-Janssen, Doreth Teunissen

29. Proactieve populatiegerichte zorg

Samenvatting
Met proactieve populatiegerichte zorg kan de huisarts de praktijkpopulatie in beeld brengen aan de hand van determinanten van ziekte en gezondheid. De praktijkorganisatie en de samenwerking in de wijk kunnen hierop worden afgestemd. Hiermee kan de huisarts invloed uitoefenen op de interactie tussen de determinanten die meespelen bij het ontstaan van ziekte. Rekening houden met sekse en gender is belangrijk, omdat determinanten van gezondheid verschillen tussen mannen en vrouwen. De zorg is proactief, in plaats van dat het de huisarts ‘overkomt’ en kennis van de eigen populatie is essentieel. Na identificatie van een probleem in een patiëntenpopulatie start de huisarts met risicostratificatie binnen die populatie. Op basis van het risico worden interventies gekozen. Vervolgens wordt in de gaten gehouden of zorg die past bij het risico daadwerkelijk wordt ontvangen en tot slot zijn follow-up en evaluatie essentieel. Op deze manier kan zorg geleverd worden die beter aansluit bij de patiënten.
Janet Kist, Hedwig Vos, Rimke Vos

30. Genetica

Samenvatting
De genetische mechanismen die ten grondslag liggen aan de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen zijn uiterst complex en nog maar ten dele opgehelderd. In dit hoofdstuk ligt het accent op wat we weten van de seksespecifieke aspecten van monogene aandoeningen: erfelijke ziekten die worden veroorzaakt door een mutatie(s) in één gen. Aan de hand van casuïstiek wordt aangetoond dat monogene aandoeningen – die typisch voorkomen bij één specifiek geslacht (X-chromosomale aandoeningen bij jongens/mannen en erfelijke borstkanker bij vrouwen) – ook kunnen voorkomen bij het andere geslacht en dat het belangrijk is om die mogelijkheden in overweging te nemen. Tevens komt aan bod dat de erfelijke aanleg voor typisch vrouwelijke ziekten, zoals borstkanker, via de mannelijke lijn kan worden overgedragen. Daarnaast worden de implicaties voor de klinische praktijk besproken.
Nine Knoers

31. Farmacotherapie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt, aan de hand van drie cases, beschreven welke fysiologische en farmacokinetische en -dynamische man-vrouwverschillen er zijn en wordt uitgelegd waarom het belangrijk is om de farmacotherapeutische behandeling daarop aan te passen.
Loes Visser, Linda Hendriksen

32. Genderincongruentie

Samenvatting
Genderincongruentie is voor elk individu anders, waarbij er ook verschillende behandelwensen kunnen zijn, zoals erkenning, begeleiding, hormonale behandeling of chirurgie. Hoe dan ook heeft de ervaren genderincongruentie veel impact op de persoon en diens omgeving. Een gendersensitieve benadering en kennis van behandelopties kan de arts-patiëntrelatie alleen maar ten goede komen. Ook na een succesvol afgerond traject kan er nog sprake zijn van genderdysfore gevoelens en nazorg nodig zijn.
Mujde Özer

33. Ontwikkeling en implementatie van gendersensitief medisch onderwijs

Samenvatting
Hoewel uit onderzoek steeds meer kennis over sekse en gender in ziekte en gezondheid ter beschikking komt, verloopt de implementatie van deze kennis in het medisch onderwijs en de dagelijkse praktijk traag. Daarom zijn de afgelopen decennia projecten uitgevoerd om een adequate implementatie van genderaspecten in het medisch onderwijs te faciliteren. Gendersensitieve medische zorg begint immers met het aanbieden van gendersensitief onderwijs aan medisch studenten en artsen in de vervolgopleiding tot specialist. Dit hoofdstuk beschrijft de stand van zaken van gendersensitief onderwijs in het basiscurriculum van de acht medische faculteiten en van een aantal vervolgopleidingen. We onderzoeken faciliterende en belemmerende factoren bij de ontwikkeling en implementatie van gendersensitief onderwijs en reflecteren op de lessen die we hebben geleerd. Op basis hiervan trekken we conclusies en doen we concrete aanbevelingen voor de toekomst.
Doreth Teunissen, Toine Lagro-Janssen

Nawerk

Meer informatie