Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

30-10-2019 | Opmerkelijk | Uitgave 4/2019

Kind en adolescent 4/2019

Gemert, Marike van (2019). Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling

Houten: Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 978-90-368-1435-5, 293 p., € 37,99

Tijdschrift:
Kind en adolescent > Uitgave 4/2019
Auteur:
Drs. Han J. M. Spanjaard
Volwassenen die als kind mishandeld zijn, zeggen vaak dat niemand ernaar vroeg en niemand echt luisterde. Anno 2019 vinden professionals in het onderwijs, de (jeugd)zorg en de jeugdbescherming praten over kindermishandeling met kinderen nog steeds erg moeilijk. Voor kinderen zelf is het ook lastig erover te beginnen. Kindermishandeling gaat vaak gepaard met schaamte, druk op geheimhouding, schuldgevoel, loyaliteit aan de ouder(s) en angst. Kinderen zijn vaak bang niet geloofd te worden, dat anderen heel boos worden, dat de pleger wordt gestraft en dat ze uit huis moeten.
Des te belangrijker is het daarom dat jeugdhulpverleners en andere professionals die met kinderen werken goed toegerust zijn om met kinderen te kunnen en durven praten over onveiligheid. Het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling biedt daarvoor goede en praktische handreikingen. Het boek bevat veel gespreksfragmenten tussen een professional en een kind. Naast deze dialogen worden theorie en handreikingen afgewisseld met korte citaten van jonge ervaringsdeskundigen en citaten van professionals over dilemma’s uit de praktijk. Hierdoor is het boek prettig leesbaar en komt het onderwerp echt tot leven.
Na de inleidende hoofdstukken over definitie, omvang, complexiteit en de gevolgen van kindermishandeling en de meldcode, presenteert Van Gemert drie pijlers voor een gesprek over kindermishandeling. De eerste pijler is helderheid over het doel van het gesprek: wat staat jou als professional te doen en wat is jouw rol en taak? De taken verschillen per soort professional, bijvoorbeeld signalen verhelderen, hulp regelen, verwijzen naar hulp, informatie bieden, behandelen en/of feiten onderzoeken. Maar altijd geldt: een luisterend oor bieden. De tweede pijler is de veiligheid in het contact met het kind: een veilige sfeer en werkelijk contact, waarin het kind ervaart dat je te vertrouwen bent, dat je het kind respecteert met zijn of haar verhaal, emoties, wensen en grenzen. Het gaat er bijvoorbeeld om dat professionals eerlijk en betrouwbaar zijn en het kind zelf zo veel mogelijk de regie geven. De derde pijler is communiceren over je verantwoordelijkheid: wat ga je precies doen met wat het kind je vertelt? Als een kind om geheimhouding vraagt, kun je vragen waar het kind bang voor is en wie wat niet mag weten. Het kind kan enerzijds gerust worden gesteld dat niet iedereen alles hoeft te weten. Anderzijds is het nodig ook met anderen, bijvoorbeeld de ouders, te praten over wat er aan de hand is om te zorgen dat het weer goed gaat met het kind. Je kunt het kind wel beloven steeds met hem of haar te bespreken wat een volgende stap gaat zijn.
Deze drie pijlers vormen in het boek de structuur voor alle tips voor en voorbeelden van gesprekken over kindermishandeling. De auteur bespreekt verschillende situaties van onveiligheid: emotionele mishandeling, lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik, pediatric condition falsification (PCF), eergerelateerd geweld en partnerdoding. Er wordt apart stilgestaan bij gesprekken met kinderen van ouders met psychische en verslavingsproblemen, ouders in complexe scheidingen en ouders met een verstandelijke beperking. Ook volgen specifieke aandachtspunten voor gesprekken met jongere en oudere kinderen, kinderen uit verschillende culturen, kinderen met hoogbegaafdheid, kinderen met een (licht) verstandelijke beperking, kinderen met een stoornis in het autismespectrum en kinderen met trauma’s. En er is een apart, zij het kort, hoofdstuk over praten met ouders.
De gespreksfragmenten zijn duidelijk en werken verhelderend. De nadruk ligt op het vragen en luisteren naar de beleving van kinderen en hen betrekken bij belangrijke beslissingen. De veelheid van vormen van onveiligheid en soorten kinderen gaat soms ten koste van de diepgang. In een bijlage worden diverse hulpmiddelen genoemd voor gesprekken met kinderen over kindermishandeling. Het is jammer dat de auteur het gebruik van deze hulpmiddelen niet nader bespreekt en toelicht.
De auteur geeft veel voorbeelden van hoe je concrete en specifieke open vragen kunt stellen. Het is belangrijk door te vragen zonder suggestief te worden en het verhaal en de beleving voor het kind in te vullen. Verrassend in de voorbeelddialogen is daarom tot twee keer toe het gebruik van de vragen ‘vind je het moeilijk om hierover te praten?’ en ‘wil je hier meer over vertellen?’ (p. 114 en 195). Dit zijn geen open vragen. Ongewild kunnen deze vragen het kind stimuleren te stoppen met vertellen: ‘O, het is blijkbaar moeilijk, misschien moet ik hier verder maar niet over praten?’ De moeilijkheid voor kinderen is mogelijk minder het vertellen over wat er gebeurd is, als wel de angst voor wat er allemaal kan gebeuren als anderen hiervan weten. Wellicht is daarom een betere vraag ‘Vertel eens, wat gebeurde er?’, ‘Hoe was dat voor jou?’ of ‘Waar gebeurde dat?’ Bij die laatste vraag krijgt het kind even lucht ten aanzien van de concrete gebeurtenissen en kan het eerst vertellen over de plek (of het moment) waar(op) iets gebeurde. Dat is meestal makkelijker en geeft moed om vervolgens meer te vertellen over wat er is gebeurd.
In het Praktijkboek wordt na een onthulling van kindermishandeling door een kind steeds gewezen op het melden bij en inschakelen van Veilig Thuis en de politie. Het melden is natuurlijk prima, maar daarmee is het probleem van het kind nog niet opgelost. In veel gevallen zal de betreffende professional, samen met anderen, aan het werk moeten om de veiligheid te herstellen. Melding en eventueel aangifte doen van kindermishandeling bij de politie is van belang voor het vervolgen van strafbare feiten. Echter, lang niet alle meldingen van kindermishandeling leiden tot een aangifte, en het aantal seponeringen van een aangifte vanwege ‘gebrek aan bewijs’ is bij kindermishandeling heel hoog. En wat willen kinderen zelf? Zij willen dat de mishandeling stopt, dat het weer fijn en veilig is waar ze wonen en leven, en dat ze betrokken worden bij vervolgstappen. De professional die door het kind in vertrouwen is genomen, heeft daarbij een belangrijke rol: het zo concreet mogelijk delen van de zorgen en het verhaal van het kind met de ouders om, samen met anderen, te komen tot solide veiligheidsafspraken. Doel is dat de kindermishandeling stopt en het kind veilig is. Een onderwerp voor een tweede praktijkboek?

Onze productaanbevelingen

BSL Psychologie Totaal

Met BSL Psychologie Totaal blijf je als professional steeds op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen jouw vak. Met het online abonnement heb je toegang tot een groot aantal boeken, protocollen, vaktijdschriften en e-learnings op het gebied van psychologie en psychiatrie. Zo kun je op je gemak en wanneer het jou het beste uitkomt verdiepen in jouw vakgebied.

BSL Academy mbo Verzorging en Verpleegkunde

Kind en Adolescent

In Kind en Adolescent vindt u actuele Nederlandstalige wetenschappelijke publicaties die relevant zijn voor de pedagogische, psychiatrische of psychologische praktijk rondom kinderen en jeugdigen. Ontwikkeling, opvoeding en hulpverlening worden vanuit verschillende invalshoeken belicht. 

Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 4/2019

Kind en adolescent 4/2019 Naar de uitgave