Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek behandelt op een gestructureerde wijze de ganganalyse als basis voor een therapeutische looptraining. Het bespreekt het normale loopbeeld en gaat vervolgens dieper in op specifieke loopafwijkingen.

Veel somatische letsels en aandoeningen leiden tot een verstoring van het normale gaan of lopen. Fysiotherapeuten en paramedici worden dan ook dagelijks geconfronteerd met problemen op dit gebied.

In Ganganalyse en looptraining komen zowel orthopedische als perifere en centrale neurologische aandoeningen aan bod. Daarnaast behandelt het loopafwijkingen die zijn veroorzaakt door aandoeningen aan heup, knie en voet, evenals het gebruik van orthopedische hulpmiddelen, zoals orthesen. Met behulp van een analyseformulier worden de problemen in de gang duidelijk en inzichtelijk. Op basis van de geanalyseerde problemen in het formulier kan de therapeut komen tot een duidelijke probleemstelling en daaruit volgend een behandelplan. Om te komen tot een therapeutische oplossing worden de veroorzakers van gangafwijkingen uitgebreid beschreven.

Deze tweede, volledig herziene druk beschrijft niet alleen de meest frequente loopproblemen, maar ook de oorzaken en de bijbehorende trainingsindicaties. De praktische en didactische waarde van het boek wordt nog verhoogd door de bijbehorende website vol boeiend digitaal lesmateriaal met uitgebreide casuïstiek.

Ganganalyse en looptraining richt zich in het bijzonder op eerste- en tweedelijnsfysiotherapeuten, fysiotherapeuten in opleiding en geriatriefysiotherapeuten. Daarnaast is dit boek relevant voor revalidatieartsen, oefentherapeuten, ergotherapeuten en orthopedisch instrumentmakers.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Looptraining binnen het holistische therapiemodel

Samenvatting
In dit inleidend hoofdstuk wordt de inhoud van dit boekwerk gepositioneerd binnen het huidige holistische behandelspectrum. Binnen de looptraining volgen we enerzijds het ICF-model. Anderzijds worden ook een aantal facetten belicht die een belangrijke determinerende factor zijn bij de ganganalyse, de therapieplanning, de opbouw van de looptraining en keuzen van hulpmiddelen. De klinische besluitvorming (clinical reasoning) steunt enerzijds op een gedegen breed onderzoek, onderbouwd met gestandaardiseerde metingen en looptests (klinimetrie). Anderzijds bepalen de kennis, de ervaring en expertise van de therapeut mede zijn beslissingen. Kennis van de literatuur en onderzoeksresultaten (evidenced-based practice), integreren van principes van motorisch leren en motorische controle (motor learning en motor control) en correcte evaluatie van de behandelresultaten zijn essentiële determinanten voor de behandelstrategieën en een optimale looptraining. Het belang van al deze factoren wordt in dit inleidend hoofdstuk kort toegelicht en aangevuld met casuïstiek.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

2. Het normale looppatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het menselijk staan en lopen in al zijn facetten besproken in de diverse bewegingsvlakken. Voor de ganganalyse en de beschrijving van de verschillende fasen van de gangcyclus hanteren we hier hoofdzakelijk de terminologie van Perry. Deze terminologie is immers uitermate geschikt om pathologische loopbeelden te analyseren. Bij de beschrijving van de verschillende fasen van de loopcyclus belichten we de normale gewrichtsbewegingen en belangrijkste spierwerking. Aangepaste schema’s geven een duidelijk overzicht van gewrichtshoeken en spierkrachten. Tevens komen ook relevante biomechanische componenten aan bod, hetgeen noodzakelijk is om het spel van krachten en tegenkrachten te begrijpen. Vooral de grondreactiekracht (GRK) speelt een cruciale rol bij ons voortbewegen en bij het later inzetten van eventuele hulpmiddelen. Naast het normale lopen worden in dit hoofdstuk ook een aantal functionele activiteiten zoals trap- en hellinglopen geanalyseerd en komt ook het energieverbruik bij lopen aan bod.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

3. Van probleemanalyse bij gangafwijkingen tot behandelstrategie

Samenvatting
In dit derde hoofdstuk gaan we dieper in op de verschillende onderzoeksmethoden, die specifiek bijdragen tot ganganalyse en strategiebepaling van de looptraining. Naast de meer objectieve geïnstrumenteerde gangbeeldanalysen in een bewegingslab focussen we vooral op gestructureerde observatie en visuele analyse. Als hulpmiddel in dit leerproces benutten we hiervoor een ganganalyseformulier. Naast analyse van het totale loopbeeld behelst dit invulformulier tevens de meest voorkomende afwijkingen in iedere fase van de gangcyclus. Hierdoor krijgt de therapeut structuur aangeboden in zijn visuele ganganalyse. De veel voorkomende gangafwijkingen in iedere fase worden verder uitgediept door het kort vernoemen van de eventuele oorzaken, mogelijke oplossingen en strategische adviezen. Het opstellen van een behandelplan wordt eveneens via een formulier aangeboden waarop alle belangrijke determinanten van het onderzoek, inclusief klinimetrie, moeten leiden tot het bepalen van het hoofdprobleem en de optimale behandelstrategie.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

4. Algemene looptraining

Samenvatting
In dit vierde hoofdstuk gaan we dieper in op de uitvoering of praktische looptraining. De specifieke doelstellingen, zoals te bereiken loopafstand, loopsnelheid, K-level, keuze loophulpmiddel of orthese, haalbare activiteiten en dubbeltaken worden geformuleerd. Naargelang de looptraining vordert zal men samen met de cliënt de doelstellingen bijstellen. Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk aan bod: facetten van motorische controle en motorisch leren binnen de looptraining; voorbereidende vaardigheden zoals opstaan en stabalans; opbouw van de looptraining per probleemfase en veelvoorkomende afwijking; belang van manuele facilitaties in het aanleerproces; automatiseren van het looppatroon en opbouw functionele vaardigheden zoals traplopen en opstaan van de vloer.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

5. Neurologische probleemgebieden

Samenvatting
In het vijfde hoofdstuk gaan we dieper in op de vaak voorkomende neurologische pathologieën, hun belangrijkste loopproblemen en bijhorende aangepaste trainingsfacetten. We belichten telkens voor elke aandoening de symptomen, de specifieke loopproblemen; de behandelfacetten en de aangepaste hulpmiddelen zoals schoenen, orthese, loophulpen. Algemeen bepalen de lokalisatie en de aard van het zenuwletsel de symptomen. Zo geven centraal neurologische aandoeningen (CNA) andere loopproblemen dan perifere letsels. Voor de cerebrale aandoeningen wordt het hemiplegisch lopen als hoofdthema beschreven. Tevens worden ook kort aandachtspunten bij patiënten met cerebrale parese, MS en de ziekte van Parkinson belicht. Bij de spinale problematiek beschrijven we beknopt de looptraining bij mensen met een dwarslaesie en spina bifida. Loopproblemen bij perifere zenuwletsels worden gegroepeerd naargelang de locatie van het letsel en de aard van de symptomen.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

6. Orthopedische en aanverwante problematiek

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de vaak voorkomende orthopedische en aanverwante loopproblemen en bijhorende aangepaste trainingsfacetten. We belichten telkens voor elke aandoening: symptomen, de specifieke loopproblemen, de behandelfacetten en aangepaste hulpmiddelen zoals schoenen, orthesen en loophulpen. Achtereenvolgens beschrijven we de volgende casuïstiek: endoprothesen van heup en knie, beenamputaties, fracturen van onderste ledematen, ouderen en loopproblemen, SOLK, en contracturen en loopproblemen.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

7. Beenorthesen

Samenvatting
De laatste decennia heeft er een geweldige evolutie plaatsgevonden binnen de orthesiologie, enerzijds door het gebruik van nieuwe materialen, zoals thermoplasten, composiet, lichte metalen en koolstoffen, anderzijds door de biomechanische en wetenschappelijke ontwikkeling en onderbouwing. In dit hoofdstuk richten we ons vooral op de verschillende typen beenorthesen, met name EVO’s, KO’s en KEVO’s en het praktische gebruik bij het lopen. De beste resultaten kan men slechts bereiken, indien de gestructureerde orthesekeuze plaatsvindt binnen een teambehandeling, waarin arts, therapeut, patiënt en orthopedisch instrumentmaker nauw samenwerken. De orthesekeuze en de keuze van materialen, steunpunten en sluitingen is onder meer ook afhankelijk van het gewicht van de patiënt, de mate van spasme en de actieve of passieve instabiliteit rondom het gewricht. Daarnaast spelen comfort, cosmetica, huidvriendelijkheid en transpiratie, alsook de sensibiliteit, leerbaarheid, de handfunctie en motivatie van de patiënt een rol bij dit keuzeproces. Een overzicht van de orthesen en hun indicaties vergemakkelijkt dit keuzeproces.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

8. Orthopedische schoenaanpassingen (OS) bij loopproblemen

Samenvatting
Therapeuten die looptraining geven, horen kennis te hebben van veel voorkomende voetproblemen en mogelijke schoenaanpassingen en hun indicaties. In dit hoofdstuk komt deze kennis aan bod. Achtereenvolgens komen aan bod: orthopedische maatschoen, semi-orthopedisch schoeisel, confectieschoenaanpassingen en de verbandschoen. Om een optimale schoenvoorziening te bereiken is het het beste dat de patiënt in een gezamenlijk spreekuur met arts, therapeut en orthopedische schoenmaker wordt onderzocht, het lopen geanalyseerd, de hulpvraag geformuleerd en met respect voor ieders deskundigheid een gemeenschappelijk advies en schoenplan opgesteld. Het is tevens zinvol de patiënt te informeren over de mogelijkheden met betrekking tot functionaliteit en cosmetiek. Deze voorlichting is uiterst belangrijk om te bevorderen dat de orthopedische schoenen ook werkelijk gedragen worden.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

9. Loophulpmiddelen

Samenvatting
In dit negende hoofdstuk passeren de meest gangbare loophulpmiddelen de revue. Een loophulpmiddel heeft als hoofdfunctie voor de patiënt de steunbasis te vergroten en zijn balans te verbeteren bij het lopen. Een tweede doel is zonder meer de beenbelasting te verdelen of te verminderen. Naast een biomechanische benadering wordt ook een overzicht gegeven van zowel eenhandige als tweehandige loophulpmiddelen. Van elk product volgt een beschrijving en eventuele indicaties bij het keuzeproces. Hiervoor wordt voor elk product beknopt vernoemd wat de voor- en nadelen zijn, wat de functie is en aan welke voorwaarde het moet voldoen. Ook criteria voor het afstellen of aanmeten van een gekozen loophulpmiddel staan vermeld. De therapeut zal de patiënt steeds een looppatroon adviseren dat past binnen zijn problematiek en zijn loophulpmiddel. De verschillende looppatronen, zoals diagonaalgang en driehoeksgang, worden dan ook verduidelijkt en didactisch geïllustreerd.
Jos Deckers, Dominiek Beckers

Nawerk

Meer informatie

Extras