Skip to main content
main-content

01-11-2016 | Fysiotherapie | Nieuws

Nieuw meetinstrument voor oefenen met mensen met beperking

Tekst: Adri van Beelen | Beeld: PicScout

Fysiotherapeut Martijn Venhuizen ontwikkelde een functioneel fysiotherapeutisch behandelprogramma voor mensen met een verstandelijke beperking die problemen ondervinden met opstaan en lopen. Als onderdeel van het programma is een meetinstrument ontwikkeld waarmee op vaardigheidsniveau doelen kunnen worden gesteld en geëvalueerd. Een meetinstrument dat uitgaat van de leefomgeving van de cliënt zelf en niet van de oefenruimte van de therapeut. Van het meetinstrument is de inter- en intra-beoordelaarsbetrouwbaarheid en inhoudsvaliditeit onderzocht en deze werden als ‘goed’ tot ‘zeer goed’ beoordeeld.


Venhuizen heeft veel te maken met cliënten die problemen hebben met lopen of opstaan. Op welke manier kun je daarbij inzichtelijk maken dat de therapie die je geeft ook daadwerkelijk helpt? Volgens de fysiotherapeut meten de meeste instrumenten niet de vooruitgang, maar het begripsvermogen van de cliënt. Een ongewenst bijeffect van gangbare methodes. Een voorbeeld: een cliënt moet beginnen met lopen als hij een pieptoon hoort. Dan test je dus niet alleen zijn loopje, maar ook of hij een opdracht kan begrijpen. Daarom is Venhuizen op zoek gegaan naar een nieuwe meetmethode, eentje die wel objectief én makkelijk inzetbaar is.

Vertrouwde omgeving

“Leer de cliënt in zijn eigen vertrouwde omgeving beter kennen, zoals de huiskamer”, zo luidt het advies van Martijn Venhuizen aan zijn collega-fysiotherapeuten. En ook: “Observeer daar de problemen van het opstaan en lopen. Die zijn daar vaak anders dan in de oefenruimte van de therapeut. De stoel kan voor een cliënt veel te laag zijn, of er staat een tafel in de weg.”

Het lijkt logisch dat er getraind moet worden, daar waar het probleem zich voordoet, maar in de praktijk van alledag is dit nog lang geen gemeengoed, laat Martijn Venhuizen weten. “Nog altijd worden de meeste fysiotherapeuten traditioneel opgeleid. Onderzoeken, diagnosticeren, behandelen, evalueren, en dat doe je allemaal binnen je eigen praktijk. In de oefenzaal is het ook allemaal helder. Maar als het gaat om de transfer van oefenzaal naar de omgeving van de patiënt gebeurt het helaas niet.”

Bovendien wordt er nog veel te veel stoornisgericht gedacht, zegt hij. “De therapeut zegt bijvoorbeeld: ‘Oké, er is een beperking in de heup, dat probleem gaan we de oplossen. We gaan de adductoren en abductoren sterker maken of we gaan evenwicht en balans oefenen.’ Maar het is beter om meteen te trainen in de dagelijkse praktijk. Eerst kijken in welke situatie het probleem met de heup zich voordoet, en vervolgens in die situatie oefenen. Zo specifiek mogelijk.”

De fysiotherapeut moet volgens Venhuizen ook het begeleidend personeel ondersteunen. “Mensen in een verpleeghuis krijgen bijvoorbeeld fysiotherapie omdat ze slechter gaan lopen. Dan moet je ook het verpleegkundig personeel ondersteunen. Het vraagt een andere manier van denken. Je moet altijd op locatie gaan kijken en je moet er veel meer de omgeving en de begeleiders bij betrekken. De interactie met de begeleiding en de omgeving bepalen in belangrijke mate hoe iemand opstaat en loopt. Je interventie richt zich dan meer op de begeleiders en niet op het behandelen van de cliënt. Dan heb je een heel mooie coachende rol.”

Drie punten

Het onderzoek naar het nieuwe meetinstrument leverde drie belangrijk punten op. In de eerste plaats de numerieke puntenschaal. Venhuizen: “Daarbij ken je dus punten toe aan de zwaarte van het opstaan en lopen van een cliënt (of van zijn begeleider). Bijvoorbeeld: hoe zwaar het is om uit een stoel op te staan en weg te lopen. Dan maak je dit eerst concreet. Dus: hoe zwaar is het voor Piet om op te staan uit de blauwe stoel om zijn jas te pakken in de gang? Dat observeer je live of via een video. Je zegt: ‘Kom Piet, het is tijd om naar de dokter te gaan’ of: ‘Kom Piet, je moet naar je werk’. Na het observeren ken je de punten toe, waarbij 0 punten betekent dat Piet opspringt uit de stoel als een 18-jarige en 10 punten wil zeggen dat het onmogelijk is voor Piet om op te staan. En de hele range tussen 0 en 10. Voor het goed kunnen beoordelen van deze puntenschaal is er een training uitgewerkt. Om feeling te krijgen met het geven van de punten krijg je eerst allerlei filmpjes te zien waarin van licht naar zwaar wordt getoond hoe mensen opstaan en lopen. Zo krijg je als therapeut feeling met het meetinstrument. Je observeert mensen in een situatie die voor hen natuurlijk is. Je ziet zo ook dat de intentie van een beweging de motoriek bepaalt. Als je iemand vraagt zijn armen op te tillen, komt hij vaak minder hoog dan wanneer je vraagt of de persoon in kwestie iets uit een hoge kast wil pakken.”

Een tweede aspect van het meetinstrument is de opstapsnelheid. Venhuizen: “Je meet als het ware de tijd tussen het moment wanneer iemand gaat opstaan en wanneer het opstaan is afgelopen. Het begint op het moment dat je met je hoofd naar voren gaat. En het is afgelopen als de heup in extensie is, of als de hak los komt van de grond.”

Ten slotte is er nog de 10 meter looptest. “We laten de patiënt een stukje lopen. We vragen dan niet of ze 10 meter willen lopen, want dat gaat regelmatig mis. Iemand begrijpt het niet precies of hij staat al eerder stil. Dus we laten de persoon een stukje lopen door te vragen of hij naar ‘die stoel daar’ wil gaan of je observeert iemand tijdens een stukje dat de cliënt dagelijks loopt zonder instructie te geven. Tijdens dit stukje lopen is er 10 meter uitgezet en wordt de tijd gemeten. Je schakelt daarmee het begrijpen van de opdracht zoveel mogelijk uit. Zo kun je snelheid goed meten.

Martijn Venhuizen ontwikkelde het meetinstrument toen hij werkzaam was bij ’s Heeren Loo locatie Schuylenburg in Apeldoorn. Inmiddels runt hij samen met zijn vrouw Jet een wooninitiatief voor mensen met een verstandelijke/psychiatrische beperking, gevestigd in een woonboerderij in ´s Heerenbroek, onder de rook van Zwolle. In de woonvorm is plaats voor zeven cliënten. Het verblijf wordt bekostigd vanuit de WMO of WLZ (Wet Langdurige Zorg). www.hofvansion.nl.


Onze productaanbevelingen

BSL Fysiotherapeut Totaal

Zoekt u casuïstiek over nekklachten of wilt u meer weten over lage rugpijn? Met dit online abonnement kunt u uw vakkennis optimaal bijhouden en uitbreiden. U krijgt toegang tot een groot aantal fysiotherapieboeken en geaccrediteerde online nascholing, zoals e-learnings en web-tv's.