Skip to main content
main-content

25-04-2017 | Fysiotherapie | Nieuws

Marijke Slieker: ‘We zijn niet gewend over plassen, poepen en vrijen te praten’

Tekst: Adri van Beelen 

FysioActueel sprak met Marijke Slieker* (bekkenfysiotherapeut) over het effect van bekkenbodemproblemen op andere klachten waarvoor iemand de fysiotherapeut raadpleegt. Volgens Slieker moet iedere fysiotherapeut alert zijn op onderliggende bekkenbodemproblemen. Patiënten met een gerichte hulpvraag kunnen worden verwezen naar de bekkenfysiotherapeut.


Wat is het kenmerk van bekkenbodemproblemen in de fysiotherapie?

Marijke Slieker: ‘Dat er eigenlijk weinig over bekend is. Je kunt gerust stellen dat de bekkenbodem in opleidingen meestal buiten beschouwing wordt gelaten. En dat is dus waar het mank gaat. Iedere fysiotherapeut zou juist alert moeten zijn op onderliggende bekkenbodemproblemen. Maar helaas gebeurt er te weinig mee.’

Hoe komt dat?

‘Het is een lastig en precair onderwerp. Omdat het ook niet in de opleiding is opgenomen praten we er niet zo makkelijk over. We zijn daarom niet gewend om zomaar over ‘plassen, poepen en vrijen’ te praten met de patiënt. Want daar komt het vaak wel op neer als je het over bekkenbodemproblemen wilt hebben.’

Wat moet er dan wel gebeuren?

‘Fysiotherapeuten en andere behandelaars moeten een manier aanleren om het wél over die zaken te hebben. Dat is belangrijk om bepaalde basisinformatie te krijgen die je kunt meenemen in de anamnese. Je hoeft echt geen bekkenfysiotherapeut te worden. Maar je moet wel weten dat er problemen kunnen zijn die al langer bestaan en door bepaalde taboes nooit aan de orde zijn gekomen.’

De Britse gynaecoloog dr. Abdul Sultan: ‘Iedere vrouw verdient een vinger in de anus direct na de bevalling’


‘Bijvoorbeeld problemen die in de zwangerschap zijn ontstaan. Als je in je zwangerschap urineverlies hebt gehad, dan is de kans groot dat je dat weer krijgt als je ouder wordt. Als een vrouw in de zwangerschap een balgevoel heeft en haar moeder heeft prolapsklachten, dan heeft deze vrouw eerder kans op een prolaps. Daar komen dan ook vaak lage rugklachten bij. En dan heeft zo’n vrouw dus lage rugklachten zonder dat de verzakking meteen wordt opgemerkt.’

Patiënten schamen zich er dus ook vaak voor?

‘Inderdaad. Uit promotieonderzoek blijkt dat 64 procent van de mensen met ongewild urineverlies niet bekend is bij de huisarts. Ze beginnen er niet over omdat ze zich ervoor schamen. Of omdat ze denken dat het er bij hoort. Zo van: ik heb en kind gekregen dus dan is dat nou eenmaal zo. Maar je kunt er wel degelijk wat aan doen.’

Kunnen bekkenbodemproblemen ook optreden bij vrouwen die niet bevallen zijn?

‘Ja, dat kan ook. Maar een bevalling is altijd een risicofactor. Er ontstaat schade aan de bekkenbodem door gebeurtenissen als langdurig persen, een episiotomie (knip), het gebruik van een vacuümpomp, en soms ook door een keizersnede, want de zwangerschap zelf geeft ook rek op het weefsel.’ Daarom hebben we heel bewust een e-learning gemaakt voor fysiotherapeuten over vrouwen die bevallen zijn en die gevolgd worden tot de overgang: De bekkenbodem van postpartum tot postmenopauzaal.

Ook een totaalruptuur bij de bevalling?

‘Ja, een totaalruptuur geeft natuurlijk ook schade. Soms zonder dat dit direct zichtbaar is. Nog altijd wordt 12 procent van de totaalrupturen niet vlak naar de bevalling herkend. Dat komt doordat het perineum aan de buitenkant dan intact is, terwijl het van binnen fors beschadigd is. Dat kun je alleen maar constateren door postpartum de anus te toucheren en dan de vrouw te vragen om aan te spannen. De Britse gynaecoloog dr. Abdul Sultan zegt altijd: ‘Iedere vrouw verdient een vinger in de anus direct na de bevalling.’

Daarnaast is het belangrijk om schade te voorkomen door bijvoorbeeld het perineum te steunen tijdens de baring. Een techniek die in Noorwegen is ontwikkeld en waar onderzoek het positieve effect van heeft aangetoond. De toepassing van deze techniek zie je gelukkig steeds meer gebeuren tegenwoordig.’

Hoe komen die bekenbodemproblemen naar voren na de bevalling?

‘Vrouwen hebben postpartum bijvoorbeeld moeite om hun ontlasting op te houden. Dat komt gewoon door de bevalling en de hormonen, zegt men dan. Of door de borstvoeding, want dan zit je een beetje in de overgang en zakt de oestrogeenspiegel.’

Hoe manifesteren de problemen zich op latere leeftijd?

‘Vrouwen van 50-plus bezoeken de huisarts met de klacht dat ze hun ontlasting niet meer kunnen ophouden. Dat is voor hen een groot probleem. Ze raken in een sociaal isolement omdat ze nergens meer naartoe durven. Ze durven ook niet meer naar de fitness, want stel je voor dat je een wind moet laten en daarbij ontlasting verliest! Of ze hebben urine-incontinentie, hetzij stress- hetzij urge-incontinentie. Dat leidt weer tot allerlei andere problemen, zoals valproblematiek. We doen bijvoorbeeld aan valpreventie door kleedjes en meubels weg te halen, maar realiseren ons te weinig dat de echte oorzaak mogelijk urine-incontinentie is. Urge-incontinentie zorgt ervoor dat iemand plotseling naar de wc moet en dus eerder kans maakt om te vallen.’

Hoe breng je deze problemen ter sprake?

‘Door vragen te stellen. Ik zei al: veel therapeuten vinden dat moeilijk omdat het gaat om plassen, poepen en vrijen. Wij geven hen daarvoor tools. Zo laten we zien hoe je de anatomie van de musculatuur in en om het bekken aan de patiënt kunt uitleggen. En hoe je de functie van de bekkenbodemmusculatuur kunt benoemen. Maar ook dat de patiënt een mictie-, defecatie- en vezellijst moet aanleggen en hoe zij die samen met de therapeut kan interpreteren. En verder moet de fysiotherapeut ook basisadviezen kunnen geven met bekkenbodemoefeningen. Ten slotte moet de fysiotherapeut de patiënt met een gerichte hulpvraag verwijzen naar de bekkenfysiotherapeut.’

En wat doet de bekkenfysiotherapeut uiteindelijk?

‘Die gaat een stapje verder. De bekkenfysiotherapeut gaat uitgebreid in gesprek om te vragen wat de klachten zijn. En de bekkenfysiotherapeut is uitermate goed getraind in praten over plassen poepen en vrijen. Die vraagt: wat kan ik betekenen zodat jij weer verder kunt? Soms zijn er alleen adviezen, of kan de patiënt met de speciale bekkenbode- app aan de slag. Maar let wel, wij willen de mensen niet weghalen bij de fysiotherapeut. Met hen heeft de patiënt de vertrouwensrelatie. Als de fysiotherapeut in staat is het probleem boven water te krijgen, dan is dat heel mooi. Een bekkenfysiotherapeut kun je in elke fase inschakelen. Als je zelf moeite hebt met het onderwerp zal dit wellicht eerder zijn dan bij een ander.’

De bekkenbodem van postpartum tot postmenopauzaal

In de nieuwe e-learning De bekkenbodem van postpartum tot postmenopauzaal wordt gekeken naar het effect van bekkenbodemproblemen op andere klachten waarvoor iemand de fysiotherapeut raadpleegt. Een belangrijk doel van deze cursus is het signaleren van bekkenbodemproblemen bij de eigen patiënten, het afnemen van een meer specifieke anamnese, het hanteren van meetinstrumenten en uitleg over de basisadviezen voor de patiënt. Deze e-learning is gemaakt door Marijke Slieker.

*Dr. Marijke C. Ph. Slieker-ten Hove is geregistreerd bekkenfysiotherapeut, directeur van het ProFundum Instituut en ProFundum Educatie, en tevens lid van het bekkenbodemteam van het Erasmus MC. Marijke Slieker is een van de grondleggers van de masteropleiding bekkenfysiotherapie en richt zich nu op de implementatie van de kennis over bekken en bekkenbodem bij iedereen die actief met gezondheid bezig is.

Nieuw | 2 accreditatiepunten

Aanbevolen door de auteur(s)

09-04-2017 | E-learning

De bekkenbodem van postpartum tot postmenopauzaal

De prevalentie van bekkenbodemklachten is hoog. Maar liefst 48,6% van de Nederlandse vrouwen  van 45 tot 85 jaar heeft last van alleen urine-incontinentie, 3,5% van fecale incontinentie en 10,2% van beide vormen van incontinentie.



Onze productaanbevelingen

BSL Fysiotherapeut Totaal

Zoekt u casuïstiek over nekklachten of wilt u meer weten over lage rugpijn? Met dit online abonnement kunt u uw vakkennis optimaal bijhouden en uitbreiden. U krijgt toegang tot een groot aantal fysiotherapieboeken en geaccrediteerde online nascholing, zoals e-learnings en web-tv's.