Skip to main content
main-content

17-07-2017 | Fysiotherapie | Nieuws

Interview met Hans Hobbelen: “Fysiotherapie bij oudere patiënten doe je er niet zomaar even bij”

Tekst: Adri van Beelen | Foto: Hans Hobbelen

Door de vergrijzing is er een sterke toename van chronische ouderdomsgerelateerde ziekten. Dat is ook merkbaar in de fysiotherapie. Fysiotherapeut en bewegingswetenschapper Hans Hobbelen richt zich als lector op alle aspecten van veroudering. “Het werken met ouderen is niet zo populair in de fysiotherapie, evenals in andere paramedische en medische beroepen.”


Hans Hobbelen is sinds 1987 fysiotherapeut en sinds 2001 bewegingswetenschapper. Hij promoveerde in 2010 aan de Universiteit Maastricht. Sinds 2012 is hij lector Healthy Lifestyle, Ageing and Health Care Hanzehogeschool Groningen. Verder is hij ook vice-voorzitter van de International association for Physical Therapists working with Older People (IPTOP). Zijn specifiek persoonlijk aandachtsveld is dementie en de motorische stoornissen die hierbij optreden. Fysiotherapie bij oudere patiënten doe je er niet zomaar even bij, vindt Hobbelen. “De problematiek van ouderen is nou eenmaal zeer complex en wordt meestal onderschat.”

Hoe komt dat?

“Er is in de opleiding relatief weinig aandacht voor de specifieke problemen van ouderen. Je kunt nu eenmaal niet dezelfde kwaal bij iedereen op dezelfde manier benaderen.”

Heeft u daar een voorbeeld van?

“Neem de verstuikte enkel. Dat is bij een 30-jarige anders dan bij een 80-jarige. En ook bij die 80-jarige maakt het nogal uit wat voor type mens je voor je hebt. Stel dat een 80-jarige vrouw haar enkel verstuikt heeft tijdens het tennissen doordat ze is uitgegleden. Dan heb je over het algemeen te maken met een nog fitte oudere. Iemand anders van 80 jaar kan haar enkel verstuiken doordat ze thuis over een drempel struikelt. Dat is duidelijk een ander verhaal. Dan komen zaken als valpreventie om de hoek kijken. Het gaat om de context waarin iets gebeurt.”

Hoe zit het met comorbiditeit?

“Dat is belangrijk punt. Boven de 55 jaar zijn er vaak al twee comorbiditeiten. Ouderen hebben nu eenmaal verschillende aandoeningen. Daarbij gebruiken ze ook vaak verschillende medicijnen. Daar moet je als zorgverlener verstand van hebben.”

Ook de gemiddelde fysiotherapeut?

“Zeker. We hebben de neiging om een en ander te simplificeren. Om bij knieartrose alleen naar die artrose te kijken. Maar stel dat de patiënt met artrose ook diabetes heeft? Dat wordt vaak als een comorbiditeit genoteerd zonder echt te realiseren wat dit precies voor effect heeft voor bijvoorbeeld de trainingsopbouw.”

'Toch is het ook handig als een gewone fysiotherapeut er het een ander van weet, want die kan die zaken signaleren en de patiënt doorverwijzen naar een specialist in zijn vakgebied’

Gelukkig zijn er geriatriefysiotherapeuten

“Dat zijn inderdaad gespecialiseerde fysiotherapeuten die een meer holistische kijk hebben op de mens en dus ook kijken naar de comorbiditeiten. Denk aan kwalen als diabetes, hartfalen, hart en vaatziekten, CVA en COPD. Verder kunnen er ook motorische problemen zijn, die bijvoorbeeld optreden bij de Ziekte van Parkinson of dementie. Toch is het ook handig als een gewone fysiotherapeut er het een ander van weet, want die kan die zaken signaleren en de patiënt doorverwijzen naar een specialist in zijn vakgebied. Het is bijvoorbeeld fijn als je weet dat motorische problemen bij dementie soms al tien jaar eerder optreden dan de cognitieve verschijnselen. Dan kun je tijdig anticiperen.”

Moet een fysiotherapeut klinisch kunnen redeneren?

“Ja, ik denk altijd aan een uitspraak van Robert Hans van Gulik , de auteur van de Rechter Tie-misdaadromans. Hij zei: als je een patroon ziet en er klopt opeens iets niet in dat patroon, dan moet je dat niet negeren, maar weer van vooraf beginnen. Als een soort detective. Zo is het ook bij diagnosticeren. Je moet je afvragen: waarom klopt het niet? Neem de tenniselleboog. Stel er zijn drie bekende signalen die daar op wijzen. Maar wat nou als je er slechts twee ziet en dat derde signaal zie je niet. Dan moet je je meteen afvragen of er wel echt sprake is van een tenniselleboog.”

In het nieuwe boek ‘Geriatrie in de fysiotherapie en kinesitherapie’ komt dit ook aan de orde?

“Ja, het is het eerste echt Nederlandse boek in zijn soort. We hadden wel een boek van de Amerikaanse auteurs Lewis en Bottomley , maar dat bestaat al sinds 1999 en is dus enigszins verouderd. Wij hebben een gloednieuw boek gemaakt voor de Nederland en België. Bij het maken van het boek was er wel een probleem. Er is namelijk veel, héél veel kennis. We hebben dus keuzes moeten maken. Maar uiteindelijk heeft het boek een logische indeling gekregen: van gezond ouder worden tot veroudering met verschillende pathologieën. Het probleem is dat er geen patroon is. De combinaties van ziektes en aandoening zijn legio. Je kunt niet zomaar zeggen: bij die of die aandoening komt altijd dát of dát voor.”

Wat staat er nog meer in?

“Door de complexiteit die bij ouderen voorkomt, wordt in dit boek ook zeer nadrukkelijk het interdisciplinair handelen besproken. Zowel met andere gespecialiseerde fysiotherapeuten zoals bekkenbodemfysiotherapie. Maar er is ook aandacht voor diëtiek en psychologie.”

Bestel het boek

Geriatrie in de fysiotherapie en kinesitherapie, D. Cambier, J.S.M. Hobbelen en N.M. de Vries, ISBN 9789036813495.

Onze productaanbevelingen

BSL Fysiotherapeut Totaal

Zoekt u casuïstiek over nekklachten of wilt u meer weten over lage rugpijn? Met dit online abonnement kunt u uw vakkennis optimaal bijhouden en uitbreiden. U krijgt toegang tot een groot aantal fysiotherapieboeken en geaccrediteerde online nascholing, zoals e-learnings en web-tv's.