Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt het kader voor de ontwikkeling van het fysiotherapeutisch onderzoeken en behandelen. Centraal staat het bewust en ethisch verantwoord handelen, eerst denken, dan doen en zorgen voor evidence-based practice.

Deze 8e druk van Diagnostiek in de fysiotherapie, proces en werkwijze is aangepast. De inleiding is nu onderdeel van het hoofdstuk Fysiotherapie in de Nederlandse gezondheidszorg. De hoofdstukken Zorgverlening en Probleemoplossing uit de eerdere drukken, zijn gesplitst in vier kleinere hoofdstukken: Gezondheid en ziekte, Zorgverlening, Probleemoplossing en Fysiotherapeutisch methodisch handelen. Daarna volgt, conform eerdere versies, de verheldering van aanmelding met verwijzing of screening, anamnese, onderzoek, diagnose en indicatiestelling, behandelplan, evaluatie, verslaglegging en kwaliteitszorg.

Na de eerste druk van dit boek zijn vele KNGF-richtlijnen verschenen. Wanneer richtlijnen (nog) niet aanwezig zijn en wanneer afgeweken moet worden van richtlijnen dan geeft deze 8e druk basisuitgangspunten voor het denkproces van de fysiotherapeut.

De inhoud van het boek is geactualiseerd, de essentie is identiek. Het boek ondersteunt en stimuleert het kritisch reflecteren op de eigen werkwijze als professional. De nadruk ligt op logisch redeneren en het onderbouwen van keuzes. Daarbij wordt de relatie tussen cliënt en fysiotherapeut opgevat als een functionele samenwerkingsrelatie, met aandacht voor positieve gezondheid, klinisch redeneren en het gebruik van meetinstrumenten.

Het volledige boek is ook digitaal beschikbaar met samenvattingen en toetsvragen per hoofdstuk en interessante en verdiepende links.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Fysiotherapie in de Nederlandse gezondheidszorg

Fysiotherapeuten zijn werkzaam in de gezondheidszorg en soms bij een sportvereniging, een bedrijf of in het onderwijs. Het doel van fysiotherapeutische zorgverlening is het bieden van hulp en ondersteuning aan het voorkomen, verhelpen en verminderen van klachten in het bewegend functioneren. De fysiotherapeut doet dit door methodisch te werk te gaan, oftewel door te handelen volgens een bepaalde strategie. Daarbij schenkt de fysiotherapeut ook veel aandacht aan preventie. De opleiding fysiotherapie in Nederland is gebaseerd op zeven competenties: fysiotherapeutisch handelen, communiceren, samenwerken, kennis delen en wetenschap beoefenen, maatschappelijk handelen, organiseren en professioneel handelen. De uitoefening van fysiotherapie valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS. In wet- en regelgeving is vastgelegd van verplichtingen en rechten van patiënt en fysiotherapeut zijn.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

2. Gezondheid en ziekte

Er zijn verschillende omschrijvingen van gezondheid. Door fysiotherapeuten wordt een breed gezondheidsconcept gehanteerd. Gezondheid is een dynamisch evenwicht, dat door verschillende factoren, inclusief het gezondheidsgedrag van een patiënt, wordt beïnvloed. De fysiotherapeut houdt rekening met belasting en belastbaarheid, zowel bij de analyses van het probleem en de hulpvraag als bij het oplossen of voorkomen van of leren omgaan met het probleem. Om de mate van gezondheid in kaart te brengen wordt het begrip gezondheidstoestand gebruikt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Internationale Classificatie van het menselijk functioneren (ICF – International Classification of Functioning, disability and health). De vijf componenten van de ICF zijn: functies/anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe en persoonlijke factoren. De fysiotherapeut is op zoek naar mogelijke wederzijdse beïnvloeding tussen de componenten en de medische diagnose. Medische diagnosen worden bij een verwijzing en in inter- en/of multidisciplinair overleg gebruikt. Classificaties voor medische diagnosen zijn de International Classification of Primary Care (ICPC) en de International Classification of Diseases (ICD).
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

3. Zorgverlening

Het helder krijgen van de reden voor contact is een essentiële voorwaarde voor een goede zorgverlening. Voor een fysiotherapeut is de hulpvraag belangrijk voor het bepalen van de fysiotherapeutische zorg, net als de gezondheidsbeïnvloedende factoren, de belasting-belastbaarheid en de gevolgen van een eventuele aandoening/ziekte en de beïnvloedende persoonlijke en externe factoren. De bijdrage van een persoon aan zijn zorg wordt steeds belangrijker. Dat wat iemand leert in de fysiotherapeutische behandeling vergt vaak oefening en gedragsverandering, en generalisatie en consolidatie van het geleerde in andere situaties. Fysiotherapeutische zorgverlening is samenwerking tussen de patiënt met ervaringskennis en de fysiotherapeut met beroepsspecifieke kennis. De fysiotherapeut doorloopt in het handelen een aantal fasen. Daarbij werkt hij zoveel mogelijk evidence-based. Tevens werkt hij conform de gedragsregels en beroepsethiek voor de fysiotherapeut. De relatie tussen fysiotherapeut en patiënt wordt getypeerd als een functionele samenwerkingsrelatie. Shared decision making is hierbij van belang. Bij de zorgverlening kan ook sprake zijn van samenwerking tussen fysiotherapeut en andere zorgverleners.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

4. Probleemoplossing

Een fysiotherapeut is deskundig in het analyseren, voorkomen, behandelen van en leren omgaan met problemen in het bewegend functioneren. Hierbij maakt de fysiotherapeut onderscheid in het door de patiënt getoonde bewegen, het ingeschatte vermogen tot bewegen, de praktische externe mogelijkheden, bewegingsomstandigheden en beweegcontext van de patiënt en de motieven en motivatie om te bewegen van de patiënt. Het fysiotherapeutisch handelen wordt gekarakteriseerd als het gericht verminderen en oplossen van een probleem en, zo mogelijk, voorkomen van problemen in het bewegend functioneren. Fysiotherapeut en patiënt hebben hierin samen en ook ieder afzonderlijk een rol. Tijdens de diagnostische fase (anamnese en fysiotherapeutisch onderzoek) kan de fysiotherapeut verschillende strategieën gebruiken om te komen tot definiëring van het probleem. Continu zal de fysiotherapeut klinisch redeneren, om te komen tot onderbouwde en logische beslissingen. Bij het klinisch redeneren wordt aandacht geschonken aan evidence-based werken (het integreren van wetenschappelijke kennis, patiëntwaarden en klinische ervaring). Het gebruik van meetinstrumenten door de fysiotherapeut biedt mogelijkheden om informatie te objectiveren, te vergelijken met een gemiddelde waarde bij anderen, te vergelijken met een eerdere waarde bij die patiënt en om gegevens eenduidig vast te leggen. De fysiotherapeut heeft diverse vaardigheden om problemen op te lossen.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

5. Fysiotherapeutisch methodisch handelen

Een fysiotherapeut doorloopt in het fysiotherapeutisch handelen verschillende fasen. Deze fasen zijn op verschillende manieren onder te verdelen. Een grove scheiding is het onderzoeken en het behandelen. Echter ook tijdens een behandeling zal een fysiotherapeut altijd alert blijven op bevindingen die ook uit een onderzoek had kunnen komen. Tijdens het handelen blijft de fysiotherapeut alert op rode vlaggen, die de fysiotherapeut normaal uitsluit in een screening. Het handelen van een fysiotherapeut in relatie met de patiënt is te typeren als onderzoeken, behandelen, en ook behandelend onderzoeken en onderzoekend behandelen. In dit hoofdstuk wordt de gangbare structuur, van aanmelding tot afsluiting, beknopt beschreven. De begrippen zijn toegelicht. Net als doelgerichtheid, bewustheid, systematiek en procesmatigheid. De rol van kennis, vaardigheden en competenties van de fysiotherapeut en professionele gedragskenmerken van de fysiotherapeut zijn in samenhang beschreven. Daarna wordt extra aandacht besteed aan vaardigheden om problemen op te lossen. Het hoofdstuk eindigt met een kader voor fysiotherapeutische probleemoplossing, dat in de daaropvolgende hoofdstukken zal worden gehanteerd.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

6. Aanmelding

Fysiotherapeutische zorgverlening begint met de aanmelding van de patiënt bij de fysiotherapeut. De aanmelding kan plaatsvinden met of zonder verwijzing van een arts. Als er geen verwijzing van een arts is dan start een fysiotherapeut met het screeningsproces om gericht signalen van mogelijke ernstige pathologie op te vangen, waarna het oordeel van een arts wordt gevraagd. Aanmelding is daarom verdeeld in verwijzing of screening. Indien een (huis)arts (of tandarts) een patiënt naar de fysiotherapeut verwijst, zijn de verwijsgegevens richtinggevend voor het handelen. Indien de patiënt zich via DTF aanmeldt, zijn de screeningsgegevens richtinggevend voor het handelen van de fysiotherapeut. Het doel van het screeningsproces is te besluiten of er sprake is van een pluis/niet-pluissituatie, op basis van aanwezigheid van tekens en symptomen die kunnen duiden op ernstige onderliggende pathologieën of aandoeningen. Deze tekens en symptomen worden rode vlaggen genoemd. In deze aanmeldingsfase start de fysiotherapeut het klinisch redeneren en het vormen van hypothesen. Dit wordt duidelijk gemaakt in de strategiebepaling en de betekenis van aanmelding in het proces van handelen.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

7. Anamnese

Om het gezondheidsprobleem van de patiënt te verhelderen, voert de fysiotherapeut een eerste gesprek met de patiënt, de anamnese. De anamnese heeft tot doel het formuleren en verduidelijken van de hulpvraag van de patiënt en de verwachtingen van de fysiotherapie en een indruk verkrijgen van de problemen in diens functioneren in het algemeen, in gezondheidstoestand, gezondheidsgedrag en gezondheidsvaardigheden. Het leggen van het contact, het verhelderen van de hulpvraag, het vragen naar klacht en klachtbeleving en naar het lekenoordeel zijn vooral patiëntgericht. Het toetsen en bijstellen van hypothesen, het verzamelen van nog ontbrekende informatie voor de vorming van nieuwe hypothesen en het formuleren van hypothesen in afnemende mate van waarschijnlijkheid worden meer door de fysiotherapeut gestuurd. Het afstemmen van ideeën en het uitspreken van wederzijdse verwachtingen zijn gezamenlijke activiteiten. De anamnese vormt ook het begin van het opbouwen van een functionele samenwerkingsrelatie, gebaseerd op wederzijds vertrouwen.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

8. Onderzoek

In de fysiotherapie wordt onder onderzoek verstaan: onderzoek naar het functioneren van de patiënt, in het bijzonder diens bewegend functioneren en de invloed van de klachten op het dagelijks functioneren. Het onderzoek is een logisch vervolg op de anamnese. Het verhaal van de patiënt over zijn gezondheidsprobleem moet verder worden beoordeeld, om te weten of en hoe het door de patiënt en de fysiotherapeut te beïnvloeden is. Aan het eind van de anamnese heeft de fysiotherapeut hypothesen gevormd over het gezondheidsprobleem van de patiënt en diens beleving hiervan. Deze hypothesen worden tijdens het onderzoek getoetst en bijgesteld om te komen tot een besluit over de fysiotherapeutische diagnose en indicatiestelling. Het fysiotherapeutisch onderzoek gebeurt meestal in een vaste volgorde: observatie van normaal bewegen, inspectie/palpatie, bewegingsonderzoek actief en/of passief en specifieke tests en het gebruik van meetinstrumenten.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

9. Diagnose en indicatiestelling

In de fysiotherapeutische zorgverlening zijn twee diagnosen vooral van belang: de eventuele diagnose van de arts en de diagnose van de fysiotherapeut. De diagnose van de arts geeft de fysiotherapeut informatie over het te verwachten natuurlijk beloop van een ziekte of aandoening in de zin van kans op herstel, mate van progressie, het al dan niet chronische karakter ervan en te verwachten exacerbaties en remissies. De fysiotherapeutische diagnose is een beroepsspecifiek oordeel van de fysiotherapeut. Het is een kernachtige weergave van de analyse uit verwijzing/screening, anamnese en onderzoek in samenhang, zodat een duidelijk beeld naar voren komt van de patiënt met zijn hulpvraag en van de interpretatie van de fysiotherapeut over het gezondheidsprobleem. Deze diagnose geeft richting aan het beantwoorden van de vraag of er een indicatie is voor verder fysiotherapeutisch (be)handelen. Bij het bepalen of er wel of geen indicatie is, spelen verscheidene overwegingen een rol. In het algemeen geldt dat de fysiotherapeut zich moet afvragen hoe het gezondheidsprobleem van de patiënt zich zal ontwikkelen met en zonder behandeling door de fysiotherapeut.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

10. Behandelplan

Als er een indicatie is voor fysiotherapeutisch handelen, wordt de werkwijze voor de behandeling bepaald. Uitgaande van de beginsituatie, de hulpvraag, het gezondheidsprobleem en de huidige gezondheidstoestand van de patiënt en de onderlinge relaties hiertussen, wordt het plan voor de behandeling schriftelijk vastgesteld. Dit behandelplan geeft weer welke resultaten fysiotherapeut en patiënt, op welke wijze, willen bereiken met de behandeling. Het behandelplan is een hulpmiddel om het handelen te structureren, te controleren en te evalueren. Het behandelplan is zowel een uiting van als een voorwaarde voor methodisch werken tijdens de behandeling. Het behandelplan biedt de mogelijkheid tot zelfreflectie en intercollegiale toetsing en tot slot, bij overdracht van de behandeling aan een collega, zorgt het voor continuïteit in de behandeling.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

11. Evaluatie

Het fysiotherapeutisch handelen wordt op verschillende momenten geëvalueerd of beoordeeld. Evaluatie kan gericht zijn op het proces van handelen en op het product van handelen. Bij het proces gaat het om evaluatie van de gevolgde werkwijze. Bij evaluatie van het product gaat het om evaluatie van het bereikte resultaat. In procesmatig handelen is evaluatie een continu proces: van moment tot moment wordt beoordeeld hoe ver het proces is gevorderd. Het (vervolg van het) handelen wordt afgestemd op de bevindingen. Dit gebeurt zowel tijdens de diagnostische als tijdens de therapeutische fase. In de diagnostische fase vindt voortdurend evaluatie plaats tijdens het cyclische proces van hypothesevorming en -toetsing. In de therapeutische fase wordt geëvalueerd aan de hand van de gestelde behandeldoelen. Aan het eind van het fysiotherapeutische zorgverleningsproces wordt met de patiënt geëvalueerd. Met deze eindevaluatie wordt het zorgverleningsproces afgesloten.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

12. Verslaglegging en correspondentie

Een onderdeel van het fysiotherapeutisch handelen is het vastleggen van gegevens ten behoeve van de fysiotherapeut zelf en het schriftelijk verslag doen van onderzoek en behandeling aan collega’s, zorgverleners uit andere disciplines en verwijzers. Verslagleggen is het op een systematische en overzichtelijke wijze schriftelijk vastleggen van gegevens of gegevensgroepen. Het moet beschikbaar, leesbaar, volledig, beknopt en inzichtelijk zijn. Er dient zorgvuldig te worden omgegaan met de behandeling van persoonlijke gegevens, conform wet- en regelgeving. Bij correspondentie gaat het om het vastleggen en het zenden van een verslag of brief naar een ander, vaak de huisarts of de verwijzer, een collega-fysiotherapeut of een andere zorgverlener. Verslaglegging vergroot de mogelijkheden tot kwaliteitsbevordering van het eigen handelen in het zorgverleningsproces rond een patiënt en bevordert de continuïteit van deze zorg. Correspondentie speelt een belangrijke rol bij afstemming en continuïteit van integrale zorg.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

13. Kwaliteitszorg

Kwaliteit is: voldoen aan de gestelde eisen. Het ontwikkelen van kwaliteitseisen kan gezien worden als een manier om afspraken te maken en je daar vervolgens aan te houden. Er is sprake van kwaliteit in de zorg als de zorg past bij de behoeften en noden van de gebruiker en op de juiste wijze (verantwoord, doelmatig en patiëntgericht) wordt aangeboden. Kwaliteitszorg bestaat uit activiteiten gericht op het bevorderen van de kwaliteit in dit van de gezondheidszorg en/of fysiotherapeutische hulpverlening. Het doel van kwaliteitszorg is zorgverlening bieden die zo goed mogelijk aansluit op de behoeften van de patiënt en op een zo goed mogelijk wijze wordt uitgevoerd tegen aanvaardbare kosten. Naast dat de fysiotherapeuten zelf eisen aan hun kwaliteit stellen, stellen ook kwaliteitskeurmerken of -registers, zorgverzekeraars en de overheid eisen aan de kwaliteit van fysiotherapeutische zorgverlening.
Jeannette Boiten, Marije Bunskoek

Nawerk

Meer informatie

Extra’s