Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit leerboek biedt (toekomstige) verpleegkundigen en andere zorgprofessionals gedegen informatie over veilig geneesmiddelgebruik. Het boek heeft een brede opzet die aansluit bij de leidraad Bekwaamheid bij medicatie geven in de langdurig zorg van de vereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN 2014). Hierin worden voorwaardelijke competenties voor het adequaat omgaan met geneesmiddelen beschreven, waaronder:

  • medische en farmacologische kennis,
  • vaardigheid in het toedienen van geneesmiddelen en in het signaleren van problemen rond geneesmiddelgebruik,
  • vaardigheid in het kunnen communiceren over geneesmiddelengebruik.

Farmacotherapie voor de zorgprofessional is bedoeld voor de Nederlandse praktijk. Het boek bestaat uit drie delen, die elkaar aanvullen maar ook zelfstandig gebruikt kunnen worden.
Deel A gaat over de algemene farmacologie en farmacotherapie, met wet- en regelgeving rond geneesmiddelen, het gebruik van betrouwbare bronnen, het veilig omgaan met geneesmiddelen en het ontstaan van ongewenste neveneffecten.

Deel B behandelt de verschillende geneesmiddelgroepen en zelfzorgmiddelen. Het farmacologisch effect wordt uitgelegd ter ondersteuning van het klinisch redeneren. De verschillende middelen zijn overzichtelijk weergegeven in tabellen en bij elke hoofdgroep worden belangrijke aandachtspunten bij het gebruik beschreven.

Deel C bevat farmacotherapeutische casuïstiek gebaseerd op veelvoorkomende situaties in de praktijk. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel A

Voorwerk

1 Wet- en regelgeving rondom geneesmiddelen

Samenvatting
Uit onderzoek blijkt dat zorgprofessionals veel tijd besteden aan het verkrijgen, klaarmaken, klaarzetten en toedienen van geneesmiddelen (Van Hest & Van der Welle 2012). Op deze farmaceutische hulpverlening zijn diverse regels van toepassing. Er is bijvoorbeeld wetgeving over wie bevoegd is geneesmiddelen voor te schrijven en er zijn regels over wanneer iemand bekwaam is om geneesmiddelen toe te dienen.
Rachèl van Hellemondt, Marike de Ruiter

2 Geneesmiddeleninformatie

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft bronnen voor het vinden van betrouwbare informatie over geneesmiddelen. Voor de klinische praktijk zijn dat naast bijsluiters van geneesmiddelen de websites van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en het Farmacotherapeutisch Kompas.
Marike de Ruiter

3 Geneesmiddelen

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat het geneesmiddel centraal. Een belangrijke bron voor dit hoofdstuk is Bouwman-Boer Y. et al. (2009). Recepteerkunde, productzorg en bereiding van geneesmiddelen.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk, Christa Florax

4 Geneesmiddelgebruik

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het proces rondom geneesmiddelgebruik in de gehele keten van arts via apotheker tot zorgprofessional en patiënt. Centraal hierin staan het recept, het etiket en de toedienlijst. Het recept is een verzoek van de arts aan de apotheker om een geneesmiddel af te leveren aan een patiënt. Het etiket en/of de toedienlijst bieden de zorgprofessional inzicht in het geneesmiddelgebruik van de patiënt. Deze informatie over het geneesmiddelgebruik van de patiënt is van belang om het klinisch effect te monitoren en mogelijk ongewenste bijwerkingen in een vroeg stadium te signaleren. Achtergrondinformatie over het geneesmiddel en de wijze van het gebruik is te vinden in de bijsluiter, het Farmacotherapeutisch Kompas of de website apotheek.nl (zie hoofdstuk 2).
Marike de Ruiter, Camiel Jonk, Christa Florax

5 Omgaan met geneesmiddelen

Samenvatting
De focus van dit hoofdstuk is veilig geneesmiddelgebruik. Voorwaarde voor veilig geneesmiddelgebruik is inzicht in risicogroepen, risicosituaties en risicogeneesmiddelen. Daarom is er in paragraaf 5.​1 eerst een overzicht van het geneesmiddelgebruik in Nederland met aandacht voor risicogroepen als ouderen, polyfarmaciepatiënten en etnische minderheden in de samenleving. Veilig geneesmiddelgebruik speelt zich op verschillende niveaus af. Om fouten in het proces rondom geneesmiddelgebruik te verkleinen heeft de overheid verschillende maatregelen gestimuleerd die zijn gericht op de gehele keten in het proces rondom geneesmiddelengebruik. Maatregelen als het actueel medicatieoverzicht, de toedienlijst en dubbel-paraferenlijst worden besproken.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk, Christa Florax

6 Het geneesmiddel en het lichaam

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft hoe het lichaam omgaat met geneesmiddelen, de zogenaamde farmacokinetiek.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

Deel B: Inleiding

Voorwerk

7 Middelen met effect op het spijsverteringsstelsel

Samenvatting
Het spijsverteringsstelsel is essentieel voor de opname van voedingsstoffen. Alle processen binnen het systeem zijn daarom gericht op de vertering van voedsel, namelijk de afgifte van slijm, de productie van maagzuur en verteringssappen en een gecontroleerde motiliteit. Verstoring van deze processen, bijvoorbeeld door het gebruik van geneesmiddelen, heeft direct gevolgen voor de patiënt en kan leiden tot peptische klachten, een verminderde opname van voedingsstoffen of het ontstaan van diarree of obstipatie.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

8 Middelen ter bevordering van de gaswisseling

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over geneesmiddelen ter bevordering van een optimale gaswisseling in de long. Voor een optimale gaswisseling in de long moet de ventilatie en daarmee de toegankelijkheid van de neusholte, keelholte en de luchtwegen goed zijn. De meeste oorzaken van een verminderde ventilatie die met geneesmiddelen behandeld kunnen worden, gaan gepaard met een ontstekingsreactie. Virale en bacteriële infecties of een allergische reactie leiden tot zwelling van de slijmvliezen, bij chronische obstructieve longaandoeningen (COPD) speelt daarnaast ook hyperreactiviteit een rol.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

9 Middelen met effect op de circulatie

Samenvatting
Het menselijk lichaam bestaat voor circa 70% uit vocht dat wordt opgenomen vanuit het spijsverteringsstelsel en voornamelijk wordt uitgescheiden met de urine. Berekend op basis van de vetvrije massa is het waterpercentage voor ieder mens, dus ook kinderen en ouderen, gelijk. Dit vocht is verdeeld over het gehele lichaam en bevindt zich in verschillende compartimenten. Veruit het meeste vocht is aanwezig in cellen, het kleinste percentage in het vaatstelsel. Tussen de cellen en het vaatstelsel vindt via de intercellulaire ruimte voortdurend uitwisseling van vocht plaats.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

10 Middelen met effect op de huid

Samenvatting
De huid is het grootste orgaan van ons lichaam en is opgebouwd uit drie lagen, namelijk de epidermis, de dermis en de subcutis. De huid heeft een belangrijke beschermingsfunctie tegen schadelijke stoffen. De epidermis vormt een hechte barrière, de dermis bestaat uit bindweefsel waar een ontstekingsreactie kan plaatsvinden. Schade aan de epidermis moet door versnelde celdeling vanuit stamcellen in het stratum basale hersteld worden, voor een gezond herstel is een intacte lamina basalis voorwaardelijk. De dermis is doorbloed weefsel waar bij schade, dankzij de ontstekingsreactie, herstel mogelijk is. Een gezonde huid heeft een bepaalde vet- en vochtigheidsgraad, door vermindering van de oppervlakkige vetlaag kan de huid uitdrogen. Aandoeningen van de huid kunnen gepaard gaan met verdikking, uitdroging of juist een vochtige huid. Bij aanhoudende belasting met schadelijke prikkels reageert de huid met adaptatie, de kwaliteit van de huidcellen verandert.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

11 Middelen met effect op micro-organismen

Samenvatting
Infectieziekten kunnen op alle leeftijden en overal op of in het lichaam voorkomen. Ouderen en mensen met een verminderde afweer hebben een groter risico op het ontwikkelen van een infectie. Een infectie kan ontstaan na besmetting met pathogene micro-organismen of wanneer commensale micro-organismen de kans krijgen om ongeremd te groeien. Ongeremde groei door commensalen is vaak een gevolg van het wegvallen van de natuurlijke afweer. Voorbeelden van geneesmiddelen die het risico op een infectie vergroten door het verminderen van het aantal commensalen in de directe omgeving zijn cytostatica of langdurig antibioticagebruik. De aanwezigheid van commensalen op een andere plaats in of op het lichaam dan hun natuurlijk omgeving kan ook leiden tot een infectie.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

12 Middelen met effect op het metabolisme

Samenvatting
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit cellen die voor hun functie afhankelijk zijn van bouw- en brandstoffen, namelijk glucose, vrije vetzuren en aminozuren. Glucose is de belangrijkste energieleverancier van de cel. Bij een tekort aan glucose kan de cel overschakelen op de verbranding van vrije vetzuren.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

13 Middelen met effect op weefselherstel en perfusie

Samenvatting
Het lichaam is opgebouwd uit verschillende soorten weefsel met elk eigen kenmerken. Tot deze weefsels behoren dekweefsel, steunweefsel inclusief bloed en beenmerg, spierweefsel en zenuwweefsel. Al deze weefsels bestaan uit voor het soort weefsel specifieke cellen. Cellen zijn voor hun functie afhankelijk van de aanvoer van bouw- en brandstoffen en de afvoer van afvalstoffen. Deze stoffen worden getransporteerd door het bloed, waarbij voedingsstoffen vanuit bloedplasma naar de weefsels diffunderen. De kwaliteit van weefsel is afhankelijk van de perfusie. Bij een verminderde perfusie kunnen trofische stoornissen of in ernstiger gevallen ischemie en necrose ontstaan.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

14 Middelen ter bestrijding van pijn

Samenvatting
Pijn is een subjectieve ervaring mede gebaseerd op ervaringen in het verleden. Pijn kent een sterke emotionele component. Het ervaren van pijn is het geven van betekenis aan een neurofysiologisch signaal.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

15 Middelen met effect op voortplantingsorganen

Samenvatting
Geslachtshormonen worden vooral bij vrouwen gebruikt, ter preventie van zwangerschap en als middel bij problemen rondom de vruchtbaarheid, de menstruele cyclus en climacterische klachten. Het gebruik van geslachtshormonen is veilig, hoewel ernstige neveneffecten voor kunnen komen. De kans op het ontstaan van ernstige cardiovasculaire bijwerkingen en tumorvorming van de vrouwelijke geslachtsorganen is klein.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

16 Middelen met effect op celdeling en celmetabolisme

Samenvatting
Celdeling speelt een rol bij de bescherming van het lichaam. Bij de afweerreactie ontstaat een ontstekingsactiviteit met versterkte celdeling van ontstekings- en immuuncellen. Tegelijkertijd zullen gezonde cellen aangezet worden tot vermenigvuldiging in het kader van weefselherstel. Celdeling kan echter ook leiden tot ziekte. Bij auto-immuunaandoeningen is er sprake van een onnodige deling van immuuncellen, bij tumorontwikkeling van ongecontroleerde celdeling. Voor de behandeling van deze aandoeningen zijn inmiddels verschillende groepen geneesmiddelen ontwikkeld. Het zijn middelen die de celdeling beïnvloeden door direct aan te grijpen op het celdelingsproces of door het celmetabolisme te verstoren.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

17 Middelen met effect op het CZS

Samenvatting
Het zenuwstelsel is opgebouwd uit verschillende soorten zenuwcellen die onderling verbonden zijn door hun uitlopers. De functie van het zenuwstelsel bestaat uit het verwerken van informatie vanuit het lichaam en de buitenwereld en het omzetten van deze informatie in een reactie. Of en hoe deze reactie plaatsvindt, is onder meer afhankelijk van de arousal of de activatietoestand van het centraal zenuwstelsel (CZS ), de locatie of het niveau in de hersenen waar de prikkelverwerking tot stand komt en de mate van inhibitie door bijvoorbeeld de prefrontale cortex. Tijdens de slaap is het activatieniveau laag, in tegenstelling tot de hogere alertheid op de dag. Op het niveau van de hypothalamus zullen reacties automatisch en onbewust plaatsvinden, terwijl op hogere niveaus zoals de thalamus en de basale ganglia bewuste beïnvloeding mogelijk is door regulatie vanuit de prefrontale cortex.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

18 Zelfzorgmiddelen

Samenvatting
Behalve geneesmiddelen op recept zijn er in de apotheek andere producten te verkrijgen. Deze producten zijn te verdelen in zogenaamde niet-middelen, verband- en hulpmiddelen alsmede zelfzorgmiddelen en zelfzorgmiddelen waaronder voedingsmiddelen, fytotherapie en homeopathie. Tot de niet-middelen behoren alle producten zonder medicinale betekenis, bijvoorbeeld condooms en drop. Zelfzorgmiddelen zijn niet-receptplichtige middelen, zoals paracetamol en xylometazoline-neusspray. Zelfzorgmiddelen hebben een anatomische therapeutische chemische ATC-codering en vallen onder de preparaten met een farmacologisch effect. Voorbeelden van hulpmiddelen zijn incontinentiemateriaal, catheterzakken en insulinenaalden. Tot de voedingsmiddelen (of voedingssupplementen) behoren (multi)vitaminepreparaten en eiwithoudende dranken.
Marike de Ruiter, Camiel Jonk

Deel C

Voorwerk

19 Een vermijdbare ziekenhuisopname door een geneesmiddelgerelateerd valincident

Samenvatting
Op de afdeling chirurgie is mevrouw S. (84 jaar) opgenomen na een valincident in het verpleeghuis. Mevrouw wordt morgen geopereerd aan een collumfractuur en heeft paracetamol en oxazepam voorgeschreven gekregen. Uit de status blijkt dat mevrouw was opgenomen in het verpleeghuis vanwege beginnende dementie. Tien jaar geleden heeft mevrouw een acuut myocardinfarct doorgemaakt. Mevrouw gebruikt haloperidol, digoxine, sotalol en sinds een week ook furosemide.
Marike de Ruiter

20 Een ziekenhuisopname door dehydratie en elektrolytstoornissen

Samenvatting
Mevrouw Vreeden (81 jaar, geen kinderen) woont zelfstandig in een appartement op de eerste verdieping van een moderne flat. De thuiszorg komt twee keer per dag langs om mevrouw te helpen met het wassen, aankleden en naar bed gaan. Mevrouw heeft een huishoudelijke hulp die ook boodschappen doet. De warme maaltijd wordt vier keer week bezorgd door vrijwilligers. Vanwege artrose gebruikt mevrouw al jaren naproxen, voor neuropathische pijn in haar rechter been heeft mevrouw enkele dagen geleden carbamazepine gekregen.
Karen Keijsers, Marike de Ruiter

21 Een ziekenhuisopname vanwege een gastro-intestinale bloeding

Samenvatting
Meneer Pieterse, 67 jaar, heeft zojuist zwarte ontlasting gehad met een nare geur. Sinds twee weken heeft hij last van brandende pijn in zijn bovenbuik, vooral enkele uren na het eten en na zijn dagelijks ‘glaasje’ jenever. Deze pijn straalt uit naar zijn rug en is anders dan de gewrichtspijnen van zijn artrose. Sinds hij daar elke dag diclofenac voor slikt, kan hij die goed verdragen. Meneer gebruikt daarnaast vanaf het overlijden van zijn vrouw nu bijna drie maanden geleden, fluoxetine. Verder slikt meneer sinds drie jaar dagelijks acenocoumarol in verband met een veneuze trombose in het verleden. Het valt de zorgprofessional op dat meneer er bleek uitziet. Zij aarzelt niet en neemt direct contact op met de huisarts, die daarop besluit tot spoedopname in het ziekenhuis.
Marike de Ruiter, Karen Keijsers

22 Een ziekenhuisopname tijdens behandeling met chemotherapie

Samenvatting
Meneer J. (65 jaar) is vanmorgen opnieuw opgenomen op de afdeling oncologie. Een maand geleden is een deel van het colon verwijderd vanwege een coloncarcinoom stadium III. Vier dagen geleden is meneer gestart met chemotherapie: een combinatie van 5-fluorouracil/leucovorin en oxaliplatin (FOLFOX) intraveneus. De reden voor opname is hoge koorts sinds anderhalve dag. De verpleegkundig zorgprofessional vindt meneer erg misselijk en vermoeid. Tijdens de verzorging blijkt dat meneer dove gevoelens en tintelingen heeft in de armen. De zorgprofessional vraagt zich af of meneer wel optimaal is voorgelicht over de behandeling met chemotherapie. In de status leest zij dat meneer orale anticoagulantia gebruikt. Houden de klachten van meneer verband met zijn geneesmiddelgebruik?
Marike de Ruiter

23 Evalueren van geneesmiddelgebruik bij een oudere vrouw met obstipatie

Samenvatting
De casus in dit hoofdstuk beschrijft het proces van de evaluatie van het geneesmiddelgebruik bij een oudere vrouw met obstipatie. De evaluatie van het geneesmiddelgebruik is gericht op het onderzoeken van een mogelijke relatie tussen het geneesmiddelgebruik en de huidige klachten van de patiënt.
Marike de Ruiter

Nawerk

Meer informatie

Extra’s