Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Indicaties

1. Pijn

Pijn vermindert veelal door behandeling van de onderliggende aandoening. Ondersteuning met analgetica zal niettemin vaak nodig zijn. Bij een aantal aandoeningen is symptomatische pijnbestrijding de enige behandelingsmogelijkheid.

2. Psychiatrie

Bij een angststoornis met milde klachten zijn goede voorlichting en begeleiding voldoende.

3. Neurologie

Farmacotherapie is slechts bij een minderheid van de patiënten met draaiduizeligheid (vertigo) geïndiceerd. Ook bij deze minderheid is de effectiviteit van medicatie beperkt. Meestal treedt spontaan herstel binnen enkele weken op. Bij benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPD) staat niet-medicamenteuze behandeling op de voorgrond.

4. Bloedziekten

Bloedarmoede wordt vaak aangetroffen bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Bij vrouwen na de menopauze en bij mannen is de anemie vaak het gevolg van chronisch bloedverlies in het maag-darmkanaal.

5. Hart- en vaatziekten

Cardiovasculair risicomanagement is de diagnostiek, behandeling en follow-up van risicofactoren voor hart- en vaatziekten (HVZ), inclusief leefstijladviezen en begeleiding, bij patiënten met een verhoogd risico van eerste of nieuwe manifestaties van HVZ (coronaire hartziekten (CHZ) zoals myocardinfarct en angina pectoris, herseninfarct, transient ischaemic attack (TIA), aneurysma aortae en perifeer arterieel vaatlijden).

6. Luchtwegaandoeningen

Bij een ongecompliceerde luchtweginfectie is er sprake van acuut hoesten (max. 3 weken) zonder aanwijzingen voor een gecompliceerde luchtweginfectie en zonder andere risicofactoren voor een gecompliceerd beloop (zie voor risicofactoren de indicatie Gecompliceerde luchtweginfectie). Hoestprikkeldempende middelen, hoestdrankjes en antihistaminica bij acute hoest worden niet aangeraden.

7. Maag-darmziekten

Onder ‘maagklachten’ wordt verstaan: niet-acute klachten van pijn in de bovenbuik of zuurbranden, eventueel in combinatie met misselijkheid, braken of een opgeblazen gevoel.

8. Urologie

Van een urineweginfectie wordt gesproken wanneer er klinische verschijnselen bestaan in combinatie met bacteriurie. Indien deze klinische verschijnselen ontbreken, spreekt men van ‘asymptomatische bacteriurie’. Ongecompliceerde urineweginfectie: cystitis bij een verder gezonde, nietzwangere, volwassen vrouw. Gecompliceerde urineweginfectie:

urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie (koorts, rillingen, algemeen ziekzijn, flank- of perineumpijn) zoals bij een acute pyelonefritis of prostatitis

urineweginfectie zonder tekenen van weefselinvasie wanneer zij vóórkomen bij mannen, zwangeren, kinderen en patiënten met afwijkingen aan de nieren of urinewegen, een verminderde weerstand (o.a. bij diabetes) of een verblijfskatheter

9. Vrouwenziekten

Overvloedig regelmatig bloedverlies: cyclisch bloedverlies qua hoeveelheid of duur overvloedig vergeleken met wat voor de vrouw gebruikelijk is. Onregelmatig bloedverlies: nietcyclisch bloedverlies, menstruaties niet meer herkenbaar. Tussentijds bloedverlies: bloedverlies in de periode tussen herkenbare menstruaties. Postmenopauzaal bloedverlies: bloedverlies meer dan één jaar na laatste menstruatie (menopauze).

10. Seksueel overdraagbare aandoeningen

Een chlamydia-infectie is de SOA met de hoogste incidentie (2/1000 patiënten/jaar). Een infectie verloopt vaak asymptomatisch, vooral bij vrouwen. Opstijgende infecties met Chlamydia trachomatis zijn een belangrijke oorzaak van PID, extra-uteriene graviditeit en fertiliteitsproblemen. De huisarts motiveert de patiënt met een chlamydia-infectie om de seksuele partner(s) tot een half jaar terug op te sporen en te waarschuwen. Bespreek het risico van een SOA en veilig-vrijgedrag. Zie voor de behandeling van PID de indicatie ‘PID’.

11. Huidziekten

Bij een abces zijn incisie en drainage geïndiceerd. Door bevriezing met chloorethylspray of infiltratie met lidocaïne (1 of 2%) kan de bovenliggende huid worden verdoofd. Maak bij een groot abces een ruime incisie om de drainage te bevorderen. Indien er geen verbetering optreedt, gaat het mogelijk om een uitgebreid of dieper gelegen abces en is verwijzing naar de chirurg aangewezen. Verwijder bij een ontstoken hechtwond met pusvorming (een deel van) de hechtingen zodat drainage kan plaatsvinden.

12. Mond- en KNO-aandoeningen

Vrijwel altijd genezen aften spontaan binnen 10–14 dagen. Een eventuele oorzaak of onderliggende aandoening wordt zo mogelijk behandeld. Factoren die bij het ontstaan van aften een rol kunnen spelen, zijn onder andere lokale traumata van het mondslijmvlies, familiaire factoren, deficiënties (ijzer, foliumzuur, vitamine B

12

), morbus Behçet, immuundeficiëntieziekten en geneesmiddelengebruik.

13. Oogaandoeningen

Atopische conjunctivitis is een allergische reactie op omgevingsallergenen, zoals pollen, huisstofmijt en kattenof hondenhaar. De aandoening gaat vaak gepaard met allergische rinitis (hooikoorts) en allergisch astma. Doorgaans is er sprake van een diffuse conjunctivale zwelling en roodheid met uitgesproken branderigheid en jeuk.

14. Stofwisselingsziekten

Doel van de behandeling is voorkómen en behandelen van klachten en complicaties zoals (toename van) hart- en vaatziekten, nefro-, retino- en neuropathie.

15. Aandoeningen van het bewegingsapparaat

Maak bij patiënten met gewrichtsklachten op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek onderscheid tussen artritis en andere oorzaken van gewrichtsklachten. Verwijs bij een vermoedelijke bacteriële artritis met spoed naar een reumatoloog, orthopeed of chirurg. Bij een klinisch vermoeden van reumatoïde artritis is snelle verwijzing (uiterlijk na vier weken) naar de reumatoloog geïndiceerd vanwege de effectiviteit van vroegtijdige behandeling met DMARD’s.

16. Overige aandoeningen

Bij een anafylaxie is er sprake van een potentieel levensbedreigende (systemische) reactie op een allergeen. Bekende allergenen voor een allergische reactie zijn geneesmiddelen, voedingsmiddelen en insectenbeten. Risicofactoren voor een levensbedreigende anafylaxie bij voedselallergie kunnen zijn:

astma

eerder doorgemaakte heftige reactie op allergeen

adolescentie of jongvolwassen leeftijd

Meer informatie