Skip to main content
main-content
Top

2016 | apothekersassistent | Boek

Farmaceutische patiëntenzorg

Auteurs: J.R. Mentink, F.A.C van Opdorp

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Boekenserie: Basiswerk AG

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Farmaceutische patiëntenzorg vormt de basis van het werk in de apotheek, dat niet alleen geneesmiddelenkennis, maar ook preventie, ziekteleer en de invloed van de aandoening op het leven van de patiënt omvat. Dit boek bevat de leerstof voor het verzorgen van medicatiebegeleiding (kerntaak 1) als voor niet-recept gestuurde zorg aan de cliënt (kerntaak 2) van het Kwalificatiedossier mbo Apothekersassistent. Daarnaast bevat het alle leerstof voor de keuzedelen Farmaceutische patiëntenzorg en Intra- en transmurale zorg.

In Farmaceutische patiëntenzorg zijn de oorspronkelijke basiswerken Inleiding in de farmacotherapie en Farmacotherapie in de apotheek samengevoegd. Hierbij is de leerstof aangepast aan de nieuwe standaarden en zijn de nieuwe geneesmiddelen toegevoegd.

Dit boek is verdeeld in drie gedeelten. In het eerste gedeelte worden de basisbegrippen uit de farmacotherapie behandeld en wordt dieper ingegaan op de wisselwerking tussen verschillende geneesmiddelen. In het tweede gedeelte komt de farmaceutische patiëntenzorg in de eerstelijnsgezondheidszorg aan bod. In het laatste gedeelte komen de meer specifieke farmacotherapeutische onderwerpen aan de orde. Hierbij gaat het om ziekten die veelal in het ziekenhuis worden behandeld. Daarnaast wordt specialistische kennis over polyfarmacie en omgaan met misbruik en verslaving behandeld. Om dit werk compleet te maken is een lijst van technische termen en een index opgenomen, waardoor in een handomdraai de gewenste informatie wordt gevonden.

Farmaceutische patiëntenzorg is als basisboek bij uitstek geschikt voor iedereen die de opleiding tot apothekersassistent volgt. Daarnaast is het als naslagwerk erg handig in de dagelijkse praktijk in de apotheek.

François van Opdorp is openbaar apotheker in Breda. Hiernaast doceert hij onder meer aan apothekersassistentes (SBA) en verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk. Als bestuurslid van de West-Brabantse Apothekers Vereniging houdt hij zich bezig met nascholing voor apothekers en apothekersassistentes in de regio.

Jeroen Mentink is openbaar apotheker in Zierikzee. Hij heeft ruime ervaring met (na-)scholing van apothekers en assistenten. Hij heeft zitting in diverse commissies rond medicatieveiligheid en polyfarmacie in Zeeland.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Basisbegrippen

Voorwerk
1. Toepassingen van geneesmiddelen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de doelstelling van de behandeling van ziekten of aandoeningen met geneesmiddelen is;
  • dat niet alle geneesmiddelen genezen, maar dat sommige klachten en symptomen verminderen of als vervanger kunnen dienen van lichaamseigen stoffen of voedingsstoffen;
  • wat de principes zijn van homeopathie en fytotherapie.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
2. Toedieningswegen en toedieningsvormen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • hoe het geneesmiddel op de plaats van werking komt;
  • wat het verschil is tussen plaatselijke en systemische toediening;
  • wat de verschillende manieren zijn om een geneesmiddel toe te dienen en de vakbenaming daarvoor;
  • wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende toedieningswegen;
  • welke toedieningswegen de voorkeur hebben in bijzondere medische situaties;
  • wat de meest gebruikte toedieningsvormen voor geneesmiddelen zijn;
  • wat de wijze van gebruik is van deze toedieningsvormen;
  • hoe je de wijze van gebruik aan de patiënt/cliënt kunt uitleggen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
3. Opname, werking, omzetting en uitscheiding
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • hoe geneesmiddelen op de plaats van werking komen;
  • welke factoren de werking van geneesmiddelen beïnvloeden;
  • wat de begrippen bloedspiegel, halfwaardetijd en biologische beschikbaarheid inhouden en wat ze betekenen voor de werking van een geneesmiddel;
  • hoe een geneesmiddel in het lichaam onschadelijk wordt gemaakt;
  • hoe je patiënten kunt adviseren over het tijdstip van gebruik en de werkingsduur van geneesmiddelen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
4. Doseringen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de begrippen normdosis, maximale dosis, toxische dosis en letale dosis inhouden;
  • van welke factoren de dosering van een geneesmiddel afhangt;
  • hoe je de dosering op recept kunt vergelijken met de normdosering en maximale dosering zoals die vermeld staan in de meest gebruikte naslagwerken in de apotheek;
  • hoe je moet handelen bij afwijkingen in doseringen;
  • bij welke doseringsafwijkingen de apotheker ingeschakeld moet worden om in overleg te treden met de voorschrijver van het geneesmiddel.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
5. Interacties
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat interacties zijn;
  • wat de mogelijke oorzaken van interacties zijn;
  • welke interacties tussen geneesmiddelen en voedingsmiddelen bekend zijn;
  • welke gevolgen interacties kunnen hebben voor de patiënt;
  • bij welke interacties je moet overleggen met de apotheker of degene die het middel heeft voorgeschreven.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
6. Contra-indicaties en intoleranties
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • wat contra-indicaties en intoleranties zijn;
  • welke contra-indicaties belangrijk zijn;
  • wat het verschil is tussen absolute en relatieve contra-indicaties;
  • bij welke contra-indicaties en/of intoleranties je moet overleggen met de apotheker of voorschrijver.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
7. Bijwerkingen
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • hoe bijwerkingen kunnen ontstaan;
  • welke verschillende soorten bijwerkingen worden onderscheiden;
  • waar je informatie over de meest voorkomende bijwerkingen kunt vinden.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
8. Medicatiebewaking
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de rol is van de apotheek bij het gebruik van geneesmiddelen;
  • waarom de apotheek het medicijngebruik begeleidt en bewaakt;
  • wat de Nederlandse Apotheek Norm (NAN) betekent op het gebied van medicatiebewaking;
  • wat de KNMP-richtlijn Medicatiebewaking inhoudt;
  • welke hulpmiddelen in de apotheek aanwezig zijn om op een adequate manier medicatie te bewaken;
  • wat het belang van het medicatiebewakingssignaal ‘eerste uitgifte’ is;
  • welke informatie besproken dient te worden bij het medicatiebewakingssignaal ‘tweede uitgifte’;
  • waardoor over- of ondergebruik van geneesmiddelen ontstaat;
  • hoe de melding ‘afwijkend daggebruik’ in relatie tot over- en ondergebruik of aansluitend gebruik te interpreteren;
  • wat de begrippen dubbelmedicatie en pseudodubbelmedicatie inhouden;
  • hoe je dubbelmedicatie en pseudodubbelmedicatie kunt herkennen en daarover met de patiënt en de voorschrijver kunt overleggen;
  • wat de nadelen van (pseudo)dubbelmedicatie zijn.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp

Farmaceutische patiëntenzorg

Voorwerk
9. Pijnstillers
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • het verschil tussen acute pijn en chronische pijn;
  • wat de meest voorkomende klachten zijn bij mensen met reumatische aandoeningen en jicht;
  • wat de meest gebruikte pijnstillers zijn en tot welke groep middelen ze behoren;
  • wat de belangrijkste bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van de meest gangbare pijnstillers zijn;
  • de naam van veelgebruikte middelen bij reumatische aandoeningen en jicht en ken je de belangrijkste bijzonderheden van die middelen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
10. Slapeloosheid, angst en onrust
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat het normale slaappatroon is en wat de oorzaken van slaapstoornissen zijn;
  • hoe slaapstoornissen voorkomen kunnen worden en hoe ze niet-medicamenteus behandeld kunnen worden;
  • wat de meest voorkomende emotionele stoornissen zijn en ken je hun oorzaken;
  • wat de belangrijkste slaap- en kalmeringsmiddelen zijn en ken je hun bijzonderheden, zoals andere toepassingen, bijwerkingen, contra-indicaties en interacties;
  • wat de bijzonderheden zijn bij gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen door oudere mensen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
11. Middelen tegen allergische aandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat allergie is en hoe allergische klachten ontstaan;
  • wat de meest voorkomende symptomen van hooikoorts zijn;
  • wat veelgebruikte middelen bij allergische klachten zijn en ken je de bijzonderheden ten aanzien van het gebruik van deze middelen;
  • welke middelen je voor zelfzorg kunt adviseren bij hooikoortsklachten.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
12. Aandoeningen van het maag-darmkanaal
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de oorzaken zijn van veelvoorkomende klachten in relatie tot het maag-darmkanaal;
  • welke middelen gebruikt worden bij maagklachten en kun je een advies geven over zelfzorgmiddelen bij maagklachten;
  • welke verschillende middelen gebruikt worden bij diarree en bij verstopping;
  • hoe je advies moet geven over leefregels en medicijnen bij klachten als diarree en verstopping;
  • welke middelen veel gebruikt worden bij chronische darmaandoeningen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
13. Anticonceptie en overgangsklachten
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • welke vormen van anticonceptie er zijn;
  • op welke wijze hormonale anticonceptiva werken;
  • de naam van veelgebruikte middelen voor anticonceptie en de verschillen tussen deze middelen;
  • hoe de pil gebruikt moet worden;
  • hoe je adviezen moet geven bij vragen over ‘pil vergeten’ en problemen met inname;
  • welke overgangsklachten kunnen voorkomen en hoe die klachten behandeld kunnen worden;
  • wat de werking is van middelen die bij overgangsklachten worden gebruikt.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
14. Huidmiddelen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • welke eigenschappen de verschillende toedieningsvormen voor de huid hebben;
  • de werking, het gebruik en de bijwerkingen van huidmiddelen bij acne, eczeem, psoriasis en huidinfecties;
  • wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van huidmiddelen bij zelfzorg;
  • welke adviezen je kunt geven over zelfzorgmiddelen volgens de richtlijnen van de zelfzorgstandaarden van de KNMP.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
15. Cardiovasculair risicomanagement
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de risicofactoren zijn voor het krijgen van hart- en vaatziekten;
  • wat bloeddruk is en hoe de bloeddruk in het lichaam wordt geregeld;
  • hoe het meten van de bloeddruk verloopt;
  • wat verhoogde bloeddruk is en ken je de overwegingen om die te behandelen;
  • wat de rol is die cholesterol speelt bij het ontstaan van hart- en vaatziekten;
  • welke cholesterolverlagende middelen er zijn;
  • hoe je patiënten kunt motiveren om antihypertensiva te gebruiken;
  • welke adviezen je volgens de Farmaceutische Patiëntenzorg (FPZ-)standaard Cardiovasculair risicomanagement moet geven.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
16. Diabetes mellitus
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • wat de ziekte diabetes mellitus inhoudt;
  • het verschil tussen type-1- en type-2-diabetes;
  • wat de rol is van insuline bij de (glucose)stofwisseling;
  • welke geneesmiddelen worden gebruikt om de glucosestofwisseling te regelen;
  • op welke wijze in de apotheek extra aandacht kan worden besteed aan diabetespatiënten.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
17. Hart- en vaatziekten
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • het noodzakelijke van de werking van het hart en de aansturing van het hart
  • vanuit het zenuwstelsel;
  • welke aandoeningen van het hart met geneesmiddelen behandeld worden;
  • wat de werking is van de geneesmiddelen die gebruikt worden bij hartfalen, bij
  • hartritmestoornissen en bij angina pectoris.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
18. De bloedstolling
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de betekenis van de bloedstolling is en hoe het stollingsmechanisme werkt;
  • hoe verschillende stoffen de bloedstolling kunnen beïnvloeden;
  • welke geneesmiddelen gebruikt worden om de bloedstolling te beïnvloeden;
  • bij welke aandoeningen de bloedstolling vertraagd moet worden;
  • de belangrijkste groepen antitrombotica te noemen;
  • van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van orale ontstolling.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
19. Beïnvloeding van de weerstand en de afweer
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • met welke methoden het lichaam zich tegen indringers van buitenaf beschermt;
  • wat de begrippen antigeen, antilichaam, immuniteit, actieve en passieve immunisatie inhouden;
  • op welke manier de immuniteit beïnvloed kan worden;
  • wat een vaccin is en welke toepassingen er zijn;
  • wat immunoglobulines zijn, en ken je enkele toepassingen daarvan.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
20. Infectieziekten
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • welke verschillende ziekteverwekkers infectieziekten kunnen veroorzaken;
  • welke geneesmiddelen worden gebruikt bij de behandeling van infectieziekten;
  • welk gevolg onoordeelkundig gebruik van deze geneesmiddelen kan hebben;
  • welke gebruiksadviezen je moet geven bij de verschillende middelen tegen infectieziekten.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
21. Aandoeningen van de luchtwegen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de meest voorkomende aandoeningen van de bovenste luchtwegen zijn;
  • wat de werking en toepassing is van de verschillende geneesmiddelgroepen die bij luchtwegaandoeningen worden gebruikt;
  • welke patiënteninstructies van belang zijn bij de geneesmiddelen bij luchtwegaandoeningen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
22. Schildklieraandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat de oorzaak en gevolgen van schildklieraandoeningen kunnen zijn;
  • welke geneesmiddelen gebruikt worden bij schildklieraandoeningen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
23. Oogaandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • aan welke eisen geneesmiddelen moeten voldoen die in of rond het oog worden toegepast;
  • welke middelen worden gebruikt bij irritatie en oogontsteking, bij ooginfecties en bij glaucoom.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
24. Vitamines en mineralen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • welke functies vitamines hebben voor de gezondheid;
  • hoe vitamines worden toegepast bij gebreksziekten;
  • om welke redenen vitamines verantwoord preventief gebruikt kunnen worden;
  • hoe binnen de alternatieve geneeswijzen hooggedoseerde vitamines worden toegepast;
  • welke functies mineralen voor de gezondheid hebben;
  • welke rol calcium speelt in het lichaam en in welke situaties extra calcium moet worden gebruikt;
  • wat de meest voorkomende oorzaken van bloedarmoede zijn;
  • waarom in sommige gevallen ijzer gebruikt moet worden en ken je de meest voorkomende bijwerkingen en interacties met ijzer;
  • wat het fluoradvies inhoudt en ken je de achtergrond van dat advies.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp

Keuzedelen

Voorwerk
25. Medicatiebewaking en medisch farmaceutische beslisregels
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat medicatiebewaking inhoud bij risicogroepen;
  • hoe belangrijk samenwerking tussen apothekers en artsen is voor een goede medicatiebewaking;
  • welke rol de patiënt speelt bij een goede behandeling met geneesmiddelen;
  • wat een actueel medicatieoverzicht is en betekent;
  • hoe je doseringscontroles voor kinderen en mensen met een verminderde nierfunctie moet uitvoeren;
  • rekening te houden met de beperkingen van het apotheeksysteem voor de beoordeling van een kinderdosering en een dosering voor mensen met een verminderde nierfunctie;
  • weet je dat meetwaarden een rol kunnen spelen bij de dosering van geneesmiddelen;
  • wat Medisch Farmaceutische Beslisregels zijn en hoe ze werken;
  • hoe moet worden omgegaan met geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding;
  • welke vragen je moet stellen als (telefonisch) advies wordt gevraagd bij een mogelijke vergiftiging;
  • wat de achtergronden zijn van de behandeling van een vergiftiging;
  • op welke wijze een vergiftiging met geneesmiddelen kan worden voorkomen;
  • waar zorgverleners – en ook patiënten – bijwerkingen kunnen melden;
  • waarom bijwerkingen gemeld moeten worden aan het Lareb.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
26. Polyfarmacie
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • wat polyfarmacie inhoudt;
  • wat de oorzaken van polyfarmacie zijn;
  • hoe het lichaam verandert bij het ouder worden;
  • wat de invloed van deze veranderingen is op het effect van geneesmiddelen;
  • welke onderzoeken hebben geleid tot het gaan uitvoeren van medicatiebeoordelingen;
  • hoe een medicatiebeoordeling werkt;
  • welke hulpmiddelen kunnen worden gebruikt bij het uitvoeren van een medicatiebeoordeling.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
27. Reumatische aandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk:
  • weet je dat reumatische aandoeningen een verzamelnaam is voor meerdere gewrichtsaandoeningen;
  • ken je het verschil tussen een gewrichtsontsteking en gewrichtsveroudering;
  • weet je welke geneesmiddelen gebruikt worden bij de behandeling van reumatoïde artritis;
  • weet je wat jicht is en weet je welke geneesmiddelen gebruikt worden bij de behandeling van jicht.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
28. Aandoeningen die samenhangen met de urinewegen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • welke vormen van incontinentie er zijn en welke rol geneesmiddelen bij incontinentie kunnen spelen;
  • wat enuresis nocturna is en wat de beperkte rol van geneesmiddelen daarbij is;
  • welke geneesmiddelen worden toegepast bij een goedaardige vergroting van de prostaat;
  • de achtergrond van erectiestoornissen en de rol die geneesmiddelen daarbij spelen.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
29. Neurologische aandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • wat epilepsie is en welke geneesmiddelen daartegen gebruikt worden;
  • wat koortsconvulsies zijn en wat je ertegen kunt doen;
  • wat migraine is en dat er een verschil is in de behandeling van een aanval en preventie;
  • wat de ziekte van Parkinson is en welke geneesmiddelen daarbij gebruikt worden;
  • dat de klacht duizeligheid moeilijk te diagnosticeren en te behandelen is;
  • wat dementie is en wat een delirium is en wat de verschillen ertussen zijn.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
30. Geneesmiddelen bij psychiatrische aandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • dat psychiatrische aandoeningen gekenmerkt worden door gedrags- en denkstoornissen;
  • de verschillen tussen depressies, angststoornissen, psychosen en aandachtsstoornissen;
  • dat elke psychiatrische aandoening een eigen groep geneesmiddelen (psychofarmaca) kent;
  • dat bij psychiatrische aandoeningen soms een combinatie van geneesmiddelen wordt gebruikt;
  • dat het voor de behandeling belangrijk is dat psychiatrische patiënten hun geneesmiddelen volgens voorschrift gebruiken en dat de apotheek een beperkte rol heeft bij het begeleiden van deze patiënten.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
31. Geneesmiddelen bij kwaadaardige aandoeningen
Samenvatting
Aan het eind van het hoofdstuk weet je:
  • wat kwaadaardige aandoeningen zijn;
  • wat het begrip kanker inhoudt;
  • welke verschillende therapieën worden toegepast bij kwaadaardige aandoeningen;
  • welke geneesmiddelen gebruikt worden bij kwaadaardige celgroei om de celgroei te remmen en de begeleidende verschijnselen te verminderen;
  • hoe patiënten met kanker en hun familie in de apotheek benaderd kunnen worden.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
32. Chirurgische ingrepen
Samenvatting
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
  • de eisen van een optimale algehele anesthetica;
  • de belangrijkste groepen anesthetica;
  • de toepassingsgebieden van locale anesthetica;
  • wat de belangrijkste bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van de meest gangbare locale anesthetica zijn.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
33. Misbruik en verslaving
Samenvatting
Na afloop van dit hoofdstuk weet je:
  • hoe mensen verslaafd kunnen raken aan slaap- en kalmeringsmiddelen;
  • op welke wijze misbruik en verslaving zijn te voorkomen;
  • op welke wijze een apotheekmedewerker in aanraking komt met verslavingsproblematiek;
  • welke rol een apothekersassistent kan spelen bij de begeleiding van patiënten en het voorkomen van verslaving.
J. R. Mentink, F. A. C. van Opdorp
Nawerk
Meer informatie
Titel
Farmaceutische patiëntenzorg
Auteurs
J.R. Mentink
F.A.C van Opdorp
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-1198-9
Print ISBN
978-90-368-1197-2
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1198-9