Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Doel van de testDe Executieve Functies Vragenlijst (EFV) geeft snel zicht op de werking van de denkprocessen van kinderen en jeugdigen. Onder de executieve functies (EF) vallen: werkgeheugen, mentale flexibiliteit, impulsbeheersing en emotieregulatie. EF stellen kinderen en jongeren in staat controle te houden over hun denken, doen en voelen. De denkprocessen zijn van groot belang voor het functioneren thuis, op school en in de samenleving. Als de processen haperen leidt dat tot problemen. Achter ontwikkelingsproblemen van jeugdigen, zoals leerproblemen, autisme, ADHD, agressie en angst- en stemmingsstoornissen gaan vaak problemen met de executieve functies schuil. Voor behandelingen is het een grote meerwaarde te weten aan welke EF het schort, zodat de interventie daarop kan worden afgestemd. Training van de executieve functies biedt een extra perspectief op verbetering.
ToepassingScreening: spoort vroegtijdig problemen met de executieve functies opDiagnostiek: ondersteunt en verdiept de diagnostiek van diverse stoornissen en leerproblemenBehandeling: geeft aanknopingspunten voor het trainen van de executieve functies en draagt zo bij aan het oplossen van leerproblemen en de behandeling van stoornissen
Wat meet de EFV?De Executieve Functies Vragenlijst (EFV) meet de werking van de denkprocessen van kinderen en jeugdigen. De schaalindeling van de EFV iet er als volgt uit:
EFV leerfuncties- werkgeheugen (vermogen om kennis te verwerven en toe te passen)- mentale flexibiliteit (vermogen om soepel en doordacht van taak en situatie te wisselen)
EFV gedragsfuncties- impulsbeheersing (vermogen om eerst na te denken alvorens te handelen)- emotieregulatie (vermogen om te weten hoe om te gaan met emoties)
EFV Totaalscore
Voor wie?De EFV wordt ingevuld door ouders of opvoeders van het kind of andere personen (bij leerkrachten) die het kind goed kennen (informantenrapportage). Maatschappelijk werkers, groepsleiders, leerkrachten, logopedisten, psychologen, (ortho)pedagogen en andere professionele hulpverleners kunnen de uitslagen van de test gebruiken om te bepalen of kinderen problemen hebben op het gebied van de executieve functies. Testuitslagen mogen echter alleen worden geïnterpreteerd door psychodiagnostisch bevoegde professionals.
Afname en scoringDe EFV bestaat uit 24 items met gedragingen die de werking van executieve functies representeren. Op een 5-puntschaal geeft men aan in hoeverre de gedragingen van toepassing zijn. Het invullen van duurt circa vijftien minuten. Afnemen en scoren kan handmatig worden gedaan met behulp van scoreformulieren. U kunt de EFV ook geautomatiseerd afnemen en scoren met behulp van Testweb. Belangrijk: u kunt deze test alleen afnemen indien u over de EFV-handleiding beschikt.
NormenDe EFV heeft normen voor kinderen en jongeren van 4 t/m 18 jaar. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen scores van jongens en meisjes. Dit leidt tot de volgende normtabellen:- algemene bevolking meisjes 4 t/m 11 jaar- algemene bevolking jongens 4 t/m 11 jaar- algemene bevolking meisjes 12 t/m 18 jaar- algemene bevolking jongens 12 t/m 18 jaar
MateriaalEFV handleidingEFV scoreformulieren (per 25)EFV online afname

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Achtergrond en doel

Samenvatting
Om deel te nemen aan onze samenleving zijn meerdere eigenschappen nodig. Zo moet je goed kunnen rekenen, lezen, schrijven en denken. Verder is het belangrijk om soepel om te kunnen gaan met anderen, je emoties te beheersen en constructief te reageren op onverwachte situaties. Deze vaardigheden worden aangestuurd door neurologische processen in het brein die tezamen de ‘executieve functies’ worden genoemd. Het gaat hier - kort gezegd - om functies die bevorderen dat men flexibel, doelgericht en efficiënt kan omgaan met de eisen die de samenleving stelt: thuis, op school en daar buiten.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

2. Begripsbepaling

Samenvatting
Onderzoek naar wat we nu EF noemen, is op gang gekomen tijdens onderzoek naar de gevolgen van hersenbeschadigingen en met name naar beschadigde delen van de prefrontale cortex (PFC). Het bleek dat deze beschadigingen leiden tot gedragsveranderingen. Het oudste voorbeeld stamt al uit 1840, toen werd geconstateerd dat een man na een ongeluk met ernstige hersenschade een andere persoon was geworden. Hij gedroeg zich onbeheerst, impulsief en hyperactief. Het was alsof de man geen rem meer tot zijn beschikking had.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

3. Dimensies van EF

Samenvatting
Dankzij de vooruitgang in het onderzoek naar de relaties tussen brein en gedrag is er steeds meer kennis ontstaan over de werking van de verschillende hersengebieden. Daarmee is duidelijk geworden dat de executieve functies met verschillende gebieden van de PFC samenhangen. In lijn hiermee hebben meerdere onderzoekers erop gewezen dat de EF in twee basisdimensies zijn onder te brengen.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

4. De ontwikkeling van de executieve functies

Samenvatting
De vorming van de EF hangt samen met de ontwikkeling van de hersengebieden, met name die van de PFC. De ontwikkeling van de EF start al snel na de geboorte en zet zich voort tot in de adolescentiefase, analoog aan de ontwikkeling van het brein. De rijping van de EF verloopt snel gedurende de basisschoolperiode en verloopt daarna wat trager in de adolescentieperiode.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

5. Executieve functies en intelligentie

Samenvatting
Gezien de evidente samenhang tussen EF en leerprestaties rijst de vraag of executief functioneren niet hetzelfde is als intelligentie. Het verband tussen de EF en intelligentie is meermalen onderzocht en leidt tot de conclusie dat er veel overlap bestaat, maar dat er ook verschillen zijn.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

6. Samenhang met probleemgedragingen

Samenvatting
De executieve functies zijn herhaaldelijk in verband gebracht met het gedrag van kinderen en jongeren. Deze onderzoeken tonen aan dat gebrekkige EF een sterke samenhang vertonen met internaliserende en externaliserende gedragsproblemen.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

7. Metingen van executieve functies

Samenvatting
Het bepalen van de werking van de EF kent een relatief lange geschiedenis. Aanvankelijk betrof het eenvoudige procedures waarbij werd onderzocht in hoeverre een hersenbeschadiging gevolgen had voor het functioneren van het brein en het gedrag. Deze tests waren vooral gericht op het bepalen van de motoriek en het reactievermogen op aangeboden prikkels zoals akoestische geluiden en visuele signalen.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

8. Interventiemogelijkheden

Samenvatting
Hoe kan de ontwikkeling van de EF worden gestimuleerd en hoe kan een haperende ontwikkeling daarvan weer op gang worden gebracht? Hoe leren we kinderen creatief te denken, de aandacht vast te houden, de aandacht te verplaatsen, informatie op te slaan, oplossingen te bedenken, geen ondoordachte antwoorden te geven en zichzelf onder controle te houden?
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

9. Het psychometrisch onderzoek

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het psychometrisch normonderzoek van de EFV beschreven. Het normonderzoek vond plaats in 2017/2018. Behandeld worden de selectie en samenstelling van de steekproef uit de algemene (jeugd)bevolking van Nederland en de representativiteit daarvan.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

10. Testafname

Samenvatting
De EFV wordt ingevuld door de ouders/opvoeders van het kind, diens leraren of andere personen die het kind goed kennen. Maatschappelijk werkenden, groepsleiders, psychologen, orthopedagogen en andere professionele hulpverleners kunnen de uitslagen van de test gebruiken om een indicatief beeld te vormen van het executief functioneren van jeugdigen. Testuitslagen mogen echter alleen worden geïnterpreteerd door psychodiagnostisch geschoolde personen.
E. M. Scholte, J. D. van der Ploeg

Nawerk

Meer informatie