Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2005 | OriginalPaper | Hoofdstuk

3. Erfelijkheidsadvisering

Auteurs: Mw. Prof.Dr. C. T. R. M. Schrander-Stumpel, Dr. H. de Nijs Bik

Gepubliceerd in: Klinische genetica

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Abstract

Steeds vaker worden huisartsen geconfronteerd met verzoeken om erfelijkheidsadvisering. In de onderstaande casus figureren een jonge vrouw die bang is dat ze een erfelijke vorm van borstkanker zal krijgen en een jong paar met kinderwens dat zich afvraagt hoe groot de kans is dat het een kind met het Downsyndroom ter wereld brengt omdat de aandoening ‘in de familie zit’. In dit hoofdstuk beschrijven we wat de rol van de huisarts bij erfelijkheidsadvisering kan zijn.
Voetnoten
1
Deze samenstelling verschilt enigszins per regio.
 
2
Een relatief nieuwe beroepsgroep, veelal (hbo-)verpleegkundigen, in twee jaar opgeleid tot een de klinisch geneticus ondersteunende patiëntenzorgfunctie.
 
Literatuur
go back to reference Aulbers BJM, Fryns JP. Erfelijke aandoeningen. Practicum huisartsengeneeskunde. 2e druk. Utrecht: Bunge, 1993. Aulbers BJM, Fryns JP. Erfelijke aandoeningen. Practicum huisartsengeneeskunde. 2e druk. Utrecht: Bunge, 1993.
go back to reference Brunner HG, Leschot NJ. Klinische genetica in de praktijk. ie druk. Maarssen: Elsevier/Bunge, 1998. Brunner HG, Leschot NJ. Klinische genetica in de praktijk. ie druk. Maarssen: Elsevier/Bunge, 1998.
Metagegevens
Titel
Erfelijkheidsadvisering
Auteurs
Mw. Prof.Dr. C. T. R. M. Schrander-Stumpel
Dr. H. de Nijs Bik
Copyright
2005
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-9437-1_3