Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt studenten in zorg en welzijn om communicatieve basisvaardigheden zó aan te leren dat die een solide basis vormen voor de ontwikkeling van specifieke beroepsvaardigheden. Ook leren ze om die communicatieve vaardigheden in verschillende hulpverleningssituaties toe te passen. Daarbij heeft het boek aandacht voor aan te leren technieken, én voor de echtheid van iemands optreden. Effectief communiceren vereist immers ook kennis over je eigen kwaliteiten.

Elementaire sociale vaardigheden gaat uitgebreid in op de theorie, én is erg praktijkgericht. Het s een verdiepend boek, dat studenten handvatten geeft om theorie te oefenen en toe te passen. Aan deze geheel herziene druk is bovendien een nieuw hoofdstuk toegevoegd: omgaan met laaggeletterdheid. Ook nieuw is de mogelijkheid om met behulp van een app direct vanuit het boek de bijpassende filmfragmenten te bekijken. In deze filmfragmenten worden de besproken vaardigheden gedemonstreerd. Ze staan ook op mijn.bsl.nl - net als de toetsvragen, studieopdrachten en oefeningen. Zo kun je eenvoudig kennismaken met de beoogde vaardigheden, en ze actief oefenen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Waarnemen en interpreteren

Samenvatting
Wanneer je met iemand in contact komt, is het onvermijdelijk dat je je een ‘eerste indruk’ van de ander vormt. Hij lijkt je bijvoorbeeld sympathiek, eigenwijs, wel aardig, onzeker, nerveus, afstandelijk of joviaal. Je realiseert je vaak niet dat het daarbij gaat om kwalificaties die je niet zintuiglijk kunt waarnemen, maar die je baseert op wat je aan de ander denkt te zien of uit zijn gedrag opmaakt. Het zijn interpretaties. Je reageert dus niet op de ander zoals die is, maar op basis van je eigen interpretaties. We interpreteren de werkelijkheid om ons heen, en we stemmen ons gedrag af op die interpretatie. Belangrijk is dat je leert om in de omgang met anderen je interpretatie als voorlopig te beschouwen, namelijk tot je de situatie voldoende hebt verkend om er zeker van te zijn dat jouw interpretatie juist is.
Marian Adriaansen, Josien Caris

2. Omgaan met non-verbaal gedrag

Samenvatting
In de omgang tussen mensen speelt lichaamstaal een belangrijke rol. Met je non-verbale gedrag – houding, mimiek en gebaren – zend je evengoed boodschappen uit als met de woorden die je uitspreekt. Als je echt wilt weten wat er in iemand omgaat, kun je dat vaak beter uit zijn non-verbale gedrag opmaken dan uit wat hij zegt. Je kunt wel op je woorden letten, maar moeilijker op je gezichtsuitdrukking of je houding. Wanneer iemand tegen je zegt: ‘Ik ben helemaal niet kwaad’, kun je soms aan zijn houding, gezichtsuitdrukking en stemvolume het tegendeel zien. Je moet je realiseren dat anderen op die wijze ook uit jouw non-verbale gedrag proberen op te maken wat er in je omgaat. Vaak ben je je er niet van bewust dat je door middel van je eigen lichaamstaal ook boodschappen uitzendt, die al dan niet in overeenstemming zijn met wat je zegt.
Marian Adriaansen, Josien Caris

3. Luisteren

Samenvatting
Bij de een kunnen we ons verhaal beter kwijt dan bij de ander en voelen we ons meer op ons gemak en beter begrepen. Als wij iets te vertellen hebben wat voor onszelf van belang is, merken we heel snel of de ander ook echt geïnteresseerd is. Goed luisteren betekent dat je jouw gesprekspartner de gelegenheid geeft en stimuleert om te vertellen wat hij werkelijk te vertellen heeft. Luisteren is meer dan iemand laten uitpraten, meer dan alleen maar aanhoren wat de ander te zeggen heeft. Het veronderstelt een actieve inzet: je moet iets doen om te laten merken dat je geïnteresseerd bent. Uit zowel je verbale als non-verbale reacties moet op te maken zijn dat je aandacht voor de ander hebt, dat je het belangrijk vindt te weten hoe de situatie voor de ander in elkaar zit.
Marian Adriaansen, Josien Caris

4. Samenvatten

Samenvatting
Een samenvatting is een beknopte weergave van een gedeelte van een gesprek. Door het samenvatten, het weergeven van dat wat iemand tegen je zegt, kun je de ander stimuleren zijn mening onder woorden te brengen. Door de ander te laten merken wat je tot nu toe hebt begrepen uit zijn verhaal, nodig je hem uit zijn standpunt verder te nuanceren. Samenvatten is een belangrijke vaardigheid, waarmee je het gesprek een bepaalde kant op stuurt en de ander uitnodigt om de relevantste aspecten voor zichzelf naar voren te brengen. De informatie wordt in een samenhangend patroon geordend, zodat de basis voor een vervolg ontstaat. Ook voor het ordelijk laten verlopen van groepsgesprekken is het regelmatig geven van een samenvatting belangrijk. Je kunt daarmee controleren of datgene wat de sprekers bedoelden ook goed overgekomen is en/of er nog informatie ontbreekt. Goed leren samenvatten vereist enige oefening.
Marian Adriaansen, Josien Caris

5. Vragen stellen

Samenvatting
Gesprekken tussen twee mensen die op dezelfde manier beginnen kunnen toch heel anders verlopen. Vaak ligt dit aan de vragensteller. Een bepaald soort vragen roept namelijk een bepaald soort antwoorden op. Als je echt wilt begrijpen wat de ander bedoelt, kun je het best open vragen stellen. Je komt dan niet alleen te weten wat de ander denkt, maar ook waarom hij dat denkt. Je bent geïnteresseerd en wilt je verdiepen in de ander, en bent niet alleen maar nieuwsgierig. Als vragensteller heb je de keuze om de ander zijn verhaal te laten vertellen of de door jouzelf gewenste informatie te verkrijgen. Sommige mensen lijken vragen te stellen om zelf aan de praat te blijven. Vaak is degene die ‘vraagt’ langer aan het woord dan degene van wie een antwoord wordt verwacht.
Marian Adriaansen, Josien Caris

6. Concretiseren

Samenvatting
Uitspraken als: ‘het ging wel’, ‘het meeste’, ‘er zijn er meer …’ en ‘het valt wel mee’, zijn erg vaag. Toch nemen we vaak genoegen met dit soort uitspraken. Wanneer je een dergelijke onduidelijkheid in een gesprek laat bestaan, wordt het moeilijk om de ander te begrijpen, laat staan dat je hem ergens mee kunt helpen of hem van advies kunt dienen. In veel situaties kun je daarom met dit soort algemene en vage uitspraken niet echt uit de voeten. Om precies te weten wat de ander bedoelt, moet je hem uitnodigen er meer over te vertellen, met vragen als: ‘wat bedoel je daar precies mee?’, ‘wie zijn die anderen dan?’ of ‘wat valt er wel mee?’ Dat is wat bedoeld wordt met ‘concretiseren’. Wanneer je je gesprekspartner wilt ondersteunen zodat hij zelf de zaken op een rijtje kan zetten, is vragen om concretisering vaak je belangrijkste bezigheid.
Marian Adriaansen, Josien Caris

7. Meningen formuleren

Samenvatting
In de omgang met anderen is het van groot belang dat je je eigen standpunten duidelijk onder woorden kunt brengen. De anderen begrijpen je dan eerder en beter, en houden daardoor meestal ook meer rekening met je. Je vergroot de invloed op je eigen situatie door jezelf duidelijk en overtuigend te presenteren. Het is helder waar je voor staat, en een ander weet daardoor wat hij aan je heeft. Niet alleen het hebben van een mening is genoeg; je moet je mening ook kunnen verkopen. Pas dan zal deze bij anderen blijven hangen en zullen ze er rekening mee (kunnen) houden. Je moet je daarbij wel steeds de vraag blijven stellen of je wel zo’n heldere mening hebt over het onderwerp dat in het gesprek aan de orde is. Zo niet dan kun je dat het best direct duidelijk maken, dan weten de anderen tenminste waar ze aan toe zijn.
Marian Adriaansen, Josien Caris

8. Omgaan met gevoelens

Samenvatting
De meesten van ons vinden het uiten van gevoelens vaak moeilijk. In onze cultuur wordt het over het algemeen ook niet beschouwd als een teken van kracht. Het lijkt dan alsof je de situatie niet meer in de hand hebt, het maakt je kwetsbaar. Maar ook al verwoorden we onze gevoelens niet, ze hebben toch invloed op ons gedrag. Bovendien zijn ze voor anderen vaak toch al zichtbaar in ons non-verbale gedrag. Hoe vaak worden er geen besluiten genomen waarmee je het eigenlijk niet eens bent, zonder dat je daarvoor uitkomt? Hoe vaak kom je niet mensen tegen die je aardig vindt, zonder dat je hun dat laat merken? Natuurlijk hoef je niet altijd het hart op de tong te hebben, maar als je anderen niet laat weten welke betekenis die feiten of gebeurtenissen voor jou hebben, kunnen zij daar ook geen rekening mee houden en doe je jezelf tekort.
Marian Adriaansen, Josien Caris

9. Feedback geven en ontvangen

Samenvatting
Feedback betekent letterlijk ‘terugkoppeling’. In situaties waarin je met anderen omgaat, wordt ermee bedoeld dat je de ander laat weten hoe je zijn boodschap interpreteert, welk effect die interpretatie op je heeft en wat je daarvan vindt. Wanneer iemand zich gedraagt op een manier die jij niet prettig vindt, kun je er nijdig om worden of de ander duidelijk maken dat zijn gedrag een ongewenst effect heeft en dat je liever zou zien dat hij zich anders gedroeg. Het effect op jezelf kan natuurlijk ook positief zijn, en dan is het ook de moeite waard om de ander dat te laten weten. Het resultaat van feedback is afhankelijk van de mate waarin de ander zich voor feedback openstelt, hoe hij deze in ontvangst neemt. De wijze waarop je feedback geeft, is van invloed op de bereidheid van de ander er positief op te reageren, er rekening mee te houden.
Marian Adriaansen, Josien Caris

10. Assertief reageren

Samenvatting
Assertiviteit heeft te maken met de mate waarin en de manier waarop je in allerlei situaties voor jezelf opkomt. Assertief zijn betekent kunnen kiezen voor een reactie die je zelf wilt. Assertief zijn betekent vrijmoedig zijn, voor je eigen mening uitkomen, je gevoelens durven uiten. Het uitgangspunt daarbij is dat je zelf verantwoordelijk bent voor je gedrag, dat je zelf bepaalt of wat je doet ‘goed’ of ‘slecht’ is en dat je je daarbij niet laat leiden door wat anderen van je denken, of door wat je dénkt dat zij van je denken. Wanneer je je assertief opstelt, gedraag je je als een onafhankelijke, zelfstandige persoon, die best rekening wil houden met wat anderen vinden, maar die zelf zijn keuzen blijft maken. Je neemt je eigen ruimte in, respecteert daarbij de ruimte van de ander en bent voor je eigenwaarde niet afhankelijk van wat anderen van je vinden.
Marian Adriaansen, Josien Caris

11. Argumenteren

Samenvatting
Je wilt de ander overtuigen van de waarheid van je standpunt, je hebt een mening over de juistheid van een handelswijze, of je concludeert dat het gedrag van iemand onaanvaardbaar is. Je hebt een bepaalde mening, en met argumenten probeer je de ander daarvan te overtuigen. Je probeert je voorstel, standpunt of conclusie aannemelijk te maken in een discussie met anderen. Bij discussies maak je gebruik van verschillende soorten argumenten, en je verwacht dat de ander met jou meegaat in je standpunt vanwege de logica van je argumenten. Dat betekent dat je argumenten deugdelijk en overtuigend moeten zijn, en moeten voldoen aan bepaalde regels, omdat je anders niet verder komt dan een welles-nietesspelletje of omdat je gesprekspartner jouw argumenten dan gemakkelijk kan weerleggen. Vaak lijken argumenten op het eerste gezicht valide, maar probeert degene die de ander van zijn standpunt wil overtuigen zijn gesprekspartner op het verkeerde been te zetten.
Marian Adriaansen, Josien Caris

12. Digitaal communiceren

Samenvatting
Digitale communicatie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Iedereen heeft wel een pc en/of laptop thuis, en de meeste mensen gebruiken deze ook om te surfen op internet. Daarnaast beschikt bijna iedereen over een mobiele telefoon waarmee ook internetgebruik mogelijk is. Communicatie is een doorlopend proces waarin twee of meer personen informatie uitwisselen en waarbij zij voortdurend op elkaar reageren. Degene die spreekt of op een andere wijze informatie geeft, is de zender. Degene tot wie de informatie is gericht, degene die luistert, kijkt, ruikt, tast of proeft, is de ontvanger. Bij digitaal communiceren is het niet altijd duidelijk wie de boodschap zendt en wie de boodschap ontvangt. Ook is niet altijd duidelijk of de boodschap die je hebt verzonden of geplaatst wel wordt gelezen. Er is een overvloed aan informatie op het web, en uit het brede aanbod van informatie kies je dat waarin je geïnteresseerd bent.
Marian Adriaansen, Josien Caris

13. Omgaan met laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden

Samenvatting
In onze maatschappij verwachten we dat mensen in staat zijn om de weg te vinden in een ziekenhuis, een digitale vragenlijst te beantwoorden en moeilijke woorden goed te begrijpen. Dit is echter voor veel mensen helemaal niet zo vanzelfsprekend, omdat ze slechtziend of slechthorend zijn, niet goed kunnen lezen of rekenen, of mondelinge en schriftelijke boodschappen niet goed kunnen begrijpen. Soms heeft iemand een taalprobleem omdat hij uit het buitenland komt en het Nederlands niet goed begrijpt. Vaak is dat het geval bij oudere niet-westerse migranten en bij asielmigranten die nog niet zo lang in Nederland verblijven. Maar ook veel autochtone Nederlanders hebben deze problemen, bijvoorbeeld mensen met een licht verstandelijke beperking, of mensen die vanwege verschillende omstandigheden nooit goed hebben leren lezen en schrijven. Deze mensen noemen we laaggeletterd. Laaggeletterdheid leidt vaak tot beperkte gezondheidsvaardigheden, wat het voor hen moeilijk maakt hun weg in de gezondheidszorg te vinden.
Marian Adriaansen, Josien Caris
Meer informatie

Extras