Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het vak van doktersassistente is in de loop der jaren sterk veranderd. Van een administratieve kracht ontwikkelde de doktersassistente zich tot een spil in de huisartsenpraktijk waarbij zij een belangrijke rol speelt bij uitvoerende taken. Van haar wordt verwacht dat ze eigen spreekuren kan draaien, patiënten begeleid, een luisterend oor heeft en voorlichting geeft.In Eigen spreekuur en chronische ziekten ligt de nadruk niet op triage maar juist op de achtergrondkennis die de doktersassistente kan toepassen tijdens haar eigen spreekuur en in het contact met chronische patiënten en hun familieleden. De hoofdstukken over het eigen spreekuur zijn geschreven vanuit de praktijk, met reële vragen en praktische adviezen om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.In dit boek wordt ook aandacht geschonken aan de specifieke problematiek van de chronische patiënt. Deze wordt verduidelijkt aan de hand van interessante casussen die afkomstig zijn uit ervaringen in de huisartsenpraktijk. Voor de behandeling en adviezen zijn de NHG-standaarden als uitgangspunt genomen en in deze druk geactualiseerd, waardoor de hoofdstukken over cardiovasculair risicomanagement, chronische longziekten en diabetes grotendeels zijn herschreven. Tevens hebben, mede door de vele veranderende inzichten, ook de onderwerpen het bewegingsapparaat en psychiatrie een eigen hoofdstuk gekregen.Eigen spreekuur en chronische ziekten is met name geschikt voor doktersassistenten, praktijkverpleegkundigen en degenen die daarvoor worden opgeleid.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Algemene inleiding

Inleiding
De veranderingen in de gezondheidszorg gaan snel. Het vak van de huisarts én dat van de doktersassistent is in de loop van de jaren sterk veranderd. De assistent is verantwoordelijk voor het zelfstandig uitvoeren van een aantal medische taken waarbij de triage aan de telefoon of balie tot een van de moeilijkste behoort. Tegenwoordig is het heel gewoon dat de assistent een uitstrijkje in het kader van het bevolkingsonderzoek zelfstandig afhandelt. Ook zien we in steeds meer huisartsenpraktijken dat de assistent wratten-, diabetes- en hypertensiespreekuren zelf draait.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 2. Hart- en vaataandoeningen

Inleiding
Het verouderingsproces van de slagaders blijkt bij sommige mensen wat sneller te verlopen dan bij andere. De precieze oorzaak is niet bekend, maar een aantal factoren zou dit proces kunnen versnellen. Men spreekt van risicofactoren omdat het risico is toegenomen. Dat wil dus niet zeggen dat het ook zal optreden. Het zegt iets over groepen mensen, niet over de individuele patiënt.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 3. Chronische longziekten

Inleiding
Astma en COPD komen in Nederland bij 5-10% van de bevolking voor. In de gemiddelde huisartsenpraktijk zitten ongeveer zeventig patiënten met astma en vijftig patiënten met COPD. Als assistent heb je soms een eigen spreekuur. Nog niet bij alle artsen is dit gebruikelijk. Toch zul je als assistent vaak assisteren bij onderzoek en heb je een belangrijke adviserende taak. Behalve de theoretische aspecten van astma en COPD worden de praktische toepassingen behandeld. Na het doornemen van dit hoofdstuk heb je voldoende kennis om de arts te kunnen ondersteunen bij de diagnose en de behandeling van patiënten met obstructieve longziekten. We bespreken enkele onderzoeken die belangrijk zijn om de diagnose te stellen en adviezen om te komen tot een goede begeleiding.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 4. Diabetes mellitus

Inleiding
Onze voedingsmiddelen en dan met name de koolhydraten worden voor een belangrijk deel omgezet in glucose. Deze glucose circuleert met het bloed door het hele lichaam. Glucose is de belangrijkste brandstof voor het lichaam. Elke lichaamscel neemt glucose op om te verbranden tot kooldioxide en water. Daarbij komen warmte en energie vrij. De warmte zorgt voor onze lichaamstemperatuur. De energie wordt gebruikt in de lichaamscellen om daar allerlei processen plaats te laten vinden en, afhankelijk van het soort cel, voor specifieke acties van die cellen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld spiercellen zich samentrekken en zenuwcellen elektrische stroompjes laten lopen.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 5. Cervixcarcinoom

Inleiding
Een bevolkingsonderzoek is, zoals het woord al aangeeft, een onderzoek onder de bevolking. Bevolkingsonderzoeken zijn erop gericht ziekten of afwijkingen vroegtijdig op te sporen. Het zijn preventieve onderzoeken. Het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker heeft tot doel de sterfte aan baarmoederhalskanker terug te dringen.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 6. Verrucae vulgares

Inleiding
Het wrattenspreekuur is in de meeste praktijken al jaren ingevoerd. Wratten worden meestal behandeld met vloeibare stikstof. Omdat vloeibare stikstof zelfs in een speciale thermoskan binnen een aantal uren verdampt, is deze behandeling maar gedurende een beperkte tijd mogelijk. Vaak moet er ook wel wat georganiseerd worden om aan vloeibare stikstof te komen. Het kan bijvoorbeeld worden opgehaald in het ziekenhuis. Omdat de techniek van bevriezen goed aan te leren is, wordt dit spreekuur meestal overgelaten aan de assistent.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 7. Het bewegingsapparaat

Inleiding
Reumatische aandoeningen hebben vooral betrekking op het bewegingsapparaat. Denk aan de gewrichten, spieren, pezen en slijmbeurzen. Er zijn veel verschillende reumatische aandoeningen bekend, waarbij drie grote groepen zijn te onderscheiden. Uit elke groep behandelen we alleen de meest voorkomende ziekten.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 8. Psychiatrie in de huisartsenpraktijk

Inleiding
Als leerlingen een langere periode in een huisartsenpraktijk hebben doorgebracht, zijn er altijd wel een paar die iets geks hebben meegemaakt met een psychiatrische patiënt. De patiënt deed raar of was verward. Het leidt altijd tot hilariteit in de klas. Veel mensen weten niet hoe ze met psychiatrische patiënten moet omgaan. Het is en blijft iets onbegrijpelijks. Dit is echter niets nieuws. In de middeleeuwen werden deze patiënten beschouwd als door de duivel bezeten en werden ze verjaagd of vermoord. Ook menige ‘heks’ die op de brandstapel het einde vond, zal aan een psychiatrische ziekte hebben geleden. Later werden deze patiënten opgesloten en geketend als gevangenen in zogenoemde dolhuizen. Pas eind vorige eeuw en begin van deze eeuw werd het lot van de patiënten wat verbeterd. Zij werden opgesloten in krankzinnigengestichten, meestal in een bosrijke omgeving voor de rust. Van behandelen was nog geen sprake. De patiënten werden beziggehouden met arbeid. Pas na de Tweede Wereldoorlog kon de psychiatrie zich ontwikkelen dankzij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en nieuwe inzichten.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Hoofdstuk 9. Veelvoorkomende chronische aandoeningen in de huisartsenpraktijk

Inleiding
De schildklier is een hormoonproducerende klier. Zij bevindt zich voor in de hals, voor het strottenhoofd en de luchtpijp. Door middel van hormonen regelt de schildklier de stofwisseling, die zij sneller en trager kan laten verlopen. In die zin is zij te vergelijken met de thermostaat van de centrale verwarming. Als de schildklier de stofwisseling te veel stimuleert (als de thermostaat te hoog staat), lijkt het alsof alles in het lichaam te snel gaat: er ontstaan verschijnselen van hyperthyreoïdie. Als de schildklier de stofwisseling te weinig stimuleert (de thermostaat staat te laag), verloopt alles in het lichaam vertraagd; we spreken van hypothyreoïdie.
M.C.A.P.J. van Abeelen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s