Skip to main content
main-content

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Weer contact krijgen

Tastzin

wordt in

The Shorter Oxford English Dictionary

gedefinieerd als

dat zintuig waarmee een stoffelijk voorwerp wordt waargenomen door ermee in contact te komen via enig deel van het lichaam, het meest algemene van de lichaamszintuigen, verspreid over alle delen van de huid, maar, bij mensen, vooral ontwikkeld in de vingertoppen en de lippen.

Onder de betekenis van het woord staat een illustratief citaat uit 1599 waarin met poëtische, wijze woorden de betekenis van het zintuig wordt benadrukt: By touch the first pure qualities we learn Which quicken all things … (Door aanraking ondervinden we de eerste zuivere waarden, waardoor alle dingen tot leven komen …)

Patricia M. Davies

2. Houding in bed en in de rolstoel in het eerste stadium

Voor een patiënt die buiten bewustzijn is of nog niet in staat om zich actief te bewegen, is het van essentieel belang dat hij altijd in een goede houding wordt gelegd en dat de houding regelmatig veranderd wordt. Er dient een routine te worden ingesteld waarbij hij tijdens de eerste stadia elke twee à drie uur gedraaid wordt, zoals Bromley (1976) voorschrijft voor de behandeling van patiënten met een paraplegic of een tetraplegie van spinale oorsprong. Dit routinematige draaien moet worden volgehouden totdat de patiënt weer bij bewustzijn komt en in staat is om zelf om te draaien.

Patricia M. Davies

3. Bewegen en bewogen worden in lig en in zit

‘Bewegen heeft alles te maken met het leven van de mens en de spier is de enige die daarvoor zorgt, of dat nu is om een woord te fluisteren of om een bos om te hakken’ Sherrington, 1947). In feite bewegen we, als we wakker zijn, voortdurend een deel of delen van ons lichaam, en zelfs als we slapen blijven de spieren voor de ademhaling en voor andere vitale functies ritmisch contraheren om ons in leven te houden. Als we een tijdlang niet bewogen hebben, voelen we ons stijf en ongemakkelijk, zodat het eerste wat we doen na het ontwaken uit een diepe slaap of na het bekijken van een lang en boeiend televisieprogramma, is bewegen en ons uitrekken. Een patiënt die buiten bewustzijn is of zich zelf niet kan bewegen, moet door anderen bewogen worden, omdat anders zijn romp en extremiteiten in een gefixeerde stand verstijfd raken, en hij voelt zich dan niet alleen ongemakkelijk, maar het doet ook pijn als hij bewogen wordt. Als hij niet de volledige mobiliteit behoudt, heeft hij later, wanneer hij begint te herstellen, ook veel meer moeite om weer actief te leren bewegen.

Patricia M. Davies

4. Vroegtijdig staan

Het is absoluut noodzakelijk dat iedere patiënt met een ernstig hersenletsel, met een paralyse als gevolg, geholpen wordt om volledig rechtop te staan, zelfs al is hij nog bewusteloos of niet in staat om zelf actief te bewegen. Staan met ondersteuning moet al in de eerste dagen na een cerebraal letsel, ongeacht de oorzaak, begonnen worden. Er zijn eigenlijk maar weinig echte contra-indicaties om te staan, en het team behoort elke complicatie die zou verhinderen dat de patiënt in een verticale stand gebracht wordt, uitgebreid te bespreken en er een oplossing voor te vinden. Vindingrijkheid van de kant van het personeel zorgde er bijvoorbeeld voor dat een jonge patiënt kon staan ondanks een gecompliceerde tibiafractuur die hij tegelijk met zijn hoofdtrauma had opgelopen. Er werd een verhoging onder zijn andere voet aangebracht zodat hij kon staan zonder het gebroken been te belasten.

Patricia M. Davies

5. Stimuleren van het gezicht en de mond

Het gezicht en de mond spelen in het leven van iedereen, jong of oud, een belangrijke rol. Hiermee geven we, verbaal en non-verbaal, uitdrukking aan onze gevoelens en verlangens, en ze stellen ons in staat onze gedachten met anderen te delen. Het is voor ons belangrijk hoe we er uitzien, iets wat duidelijk tot uitdrukking komt in de bloeiende cosmética-industrie met kostbare advertenties voor middeltjes om nog mooier te worden of er jeugdig uit te blijven zien. En dan zijn er nog de altijd drukke kapsalons. De mond, met een wonderbaarlijk beweeglijke tong, zorgt ervoor dat we kunnen eten en drinken wat we maar willen, snel en heel gemakkelijk, niet alleen voor onze dagelijkse behoefte maar ook voor het genoegen dat het ons verschaft. De mond is zo gevoelig dat de geringste verandering in sensibiliteit als veel sterker wordt ervaren. De vulling van een kies, misschien maar een fractie te hoog, die de normale aansluiting van boven- en ondergebit belemmert, kan tot slapeloze nachten en een spoedafspraak voor de dag erna leiden. De eenzijdige uitval van de sensibiliteit door een lokale verdoving als gevolg van een tandartsbehandeling kan drinken of de mond spoelen tot een enorm probleem maken.

Patricia M. Davies

6. Het opheffen van bewegingsbeperkingen, contracturen en deformiteiten

Het ontstaan van contracturen in spieren en gewrichten kan eigenlijk altijd voorkómen worden als de therapeutische procedures en activiteiten die in de vorige hoofdstukken beschreven zijn, onmiddellijk vanaf het begin zorgvuldig worden uitgevoerd. Ook kan de abnormale mechanische spanning in het zenuwstelsel zo gering mogelijk gehouden worden en kan de, als gevolg van het aanvankelijke letsel, ontstane spanning gemobiliseerd worden om de volledige bewegingsuitslag weer te verkrijgen. De rampzalige lichamelijke en psychische consequenties van contracturen maken het vermijden ervan tot een dwingende noodzaak. Preventie wordt vooral belangrijk, omdat de ervaring heeft aangetoond dat, hoewel contracturen van de grote spieren en gewrichten wel opgeheven kunnen worden, permanente handicaps kunnen blijven bestaan, bijvoorbeeld in de fijne motoriek van de hand en de vingers.

Patricia M. Davies

7. De weg naar zelfstandig lopen: voorbereiding en facilitatie

Alle patiënten dromen ervan weer te kunnen lopen, en hun familie kijkt verlangend uit naar de dag dat zij dat weer kunnen. Lopen is beschreven als ‘het weergaloze hoogtepunt van de lichamelijke beweging van de mens’ (Morris, 1987), een beschrijving die het gemakkelijk te begrijpen maakt waarom het voor de patiënt zo belangrijk is weer te leren lopen. Vanaf zeer jonge leeftijd probeert een gezonde baby dit doel te bereiken, zoals te zien is aan de manier waarop hij zich steeds optrekt om te gaan staan en aan de hand van zijn ouders wil lopen. Lopen is echter een zeer complex proces en, zoals Morris schrijft, ‘in feite zo ingewikkeld dat spierdeskundigen er tot op de dag van vandaag over redetwisten hoe de precieze werking is en hoe we het voor elkaar krijgen om zonder problemen vlot te kunnen lopen’. Onderzoekingen hebben aangetoond dat een kind pas het volledige volwassen looppatroon bereikt wanneer het ongeveer zeven jaar is (Okamato, 1973), een leeftijd waarop het al drie miljoen passen herhaald heeft om dat niveau te bereiken (Kottke e.a., 1978). Het is dus niet te verwonderen dat het een aanzienlijke tijd kan duren voordat een patiënt met een hersenbeschadiging deze functie terugkrijgt, en er dus een lange tijd van intensieve behandeling aan voorafgaat.

Patricia M. Davies

Nawerk

Meer informatie