Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 2/2022

Open Access 22-04-2022 | Wetenschappelijk artikel

Een kwalitatief onderzoek naar het zoeken naar hulp door boeren met psychosociale problemen

Auteurs: Jorien Kuijk, Rilana Wessel, Anton Kunst

Gepubliceerd in: TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen | Uitgave 2/2022

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

Inleiding

Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van zorgen over het welzijn van boeren en het mogelijke probleem dat ze onvoldoende psychosociale hulp krijgen.

Methode

Wij onderzochten waardoor boeren psychosociale problemen ontwikkelen, hoe ze daarmee omgaan en welke barrières ze tegenkomen bij het zoeken naar hulp. We hebben kwalitatieve interviews uitgevoerd onder zestien boeren, voornamelijk melkveehouders, uit de regio IJsselland. De transcripten werden inductief gecodeerd en thematisch geanalyseerd.

Resultaten

We vonden dat boeren psychosociale problemen ontwikkelen door hoge druk van veranderende wet- en regelgeving, afhankelijkheid van banken en grote bedrijven, schaalvergroting, kleine winstmarges en de vele eisen die aan hun bedrijfsvoering worden gesteld. Daarnaast hebben ze last van beeldvorming in de media en onder burgers. Ze gaan bij stress en problemen harder werken en lossen het zelf op. Ze erkennen het belang van praten, ook informeel, maar het initiatief nemen ze vaak niet of relatief laat. Professionele hulp zoeken ze niet gauw, vanwege het taboe op geestelijke gezondheidszorg, en boeren zien hulp zoeken veelal als falen. Ook weten ze vaak niet waar ze bij het boerenbestaan aansluitende hulp kunnen vinden.

Conclusie

(Prevalente) psychosociale problemen bij boeren worden onvoldoende adequaat geadresseerd. We bevelen aan om begrip van het boerenbestaan bij hulpverleners en het vertrouwen van boeren in de hulpverlening te vergroten.
Opmerkingen

Digitaal aanvullende content

De online versie van dit artikel (https://​doi.​org/​10.​1007/​s12508-022-00334-1) bevat aanvullend materiaal, toegankelijk voor daartoe geautoriseerde gebruikers.

Inleiding

Uit de samenleving komen bezorgde geluiden over stress, psychosociale problemen en een verhoogde incidentie van suïcide bij boeren [1]. Onderzoek naar de situatie in Nederland ontbreekt, terwijl de prevalenties van suïcide onder boeren in de ons omringende landen verhoogd zouden zijn [1]. Uit grootschalig panelonderzoek bleek dat meer dan de helft van de boeren weleens een tijd neerslachtig is geweest vanwege zijn bedrijf [2].
Daarnaast lijkt het erop dat boeren met psychosociale problemen de weg naar de hulpverlening niet makkelijk vinden. Vertegenwoordigers van boeren geven aan dat boeren niet zo snel uit zichzelf praten over psychosociale problemen (een combinatie van problemen die te maken hebben met gevoelens en gedachten (psychische problemen) en problemen die te maken hebben met andere mensen of situaties (sociale problemen) [3]. Ze zouden geen hulp zoeken en bovendien een grote kloof ervaren tussen de reguliere hulpverlening (waaronder de ggz) en hun eigen situatie en behoeften. Gesteld wordt dat de geestelijke hulpverlening aan boeren ernstig tekortschiet [4].
Boerenorganisaties en het ministerie van Landbouw willen een betere opvang van agrariërs met psychische problemen [5]. Een bestaande voorziening op dit terrein is de Agrozorgwijzer. Dit betreft een project van de overheid en agrarische organisaties, en beoogt erfbetreders (professionals die geregeld bij agrariërs op het erf komen, zoals voerleveranciers, dierenartsen, accountants, bedrijfsadviseurs, klauwbekappers, loonwerkers, enzovoort) en andere betrokkenen bij boeren handvatten te bieden om signalen van psychosociale problematiek op te vangen, om vervolgens het gesprek aan te gaan en tot een adequate verwijzing te komen [6]. Opvallend bij de huidige initiatieven is dat aandacht voor agrariërs vooral uit de sector zelf komt, en veel minder uit de reguliere sociaal-medische zorg. Het is dan ook de vraag wat vanuit de zorg kan worden gedaan.
In het buitenland is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar barrières bij het zoeken van hulp [712]. Daar is gevonden dat boeren minder (h)erkennen dat ze problemen hebben, en geneigd zijn emoties weg te stoppen. Ze hebben weinig kennis van en/of vertrouwen in de hulpverlening. Ze zijn bovendien sterk geneigd om problemen zelf op te lossen, zijn te ‘trots’, en vinden dat ze ‘falen’ wanneer ze hulp nodig hebben, waardoor ze minder gauw hulp zoeken. Op het zoeken van hulp bij psychische problemen rust nog een sterk taboe, dat door schaamte is omgeven [713].
In Nederland is geen wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over de factoren die het zoeken van hulp bij psychosociale problemen onder boeren beïnvloeden. Dit is wel nodig om vast te stellen of boeren inderdaad problemen ondervinden bij het zoeken naar hulp, en zo ja, welke problemen precies een rol spelen, om vervolgens goed onderbouwde aanbevelingen te kunnen doen over de (her)inrichting van het zorgaanbod aan agrariërs met psychosociale problemen.
Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen tegen welke achtergrond boeren psychosociale problemen ontwikkelen en welke problemen ze ervaren bij het zoeken naar hulp. Als theoretisch kader kiezen we voor het model van Levesque over stappen in zorggebruik [12]. Dat begint bij hulpbehoefte, waarbij het de eerste stap is om die op te merken en ook behoefte aan hulp te voelen. Vervolgens moet hulp worden gezocht, bereikt en gebruikt. Als laatste stap moet de hulpzoeker tevreden zijn over de verleende zorg en moet die tot een verbetering van de gezondheid leiden. Het model laat zien waar in dit proces barrières kunnen ontstaan, aan de aanbodzijde van de hulpverlening en aan de vraagkant van de boeren.
Subdoelen van dit onderzoek zijn: 1) inzicht krijgen in de achtergronden van de ontwikkeling van psychosociale problemen bij boeren, 2) onderzoeken hoe boeren met psychosociale problemen omgaan en of ze bereid zijn om hulp te zoeken, en (3) achterhalen welke problemen ze ervaren bij het bereiken, betalen en naar tevredenheid gebruiken van het hulpaanbod bij psychosociale problemen. Het onderzoek richt zich op boeren in de regio IJsselland.

Methode

Onderzoeksopzet

We wilden openstaan voor factoren die mogelijk een rol spelen bij het zoeken naar en accepteren van hulp door agrariërs en begrijpen wat de bredere achtergrond daarvan is, in de context van het boerenbestaan. Hierop sluit een open interview als methode het beste aan. Daarom hebben we voor een kwalitatieve opzet met semigestructureerde interviews gekozen. Gezien de beschikbare tijd en ruimte konden we zestien interviews afnemen. We verwachtten dat er datasaturatie zou optreden op de hoofdthema’s.

Onderzoekspopulatie

De onderzoekspopulatie bestaat uit agrariërs met een eigen boerenbedrijf, vanaf de leeftijd van veertig jaar en, indien mogelijk, hun partners, in de regio IJsselland. Voor de leeftijdsgrens van veertig jaar is gekozen om enige ervaring in het ‘boeren’ zeker te stellen. We streefden naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van geïncludeerde agrariërs over de gemeenten in de regio IJsselland.

Werving

Agrariërs werden geworven via het plaatsen van oproepjes in lokale en relevante media, zoals RTV Oost, De Nieuwe Oogst, de website van GGD IJsselland, de Facebook-pagina LTO regio Noord-Oost en het vakblad Vee en Gewas, en door het delen van deze berichten door anderen. Sommige agrariërs werden aangedragen door een derde partij. Ongeveer twintig boeren meldden zich aan, van wie er vier afvielen doordat ze buiten de regio woonachtig waren, niet meer actief boerden of het toch te druk hadden voor een interview. We hebben zestien boeren kunnen interviewen, gebruikmakend van een topic-list (zie de digitaal aanvullende content Bijlage) die was gebaseerd op de stappen in het model van Levesque (zie fig. 1; [12]). De meeste agrariërs vonden het fijn om het interview op het eigen erf te doen, een enkeling wilde liever dat het bij de GGD plaatsvond. Aan alle agrariërs vroegen we toestemming voor deelname, opname van de interviews en anonieme verwerking van de data, louter voor het doel van dit onderzoek.

Analyse

Alle zestien interviews werden verbatim getranscribeerd en daarna inductief gecodeerd in MAXQDA en thematisch geanalyseerd. De interviews werden door een getrainde en een beginnende onderzoeker uitgevoerd, waarbij de eerste drie gezamenlijk zijn afgenomen ten behoeve van onderlinge afstemming. De interviews werden door een andere getrainde onderzoeker en dezelfde beginnende onderzoeker gecodeerd, onafhankelijk van elkaar, om tot consensus te komen en om onderzoekersbias te voorkomen. Door alle codes in een schema te zetten en steeds beter te definiëren, was het mogelijk om overkoepelende thema’s te identificeren.

Resultaten

Van de zestien boeren namen er drie samen met hun partner deel aan het interview en in één geval deed een zoon ook mee. Twee boeren zijn vrouw en veertien man. De gemiddelde leeftijd was circa 55 jaar en alle deelnemers hadden ruime ervaring in het boerenbedrijf. De boeren wonen verspreid over de elf gemeenten van regio IJsselland. De meeste boeren hebben een melkveebedrijf; één boer heeft een varkensbedrijf. Een aantal boeren doet ook aan nevenactiviteiten, zoals kleinschalige landbouw, het runnen van een zorgboerderij en het fokken van kleinvee.
Na analyse van de resultaten hebben we vier thema’s kunnen onderscheiden: betreffende het ontstaan van psychische problemen de thema’s ‘het boerenbestaan’ en ‘de kloof tussen boer en samenleving’, en wat betreft de omgang met psychische problemen de thema’s ‘omgang in het algemeen’ en ‘barrières bij het zoeken van hulp’.
De rode draad door alle interviews is dat boeren een bestaan leiden dat veel stress en psychosociale problemen met zich mee kan brengen. Dit is deels inherent aan het boerenbestaan, maar houdt ook verband met een kloof tussen boer en samenleving. Boeren zijn geneigd om problemen weg te stoppen of zelf op te lossen. Ze zijn trots en om hulp vragen is nog omgeven door taboe en stigma’s. Ook zijn ze slecht bekend met de hulpverlening en hebben ze er weinig vertrouwen in. Al deze factoren samen maken dat ze weinig hulp zoeken.

Het ontstaan van psychische problemen

Het boerenbestaan

Boer zijn is geen 9 tot 5 baan, maar een manier van leven. Vaak is de boerderij al generaties lang in de familie, wat de druk op boeren kan verhogen. Ze willen immers de voorgaande generatie niet teleurstellen en voelen zich verantwoordelijk voor de volgende. Privéleven en werk zijn één. Daarom is de identiteit van de boeren ook zo sterk verbonden met het werk, de boerderij. Dit maakt kwetsbaar en gevoelig voor verandering.
Boeren zijn continu bezig en moeten altijd bereid zijn om weer aan het werk te gaan. Het werk is onvoorspelbaar, ze zijn afhankelijk van de natuur en het weer, en lopen de daarmee gepaard gaande risico’s. Boeren werken hard en het werk gaat altijd voor. Er heerst een ‘niet zeuren, maar doorgaan’-mentaliteit. Boeren zijn vaak eenlingen op hun bedrijf en dragen de volledige verantwoordelijkheid voor het bedrijf alleen of hooguit met het gezin (zie de citaten in box 1).
Box 1. Het boerenbestaan
‘O, maar goed, mijn werk is mijn hobby en dat is mijn hele leven zeg maar, dus eh..’ (respondent O)
‘Ja, een boer is een eenling, die staat er in feite eigenlijk overal alleen voor. Die staat alleen tegenover zo’n fabriek. Die staat alleen tegenover de overheid.’ (respondent H)
‘M’n vader ook, maar de kinderen ook, hè! Kijk, we hebben hier meegemaakt, hè, dat de melkrijder niet op komt dagen. ’s Avonds, dan zitten wij in Duitsland. Wat denk je, wat de kinderen moeten? ’s Avonds uit bed, de koeien melken. En dan ’s morgens gewoon zes uur …. Ja, wat moet je?’ (respondent F)

De kloof tussen boer en samenleving

Boeren ervaren veel druk en stress van een steeds veranderende regelgeving en de vele controles door overheidsinstanties. Daarnaast biedt de overheid geen financieel vangnet bij risico’s die soms wel genomen moeten worden om te blijven bestaan. Ze ervaren ook druk door de vele erfbetreders, de afhankelijkheid van banken en grote bedrijven. Daarnaast zorgen schaalvergroting, kleine winstmarges en de hoge eisen aan hun bedrijfsvoering voor grote druk bij de boer.
Ook hebben boeren last van de negatieve beeldvorming in de media en van de kritische houding van veel burgers. De media richten zich vaak alleen op de negatieve kanten van de landbouw. De burger is daardoor niet goed geïnformeerd over hun bestaan.
De maatschappij en de consument willen steeds meer – tegelijkertijd lagere prijzen en minder milieuvervuiling. De landelijke en regionale landbouworganisaties zouden voor hen moeten opkomen, maar ook daarvan ervaren boeren lang niet altijd steun (zie de citaten in box 2).
Box 2. De kloof tussen boer en samenleving
‘Ja, omdat er zoveel over je heen komt, kijk iedere keer maar weer nieuwe regelgeving en ook vanuit de overheid, dat de overheid niet één rechte lijn heeft van nou jongens deze regelgeving kun je twintig jaar mee vooruit.’ (respondent L)
‘Nou, nee, je moet een bepaald niveau moet je hebben, qua hygiëne en alles. En ja, als je aan die eisen niet voldoet, dan zegt de melkfabriek: “Sorry hoor, maar we kunnen je melk niet meer ophalen. Je voldoet niet meer aan die eisen.”’ (respondent H)
‘Ik denk dat de gemiddelde boer zich momenteel schaamt om te zeggen dat hij boer is … Want boer is in Nederland een scheldwoord geworden.’ (respondent J)
‘Ja, de burger die kijkt met twee gezichten. Ze hebben het allemaal heel goed met je voor, alleen in de winkel willen ze niet betalen.’ (respondent C)
‘Omdat dat [LTO] helemaal niks voorstelt. Dat is een mooie show van mensen die van alles zogenaamd voor je doen, maar dat voegt allemaal niks toe, nee.’ (respondent N)

Het proces na het ontstaan van psychische problemen

Omgaan met psychosociale problemen

Boeren erkennen de problemen meestal wel, maar zijn gewend om die zelf op te lossen, en stellen zich niet snel kwetsbaar op. Ze reageren vaak door harder te werken, of ze vinden een uitlaatklep in hobby’s.
In sommige situaties erkennen boeren dat ze er zelf niet helemaal uitkomen en zoeken ze daarom informele hulp van bijvoorbeeld familieleden. Veel boeren geven aan dat erfbetreders een rol kunnen spelen wanneer er sprake is van een vertrouwensband en een ‘geschikte’ persoon. Erfbetreders zouden vooral de rol van ‘signaleerder’ op zich kunnen nemen door het gesprek met de boer te beginnen, en daarna de boer toe te leiden naar daadwerkelijke hulp. Boeren geven aan dat het helpt om zich open te stellen en te praten, bijvoorbeeld met een partner of een familielid. Maar ze nemen dat initiatief vaak niet of pas heel laat (zie de citaten in box 3).
Box 3. Omgaan met psychosociale problemen
‘Ja, als ik het eh … Ik heb het heel ver nu zelf gered en het is ook mijn eh, ik ben zo opgevoed van “niet zeiken, maar doorgaan” en zelf de zaak oplossen. Je komt er ook wel ver mee, maar je moet er wel een beetje het type voor zijn.’ (respondent I)
‘Ja, psychische klachten … Maar volgens mij de erfbetreders die wij eh … het dichtst bij je staan … en je vrouw … en andersom hè, twee kanten die moeten het als eerste zien. Als die het niet signaleren, dan is het vaak te laat. Dan hangt hij al in een schuur. Want de nood is vaak hoog hoor.’ (respondent D)
‘Voor mezelf houden [lachje]. [twijfelt]. Nou ja, wel heel lang. Ja, totdat je het niet meer ziet zitten of..’ (respondent C)

Barrières bij het zoeken van formele hulp

Een deel van de boeren ziet wel een rol voor formele hulp, maar zoekt die niet actief. Ze onderschatten hun psychosociale problemen vaak en er rust bovendien een taboe op het zoeken van formele hulp. Boeren vinden vaak dat hulp zoeken gelijkstaat aan falen en schamen zich ervoor dat ze hulp nodig hebben.
Voor sommige boeren is het moeilijk om tijd te maken om naar een hulpverleningslocatie te gaan en zij zouden daarom graag zien dat er iemand bij hen langs komt op de boerderij. Maar er zijn ook boeren die gesteld zijn op hun anonimiteit en daarom juist elders willen afspreken.
Als ze hulp nodig hebben, dan vinden veel boeren het moeilijk om dat concreet te benoemen. Soms komt een boer met een andere klacht bij een professional, waar de ‘echte hulpvraag’ in verborgen zit. Als een professional hier geen oog voor heeft, komt de werkelijke hulpvraag niet boven water.
Formele hulp voelt onvoldoende persoonlijk en vertrouwd voor boeren. Bovendien menen ze dat hulpverleners het boerenbestaan onvoldoende begrijpen. Dit weerhoudt hen ervan gebruik te maken van formele hulp. Vooral het gebrekkige gevoel van vertrouwen vormt hierbij een barrière. Daarnaast weten boeren vaak niet waar ze moeten zijn om hulp te krijgen die goed aansluit bij het boerenbestaan.
In een enkel geval werd angst voor kosten genoemd als barrière voor het zoeken van hulp (zie de citaten in box 4).
Box 4. Barrières bij het zoeken van formele hulp
‘Schaamte, faalangst. Je geeft niet gauw toe doe dat je het niet goed hebt gedaan.’ (respondent D)
‘Ja, als ik zeg: “Ik loop bij zo iemand.” Dan zeggen ze: “Goh, dat is ook een watje”, zeg maar zo iemand …’ (respondent O)
‘Nou, ik zou niet weten wie ik moet bellen.’ (respondent F)
‘En toen ben ik in mei ofzo weer naar de huisarts gegaan. Ik zeg, ik word helemaal niet beter joh.’ (respondent E)
‘Ja, maar ja, die komt hier elke twee weken, hij doet bedrijfsbegeleiding, die komt hier elke twee weken. Ja, en dat zijn inderdaad toch mensen waar je een vertrouwensrelatie mee opbouwt. Dat vind ik zelf heel belangrijk.’ (respondent G)
‘Eh … ja … Hoe moet je dat zeggen [lacht ongemakkelijk] … ja … [moet lang naar woorden zoeken] … die snapt volgens mij niet wat voor binding je met een bedrijf hebt.’ (respondent C)

Beschouwing

Het doel van dit onderzoek was om te achterhalen tegen welke achtergrond agrariërs psychosociale problemen ontwikkelen en of ze hulp zoeken bij die problemen, en wat hen hierbij belemmert. Samenvattend vonden we dat agrariërs psychosociale problemen ontwikkelen en stress ondervinden door de hoge druk van veranderende wet- en regelgeving, afhankelijkheid van banken en grote bedrijven, schaalvergroting, kleine winstmarges en de vele eisen die aan hun bedrijfsvoering worden gesteld. Daarnaast hebben ze last van de beeldvorming in de media en onder burgers. Van oudsher willen ze problemen zelf oplossen en reageren ze door hard(er) te gaan werken.
Boeren erkennen het belang van praten, ook informeel, maar het initiatief daartoe nemen ze vaak niet of laat. Ze zetten niet gauw de stap naar professionele hulp. Er heerst een taboe op geestelijke gezondheidszorg en boeren zien hulp zoeken als falen. Ze hebben onvoldoende vertrouwen in de reguliere hulpverlening en weten vaak niet waar ze hulp kunnen vinden die aansluit bij het boerenbestaan. Boeren zien een rol voor informele psychosociale hulp, vooral wanneer deze een signalerende functie heeft.
Dit onderzoek bevestigt grotendeels het beeld van wetenschappelijke publicaties uit het buitenland, vooral uit Australië. Het betrof vooral surveys, maar ook een enkele review en een kwalitatief onderzoek. In die onderzoeken werden goeddeels dezelfde achtergronden gevonden waartegen boeren psychosociale problemen ontwikkelen, zoals hoge productie-eisen, financiële onzekerheid, afhankelijkheid van het weer en overheidsmaatregelen, lange werkdagen, en gezins- en familiedruk [7, 8]. In ons onderzoek kwam sterker dan in de buitenlandse publicaties naar voren hoe gespannen de relatie met de samenleving was. Mogelijk houdt dit verband met de hoge bevolkingsdichtheid in Nederland, waardoor men elkaar letterlijk op de huid zit.
Ook laat de buitenlandse literatuur zien dat boeren niet makkelijk hulp zoeken voor psychosociale problemen, vanwege taboes rond psychische hulp, schaamte, het gevoel te falen, de wens om problemen zelf op te lossen, en de neiging door te gaan en harder te gaan werken [810]. We vonden echter ook dat boeren het nut van praten over psychosociale problemen wel inzien. Dit kwam in buitenlandse onderzoeken niet zo duidelijk naar voren. Mogelijk is de ‘urbane’ openheid in een dichtbevolkt land als Nederland verder tot het platteland doorgedrongen dan in een land als Australië.
Buitenlands onderzoek beschrijft ook de onbekendheid met het hulpaanbod en gebrek aan vertrouwen daarin. Dit komt overeen met onze bevindingen [8, 9]. Mede daarom zien boeren een rol weggelegd voor informele hulp, in de persoon van erfbetreders en relaties, die problemen kunnen signaleren en mogelijk kunnen bemiddelen bij het vragen om formele hulp.
De meeste respondenten in ons onderzoek zijn man. Verscheidene onderzoeken toonden aan dat mannelijke normen het zoeken van hulp bij psychische problemen in de weg kunnen zitten [15]. Dit gegeven kan onze bevindingen deels verklaren, maar er zijn ook problemen die kenmerkend zijn voor het boerenbestaan, zoals de kloof die boeren ervaren met de ‘burgersamenleving’ en het solistische werken, waarbij de boer te allen tijde beschikbaar moet zijn voor de boerderij.

Beperkingen

Dit is voor Nederland het eerste systematische kwalitatieve onderzoek waarin boeren zelf vertellen over hun ervaringen met en visies op psychosociale problemen en de hulpverlening daarbij.
Het onderzoek kent enige beperkingen. Ten eerste zijn de meeste boeren geen ‘gemakkelijke’ praters en niet gewend om over gevoel te praten. Er wordt veel non-verbaal gecommuniceerd en er moet tussen regels door worden gelezen. Veel non-verbale informatie gaat, ondanks het gebruik van notities tussen blokhaken, verloren bij de transcriptie van audiofragmenten. Deze transcripten vormen wel de basis voor codering en analyse.
Ten tweede kan selectiebias niet worden uitgesloten, omdat de meest ‘naar buiten tredende’ boeren wellicht ook de boeren zijn die zich aanmelden voor een dergelijk onderzoek. Daardoor is misschien nog een te positief beeld van de besproken punten ontstaan. Daar staat tegenover dat enkele agrariërs zijn aangedragen door een derde partij.
Ten derde beperkt het onderzoek zich tot de regio IJsselland, dus voorzichtigheid is geboden bij generalisatie naar andere regio’s in Nederland. Bovendien hebben we vooral gesproken met melkveehouders, en is het onzeker in hoeverre de bevindingen ook representatief zijn voor agrariërs met andersoortige bedrijven. Een akkerbouwer hoeft bijvoorbeeld niet acuut te reageren en heeft geen last van maatschappelijke onrust en regelgeving omtrent dierenwelzijn.
Ten vierde hadden we, om zekerder te zijn van voldoende datasaturatie, graag nog meer interviews gedaan. Dit was binnen de beschikbare tijd helaas niet haalbaar. Desondanks zagen we belangrijke thema’s wel steeds terugkomen in de interviews. Op detailniveau was met meer interviews wellicht nog winst te boeken.

Conclusie en aanbevelingen

We kunnen stellen dat psychosociale problemen bij boeren onvoldoende adequaat worden geadresseerd. Dit heeft implicaties voor initiatieven om het psychosociaal welzijn van boeren te verbeteren. Die initiatieven komen nu nog vooral uit de agrarische sector zelf, en niet zozeer uit de reguliere sociaal-medische sector. De implicaties voor de laatste sector zijn hieronder naar doel gerangschikt.
Doel: vergroten van het begrip van hulpverleners voor het boerenbestaan. Door toenemende milieuproblematiek is er een kans dat de kloof tussen de boer en de samenleving groter wordt. De zorg heeft een speciale verantwoordelijkheid om dichter bij de belevingswereld van de boeren te komen. Aanvullend onderzoek, waarbij het perspectief van de zorgverlener wordt meegenomen, is nodig om te achterhalen hoe de kloof tussen de boer en de zorg gedicht zou kunnen worden.
Doel: vergroten van het vertrouwen van boeren in hulpverlening. Boeren die reeds naar tevredenheid een beroep hebben gedaan op hulp bij psychische problemen, kunnen hun ervaringen delen met andere boeren. Dat kan bijvoorbeeld in de media die boeren van nature opzoeken (bijvoorbeeld vakbladen en bijeenkomsten). Vanuit de kant van de zorg kunnen zorgprofessionals en zorginstellingen (huisartsen, ggz, maatschappelijk werk, enzovoort) zich actief in deze media presenteren. Een andere kansrijke ontwikkeling is die van de ‘agrarisch coach’. Het blijkt dat goede referenties van deze coaches op internet anderen over de streep kunnen trekken om ook hulp te zoeken. Preventie van ernstige psychosociale problemen in de agrarische sector kan ook via de GGD aandacht krijgen.
Doel: vergroten van het vermogen van boeren om adequaat gebruik te maken van de zorg. Ten derde is het belangrijk om de gezondheidsvaardigheden onder boeren te vergroten en de sociale norm rond coping met problemen en hulpverlening te beïnvloeden. Ook hier kunnen rolmodellen worden ingezet in de vorm van (bekende) boeren die open zijn over hun problemen en hulp hebben gezocht, en wat dat hen gebracht heeft.
Doel: het sociale netwerk van boeren erbij betrekken. Door mensen in het netwerk van boeren, zoals erfbetreders, te scholen in het signaleren en bespreekbaar maken van psychosociale problemen, kan in een vroeg stadium hulp worden gegeven. Een voorbeeld zijn de Gatekeeperstrainingen van 113 Zelfmoordpreventie, die nu ook al aan erfbetreders worden gegeven [16]. Ook moet er een sluitende sociale kaart beschikbaar zijn om de boer naar passende hulp te kunnen verwijzen. Hierin moeten zowel boerenorganisaties als de zorg een plaats krijgen, want het mentale welzijn van boeren is een zaak van ons allen.
Open Access This article is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License, which permits use, sharing, adaptation, distribution and reproduction in any medium or format, as long as you give appropriate credit to the original author(s) and the source, provide a link to the Creative Commons licence, and indicate if changes were made. The images or other third party material in this article are included in the article’s Creative Commons licence, unless indicated otherwise in a credit line to the material. If material is not included in the article’s Creative Commons licence and your intended use is not permitted by statutory regulation or exceeds the permitted use, you will need to obtain permission directly from the copyright holder. To view a copy of this licence, visit http://​creativecommons.​org/​licenses/​by/​4.​0/​.

Onze productaanbevelingen

Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen

TSG, het Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, is het enige Nederlandstalige tijdschrift dat multidisciplinaire informatie bevat op het gebied van de volksgezondheid en gezondheidszorg. Naast de multidisciplinaire oriëntatie is de combinatie van wetenschap, beleid en praktijk uniek.

BSL Academy SW-TP Saxion Parttime School jaarlicentie

BSL Academy SW-TP Saxion Parttime School half jaarlicentie

Toon meer producten
Bijlagen

Digitaal aanvullende content

Literatuur
4.
go back to reference Leeuwen L van. De Hanenbalken, zelfmoord op het platteland. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact; 2014. Leeuwen L van. De Hanenbalken, zelfmoord op het platteland. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact; 2014.
7.
go back to reference Gregoire A. The mental health of farmers. Occup Med (Lond). 2002;52(8):471–6. CrossRef Gregoire A. The mental health of farmers. Occup Med (Lond). 2002;52(8):471–6. CrossRef
8.
go back to reference Hossain D, Gorman D, Eley R. Enhancing the knowledge and skills of advisory and extension agents in mental health issues of farmers. Australas Psychiatry. 2009;17(Suppl 1):S116–20. CrossRef Hossain D, Gorman D, Eley R. Enhancing the knowledge and skills of advisory and extension agents in mental health issues of farmers. Australas Psychiatry. 2009;17(Suppl 1):S116–20. CrossRef
9.
go back to reference Roy P, Tremblay G, Oliffe JL, Jbilou J, Robertson S. Male farmers with mental health disorders: a scoping review. Aust J Rural Health. 2013;21:3–7. CrossRef Roy P, Tremblay G, Oliffe JL, Jbilou J, Robertson S. Male farmers with mental health disorders: a scoping review. Aust J Rural Health. 2013;21:3–7. CrossRef
10.
go back to reference Staniford AK, Dollard MF, Guerin B. Stress and help-seeking for drought-stricken citrus growers in the Riverland of South Australia. Aust J Rural Health. 2009;17(3):147–54. CrossRef Staniford AK, Dollard MF, Guerin B. Stress and help-seeking for drought-stricken citrus growers in the Riverland of South Australia. Aust J Rural Health. 2009;17(3):147–54. CrossRef
11.
go back to reference Judd F, Jackson H, Komiti A, Murray G, Fraser C, Grieve A, et al. Help-seeking by rural residents for mental health problems: the importance of agrarian values. Aust N Z J Psychiatry. 2006;40(9):769–76. CrossRef Judd F, Jackson H, Komiti A, Murray G, Fraser C, Grieve A, et al. Help-seeking by rural residents for mental health problems: the importance of agrarian values. Aust N Z J Psychiatry. 2006;40(9):769–76. CrossRef
12.
go back to reference Kutek SM, Turnbull D, Fairweather-Schmidt AK. Rural men’s subjective well-being and the role of social support and sense of community: evidence for the potential benefit of enhancing informal networks. Aust J Rural Health. 2011;19(1):20–6. CrossRef Kutek SM, Turnbull D, Fairweather-Schmidt AK. Rural men’s subjective well-being and the role of social support and sense of community: evidence for the potential benefit of enhancing informal networks. Aust J Rural Health. 2011;19(1):20–6. CrossRef
13.
go back to reference Levesque JF, Harris MF, Russell G. Patient-centred access to health care: conceptualising access at the interface of health systems and populations. Int J Equity Health. 2013;12:18. CrossRef Levesque JF, Harris MF, Russell G. Patient-centred access to health care: conceptualising access at the interface of health systems and populations. Int J Equity Health. 2013;12:18. CrossRef
14.
go back to reference Zorg voor Ons. Kip, C .M. (2020) Faculty of Social and Behavioural Sciences. Master thesis. Zorg voor Ons. Kip, C .M. (2020) Faculty of Social and Behavioural Sciences. Master thesis.
15.
go back to reference Seidler ZE, Dawes AJ, Rice SM, Oliffe JL, Dhillon HM. The role of masculinity in men’s help-seeking for depression: a systematic review. Clin Psychol Rev. 2016;49:106–18. CrossRef Seidler ZE, Dawes AJ, Rice SM, Oliffe JL, Dhillon HM. The role of masculinity in men’s help-seeking for depression: a systematic review. Clin Psychol Rev. 2016;49:106–18. CrossRef
Metagegevens
Titel
Een kwalitatief onderzoek naar het zoeken naar hulp door boeren met psychosociale problemen
Auteurs
Jorien Kuijk
Rilana Wessel
Anton Kunst
Publicatiedatum
22-04-2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
TSG - Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen / Uitgave 2/2022
Print ISSN: 1388-7491
Elektronisch ISSN: 1876-8776
DOI
https://doi.org/10.1007/s12508-022-00334-1