Skip to main content
Top
Gepubliceerd in: Kind & Adolescent Praktijk 3/2018

01-09-2018 | Werk in uitvoering

Een effectiviteitsstudie naar de Resolutions Approach

Auteurs: Vera van der Werff, Annemariek Sepers, Chris Dijkhuizen, Trudy Mooren, Marija Maric

Gepubliceerd in: Kind & Adolescent Praktijk | Uitgave 3/2018

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

Het is niet eenvoudig gebleken om het resultaat van interventies voor kindermishandeling in gezinnen te onderzoeken. Deze gezinnen lijken niet alleen untreatable, maar ook unresearchable. Samen met praktijkdeskundigen is nu een effectiviteitsstudie naar de Resolutions Approach opgezet: een project dat is opgestart vanuit de praktijk en met de praktijk, met een onderzoeksopzet die probeert aan te sluiten bij de heterogene doelgroep.
Opmerkingen
Over de auteurs Drs. V. van der Werff, psycholoog/junior onderzoeker, Universiteit van Amsterdam. Drs. J.W. Sepers, klinisch psycholoog, Arq|Centrum45. Drs. C. Dijkhuizen, GZ-psycholoog, de Waag. Dr. T. Mooren, klinisch psycholoog/senior onderzoeker, Arq|Centrum45 en Universiteit Utrecht. Dr. M. Maric, universitair docent/senior onderzoeker, Universiteit van Amsterdam. E: v.vanderwerff@uva.nl.
Als Jeroen (7 jaar) zijn jas niet wil aandoen om naar school te gaan, grijpt vader Peter hem bij zijn arm en schreeuwt dat hij moet luisteren. Hij verliest de controle en slaat Jeroen met zijn vlakke hand in zijn gezicht. Moeder Esther komt geschrokken naar beneden gerend en ziet haar zoon met een bloedneus. Dit is voor haar de druppel. Uit wanhoop belt ze de politie. Peter vertelt aan de politie dat hij in een waas heeft gehandeld. Hij kan het zich amper herinneren. Bovendien valt het allemaal wel mee, vindt hij; een corrigerende tik hoort volgens hem bij de opvoeding. Uit het verhaal van Esther blijkt echter dat dit soort agressieve uitbarstingen meerdere keren per week voorkomen. Daarnaast blijkt dat zij ook wel eens door haar man wordt geslagen, wat Peter ontkent. Ze hebben wel eens ruzie, maar hij vindt dat zijn vrouw alles groter maakt dan de werkelijkheid. Na een melding van de politie bij Veilig Thuis wordt het gezin aangemeld voor de Resolutions Approach: een oplossingsgerichte aanpak gericht op het voorkomen en stoppen van kindermishandeling. Het is een effectieve aanpak volgens de klinische praktijk, maar één die onvoldoende is onderzocht. In dit artikel wordt een studie naar de effectiviteit van de aanpak verder beschreven.
De Resolutions Approach werkt als het ware om ontkenning heen

Anders kijken naar ontkenning

In Nederland worden jaarlijks 34 op de 1000 kinderen mishandeld (Euser e.a., 2013). Onder kindermishandeling verstaan we fysieke en emotionele mishandeling of verwaarlozing, seksueel misbruik en getuige zijn van huiselijk geweld. De gevolgen voor de kinderen kunnen ernstig zijn en tot op latere leeftijd aanhouden. Zowel internaliserende als externaliserende problemen, namelijk kenmerken van attention deficit hyperactivity disorder (ADHD), problemen met emotieregulatie, posttraumatische stressstoornis (PTSS), beperkte sociale vaardigheden, een laag zelfbeeld, depressie, cognitieve problemen en ontwikkelingsachterstanden komen vaak samen voor met kindermishandeling (Mabanglo e.a., 2002; Maguire e.a., 2015). Bovendien bestaat de kans op intergenerationele overdracht: een deel van de mishandelde kinderen loopt het risico zelf te mishandelen in de toekomst (Asen & Fonagy, 2017). Het is daarom van groot belang dat er effectieve interventies zijn voor het stoppen van kindermishandeling in gezinnen.
Professionals in Nederland gebruiken vaak een van de twee oplossingsgerichte interventies om kindermishandeling te stoppen: ‘Signs of Safety’ (Turnell & Edwards, 2009) of de ‘Resolutions Approach’ (Turnell & Essex, 2010). Ze worden in de praktijk ook regelmatig gecombineerd. Signs of Safety is ontwikkeld voor veiligheid in acute gevallen en is in de praktijk breed bekend. De Resolutions Approach is een systeemtherapeutische methode gericht op het stoppen en voorkomen van kindermishandeling. Hierin werken ouders, hun kinderen, hulpverleners en het sociale netwerk nauw samen voor de veiligheid van het kind. Maar hoe werk je samen met gezinnen waar kindermishandeling vermoed wordt? Niet voor niets zijn deze gezinnen untreatable families genoemd (Gumbleton, 1997). Ontkenning speelt namelijk vaak een grote rol in deze gezinnen. Als hulpverlener ben je veelal geneigd te veronderstellen dat ouders alleen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de veiligheid van hun kind als zij de mishandeling toegeven.
De Resolutions Approach kijkt anders naar ontkenning. Ouders kunnen goede redenen hebben om kindermishandeling niet toe te geven. De gevolgen van schuld bekennen kunnen namelijk groot zijn: uithuisplaatsing van je kind, (gevangenis)straf krijgen, je baan of je relatie verliezen (Gumbleton, 1997). Ook kunnen de vermoedens niet waar zijn. De Resolutions Approach werkt als het ware om de ontkenning heen. Je gaat aan de slag met de feitelijke zorgen in plaats van met de vaak onbewijsbare vermoedens van de kindermishandeling. Het gaat niet om wie er gelijk heeft. Het gaat erom dat ouders de kans krijgen om te laten zien dat de zorgen die er zijn, niet meer voor zullen komen in de toekomst.
Geen focus op wie gelijk heeft, maar op zorgen wegnemen
Een belangrijke voorwaarde voor de Resolutions Approach is dat het gezin weer samen verder wil leven. Als hieraan voldaan is, kan gestart worden met het traject. Dit bestaat uit ongeveer twintig tweewekelijkse sessies over een periode van twaalf tot achttien maanden. In het traject worden zeven stappen doorlopen. De voorbereiding, het opbouwen van de werkrelatie en het in kaart brengen van de zorgen staan in de eerste twee stappen centraal. Vervolgens wordt in de derde stap gestart met ‘Woorden en Plaatjes’. Ouders maken samen met de hulpverlener een verhaal om aan de kinderen uit te leggen wat er is gebeurd. Hierin kunnen meerdere versies van verhalen naast elkaar bestaan als de betrokkenen het niet eens zijn over wat er gebeurd is. In de vierde stap worden, samen met alle betrokkenen, de voorlopige richtlijnen vastgesteld voor de veiligheid van het gezin. Ook personen uit het sociale netwerk van het gezin spelen hierin een belangrijke rol. De zesde stap is het rollenspel. Ouders spelen een ander gezin waarin sprake is van soortgelijke mishandeling, maar waarin de ouders de mishandeling bekennen. De therapeut gaat vervolgens met ouders in gesprek over de mishandeling, terwijl ze dit andere fictieve gezin naspelen. De laatste twee stappen bestaan uit het opstellen van een definitief veiligheidsplan en uit twee follow-up-boostersessies.
Meerdere versies van verhalen kunnen naast elkaar bestaan

Moeilijk onderzoeksterrein

Hoewel de Resolutions Approach in Nederland al in 2009 zijn intrede deed, is er – ook wereldwijd – nog maar weinig onderzoek naar gedaan. Een Engels onderzoek heeft een start gemaakt en gekeken naar zeventien gezinnen waar sprake was van kindermishandeling (Gumbleton, 1997). Uit dit onderzoek bleek dat de Resolutions Approach veel effectiever was in het verminderen van nieuwe incidenten van kindermishandeling dan de op dat moment gebruikelijke aanpak. Bij families die behandeld waren met behulp van de Resolutions Approach werd 3 tot 7 procent van de kinderen opnieuw gemeld bij de jeugdbescherming in verband met kindermishandeling, terwijl het in die tijd gebruikelijk was dat 25 tot 33 procent van de mishandelde kinderen binnen een paar jaar opnieuw gemeld werd. In Nederland laten zowel clinici als ouders positieve geluiden horen over de aanpak. Naar aanleiding hiervan en vanwege het beperkte bestaande onderzoek hebben we samen met praktijkdeskundigen een effectiviteitsstudie naar de Resolutions Approach opgezet. Dit is dan ook de kracht van het huidige onderzoek: een project opstarten vanuit de praktijk en met de praktijk.
Eerder onderzoek met soortgelijke gezinnen is moeizaam verlopen, omdat het lastig bleek om de gezinnen erbij te betrekken. Een onderzoek in Nederland naar Signs of Safety is gestopt, omdat de instroom van kinderen te laag was (Hammink e.a., 2015). Ook heeft een recent onderzoek naar Signs of Safety problemen gehad met te weinig instroom (Vink e.a., 2017). Bovendien hebben de deelnemende gezinnen lang niet alle vragenlijsten ingevuld, onder andere door gebrek aan motivatie en problemen met lezen of schrijven. De onderzoekers rapporteerden dat een deel van de ouders vonden dat het ‘toch geen zin had’ om deel te nemen. Deze gezinnen lijken dus niet alleen untreatable maar ook unresearchable families te zijn.
De vraag is waarom het nu wel zou lukken om deze moeilijke gezinnen te onderzoeken. Naast de nauwe samenwerking met praktijkdeskundigen, wordt een onderzoeksopzet gebruikt die waarschijnlijk beter zal aansluiten bij de heterogene doelgroep. Om een effectiviteitsstudie te doen wordt een randomized control trial (RCT) vaak als gouden standaard gezien (Maric e.a., 2012). Bij een RCT vergelijkt de onderzoeker twee grote groepen mensen met elkaar. Een groep krijgt een andere behandeling of krijgt de behandeling later (wachtlijstconditie). Om twee grote groepen te maken, heb je veel deelnemers nodig. Juist dat bleek een groot probleem bij eerder onderzoek naar kindermishandeling. Ons onderzoek gebruikt daarom een reeks van single-case experimental design studies (APA Task Force, 1995).
Bij single-case experimental design (SCED) worden niet twee groepen met elkaar vergeleken, maar wordt een individu met zichzelf vergeleken. Ons streven is om vijftien gezinnen te includeren. Er zal een zogeheten AB-design gebruikt worden (figuur 1). Elk individu doorloopt twee condities, de A-fase en de B-fase. De A-fase is de baselineperiode tussen de aanmelding en de start van de behandeling. Deze periode zal bestaan uit de spontane wachttijd van ongeveer vier à vijf weken. De B-fase bestaat uit de behandelfase waarin de Resolutions Approach aan alle gezinnen wordt aangeboden. Tijdens beide fasen worden er metingen verricht bij de gezinnen. Er wordt dus gekeken hoe het gaat met de gezinnen ten tijde van de Resolutions Approach (B), vergeleken met de tijd waarin ze nog moesten wachten op de behandeling (A). Daarnaast kijken we hoe het gaat na afronding van de behandeling. Na drie en zes maanden vindt er een boostersessie plaats waarna meteen een follow-upmeting zal worden ingepland. Hiermee is te zien of de behandeling ook op lange termijn nog effectief is.
Ook het sociale netwerk van het gezin speelt een belangrijke rol
Tijdens meetmomenten worden door middel van vragenlijsten de volgende concepten onderzocht: het voorkomen van incidenten van kindermishandeling en van mishandeling tussen partners, ouderlijke stress, openheid van communicatie over veiligheid in het gezin, band tussen kind en ouder, PTSS-symptomen bij de kinderen, en emotionele en gedragsproblemen van de kinderen. Een vraag luidt bijvoorbeeld: ‘Ik heb tegen mijn kind gevloekt of heb hem/haar uitgescholden.’ Daarop antwoorden ouders hoe frequent dit is voorgekomen de afgelopen tijd. Daarnaast nemen we wekelijks korte gepersonaliseerde vragenlijsten af. Deze vragenlijsten zijn gebaseerd op ieders individuele klachten die naar voren zijn gekomen bij de eerste meting. Ook wordt om de zes weken door alle betrokkenen een veiligheidsscore gegeven (SUS-schaal).
Na afronding van de behandeling interviewen we ouders en kinderen. We vragen naar hun ervaring met de Resolutions Approach en wat volgens hen wel en niet heeft gewerkt. Met al deze metingen kunnen we antwoord krijgen op de vraag of de Resolutions Approach effectief is bij deze gezinnen en wat daarin de werkzame elementen zijn geweest. Ook zal dan hopelijk blijken dat de vader van Jeroen zijn agressie onder controle heeft en de veiligheid in het gezin voor alle betrokkenen daadwerkelijk is verbeterd.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Onze productaanbevelingen

Kind & Adolescent Praktijk

Het vakblad Kind en Adolescent Praktijk biedt informatie die direct aansluit bij de dagelijkse praktijk van diagnostiek, behandeling en begeleiding. Kind en Adolescent Praktijk biedt ook een forum voor een kritische beschouwing van die dagelijkse praktijk en voor discussie over onderwerpen waarmee de professional te maken hebben.

BSL Academy Social Work GGZ

BSL Academy Accare GGZ collective

Literatuur
go back to reference Asen, E., & Fonagy, P. (2017). Mentalizing family violence part 1: Conceptual framework. Family Process, 56(1), 6-21. Asen, E., & Fonagy, P. (2017). Mentalizing family violence part 1: Conceptual framework. Family Process56(1), 6-21.
go back to reference Euser, S., Alink, L.R., Pannebakker, F., Vogels, T., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Van IJzendoorn, M.H. (2013). The prevalence of child maltreatment in the Netherlands across a 5-year period. Child Abuse & Neglect, 37(10), 841-851. Euser, S., Alink, L.R., Pannebakker, F., Vogels, T., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Van IJzendoorn, M.H. (2013). The prevalence of child maltreatment in the Netherlands across a 5-year period. Child Abuse & Neglect37(10), 841-851.
go back to reference Gumbleton, J. (1997). Untreatable Families? Working with denial in cases of severe childabuse. Dissertation for Master of Science Degree in Child Welfare University of Bristol, School for Policy Studies, Faculty of Social Sciences. Gumbleton, J. (1997). Untreatable Families? Working with denial in cases of severe childabuse. Dissertation for Master of Science Degree in Child Welfare University of Bristol, School for Policy Studies, Faculty of Social Sciences.
go back to reference Hammink, A., Cobussen, M., Van Ruiten-Verkuijl, S., Van Arum, S., Visser, M., De Graaf, I., & Van de Mheen, D. (2015). Veiligheid van kinderen boven alles: Intersectoraal samenwerken met veilig, sterk en verder. Kind en Adolescent Praktijk 14(3), 28-34. Hammink, A., Cobussen, M., Van Ruiten-Verkuijl, S., Van Arum, S., Visser, M., De Graaf, I., & Van de Mheen, D. (2015). Veiligheid van kinderen boven alles: Intersectoraal samenwerken met veilig, sterk en verder. Kind en Adolescent Praktijk 14(3), 28-34.
go back to reference Maric, M., Wiers, R.W., & Prins, P.J.M. (2012). Ten ways to improve the use of statistical mediation analysis in the practice of child and adolescent treatment research. Clinical Child and Family Psychology Review, 15(3), 177–191. Maric, M., Wiers, R.W., & Prins, P.J.M. (2012). Ten ways to improve the use of statistical mediation analysis in the practice of child and adolescent treatment research. Clinical Child and Family Psychology Review, 15(3), 177–191.
go back to reference Mabanglo, M.A. (2002). Trauma and the effects of violence exposure and abuse on children: A review of the literature. Smith College Studies in Social Work, 72(2), 231-251. Mabanglo, M.A. (2002). Trauma and the effects of violence exposure and abuse on children: A review of the literature. Smith College Studies in Social Work72(2), 231-251.
go back to reference Maguire, S.A., Williams, B., Naughton, A.M., Cowley, L.E., Tempest, V., Mann, M.K., Teague, M., & Kemp, A.M. (2015). A systematic review of the emotional, behavioural and cognitive features exhibited by school-aged children experiencing neglect or emotional abuse. Child: Care, Health and Development, 41(5), 641-653. Maguire, S.A., Williams, B., Naughton, A.M., Cowley, L.E., Tempest, V., Mann, M.K., Teague, M., & Kemp, A.M. (2015). A systematic review of the emotional, behavioural and cognitive features exhibited by school-aged children experiencing neglect or emotional abuse. Child: Care, Health and Development41(5), 641-653.
go back to reference Task Force on Promotion and Dissemination of Psychological Procedures, Division of Clinical Psychology, American Psychological Association. (1995). Training in and dissemination of empirically validated psychological treatments: Report and recommendations. The Clinical Psychologist, 48, 3-23. Task Force on Promotion and Dissemination of Psychological Procedures, Division of Clinical Psychology, American Psychological Association. (1995). Training in and dissemination of empirically validated psychological treatments: Report and recommendations. The Clinical Psychologist, 48, 3-23.
go back to reference Turnell, A. & Edwards, S. (2009). Veilig opgroeien: De oplossingsgerichte aanpak Signs of Safety in jeugdzorg en kinderbescherming. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. Turnell, A. & Edwards, S. (2009). Veilig opgroeien: De oplossingsgerichte aanpak Signs of Safety in jeugdzorg en kinderbescherming. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
go back to reference Turnell, A., & Essex, S. (2010). Als er ‘niets aan de hand’ is: Een oplossingsgerichte methode bij ontkenning van kindermishandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Turnell, A., & Essex, S. (2010). Als er ‘niets aan de hand’ is: Een oplossingsgerichte methode bij ontkenning van kindermishandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
go back to reference Vink, R., Wolff, M.D., Dommelen, P.V., Bartelink, C., & Veen, S. (2017). Empowered door Signs of Safety? Onderzoek naar de werkzaamheid van Signs of Safety in de jeugdzorg. Leiden: TNO. Vink, R., Wolff, M.D., Dommelen, P.V., Bartelink, C., & Veen, S. (2017). Empowered door Signs of Safety? Onderzoek naar de werkzaamheid van Signs of Safety in de jeugdzorg. Leiden: TNO.
Metagegevens
Titel
Een effectiviteitsstudie naar de Resolutions Approach
Auteurs
Vera van der Werff
Annemariek Sepers
Chris Dijkhuizen
Trudy Mooren
Marija Maric
Publicatiedatum
01-09-2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Kind & Adolescent Praktijk / Uitgave 3/2018
Print ISSN: 1571-4136
Elektronisch ISSN: 1875-7065
DOI
https://doi.org/10.1007/s12454-018-0035-0

Andere artikelen Uitgave 3/2018

Kind & Adolescent Praktijk 3/2018 Naar de uitgave