Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Deze zesde - ongewijzigde - druk van dit leerboek geeft een overzicht van de state-of-the-art gezondheidseconomische kennis en inzichten. Wereldwijd legt de gezondheidszorg een steeds groter beslag op de beschikbare financiële middelen. Die middelen worden steeds schaarser. Als gevolg van de toenemende vergrijzing en de immer voortschrijdende medisch-technische behandelmogelijkheden komt hierin de komende decennia geen verandering. Integendeel, de vraag of de beschikbare middelen doelmatig worden besteed speelt een steeds belangrijkere rol. Het is niet verwonderlijk dat ook het vakgebied economie van de gezondheidszorg nog altijd volop in ontwikkeling is. De groeiende stroom theoretische en empirische bevindingen die hiervan het gevolg is, vormde de aanleiding voor een grondige herziening van het leerboek Economie van de gezondheidszorg in 2014 (de vijfde druk).
De auteurs hebben in 2014 de bestaande hoofdstukken grondig herzien en geactualiseerd, en bovendien zijn enkele hoofdstukken toegevoegd over belangrijke thema's zoals de rol van leefstijl en preventie en de honorering van zorgaanbieders. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 De relevantie van de economie van de gezondheidszorg

De economie van de gezondheidszorg is een belangrijk en groeiend deelgebied van de economie. De gezondheidseconomie maakt gebruik van de wetenschappelijke inzichten uit de algemene economie, maar voegt daar specifieke elementen aan toe. Het reilen en zeilen in de gezondheidszorg maakt dat er bepaald geen sprake is van een doorsneemarkt van vragers en aanbieders. Door de wijze waarop belanghebbende partijen er met elkaar omgaan, wijkt de gezondheidszorg in veel opzichten sterk af van de markten die in algemene economische handboeken worden beschreven. In dit leerboek komen zowel algemene economische basiskennis aan bod als specifieke inzichten die tot het domein van de economie van de gezondheidszorg behoren.
Erik Schut, Marco Varkevisser

2 Productie van gezondheid en sociale ongelijkheid

De productie van gezondheid heeft vele pijlers. Eén daarvan is natuurlijk de gezondheidszorg, waarbij het voor zich spreekt dat het uiteindelijke doel van gezondheidszorg niet de productie van medische goederen en diensten zelf is, maar die van het eindproduct gezondheid. Echter, gezondheidszorg is slechts een van de vele factoren die een bijdrage leveren aan het niveau van de volksgezondheid. Het aanhouden van een gezonde levensstijl (niet roken, voldoende beweging, enzovoort) levert natuurlijk ook een zeer belangrijke bijdrage.
Eddy van Doorslaer, Hans van Kippersluis

3 Gezondheidszorg en openbare financiën

Bij opinieonderzoek in Nederland geeft een meerderheid van de ondervraagden te kennen een goede gezondheid het allerbelangrijkst in het leven te vinden.1 Die sterke voorkeur voor een leven zonder ziekte verklaart voor een deel waarom de collectief gefinancierde uitgaven voor de gezondheidszorg inmiddels meer dan 11% van het bruto binnenlands product (bbp) beslaan. In 2013 bedroeg het bbp circa € 600 miljard, waarvan de helft werd bestemd voor overheidsuitgaven. De uitgaven van de overheid worden hoofdzakelijk gefinancierd via belastingen en premies voor de sociale verzekeringen. Deze heffingen staan bekend als ‘collectieve lasten’. Gezien de omvangrijke collectieve financiering van de zorguitgaven bestaan tussen de openbare financiën en de gezondheidszorg hechte betrekkingen, die in dit hoofdstuk worden besproken en geanalyseerd.
Flip de Kam, Jan Donders

4 Internationale vergelijking van zorgstelsels

Alle westerse landen stellen ten aanzien van hun gezondheidszorg vergelijkbare publieke doelen. Kort samengevat staan telkens de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg centraal. De precieze manier waarop deze publieke belangen worden nagestreefd is echter op geen twee plaatsen hetzelfde. In de wereld bestaat namelijk een grote verscheidenheid aan zorgstelsels. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop westerse landen hun zorgstelsel hebben vormgegeven. Ook komt de vraag aan de orde of de toegankelijkheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid in bepaalde zorgstelsels systematisch beter zijn geborgd dan in andere zorgstelsels. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen curatieve zorg (paragraaf 4.2) en langdurige zorg (paragraaf 4.3), omdat voor deze vormen van zorg zowel de precieze invulling van de publieke belangen als de kenmerken van zorgstelsels verschillen. Beide zorgvormen worden kort beschreven, waarna een aantal zorgstelsels uit verschillende landen met elkaar wordt vergeleken. Dit resulteert telkens in een typologie van mogelijke zorgstelsels. Tot slot worden in dit hoofdstuk op hoofdlijnen de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg in internationaal perspectief bezien (paragraaf 4.4). Hierbij komen achtereenvolgens de kwaliteit, de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van zowel de curatieve zorg als de langdurige zorg aan de orde.
Marco Varkevisser, Ilaria Mosca, Erik Schut

5 Economische aspecten van leefstijl en preventie

‘Alles is gezondheid’ luidt de titel van het Nationaal Programma Preventie uit 2013. Hierin geeft de Nederlandse overheid hoog op van preventie, niet in het minst vanwege het economisch nut ervan (VWS 2013): ‘Recente publicaties tonen aan dat preventie, in de vorm van een gezonde leefstijl, grote baten heeft voor de mensen zelf in de zin van langer genieten van het leven, van een grotere inzetbaarheid en van het pensioen. Maar ook overheid, werkgevers en andere instanties profiteren als mensen hun betere gezondheid aanwenden om langer te leren, te werken en te participeren. De economische schade van gezondheidgerelateerd verzuim en verlies aan arbeidsproductiviteit is aanzienlijk. Psychische klachten zijn een steeds grotere oorzaak van uitval en productiviteitsverlies. Ook leerprestaties worden negatief beïnvloed door ongezond gedrag en ongezonde omgevingsfactoren zoals een slechtere luchtkwaliteit. Kortom, gezondheid is van grote waarde, ook economisch beschouwd.’
Johan Polder, Lany Slobbe

6 Vraag naar gezondheidszorg

De vraag naar gezondheidszorg wijkt in een aantal opzichten af van de vraag naar de meeste andere goederen en diensten. In de eerste plaats levert het gebruik van gezondheidszorg alleen nut op voor zover het positief bijdraagt aan de gezondheidstoestand. Met andere woorden, mensen gaan niet naar de dokter omdat zij dat zo leuk vinden, maar omdat zij beter willen worden. De vraag naar gezondheidszorg is dus feitelijk een afgeleide van de achterliggende vraag naar gezondheid. In hoofdstuk 2 is uiteengezet dat gezondheid niet alleen kan worden ‘geproduceerd’ door gezondheidszorg, maar bijvoorbeeld ook door gezonde voeding, een gezonde leefstijl, goede huisvesting en goede scholing. Kortom, gezondheidszorg is maar één productiefactor in de productiefunctie van gezondheid en de vraag naar gezondheid kan dus op meer manieren worden bevredigd dan alleen door het gebruik van gezondheidszorg.
Erik Schut, Eddy van Doorslaer

7 De rol van zorgverzekeringen

In dit hoofdstuk staat de rol van zorgverzekeringen centraal. In paragraaf 7.2 wordt ingegaan op de voor- en nadelen van zorgverzekeringen. Paragraaf 7.3 bespreekt aspecten van de regulering van de zorgverzekeringsmarkt: hoe kan een voor iedereen betaalbare premie worden gerealiseerd op een concurrerende verzekeringsmarkt? En wat zijn de motieven voor de overheid voor de invoering van een verplichte zorgverzekering? Paragraaf 7.4 bespreekt de wijzen waarop via de zorgverzekering de doelmatigheid van de gezondheidszorg kan worden bevorderd. Twee opties worden besproken: eigen betalingen en zorginkoop door zorgverzekeraars. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag of prikkels voor doelmatigheid zouden moeten worden toegepast via de vraagzijde of via de aanbodzijde van de gezondheidszorg. Paragraaf 7.5 vat de conclusies samen.
Wynand van de Ven, Richard van Kleef

8 Productie van gezondheidszorg

In hoofdstuk 2 is uiteengezet dat gezondheidszorg slechts een van de factoren is die een rol spelen in de productiefunctie van gezondheid. Gezondheidszorg wordt op haar beurt echter ook weer ‘geproduceerd’ door de inzet van productiemiddelen, zoals artsen, verpleegkundigen, genees- en verbandmiddelen, diagnostische apparatuur en tal van poliklinische en klinische voorzieningen. In dit hoofdstuk staat de productiefunctie van gezondheidszorg centraal, ofwel de relatie tussen de output van gezondheidszorg en de input van productiemiddelen.
Erik Schut, Marco Varkevisser

9 Honorering van zorgaanbieders

Uit de bespreking van aanbodgeïnduceerde vraag in hoofdstuk 6 is duidelijk geworden dat artsen en andere zorgverleners zich bij zorginhoudelijke beslissingen niet alleen laten leiden door de belangen van de patiënt, maar ook door de mogelijke gevolgen voor hun inkomen en werklast. Zo concludeert McGuire (2011, p. 610) op basis van een overzicht van de empirische literatuur dat
‘adding up the evidence, on obstetricians doing more C-sections, surgeons doing more bypass operations, physicians referring more frequently to their own labs, and other studies, makes a convincing case that doctors can influence quantity and sometimes do so for their own purposes’.
Frank Eijkenaar, Erik Schut

10 Economische evaluatie

In de hoofdstukken 3 en 11 van dit leerboek wordt beschreven hoe de overheid probeert om het marktmechanisme een grotere rol te laten spelen in de gezondheidszorg. Gereguleerde concurrentie is daarbij het sleutelbegrip. De allocatie van middelen in een gereguleerde markt verschilt wezenlijk van die in een vrije markt. In een vrije markt komt een evenwicht tussen vraag en aanbod tot stand door middel van prijssignalen. Deze prijssignalen zijn gebaseerd op schaarsteverhoudingen. In een gereguleerde markt is de allocatie van middelen vaak geen gevolg van een vrije interactie tussen vraag en aanbod, en representeren de prijzen geen echte schaarsteverhoudingen. Om toch tot een goede allocatie van middelen te komen, moet informatie worden ingewonnen over de relatieve efficiëntie van zorgprogramma’s. Bovendien is vaak onbekend hoe de kosten en effecten van nieuwe medische technologieën zich verhouden tot die van bestaande medische technologieën. Om te kunnen bepalen welke technologieën het meest voor collectieve financiering in aanmerking komen, is inzicht in relatieve efficiëntie van maatschappelijk belang.
Han Bleichrodt, Marc Koopmanschap

11 Marktordening in de gezondheidszorg

Vanwege de specifieke kenmerken van gezondheidszorg leidt de onzichtbare hand van de markt in deze sector niet tot optimale marktuitkomsten. Zowel uit het oogpunt van doelmatigheid als uit het oogpunt van solidariteit is er volop reden voor overheidsingrijpen (zie hoofdstuk 3). In 1963 schreef de latere Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow een fameus artikel in de American Economic Review, dat wel wordt beschouwd als de basis van de gezondheidseconomie. Hierin legt hij uit waarom juist in de gezondheidszorg een vrije markt niet goed kan werken (Arrow 1963). Goede marktwerking vereist dat vragers en aanbieders onafhankelijk van elkaar opereren en goed geïnformeerd zijn over de prijs en de kwaliteit van de aangeboden producten of diensten. Echter, in de gezondheidszorg is de informatie sterk ongelijk verdeeld over vragers en aanbieders. De arts stelt de diagnose, stelt de therapie vast en bepaalt daarmee grotendeels de vraag naar zorg. Bovendien zijn de inherente onzekerheden over het tijdstip, de omvang en het effect van zorg maar zeer ten dele door verzekeringen af te dekken en leiden dergelijke verzekeringen op hun beurt tot een verstoring van het marktmechanisme. Ten slotte vinden de meeste mensen een situatie waarin alleen koopkracht de toegang tot gezondheidszorg bepaalt, zoals het geval zou zijn op een vrije markt, niet acceptabel. Zonder overheidsbemoeienis zouden bijvoorbeeld ongezonde mensen alleen tegen exorbitant hoge premies een ziektekostenverzekering kunnen afsluiten. Arrows centrale stelling is daarom dat de talrijke specifieke overheidsregels in de zorgsector een direct gevolg zijn van het falen van de markt.
Marco Varkevisser, Erik Schut

Nawerk

Meer informatie

Extra’s