Skip to main content
main-content

24-09-2014 | Nieuws

Dwangmatig verzamelen (compulsive hoarding) nu ook in DSM-V

Dwangmatig verzamelen ('hoarding') is een fascinerende, maar helaas ook moeilijk te behandelen stoornis. Hoarding was eerder ook al erkend als psychische stoornis, maar staat nu apart op de DSM-lijst. Eerder werd hoarding geclassificeerd als een subtype van obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Hierbij zijn de dwangmatige handelingen aangezet door angst en richt de behandeling zich hier ook op. Uit onderzoeken blijkt dat hamsteraars niet vanuit angst handelen en vaak ook geen andere OCS-symptomen hebben, krijgt de ziekte een aparte diagnose.

Voordelen voor de praktijk?

Aparte notering van 'hoarding' in de DSM-V geeft de mogelijkheid om de aanpak van verzameldwang te verbeteren, zowel de cognitief gedragstherapeutische behandeling als de medicamenteuze. Er zijn nog vele vragen onbeantwoord bij patiënten met verzameldwang. Een aparte notering in de DSM-V geeft ook meer kans dat de behandeling gedekt wordt door verzekeraars.

Risicofactoren

Omdat er nog te weinig onderzoek naar de stoornis gedaan is, zijn de risicofactoren te betwisten. Uit bestaand onderzoek is het volgende te concluderen: 

• Leeftijd: Hamsteren begint meestal in de vroege adolescentie rond het 13de of 14de levensjaar en kan erger worden naarmate iemand ouder wordt.
• Familiegeschiedenis: Vaak heeft een dwangmatige potter ook een familielid die aan de stoornis lijdt.
• Stress: Mensen kunnen na een ingrijpende gebeurtenis zoals het verliezen van iemand de hamsterstoornis ontwikkelen.
• Alcoholmisbruik: Ongeveer de helft van de hamsteraars heeft een geschiedenis van alcoholverslaving.
• Sociaal isolement: Mensen die hamsteren zijn meestal sociaal teruggetrokken en geïsoleerd.

Behandeling

Er is vaak geen intrinsieke motivatie om behandeling te zoeken, maar veel externe druk. Motivering is een cruciaal element van de behandeling.Toch vallen de resultaten helaas nog tegen. De behandelingen met psychofarmaca, zoals SSRI’s, zijn teleurstellend en sorteren nauwelijks effect. De psychotherapeutische behandelingen die ontwikkeld en onderzocht zijn bestaan meestal uit een vorm van cognitieve gedragstherapie, waarbij gebruik gemaakt wordt van cognitieve herstructurering, exposure met responspreventie en zelfcontroletechnieken. Deze behandelingen zijn zowel in groepsverband als individueel gegeven. Helaas nog met kleine aantallen cliënten en met een hoge drop out.

De patiënten met verzameldwang, vormen geregeld een mengbeeld van verschillende problemen en behandeling sorteert weinig effect. Anders dan een dwangpatiënt, hebben ze vaak weinig inzicht in de ernst van hun problematiek en verandert hun gedrag moeizaam ondanks therapeutische interventies.

Hoeveel dwangmatig verzamelen in de bevolking voorkomt is niet precies bekend (de schattingen zijn 1 tot 2 procent), maar men vermoedt dat het hoger ligt). Duidelijk is dat er rondom dwangmatig verzamelen nog veel onbekend is en nog veel ontwikkeld kan worden.

Bron: scientas.nl, PsychoPraktijk 4-2010/6-2012

Gerelateerde informatie

Aanbevolen

11-12-2015 | Psychologie | E-learning

Introductie op de DSM-5

Deze e-learning geeft een overzicht van de belangrijkste veranderingen die invoering van de DSM-5 met zich mee heeft gebracht. 


Onze productaanbevelingen

BSL Psychologie Totaal

Met BSL houdt u eenvoudig en efficiënt uw vak bij. Met een online abonnement heeft u toegang tot een groot aantal boeken, tijdschriften en online nascholing. Denk hierbij aan e-learnings en web-tv's. Zo kunt u op uw gemak en wanneer het u het beste uitkomt verdiepen in uw vakgebied.