Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In deze uitgave vindt u een overzicht van het totale fysiotherapeutisch handelen. De verschillende fasen van het fysiotherapeutisch proces komen aan bod, waarbij de focus ligt op samenhang tussen kennis, inzicht, attitude en vaardigheden. Het handelen en de werkwijze van de fysiotherapeut staan steeds in relatie tot het proces van probleemoplossing. In elke fase staat methodisch werken centraal.

In deze druk van Diagnostiek in de fysiotherapie is er speciale aandacht voor klinisch redeneren en het gebruik van meetinstrumenten. Daarbij stimuleren de auteurs het bewust handelen - eerst denken, dan doen - tijdens alle fasen van het handelen. Ook shared decision making en ondersteuning van zelfmanagement komen aan de orde.
Tevens is het KNGF-beroepsprofiel toegevoegd met de competentiegebieden van de fysiotherapeut volgens het CanMEDS-model. Op het gebied van wet- en regelgeving en het systeem van kwaliteitsregistratie is het boek geactualiseerd.

Diagnostiek in de fysiotherapie is een onmisbaar boek voor fysiotherapeuten en studenten fysiotherapie. Het biedt een kader om kritisch te reflecteren op de eigen werkwijze als professioneel beroepsbeoefenaar. De nadruk ligt op logisch redeneren en het onderbouwen van keuzes. Daarbij wordt de relatie tussen patiënt/cliënt en fysiotherapeut opgevat als een functionele samenwerkingsrelatie. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Fysiotherapie in de Nederlandse gezondheidszorg

Samenvatting
Om het fysiotherapeutisch handelen te kunnen plaatsen, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de fysiotherapie in de Nederlandse gezondheidszorg. In een korte historische schets wordt de ontwikkeling van het beroep aangegeven. Vervolgens worden wettelijke kaders voor de beroepsuitoefening toegelicht en het arbeidsterrein van fysiotherapeuten en het indicatiegebied beschreven.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

2. Zorgverlening

Samenvatting
Elke fysiotherapeut die in Nederland werkzaam is in de zorgverlening hoort ingeschreven te staan in het BIG-register. Het BIG-register is geregeld bij de Wet BIG, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (zie paragraaf 1.2). De Nederlandse gezondheidszorg gaat zich steeds meer richten op gezondheid en gedrag. Voorheen lag de nadruk op de ziekte, nu ligt de nadruk steeds meer op gezondheid en gedrag. In dit hoofdstuk wordt eerst uitgelegd hoe gezondheid is omschreven (paragraaf 2.1). Daarna worden factoren die gezondheid beïnvloeden toegelicht (paragraaf 2.2). Om de mate van gezondheid in kaart te brengen wordt het begrip gezondheidstoestand gebruikt. Dit begrip wordt toegelicht in paragraaf 2.3, waarbij gebruikgemaakt wordt van de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren (ICF – International Classification of Functioning, disability and health).
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

3. Probleemoplossing

Samenvatting
Een fysiotherapeut is deskundig in het analyseren, voorkomen, behandelen van en leren omgaan met problemen in het bewegend functioneren. Hierbij maakt de fysiotherapeut onderscheid in het door de patiënt getoonde bewegen, het ingeschatte vermogen tot bewegen, de praktische externe mogelijkheden, bewegingsomstandigheden en beweegcontext van de patiënt en de motieven en motivatie om te bewegen van de patiënt. Het fysiotherapeutisch handelen wordt gekarakteriseerd als het gericht verminderen en oplossen van een probleem en, zo mogelijk, voorkomen van problemen in het bewegend functioneren. Fysiotherapeut en patiënt hebben hierin samen en ook ieder afzonderlijk een rol. De fysiotherapeut doorloopt in dit proces verschillende fasen (zie tabel 2.2 in hoofdstuk 2), die in dit hoofdstuk verder beschreven worden (zie paragraaf 3.1 en afbeelding 3.1). Tijdens het fysiotherapeutisch onderzoek (de diagnostische fase) kan de fysiotherapeut verschillende strategieën gebruiken om te komen tot definiëring van het probleem (zie paragraaf 3.2). Continu zal de fysiotherapeut klinisch redeneren, om te komen tot onderbouwde en logische beslissingen. Het klinisch redeneren wordt uitgewerkt in paragraaf 3.3. Hierbij wordt aandacht geschonken aan evidence-based werken (het integreren van wetenschappelijke kennis, patiëntwaarden en klinische ervaring) en klinimetrie (het gebruik van meetinstrumenten). Tijdens al het fysiotherapeutisch handelen, inclusief het klinisch redeneren, handelt de fysiotherapeut volgens kenmerken van het methodisch handelen (zie paragraaf 3.4). De rol van kennis, vaardigheden en competenties van de fysiotherapeut en professionele gedragskenmerken van de fysiotherapeut zijn in paragraaf 3.5 in samenhang beschreven. Daarna wordt extra aandacht besteed aan vaardigheden om problemen op te lossen (zie paragraaf 3.6). Het hoofdstuk eindigt in paragraaf 3.7 met een kader voor fysiotherapeutische probleemoplossing, dat in de volgende hoofdstukken zal worden gehanteerd.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

4. Aanmelding

Samenvatting
Na drie algemene hoofdstukken worden in de nu volgende hoofdstukken onderdelen uit het fysiotherapeutisch zorgverleningsproces nader toegelicht. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanmelding van de patiënt bij de fysiotherapeut. Dit gebeurt door middel van het beschrijven van de begrippen, de functie, de strategiebepaling en de inhoud van aanmelding, verwijzing en screening. Vervolgens wordt de betekenis van aanmelding, verwijzing en screening in het proces van handelen duidelijk gemaakt.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

5. Anamnese

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen het begrip anamnese en de functie en strategiebepaling van de anamnese aan de orde. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de inhoud van de anamnese. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de betekenis van de anamnese in het proces van handelen.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

6. Onderzoek

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaat het om de vraag welke stappen de fysiotherapeut neemt, waarom hij deze neemt en in welke volgorde, om te komen tot een diagnose. Na het fysiotherapeutisch onderzoek wordt bepaald of fysiotherapie geïndiceerd is. Er kan dan een fysiotherapeutische diagnose worden gesteld en een daarbij behorende behandeling worden vastgesteld. Keuze en volgorde van onderzoekhandelingen worden bepaald door de doelen die de fysiotherapeut stelt. Eerst worden begrip en functie van het onderzoek beschreven. Daarna volgen uitgangspunten en ordeningsprincipes voor de strategiebepaling. De inhoud van het onderzoek wordt in algemene termen toegelicht. Aan het einde van het hoofdstuk wordt de betekenis van het onderzoek in het proces van handelen aangegeven.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

7. Diagnose en indicatiestelling

Samenvatting
Aan het eind van het onderzoek geeft de fysiotherapeut de belangrijkste bevindingen uit verwijzing/screening, anamnese en onderzoek in hoofdlijnen weer, zodanig dat er een duidelijk beeld naar voren komt van de patiënt met de hulpvraag en van de interpretatie van de fysiotherapeut van de verzamelde gegevens over het gezondheidsprobleem. Dit beeld is het uitgangspunt voor het stellen van een fysiotherapeutische diagnose en een eventuele indicatie. In dit hoofdstuk worden de begrippen ‘diagnose’ en ‘indicatiestelling’ toegelicht. Verschillende typen diagnosen worden onderscheiden. Ingegaan wordt op de functie en de inhoud van de diagnose van de fysiotherapeut. Als er een diagnose wordt gesteld, komt de vraag ter sprake of er een indicatie is voor verder fysiotherapeutisch handelen en, zo ja, welke. Tot slot wordt de betekenis van diagnose en indicatiestelling in het proces van handelen beschreven.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

8. Behandelplan

Samenvatting
Als de fysiotherapeut zijn diagnose heeft gesteld op grond van bevindingen uit aanmelding (screening of verwijzing), anamnese en onderzoek en er een indicatie voor fysiotherapie is, stelt hij een behandelplan op. In dit hoofdstuk worden het begrip ‘behandelplan’ en de functie en de inhoud van het behandelplan beschreven. Daarbij worden de taken van patiënt en fysiotherapeut toegelicht. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de betekenis van het behandelplan in het proces van handelen.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

9. Evaluatie

Samenvatting
Na het opstellen van het behandelplan wordt de behandeling uitgevoerd. Op verschillende momenten moet deze worden geëvalueerd of beoordeeld. In dit hoofdstuk wordt het begrip ‘evaluatie’ beschreven, wordt de functie van evaluatie uitgelegd en worden twee vormen van evaluatie toegelicht. Vervolgens wordt de betekenis van evaluatie in het proces van handelen beschreven.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

10. Verslaglegging en correspondentie

Samenvatting
Een onderdeel van het fysiotherapeutisch handelen is het vastleggen van gegevens ten behoeve van de fysiotherapeut zelf en het schriftelijk verslag doen van onderzoek en behandeling aan collega’s, zorgverleners uit andere disciplines en verwijzers. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de begrippen ‘verslaglegging’ en ‘correspondentie’ en de functie van het vastleggen van gegevens. Verder wordt het doel van verslagleggen en correspondentie beschreven. Er worden richtlijnen gegeven voor de inhoud van verslaglegging en correspondentie. Als laatste wordt aangegeven wat de betekenis is van verslaglegging en correspondentie in het proces van handelen.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

11. Kwaliteitsbevordering

Samenvatting
Fysiotherapeuten willen hun zorg zo goed mogelijk verlenen. Daarom stellen zij veel in het werk om de kwaliteit van hun dienstverlening zo goed mogelijk te houden. Hiervoor zijn verschillende kwaliteitssystemen voor en door fysiotherapeuten ontwikkeld. Daarnaast hecht ook de overheid belang aan een goede gezondheidszorg. Zij stelt door middel van wetten en regels eisen aan de kwaliteit van de zorgverlening. Iedere fysiotherapeut is, samen met zijn collega’s, verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorgverlening. Dit geldt zowel voor fysiotherapeuten in de eerste lijn als voor fysiotherapeuten die werkzaam zijn in een zorginstelling. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manieren kwaliteit van zorg in de fysiotherapie wordt gewaarborgd en bevorderd.
J. C. Boiten, T. Brouwer, M. S. Bunskoek, A. E. van der Feen, A. S. M. Schimmelpenninck van der Oije, F. C. Uilenreef-Tobi

Nawerk

Meer informatie

Extras