Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Bekkenfysiotherapie heeft zich aanvankelijk vooral ontwikkeld als behandeloptie. De specifieke diagnostische mogelijkheden door de bekkenfysiotherapeut zijn echter in de afgelopen jaren steeds verder uitgebreid; derhalve wordt de term bekkenfysiodiagnostiek geïntroduceerd.

Wetenschappelijk onderzoek heeft zich tot nu toe meer gericht op de behandeling van bekken- en bekkenbodemgerelateerde klachten. Evidence-based practice zal benut worden om de bestaande bekkenfysiotherapeutische diagnostiek te beschrijven.

Na een inleiding over de ontwikkeling, plaats en het juridisch kader wordt de bekkenfysiotherapie annoNU beschreven. Vervolgens komen de functionele anatomie, de indicaties bekkenfysiotherapie, prevalentie en risicofactoren aan de orde. Een groot deel van het boek is gewijd aan het beschrijven van het bekkenfysiotherapeutisch onderzoek. Daarna wordt stilgestaan bij het klinisch redeneren, de bekkenfysiotherapeutische diagnose en het behandelplan.

Het bekkenfysiotherapeutisch consult krijgt apart aandacht. En vervolgens is een hoofdstuk gewijd aan specifieke doelgroepen binnen de diagnostiek door de bekkenfysiotherapeut. Als laatste komt de samenwerking met andere disciplines aan de orde en wordt de Nederlandse situatie met de internationale vergeleken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Voorwerk

1. Algemeen

Om het bekkenfysiotherapeutische handelen te kunnen plaatsen wordt in dit hoofdstuk een beroepsomschrijving gegeven van bekkenfysiotherapie en wordt het werkterrein van de bekkenfysiotherapeut aan de hand van een overzicht van indicaties toegelicht. De ontwikkeling van het inwendig handelen, een belangrijk en specifiek deel van de bekkenfysiotherapeutische diagnostiek, wordt beschreven, alsmede het juridische kader en de voorwaarden waarbinnen dit inwendig handelen kan plaatsvinden. Vervolgens wordt een beeld geschetst van de bekkenfysiotherapie anno 20NU.
Petra van Nierop

2. Theorie

In dit hoofdstuk wordt het theoretisch kader geschetst als basis voor de volgende hoofdstukken, waarin het bekkenfysiotherapeutische onderzoek praktisch wordt beschreven. Allereerst wordt een overzicht gegeven van de functionele anatomie die relevant is voor de bekkenfysiotherapeut. Vervolgens komen de bekkenfysiotherapeutische indicaties uitgebreid aan bod. Steeds meer informatie is beschikbaar over de risicofactoren met betrekking tot bekken- en bekkenbodemproblematiek. En ten slotte komen de prevalentiecijfers van de diverse disfuncties aan de orde.
Petra van Nierop

Onderzoek en diagnose

Voorwerk

3. Verwijzing en aanmelding

Een patiënt kan naar een bekkenfysiotherapeut worden verwezen door een huisarts, medisch specialist of verloskundige.
Petra van Nierop

4. Screening

Indien de patiënt rechtstreeks, dus zonder verwijzing van een arts (DTF), contact opneemt met een fysiotherapeut wordt een screening uitgevoerd.
Petra van Nierop

5. Anamnese

De anamnese is de fase in het diagnostisch proces waarin informatie wordt verzameld over de patiënt en zijn klacht door mondeling of schriftelijk vragen te stellen. Dit gesprek kan plaatsvinden tussen bekkenfysiotherapeut en patiënt (auto-anamnese) of tussen bekkenfysiotherapeut en familielid, partner, vriend of vriendin, begeleider (hetero-anamnese).
Petra van Nierop

6. Meetinstrumenten

Klinimetrie krijgt inmiddels meer aandacht in de fysiotherapie. De basis hiervan is gelegd door het KNGF, die zich vanaf 2008 met het project Meten in de klinische praktijk als doel heeft gesteld om klinimetrie op landelijke schaal te implementeren in de klinische praktijk.
Petra van Nierop

7. Lichamelijk onderzoek

Het lichamelijk onderzoek heeft als doel factoren in kaart te brengen die van invloed zijn op de specifieke klacht. Deze factoren kunnen gaan over oorzaak, mate van klachten en prognostisch belemmerende factoren.
Petra van Nierop

8. Aanvullend onderzoek

In dit hoofdstuk worden de aanvullende onderzoeksmethoden besproken die de bekkenfysiotherapeut tijdens het diagnostische proces tot haar beschikking heeft. Eerst het diagnostische ‘basispakket’: de EMG, de rectale en vaginale ballon, die elke bekkenfysiotherapeut in de opleiding leert hanteren. Vervolgens komen aanvullende diagnostische opties aan de beurt die niet door elke bekkenfysiotherapeut worden gebruikt en waarvoor aanvullende scholing noodzakelijk is: echografie, mictie-evaluatie en drukmeting.
Petra van Nierop

9. Verslaglegging en diagnostiek

De bekkenfysiotherapeut legt de diagnostische gegevens vast in een elektronisch patiëntendossier (EPD). Omdat de bekkenfysiotherapeut specifieke diagnostische elementen heeft (specifieke domeinen in de anamnese, vaginale/anale palpatie, POP-Q, EMG-meting, rectale ballon) zijn hiervoor specifieke producten ontwikkeld. Uniformiteit in de wijze waarop de diagnostische gegevens worden vastgelegd, zal het verzamelen van data ten goede komen.
Petra van Nierop

10. Diagnose en indicatiestelling

In dit hoofdstuk wordt allereerst aandacht gegeven aan het klinisch redeneren tijdens het diagnostisch proces om de verkregen informatie te structureren, interpreteren en analyseren. De bevindingen van het bekkenfysiotherapeutisch onderzoek vormen het uitgangspunt voor de diagnose en een eventuele indicatie bekkenfysiotherapie.
Petra van Nierop

Specifieke informatie

Voorwerk

11. Consult bekkenfysiotherapie

Een specifieke plaats bij de bekkenfysiotherapeutische diagnostiek wordt ingenomen door het consult bekkenfysiotherapie. Daarom wordt hieraan een apart hoofdstuk gewijd. Het consult benut de complete diagnostische mogelijkheden van de bekkenfysiotherapeut en vraagt specifieke vaardigheden van de bekkenfysiotherapeut.
Petra van Nierop

12. Doelgroepen

De bekkenfysiotherapeutische diagnostiek is in zijn geheel in deel II beschreven; dit is de basis van het diagnostisch proces zoals dit bij elke patiënt zal kunnen verlopen, waarbij steeds bekeken wordt of alle elementen van de basisdiagnostiek relevant zijn bij de hulpvraag of klacht van de patiënt. Bezien vanuit de samenhang van de domeinen blijft de brede blik tijdens het diagnostische proces noodzakelijk. Op deze manier worden geen disfuncties gemist die een relatie kunnen hebben met de klacht, of die op termijn tot nieuwe klachten kunnen leiden.
Petra van Nierop

13. Samenwerking

De verschillende vormen van samenwerking tussen de bekkenfysiotherapeut en andere disciplines worden in dit hoofdstuk toegelicht. De consequenties van deze samenwerkingsvormen voor de diagnostiek van de bekkenfysiotherapeut krijgen specifieke aandacht.
Petra van Nierop

14. Nederland – internationaal

In samenwerking met Fetske Hogen Esch en Marijke Slieker.
Dit hoofdstuk beschrijft de positie van de Nederlandse bekkenfysiotherapie in vergelijking met de internationale situatie en hoe dit historisch is gegroeid. De Nederlandse bekkenfysiotherapeut heeft een eigen visie op het onderzoek en de behandeling van bekken- en bekkenbodemdisfuncties, vanuit het opleidingsniveau ontwikkeld, die in de werkwijze tot uiting komt. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de internationale contacten.
Petra van Nierop

15. Aanbevelingen

Consensus in de bekkenfysiotherapeutische terminologie zal zorgen voor uniformiteit in het taalgebruik bij informatieoverdracht en wetenschappelijk onderzoek. Dit zal de transparantie ten goede komen.
Petra van Nierop

Nawerk

Meer informatie