Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In Dermatovenereologie voor de eerste lijn wordt een uitgebreid en praktisch overzicht gegeven van de dermatologie en venereologie. Op basis van deze uitgave kan iedere medicus aan de hand van de morfologische en topografische kenmerken van een huidaandoening snel een differentiële diagnose opstellen en zich een indruk vormen van de therapeutische mogelijkheden. Het aanbod van ruim 750 klinische foto's maakt het stellen van een definitieve diagnose gemakkelijker. Bij het bespreken van de aandoeningen komen achtereenvolgens het klinisch beeld, het voorkomen, de pathofysiologie, de diagnostiek, de behandeling en eventueel het beloop en het moment van verwijzen aan de orde. Naast hoofdstukken over bijzondere aandachtsgebieden zoals psychodermatologie en fotodermatologie is er speciale aandacht voor dermatosen die voorkomen bij mensen in een bepaalde levensfase, zoals zwangere vrouwen, ouderen en kinderen.

In deze negende, geheel herziene druk zijn vele ontwikkelingen en nieuwe inzichten opgenomen en is aandacht besteed aan het actualiseren van de referenties. Alle hoofdstukken zijn vernieuwd en bijgewerkt. Diagnostische handelingen zoals het maken van een KOH-preparaat, het verrichten van een huidbiopsie en het beoordelen van het beeld door een dermatoscoop zijn dankzij de toegevoegde afbeeldingen beter te begrijpen. Ook zijn extra paragrafen toegevoegd over: teledermatologie, piëzogene papels, lipoedeem, bedwantsen, de ziekte van Kawasaki, huidafwijkingen bij kindermishandeling en microdermabrasie. Het uitgebreide register maakt het boek bij uitstek geschikt als naslagwerk.

Dermatovenereologie voor de eerste lijn is enerzijds bedoeld voor studenten geneeskunde die door de systematische opbouw en de vele schema's hun weg kunnen vinden in de dermatologie. En anderzijds voor huisartsen, kinderartsen, verpleeghuisartsen, en overige medici die veel te maken hebben met dermatologische ziektebeelden.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Bouw en functie van de huid

De huid is het grootste orgaan van het lichaam en is behalve beschermend omhulsel ook een orgaan dat van groot belang is bij intermenselijk contact (blozen, voelen, transpireren) en bij het bewaren van een evenwicht tussen het interne milieu en de omgeving.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

2. Anamnese en dermatologische inspectie

In dit hoofdstuk worden hulpmiddelen aangereikt voor het stellen van een dermatologische diagnose.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

3. Aanvullend onderzoek

Na het morfologisch onderzoek is soms aanvullend onderzoek noodzakelijk. Enkele van de onderzoeksmethoden zijn zo specifiek dermatologisch dat ze hieronder uitgebreider zullen worden besproken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

4. Het voorkomen van huidaandoeningen

Huidaandoeningen vormen een substantieel deel (ruim 14%) van het probleemaanbod op het spreekuur van de Nederlandse huisarts. Zowel de Nijmeegse Continue Morbiditeits Registratie (CMR) als de tweede Nationale Studie (NS2) van het Nivel bevatten gegevens over de verdeling van een aantal huidaandoeningen in de huisartsenpraktijk (zie tabel 4.1).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

5. Dermatotherapie

Bij het woord dermatotherapie zal men in eerste instantie denken aan de uitwendige behandeling van huidaandoeningen. Dat is ook de meest gebruikte therapiemodaliteit in de huisartsen- en in de dermatologische praktijk.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

6. Erythemateuze dermatosen

Erytheem is roodheid van huid en/of slijmvliezen die onder druk verbleekt en die ontstaat ten gevolge van vaatverwijding (fig. 6.1).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

7. Erytrodermie

Erytrodermie (letterlijk: rode huid) is een ziektebeeld, waarbij ten minste 90% van de huid diffuus rood is en afhankelijk van de oorzaak ook kan schilferen (fig. 7.1).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

8. Psoriasis en andere erythematosquameuze dermatosen

Het gelijktijdig optreden van roodheid en schilfering is bij een groot aantal huidziekten het belangrijkste kenmerk.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

9. Eczemateuze dermatosen

Eczeem wordt morfologisch gekenmerkt door (fig. 9.1):
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

10. Pruritus

Jeuk is een onaangename huidsensatie die tijdelijk verlicht wordt door wrijven of krabben.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

11. Papuleuze dermatosen

In dit hoofdstuk komen alleen die dermatosen ter sprake waarbij de papel de enige of de belangrijkste efflorescentie is.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

12. Urticaria

Urticaria is een vasculair reactiepatroon dat zich uit in plotseling optredende en meestal in korte tijd weer spontaan verdwijnende, vaak jeukende kwaddels (urticae). Synoniemen zijn galbulten en netelroos.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

13. Nod(ul)euze dermatosen

Een nodus is een circumscripte palpabele weerstand in de cutis of subcutis gelegen, al dan niet boven de huid verheven, > 1 cm, over het algemeen genezend met littekenvorming; als de laesie < 1 cm is, spreekt men van een nodulus.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

14. Benigne huidtumoren

Benigne tumoren kunnen zich morfologisch op verschillende manieren presenteren: als papel, nodulus, nodus, tuber, tumor of ulcus. De indeling van de meest voorkomende huidtumoren op basis van de inspectie is weergegeven in tabel 14.1. In de bespreking van de diverse tumoren zal de huidlaag waaruit ze voortkomen de volgorde bepalen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

15. Premaligne en maligne huidtumoren

Premaligne dermatosen (hiertoe rekent men ook diverse chronische dermatosen waaruit zich bij uitzondering een maligniteit ontwikkelt) kunnen ontaarden in maligniteiten, maar doen dit niet altijd. (tabel 15.1). Ook uit een aantal aangeboren huidafwijkingen kan zich een maligne huidtumor ontwikkelen, waardoor deze afwijkingen als premaligne worden beschouwd. Daarnaast is er een aantal genetisch bepaalde ziekten waarbij zich gemakkelijk maligniteiten van de huid ontwikkelen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

16. Vesiculobulleuze dermatosen

Een vesicula is een zichtbare intra-epidermale holte, kleiner dan 1 cm, gevuld met helder vocht. Een bulla is groter dan 1 cm.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

17. Pustuleuze dermatosen

Een pustula is een zichtbare holte, gevuld met purulent al of niet steriel vocht, kleiner dan 1 cm. Een pustel droogt in tot een geelbruine korst. Bij loslaten van de crusta ontstaat een collerette (schilferkraagje). Pustulae kan men indelen naar lokalisatie in de huid. Ze kunnen subcorneaal, intra-epidermaal of folliculair gelegen zijn. Veelal is er een infectieus agens (tabel 17.1). Pustels maken over het algemeen onderdeel uit van een grote diversiteit aan huidziekten die al in andere hoofdstukken aan de orde komen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

18. Ulcus cruris, decubitus en andere ulcereuze dermatosen

Een ulcus is een defect van de huid tot in de dermis of subcutis, met geen of geringe genezingstendens, ontstaan na voorafgaande huidverandering. Als het ulcus geneest, gebeurt dit vanuit de wondranden. Vele nodeuze huidafwijkingen kunnen ook ulcereren; vandaar dat de indeling van de ulcereuze dermatosen (tabel 18.1) gelijkenis vertoont met die van de nodeuze dermatosen (zie hoofdstuk 13).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

19. Folliculosen waaronder acne vulgaris

In de follikels kunnen zich naast infecties ook keratotische of cysteuze veranderingen voordoen. Enkele afwijkingen aan follikels en talgklieren (folliculosen) worden niet hier maar in andere hoofdstukken besproken (zie tabel 19.1). Hier komen acnevarianten, demodexfolliculitis, rosacea en dermatitis perioralis, chemische folliculitis en de follikelcysten aan de orde.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

20. Trichosen

Onder trichosen verstaat men aandoeningen en afwijkingen van de haren. De haarfollikels, waaruit de haren groeien, ontstaan rond de derde embryonale maand als instulpingen van het epitheel. Ze worden over de gehele huid aangelegd, behalve op de handpalmen en voetzolen (zie ook § 13.1). De hoofdhuid bevat gemiddeld 100.000 haren.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

21. Onychosen

Onder de term onychosen verstaat men afwijkingen van de nagel en het nagelbed.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

22. Hidrosen

Hidrosen zijn afwijkingen van de eccriene of apocriene zweetklieren. De apocriene zweetklieren worden door de adrenerge vezels van het sympathische zenuwstelsel geïnnerveerd. Zij produceren hun secreet (dat iets muceuzer is dan dat van de eccriene zweetklieren) zodanig dat een deel van de cel met het secreet mee wordt afgestoten. Bij de eccriene zweetklieren die door het sympathische zenuwstelsel worden voorzien van cholinergische zenuwvezels, gebeurt dat niet.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

23. Keratosen

Een keratose is een zichtbare verdikking van het stratum corneum. Hyper(ortho)keratose (een verdikking van de hoornlaag met normale verhoorning) en parakeratose (een verdikking van de hoornlaag waarbij de pycnotische kernen van de keratinocyten in het stratum corneum aanwezig blijven) zijn histopathologische begrippen. Een hyperkeratotische epidermis schilfert over het algemeen weinig, terwijl in een parakeratotische hoornlaag de hoornlamellen elkaar gemakkelijk loslaten.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

24. Dyschromieën

De normale kleur van de huid wordt voornamelijk bepaald door melaninepigment. Daarnaast spelen hemoglobine, carotenoïden en de hoornlaag een rol (zie § 1.7). Etnische verschillen zijn gerelateerd aan aantal, vorm en distributie van de melanosomen. Melanosomen zijn de organellen van de melanocyten die het melanine bevatten (zie ook § 1.2.3).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

25. Purpura

Purpura (bloeduitstorting) is een verkleuring van de huid die berust op extravasatie van erytrocyten. In de praktijk wordt de term meestal gebruikt bij kleinere, vaak puntvormige bloedingen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

26. Geneesmiddelenerupties

Bijwerkingen van geneesmiddelen komen veel voor. Maximaal 20% van deze bijwerkingen betreft huidverschijnselen. Geneesmiddelenerupties zijn alle ‘niet-gewenste’ huid- en slijmvliesreacties op geneesmiddelen. Sommige reacties zijn te voorspellen en komen vaak voor, andere zijn niet goed voorspelbaar, sterk persoonsgebonden en ernstiger. Het is een gevarieerde groep huidverschijnselen die worden veroorzaakt door medicamenten die voor therapeutische en soms ook voor diagnostische en preventieve doeleinden worden gebruikt. Ook aan geneesmiddelen toegevoegde additiva (bijvoorbeeld kleurstoffen, conserveringsmiddelen) kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van een huideruptie. De huid is bij geneesmiddelenerupties het signaalorgaan, dat voor het oog onzichtbare processen waarneembaar maakt.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

27. Fotodermatologie

Licht speelt in de dermatologie een belangrijke rol, zowel bij het ontstaan van fotodermatosen als bij de therapie van bepaalde huidziekten. Vooral de golflengten in het elektromagnetische stralingsspectrum van 280-400 nm zijn van belang. De golflengten die worden aangeduid met ultraviolet A (UV-A) (315-400 nm) en ultraviolet B (UV-B) (280-315 nm) behoren hiertoe. UV-A en UV-B hebben een direct schadelijk effect op het collageen in de dermis. UV-B activeert proteïnasegenen, waardoor enzymen geproduceerd worden die degradatie van elastine en collageen in de dermis geven en dit effect wordt door UV-A versterkt.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

28. Immunodermatosen

In dit hoofdstuk worden enkele ernstige dermatosen besproken waarvan de pathogenese grotendeels berust op een stoornis in het immuunsysteem. Veelal zijn bij deze ziekten behalve de huid ook andere organen aangedaan. De belangrijkste immuunziekten waarbij de huid in het ziekteproces is betrokken, zijn opgesomd in tabel 28.1. Al deze ziekten vragen om verwijzing naar een dermatoloog voor diagnostiek en behandeling. Vaak zijn ook medebeoordeling en begeleiding door internist, reumatoloog of neuroloog nodig.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

29. Dermadromen

Talrijke functiestoornissen of ziekten van orgaansystemen (vooral interne organen) kunnen huidveranderingen tot gevolg hebben. Soms kan een specifieke dermatose de arts op het spoor brengen van orgaanlijden. De huidafwijking heeft dan als het ware een signaalfunctie: het complex van huidafwijking + orgaanziekte noemt men wel ‘dermadroom’.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

30. Genodermatosen

Genodermatosen zijn huidziekten waarbij erfelijke factoren centraal staan bij het tot expressie komen van de ziekte. In dit hoofdstuk gaat het om monogene aandoeningen. Er zijn ook huidziekten waarbij diverse erfelijke factoren naast (soms) onbekende prikkels beslissend zijn voor de mate en de vorm waarin zij tot uiting komen. Een voorbeeld daarvan is psoriasis. Deze ziekte lijkt zich als een erfelijke aandoening te presenteren en is waarschijnlijk polygeen bepaald. Ook de associatie tussen het erfelijk bepaalde HLA-weefselgroepensysteem en sommige huidziekten, zoals dermatitis herpetiformis, is hier een voorbeeld van.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

31. Afwijkingen van het mondslijmvlies

De mond is het terrein van verschillende medici. Huisarts, kno-arts, gastro-enteroloog, tandarts, kaakchirurg en dermatoloog, zij allen worden dagelijks met mondafwijkingen geconfronteerd. De dermatoloog ziet vooral afwijkingen die zowel op de huid als op de slijmvliezen gelokaliseerd zijn (zie tabel 31.1 en 31.2). De specifieke tong-, tandvlees- en lipafwijkingen worden hieronder besproken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

32. Zwangerschap en dermatosen

Tijdens de graviditeit kunnen verschillende soorten huidverschijnselen voorkomen:
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

33. Psychodermatologie

Psychodermatologie is het onderdeel van de dermatologie dat zich bezighoudt met psychologische factoren (emoties, stress) die, naast somatische factoren, van belang kunnen zijn bij het ontstaan, het verloop en de behandeling van huidziekten. De literatuur geeft aan dat psychologische factoren bij ten minste 40% van alle huidziekten een rol spelen. 25-33% van de patiënten zijn zo beperkt door hun huidziekte en de daaruit voortvloeiende psychologische barrières en belasting, dat zij hulp zoeken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

34. Pyodermieën

Pyodermieën zijn besmettelijke huidziekten die over het algemeen worden veroorzaakt door Staphylococcus aureus en/of Streptococcus pyogenes en die meestal, maar zeker niet altijd gepaard gaan met zichtbare pusvorming. Hierbij vermenigvuldigen zich de micro-organismen op de huid zonder dat er sprake is van een zichtbare pre-existente huidafwijking (primair). Indien de bacteriën zich in een tevoren bestaande niet-infectieuze huidlaesie nestelen (bijvoorbeeld eczeem), waarbij verergering van het ziektebeeld optreedt, wordt dit secundaire impetiginisatie genoemd. Men spreekt van een secundaire infectie als een primaire infectieuze huidaandoening (bijvoorbeeld herpes labialis) secundair verandert doordat deze geïnfecteerd raakt met streptokokken of stafylokokken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

35. Virale huidaandoeningen

Huidmanifestaties van virusinfecties (tabel 35.1) kunnen ontstaan door:
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

36. Schimmelziekten en verwante huidinfecties

De meeste schimmels en gisten breken plantaardig materiaal af. Toch leven er ook schimmels bij de mens op de huid, ze gebruiken keratine als voedingsstof. Deze schimmels heten ‘dermatofyten’: in de huid groeiende planten. Gisten zijn bekend van het laten rijzen van brood en andere worden gebruikt bij de productie van bier. Maar ook daarvan zijn er soorten die op of in de mens groeien. De bekendste zijn Candida en Malassezia, die infecties van de huid en de slijmvliezen kunnen veroorzaken. Gisten die bij de mens voorkomen, gebruiken suiker of vet als voedingsbron.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

37. Epizoönosen

Epizoönosen zijn huidziekten die worden veroorzaakt door dierlijke parasieten die hun voedsel op of in de huid zoeken. Al deze ectoparasieten (parasieten die op de buitenkant van een ander organisme leven) behoren tot de Arthropoda (geleedpotigen). De belangrijkste vertegenwoordigers hiervan voor de mens zijn weergegeven in tabel 37.1.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

38. Huidaandoeningen op de kinderleeftijd

De huid van een kind verschilt niet veel van die van een volwassene. Hooguit hebben zij een minder dikke hoornlaag dan volwassenen. Ook de barrièrefunctie van de huid is bij kinderen vrijwel gelijk aan die bij volwassenen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

39. Huidaandoeningen op oudere leeftijd

Veroudering van de huid wordt veroorzaakt door intrinsieke en extrinsieke invloeden. In tabel 39.1 wordt een globaal overzicht gegeven van de bij ouderen meest voorkomende huidaandoeningen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

40. Cosmetische dermatologie

In de cosmetische dermatologie speelt de bestrijding van het ouder worden van de huid een grote rol. Een jong uitziende huid op oude leeftijd is maar weinigen gegund. Jonge mensen zien er graag goed uit en daarbij hoort momenteel het zorgen voor een bruin kleurtje door middel van de zon (of bruiningsapparatuur). Dat betekent dat zij op oudere leeftijd met meer rimpels te maken krijgen, dit is voor jonge mensen echter in het algemeen geen reden om het zonnen te laten. Meestal begint men zich daar pas zorgen over te maken na de leeftijd van 35-40 jaar.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

41. Seksueel overdraagbare aandoeningen

Onder seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) verstaat men infecties die seksueel kunnen worden overgebracht door middel van huid- en/of slijmvliescontact. Men spreekt ook wel van seksueel overdraagbare infecties (SOI), in analogie met sexual transmitted infections (STI) in de Angelsaksische literatuur. De belangrijkste ziektebeelden die tot deze aandoeningen worden gerekend, zijn weergegeven in tabel 41.1.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, Th.M. Starink, H.E. van der Horst

Nawerk

Meer informatie