Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft een uitgebreid en praktisch overzicht van de dermatologie en venereologie. Het is daardoor zeer geschikt als leerboek voor studenten geneeskunde. Daarnaast helpt het medici snel een differentiële diagnose te stellen en een indruk te krijgen van de therapeutische mogelijkheden. Dankzij het uitgebreide register is het boek ook geschikt als naslagwerk.
Dermatovenereologie voor de eerste lijn is systematisch opgebouwd. Bij de besproken huidziekten (hieronder vallen met name de veel voorkomende) worden achtereenvolgens systematisch het klinisch beeld, het voorkomen, de pathofysiologie, de diagnostiek, de behandeling en eventueel het beloop en het moment van doorverwijzen aan de orde. Er zijn hoofdstukken over bijzondere aandachtsgebieden als psychodermatologie en fotodermatologie, en er is speciale aandacht voor dermatosen die voorkomen bij mensen in een bepaalde levensfase, zoals zwangere vrouwen, ouderen en kinderen.
Deze tiende druk is helemaal geactualiseerd, met name op het gebied van urticaria, zwangerschapsdermatosen en psychodermatologie. Om aan de behoefte van Vlaamse artsen en studenten tegemoet te komen, is het boek ook vanuit Belgisch oogpunt becommentarieerd en is alle medicatie ook op de Belgische situatie afgestemd. De ruim 750 klinische foto's maken het gemakkelijker om een definitieve diagnose te stellen aan de hand van de morfologische en topografische kenmerken van een huidaandoening.
Het boek is geschreven en geredigeerd door:dr. J.H. Sillevis Smittdr. J.J.E. van Everdingenprof. dr. H.E. van der Horstdrs. M.V. Starink dr. M. Wintzen prof. dr. J. Lambert

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Bouw en functie van de huid

Samenvatting
Dit hoofdstuk bespreekt de weefsels en cellen waaruit de huid is opgebouwd en in samenhang daarmee de functies die de huid vervult. Besproken en getoond worden de epidermis, opgebouwd uit keratinocyten, melanocyten, Langerhans-cellen en Merkel-cellen, de basale membraan, de adnexen (haren, talg en zweetklieren), de dermis en de subcutis. De kennis van de basis die in dit hoofdstuk gelegd is, helpt bij het begrijpen van de belangrijke rol van de huid en van de pathologie die in de huid waarneembaar kan zijn.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

2. Anamnese en dermatologische inspectie

Samenvatting
De pijlers voor het stellen van een dermatologische diagnose zijn de anamnese en het lichamelijk onderzoek. Dat laatste omvat een inspectie van de (gehele) huid, haren, nagels en aangrenzende slijmvliezen; aanvullend kan palpatie plaatsvinden. Soms is aanvullend (laboratorium)onderzoek nodig. Ingegaan wordt op de indelingsproblematiek van huidafwijkingen en op diagnostische hulpmiddelen. De talrijke kenmerken van huidafwijkingen worden besproken en met afbeeldingen verhelderd.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

3. Aanvullend onderzoek

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden aanvullende, specifiek dermatologische onderzoeksmethoden besproken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen onderzoek dat de huisarts kan uitvoeren en onderzoek dat door de dermatoloog kan worden ingezet. Huisarts: klinisch-chemisch en hematologisch bloedonderzoek, serologisch onderzoek, bacteriologisch onderzoek, mycologisch onderzoek in de vorm van een KOH-preparaat, onderzoek met de Wood-lamp bij bepaalde schimmelinfecties, bacteriële infecties en pigmentstoornissen en dermatoscopisch onderzoek. Dermatoloog: teledermatologisch consult, overig mycologisch onderzoek (kweken), histopathologisch onderzoek, immunofluorescentieonderzoek, overig microscopisch onderzoek, vaatonderzoek en allergologisch onderzoek.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

4. Het voorkomen van huidaandoeningen

Samenvatting
Huidaandoeningen vormen een substantieel deel (ruim 14%) van het probleemaanbod op het spreekuur van de huisarts. Dit hoofdstuk geeft cijfers over de incidentie en prevalentie van aan huisarts en dermatoloog gepresenteerde huidklachten en -aandoeningen. Het bevat voorts gegevens over chroniciteit van huidaandoeningen, de ervaren ziektelast en gaat ten slotte in op diagnostische en behandelingsmogelijkheden die de huisarts ter beschikking staan.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

5. Dermatotherapie

Samenvatting
Orale/parenterale therapie wordt steeds belangrijker in de behandeling van huidaandoeningen, hoewel op die manier toegepaste geneesmiddelen meer bijwerkingen kennen. De verschillende vormen van dermatotherapie worden in dit hoofdstuk genoemd, uitgebreidere bespreking ervan vindt plaats in de hoofdstukken die dieper ingaan op de aandoeningen waarbij ze kunnen worden ingezet. Dit hoofdstuk richt zich met name op de lokaal toegepaste dermatotherapieën. Deze worden onderverdeeld in indifferente therapieën: de toepassingsmogelijkheden van de belangrijkste grondstoffen worden besproken, en differente geneesmiddelen, te weten: antibacteriële middelen, antimycotica, antiparasitica, antivirale middelen, antihistaminica, antihyperhidrotica, antipruritica, corticosteroïden, calcineurineremmers, keratolitica, teerpreparaten en zonwerende middelen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

6. Erythemateuze dermatosen

Samenvatting
Erytheem is wegdrukbare roodheid van de huid. Het is vaak een eerste verschijnsel bij veel dermatosen. Een erytheem is in principe vluchtig. Indien het langere tijd blijft bestaan (erythema perstans), berust dit over het algemeen niet op hyperemie, maar op een lichte vorm van vasculitis. De intensiteit en de vorm van het erytheem hangen af van een aantal factoren, die slechts ten dele bekend zijn. We onderscheiden en bespreken gelokaliseerde erythemen (erythema palmare, roodheid van het gelaat, winterhanden en -voeten, fenomeen en ziekte van Raynaud), annulaire, gegyreerde en reticulaire erythemen (erythema migrans, cutis marmorata, livedo racemosa) en gegeneraliseerde erythemen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

7. Erytrodermie

Samenvatting
Erytrodermie (letterlijk: rode huid) is een ziektebeeld waarbij ten minste 90% van de huid diffuus rood is. Er kan schilfering direct aanwezig zijn of na 2-6 dagen ontstaan. Het niet naar behoren functioneren van de huid zorgt voor ernstige complicaties en maakt erytrodermie een ernstige ziekte die, mede afhankelijk van de onderliggende aandoening, soms fataal afloopt. Erytrodermie is eigenlijk altijd een secundair proces, ofwel als uiting van een systeemziekte zoals een lymfoom, ofwel als uitbreiding van een congenitale of verworven huidaandoening.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

8. Psoriasis en andere erythematosquameuze dermatosen

Samenvatting
Erythemato(papulo)squameuze dermatosen zijn te verdelen in essentieel en facultatief erythemato(papulo)squameuze huidziekten. In dit hoofdstuk worden de essentieel erythematosquameuze dermatosen, dat zijn de huidaandoeningen waarbij roodheid en schilfering obligaat zijn, besproken. In woord en beeld wordt eerst uitgebreid ingegaan op psoriasis vulgaris en andere psoriasisvarianten. Daarna worden aandoeningen besproken die op psoriasis lijken en er soms mee verward worden: pityriasis lichenoides, parapsoriasis en plaques, pityriasis rosea, seborroïsch eczeem en pityriasis capitis.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

9. Eczemateuze dermatosen

Samenvatting
Verschillende indelingen van eczeem zijn mogelijk, maar geen ervan voldoet in alle opzichten. In dit hoofdstuk komen de diverse vormen van eczeem in volgorde van frequentie aan de orde. Het betreft hier: contacteczeem, allergisch contacteczeem, ortho-ergisch contacteczeem, beroepseczeem, luiereczeem, atopisch (constitutioneel) eczeem, acrovesiculeus (dyshidrotisch) eczeem, tylotisch (hyperkeratotisch) eczeem, nummulair eczeem, kokkogeen eczeem, hypostatisch eczeem, craquelé-eczeem en juveniele plantaire dermatose. Kloven worden hier besproken omdat ze nogal eens voorkomen bij eczeemvarianten. Bij elke vorm van eczeem wordt specifiek ingegaan op het klinische beeld, het voorkomen, de pathofysiologie, de diagnostiek en de therapie.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

10. Jeuk

Samenvatting
Jeuk is een onaangename huidsensatie die tijdelijk verlicht wordt door wrijven of krabben. De prikkeldrempel voor jeuk is sterk individueel bepaald. Veel huidziekten gaan in meer of mindere mate gepaard met jeuk. Er wordt onderscheid gemaakt tussen pruritus (jeuk zonder dat er in eerste instantie iets te zien is aan de huid) en prurigo (papuleuze dermatosen waarbij jeuk kenmerkend is). In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen gegeneraliseerde en gelokaliseerde pruritus, omdat beleid en verder onderzoek bij beide vormen sterk uiteenlopen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

11. Papuleuze dermatosen

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen alleen die dermatosen ter sprake waarbij de papel de enige of de belangrijkste efflorescentie is. De papuleuze dermatosen worden histopathologisch ingedeeld in epidermale, dermale en gemengd epidermo-dermale laesies. In de klinische praktijk is het soms handig om papels nader te omschrijven naar hun vorm in bolrond (prurigo (bijna alle vormen), granuloma annulare, piëzogene papel), bolrond met delle, hemisferisch, vlak (prurigo circumscripta, lichen planus), spits (prurigo infantum), gesteeld en papillomateus (lichen ruber verrucosus). In de dagelijkse praktijk is een indeling van prurigo naar oorzaak het meest relevant (prurigo (simplex) parasitaria, prurigo (simplex) non-parasitaria, prurigo solaris, prurigo gravidarum, prurigo circumscripta, prurigo nodularis).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

12. Urticaria

Samenvatting
Urticaria (ook wel galbulten of netelroos) is een vasculair reactiepatroon dat zich uit in plotseling optredende en meestal in korte tijd (enkele uren) weer spontaan verdwijnende, vaak jeukende kwaddels (urticae). Urticaria kan ook voorkomen in het kader van een anafylactische reactie, waarvan de verschijnselen zo heftig kunnen zijn, dat het leven wordt bedreigd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen acute en chronische urticaria (chronische spontane en chronisch induceerbare urticaria). Een apart ziektebeeld is cutane mastocytose, waarvan de bekendste variant urticaria pigmentosa is. Bij deze ziekte bestaat een toename van mestcellen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

13. Nod(ul)euze dermatosen

Samenvatting
Een nodus is een circumscripte palpabele weerstand in de cutis of subcutis gelegen, al dan niet boven de huid verheven, > 1 cm, over het algemeen genezend met littekenvorming. Als de laesie < 1 cm is, spreekt men van een nodulus. Het anatomische substraat van nodeuze afwijkingen kan zeer verschillend zijn. Wanneer er cel- of weefselvermeerdering is, spreekt men van een tumor. Wanneer de celophoping op een ontsteking berust, spreekt men van infiltraat. De belangrijkste huidziekten waarbij nodi en noduli voorkomen, zijn naar pathologisch-anatomisch substraat ingedeeld. Erythema nodosum, lepra, leishmaniasis en necrobiosis lipoidica worden in dit hoofdstuk behandeld.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

14. Benigne huidtumoren

Samenvatting
Benigne tumoren kunnen zich morfologisch op verschillende manieren presenteren: als papel, nodulus, nodus, tuber, tumor of ulcus. In de bespreking van de diverse tumoren is de huidlaag waaruit ze voortkomen bepalend. Achtereenvolgens komen aan de orde tumoren voortkomend uit keratinocyten en adnexen, tumoren uitgaande van pigmentcellen, tumoren uitgaande fibroblasten, tumoren uitgaande van endotheel, tumoren uitgaande van andere dermale cellen en tumoren van het vetweefsel.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

15. Premaligne en maligne huidtumoren

Samenvatting
Premaligne dermatosen kunnen ontaarden in maligniteiten, maar doen dit lang niet altijd. Maligne huidtumoren ontstaan uit huidcellen die zich ongeremd delen, het omgevende weefsel infiltreren en soms vernietigen en al of niet kunnen uitzaaien. In de pathogenese van veel maligne tumoren van de huid is ultraviolette straling een van de belangrijkste carcinogene factoren. In dit hoofdstuk komen de volgende premaligne dermatosen aan de orde: keratosis actinica (keratosis senilis), cornu cutaneum, leukoplakie, lichen sclerosus (et atrophicus), ulcus cruris, litteken, naevus pigmentosus et pilosus, congenitale naevi. Familiaire syndromen met kans op maligne huidtumoren worden besproken, evenals de maligne huidtumoren zijn: plaveiselcelcarcinoom, lentigo maligna, basocellulair carcinoom, ziekte van Paget, melanoom, cutane lymfomen en kaposisarcoom.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

16. Vesiculobulleuze dermatosen

Samenvatting
Een vesicula (blaasje) is een zichtbare intra-epidermale holte, kleiner dan 1 cm, gevuld met helder vocht. Een blaasje dat groter is dan 1 cm wordt bulla (blaar) genoemd. In dit hoofdstuk komen bulleuze aandoeningen aan de orde die getriggerd worden door exogene factoren. Dit zijn: tweedegraadsbrandwonden, erythema exsudativum multiforme minor en major, toxische epidermale necrolyse en staphylococcal scalded skin syndrome. De overige blaarziekten komen bij auto-immuunziekten en genetische aandoeningen aan bod.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

17. Pustuleuze dermatosen

Samenvatting
Een pustula is een blaasje gevuld met purulent, al of niet steriel vocht. Een pustel droogt in tot een geelbruine korst (crusta). Bij loslaten van de crusta ontstaat een collerette (schilferkraagje). Veelal is er een infectieus agens. Pustels maken over het algemeen deel uit van een grote diversiteit aan huidziekten die al in andere hoofdstukken aan de orde komen. In dit hoofdstuk bespreken we hot tub folliculitis (ook wel whirlpool-dermatitis of jacuzzi-dermatitis genoemd), agens: Pseudomonas aeruginosa, en acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), agens: geneesmiddelen of infecties.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

18. Ulcus cruris, decubitus en andere ulcereuze dermatosen

Samenvatting
Een ulcus is een defect van de huid tot in de dermis of subcutis, zonder of met geringe genezingstendens, ontstaan na voorafgaande huidverandering. Een ulcus kan allerlei oorzaken hebben. Wij bespreken in dit hoofdstuk het ulcus cruris, het decubitusulcus en het ulcus dat optreedt bij diabetes mellitus. Een ulcus cruris kan het gevolg zijn van veneuze, arteriële, lymfatische en microcirculatiestoornissen. Er wordt nader ingegaan op therapievormen bij veel voorkomende vormen van veneuze insufficiëntie.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

19. Folliculosen waaronder acne vulgaris

Samenvatting
In de follikels kunnen zich naast infecties ook keratotische of cysteuze veranderingen voordoen. Enkele afwijkingen aan follikels en talgklieren (folliculosen) worden niet hier maar in andere hoofdstukken besproken. Hier komen acnevarianten, demodexfolliculitis, rosacea en dermatitis perioralis, chemische folliculitis en de follikelcysten aan de orde.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

20. Trichosen

Samenvatting
Onder trichosen verstaat men aandoeningen en afwijkingen van de haren. Men kan een onderscheid maken in trichosen die gepaard gaan met verminderde, vermeerderde of abnormale beharing. We bepreken eerst de meest voorkomende oorzaken van haarverlies: alopecia androgenetica, telogeen effluvium en alopecia areata. Dat rijtje sluiten we af met een veel zeldzamere, maar niet onbelangrijke vorm van trichotillomanie. Toegenomen beharing is vooral voor vrouwen een ongewenst fenomeen. Wij onderscheiden hypertrichose en hirsutisme. Ten slotte noemen we nog enkele haarziekten die resulteren in abnormale haren.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

21. Onychosen

Samenvatting
Onder de term onychosen verstaat men afwijkingen van de nagel en het nagelbed. Nagelafwijkingen komen zeer veel voor. Soms brengen ze ons op het spoor van elders gelokaliseerde ziektebeelden. Nagelafwijkingen kunnen verworven of aangeboren en al of niet beperkt tot het nagelbed zijn. Ook kunnen ze bij specifieke huid- of systeemziekten voorkomen. Dergelijke afwijkingen worden besproken in de hoofdstukken die over die ziekten handelen. Dit hoofdstuk beperkt zich tot bespreking van de ingegroeide nagel (unguis incarnatus). De aangeboren onychosen, die zeer zeldzaam zijn, worden in dit boek niet verder besproken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

22. Hidrosen

Samenvatting
Hidrosen zijn afwijkingen van de eccriene of apocriene zweetklieren. Zweetklieractiviteit wordt bepaald door emotionele, thermische en gustatoire factoren. De meest voorkomende afwijking van de eccriene zweetklier is hyperhidrose. In de tropen is miliaria een zeer frequente aandoening. Over deze twee afwijkingen handelt dit hoofdstuk.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

23. Keratosen

Samenvatting
Een keratose is een zichtbare verdikking van het stratum corneum. (Hyper)keratose komt als onderdeel van een dermatose veel voor. Daarnaast zijn er dermatosen die vrijwel volledig opgebouwd zijn uit hyperkeratose; hierbij is de keratose dan ook vaak gezichtsbepalend. Deze keratosen komen aan de orde in de hoofdstukken die aan betreffende dermatosen zijn gewijd. In dit hoofdstuk worden de volgende keratosen besproken: callus, clavus en keratosis palmoplantaris.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

24. Dyschromieën

Samenvatting
Huidverkleuringen die niet het gevolg zijn van vaatverwijding worden dyschromieën genoemd. In dit hoofdstuk worden alleen de door melanine bepaalde dyschromieën besproken en bijvoorbeeld niet de verkleuring van de huid door caroteen, bilirubine enzovoort. Bij hyperpigmentatie door melanine spreekt men ook wel van hypermelanosis. De vormen van hypermelanosis die in dit hoofdstuk worden besproken, zijn: epheliden (sproeten), café-au-laitvlekken, lentigo simplex (lentigo juvenilis, tache de beauté), lentigo solaris (lentigo senilis, levervlekken), naevus spilus, mongolenvlek, blue naevus (naevus caeruleus), melasma (chloasma), naevus van Becker en postinflammatoire hyperpigmentatie. Bij hypopigmentatie spreekt men ook wel van hypomelanosis en bij depigmentatie van amelanosis. Ter sprake komen: vitiligo, pityriasis alba, postinflammatoire hypopigmentatie en progressieve maculaire hypomelanose.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

25. Purpura

Samenvatting
Purpura (bloeduitstorting) is een verkleuring van de huid die berust op extravasatie van erytrocyten. In de praktijk wordt de term meestal gebruikt bij kleinere, vaak puntvormige bloedingen. Bij onderzoek is het belangrijk een vasculitis uit te sluiten. Purpurae kunnen naar oorzaak worden ingedeeld in intravasculaire, vasculaire en extravasculaire purpura. Hier komen alleen purpura senilis en purpura bij kindermishandeling aan de orde.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

26. Geneesmiddelenerupties

Samenvatting
Onder geneesmiddelenerupties verstaan we alle ongewenste huid- en slijmvliesreacties op geneesmiddelen. De meeste geneesmiddelen hebben bijwerkingen. Maximaal 20% daarvan betreft huidverschijnselen. Ook aan geneesmiddelen toegevoegde additiva (bijvoorbeeld kleurstoffen, conserveringsmiddelen) kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van een huideruptie. De huidverschijnselen kunnen sterk variëren. De eruptie is meestal erythemateus, erythematopapuleus of erythematopapulosquameus. In zeldzame gevallen treden andere huidverschijnselen op, zoals een fixed drug eruption. De diagnostiek is vaak lastig omdat de patiënt meer geneesmiddelen tegelijk gebruikt of achtereenvolgens heeft gebruikt. Ook kan het moeilijk zijn om uit te maken of de eruptie wordt veroorzaakt door een geneesmiddel, of een uiting is van een ziekte waaraan de patiënt lijdt.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

27. Fotodermatologie

Samenvatting
Licht speelt in de dermatologie een belangrijke rol bij het ontstaan van fotodermatosen en bij de therapie van bepaalde huidziekten. UV-A en UV-B hebben een direct schadelijk effect op het collageen in de dermis. UV-B activeert proteïnasegenen, waardoor enzymen geproduceerd worden die degradatie van elastine en collageen in de dermis geven en dit effect wordt door UV-A versterkt. Er wordt een onderscheid in verschillende huidtypen (I-VI) gemaakt op basis van de reactie op zonlicht. In dit hoofdstuk worden de volgende verschijnselen besproken: zonnebrand (dermatitis solaris), versneld verouderen van de huid, premaligne en maligne degeneratie, fototoxische reacties, fotoallergisch contacteczeem, chronische polymorfe lichteruptie, solaire urticaria, albinisme, porfyrieën en xeroderma pigmentosum. De laatste twee paragrafen handelen over fototherapie en fotochemotherapie.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

28. Immunodermatosen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden enkele ernstige dermatosen besproken waarvan de pathogenese grotendeels berust op een stoornis in het immuunsysteem. Veelal zijn bij deze ziekten naast de huid ook andere organen aangedaan. De belangrijkste immuunziekten waarbij de huid een centrale positie heeft in het ziekteproces of waarbij een huidafwijking de eerste of meest zichtbare presentatie is, worden hier besproken. Het gaat om: lupus erythematodes, pemphigus, bulleus pemfigoïd, dermatitis herpetiformis, sclerodermie, vasculitis allergica en dermatomyositis. Bij vermoeden van een van deze aandoeningen is verwijzing naar een dermatoloog voor diagnostiek en behandeling noodzakelijk.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

29. Dermadromen

Samenvatting
Soms kan een specifieke dermatose de arts op het spoor brengen van orgaanlijden. De huidafwijking heeft dan als het ware een signaalfunctie: het complex van huidafwijking + orgaanziekte noemt men dermadroom. In dit hoofdstuk wordt de samenhang tussen de huid en interne processen systematisch beschreven voor de volgende groepen aandoeningen, deficiëntieziekten, metabole en endocriene stoornissen, erfelijke syndromen, maligniteiten, immunologische stoornissen en infectieziekten.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

30. Genodermatosen

Samenvatting
Genodermatosen zijn huidziekten waarbij erfelijke factoren centraal staan bij het tot expressie komen van de ziekte. In dit hoofdstuk gaat het om monogene aandoeningen die geheel of grotendeels tot de huid beperkt zijn: ichthyose, epidermolysis bullosa, dyskeratosis follicularis (ziekte van Darier) en pemphigus benignus familiaris chronicus (ziekte van Hailey en Hailey).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

31. Afwijkingen van het mondslijmvlies

Samenvatting
De mond is het terrein waar verschillende medici specifieke expertise hebben die met hun vakgebied samenhangen. Dat kan er toe leiden dat een huisarts de ene keer iemand naar een KNO-arts verwijst en de andere keer naar een kaakchirurg of dermatoloog. De dermatoloog ziet vooral afwijkingen die zowel op de huid als op de slijmvliezen gelokaliseerd zijn. In dit hoofdstuk bespreken wij diverse tong-, tandvlees- en lipafwijkingen. Tongafwijkingen: lingua geographica, lingua fissurata, lingua villosa, atrofische glossitis, leukoplakie, tongcarcinoom. Tandvleesafwijkingen: gingivitis, parodontitis. Mondslijmvliesafwijkingen: epulis, aften. Lipafwijkingen: anguli infectiosi, cheilitis.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

32. Zwangerschap en dermatosen

Samenvatting
Tijdens de graviditeit kunnen verschillende soorten huidverschijnselen en -aandoeningen voorkomen. We bespreken hier fysiologische huidveranderingen (hyperpigmentatie, versterkte beharing, striae, vasculaire veranderingen) en huidziekten die vrijwel alleen tijdens een zwangerschap voorkomen (intrahepatische cholestase van de zwangerschap, pemfigoïd gestationis, atopische zwangerschapsuitslag, polymorfe eruptie van de zwangerschap (PEP)). Reeds bestaande huiderupties kunnen door graviditeit worden beïnvloed. Van dergelijke aandoeningen bespreken we hier alleen molluscum gravidarum.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

33. Psychodermatologie

Samenvatting
Psychodermatologie houdt zich bezig met psychiatrische en psychologische factoren (emoties, stress) die, naast somatische factoren, van belang kunnen zijn bij het ontstaan, het beloop en de behandeling van huidziekten. Men gaat ervan uit dat psychologische factoren bij ten minste 40% van alle huidziekten een rol spelen. De psychodermatologie onderscheidt: patiënten die zich melden met een huidaandoening maar primair een psychiatrische stoornis hebben; patiënten die als gevolg van een chronische huidaandoening psychiatrische stoornissen of psychologische problemen ontwikkelen; patiënten met psychologische problemen die ontstaan, beloop en behandeling van huidaandoeningen beïnvloeden. Op ieder van deze drie typen patiënten wordt nader ingegaan. Infestatiewaan, dermatitis artefeacta en morfodysfore stoornis zijn aandoeningen die hier specifiek worden besproken. Voor andere aandoeningen wordt verwezen naar de desbetreffende hoofdstukken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

34. Pyodermieën

Samenvatting
Met pyodermieën, letterlijk pusvomende huidziekten, worden meestal alleen de huidziekten bedoeld die worden veroorzaakt door Staphylococcus aureus en/of Streptococcus pyogenes. Bij pyodermieën vermenigvuldigen de micro-organismen zich op en in de huid zonder dat er sprake is van een zichtbare pre-existente huidafwijking (primair). De furunkel, het paronychia, de erysipelas en de necrotiserende fasciitis worden tot de diepe huidinfecties gerekend. De meest voorkomende pyodermieën zijn: folliculitis, furunkel/furunculose, paronychia, impetigo vulgaris en erysipelas. Deze zullen in dit hoofdstuk worden besproken. Ook zullen de pseudofolliculitis (overigens geen pyodermie) en de levensgevaarlijke necrotiserende fasciitis aan de orde komen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

35. Virale huidaandoeningen

Samenvatting
Virale huidaandoeningen kunnen ontstaan door directe inoculatie van het virus van buitenaf in het huidoppervlak of door verspreiding van het virus van binnenuit, via de bloedbaan of via de zenuwcellen. In dit hoofdstuk bespreken we mollusca contagiosa, herpesinfecties, HPV-infecties en de virale exanthemen.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

36. Schimmelziekten en verwante huidinfecties

Samenvatting
Schimmelinfecties (mycosen) komen zowel bij gezonde mensen als bij mensen met een systeemziekte frequent voor en kunnen allerlei huid- en slijmvliesafwijkingen geven. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan bod dermatomycosen (veroorzaakt door dermatofyten), malassezia-infecties en candidiasis. Ten slotte bespreken wij enkele bacteriële infecties die op mycosen lijken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

37. Epizoönosen

Samenvatting
Epizoönosen zijn huidziekten die worden veroorzaakt door dierlijke parasieten die hun voedsel op of in de huid zoeken. Al deze ectoparasieten behoren tot de Arthropoda (geleedpotigen). De belangrijkste aandoeningen die deze ectoparasieten bij de mens veroorzaken, worden in dit hoofdstuk besproken. Het betreft: scabiës (schurft), prurigo parasitaria, demodicidosis, pediculosis capitis, pediculosis vestimenti en pediculosis pubis.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

38. Huidaandoeningen op de kinderleeftijd

Samenvatting
De huid van een kind heeft pas rond het derde levensjaar een barrièrefunctie die enigszins vergelijkbaar is met die van een volwassene, maar ook in de daarop volgende jaren zet de huidontwikkeling zich voort. Vanaf de geboorte maakt het immuunsysteem kennis met allerlei antigenen en leert zich daartegen te verweren. Bacteriële en virale infecties komen om die reden meer voor bij kinderen dan bij volwassenen. Ook schimmelinfecties van het behaarde hoofd komen bij kinderen veel vaker voor dan bij volwassenen. Veel huidaandoeningen die (ook) op de kinderleeftijd voorkomen, zijn al in andere hoofdstukken aan bod gekomen. In dit hoofdstuk worden nog besproken: het erythema toxicum neonatorum, dat specifiek is voor pasgeborenen, de ziekte van Kawasaki (waarbij vroege herkenning van groot belang kan zijn) en huidafwijkingen in het kader van kindermishandeling.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

39. Huidaandoeningen op oudere leeftijd

Samenvatting
Veroudering van de huid wordt veroorzaakt door intrinsieke en extrinsieke invloeden. In dit hoofdstuk wordt (kort) ingegaan op deze invloeden en hun gevolgen. Voor de meest voorkomende huidaandoeningen op oudere leeftijd wordt verwezen naar de desbetreffende hoofdstukken.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

40. Cosmetische dermatologie

Samenvatting
Waar de grens loopt tussen de reguliere dermatologie en de cosmetische dermatologie is moeilijk te zeggen, want bij veel aandoeningen speelt de cosmetiek mee en soms is dat zelfs het belangrijkste onderdeel van de behandeling. In dit hoofdstuk gaan we niet verder in op de huidaandoeningen waarbij cosmetiek een rol speelt, maar richten we ons op de belangrijkste behandelmethoden en -technieken die dermatologen en plastisch chirurgen kunnen toepassen om een mooie (‘jonge’) huid te verkrijgen, dan wel te behouden. Het betreft: dermabrasie, microdermabrasie, chemische peeling, laserresurfacing en andere lasereffecten, weefselaugmentatie (implantaten en fillers), botulinetoxine en dermatochirurgische correcties.
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

41. Seksueel overdraagbare aandoeningen

Samenvatting
Onder seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) verstaat men infecties die seksueel kunnen worden overgebracht door huid- en/of slijmvliescontact. Men spreekt ook wel van seksueel overdraagbare infecties (SOI). In dit hoofdstuk wordt eerst stilgestaan bij anamnese en lichamelijk en laboratoriumonderzoek bij soa’s. Daarna worden de belangrijkste ziektebeelden, gerangschikt naar mogelijke verwekker, besproken: bacteriële soa’s (chlamydia, gonorroe, syfilis, lymphogranuloma a venereum, granuloma inguinale, ulcus molle), virale soa’s (herpes genitalis, hiv, hepatitis A, B en C), soa’s door protozoa (trichomoniasis) en overige soa’s (niet-specifieke urethritis, PID, epididymitis, bacteriële vaginose, SARA).
J.H. Sillevis Smitt, J.J.E. van Everdingen, H.E. van der Horst, M.V. Starink, M. Wintzen, J. Lambert

Nawerk

Meer informatie

Extras