Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Wie mensen met dementie begeleidt, krijgt met veel uitdagingen te maken. Zoals het opvangen van mensen die worden opgenomen in een instelling. Zoals contact maken met ouderen die in de communicatie ernstig beperkt zijn, of door hun persoonlijkheid ‘anders dan gewone’ begeleiding nodig hebben. Zoals het voorkómen van spanning en agressief gedrag, en als het toch gebeurt zo goed mogelijk daarop inspelen. Zoals het omgaan met cliënten die hun situatie als uitzichtloos ervaren. Deze uitdagingen komen in dit boek aan bod, naast andere relevante onderwerpen met betrekking tot de dementiezorg in de praktijk.

Dit boek is geschreven voor professionals in de zorg voor mensen met dementie, die op zoek zijn naar antwoorden op vragen over uiteenlopende onderwerpen. Het biedt concrete handvatten voor onder meer verzorgenden en verpleegkundigen, activiteitenbegeleiders, sociaal-pedagogisch werkenden, casemanagers en maatschappelijk werkenden.

Ronald Geelen, psycholoog en gedragstherapeut, werkt bij Thebe in Breda en is dagelijks werkzaam in de ouderenzorg. Hij schrijft regelmatig in diverse vaktijdschriften. Recent publiceerde hij het boek ’10 x Thuiszorg, lastige situaties bij oudere cliënten.’ Eerder verschenen van zijn hand ‘Agressief gedrag bij dementie’ en ‘Dementie: verhalen & goede raad.’ Speciaal aanbevolen en aanvullend bij dit boek is Dementiezorg in de praktijk - deel 1; van Achterdocht tot Zwerfgedrag (eerder verschenen als ‘Praktijkboek dementiezorg; van Achterdocht tot Zwerfgedrag.’

De auteur is betrokken bij het Centrum voor Consultatie en Expertise, en de opleiding van beroepsgroepen werkzaam in de ouderenzorg.

Onderwerpen in dit boek zijn onder meer:

Aanpassingsproblemen

Agressie en ontregeld gedrag

Contact- en communicatiestoornissen

Schuldgevoelens

Zin geven en betekenis verlenen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Begeleiden is kijken, denken en doen

Samenvatting
Bij moeilijkheden in stemming of gedrag willen we soms dé oorzaak van het knelpunt zien, in de hoop daarmee dé oplossing te hebben. Dit ‘diagnose-behandelmodel’ werkt vaak bij gezonde, jongere mensen met veel reserves op uiteenlopend gebied. Een blaasontsteking geeft bijvoorbeeld tussen jongvolwassenen vergelijkbare symptomen. Maar bij oude en kwetsbare mensen zie je bij zo’n simpel euvel sterk uiteenlopende symptomen. Aan de ene persoon is niets te merken, de ander raakt claimend en prikkelbaar, een derde ziet soldaten voorbij marcheren. Meestal zijn er dan, naast die ontsteking, ook andere aandoeningen en kwetsbaarheden van invloed. Een enkel advies of een enkele interventie is dan niet meer toereikend. Met een combinatie van gezond verstand, betrokkenheid en vakkennis zijn wel stappen in de goede richting te zetten. Zo kunnen bijkomende nadelige gevolgen worden beperkt of voorkomen.
Ronald Geelen

2. Aanpassingsproblemen

Samenvatting
Er is geen levensloop zonder verandering. Het vermogen je zowel aan voor- als tegenspoed aan te passen is onmisbaar voor een leven in welbevinden. Verandering is onvermijdelijk, denk aan de volkswijsheid dat stilstaand water bederft. Een leven waarin niets nieuws plaats zou vinden lijkt niet aanlokkelijk.
Ronald Geelen

3. Contact- en communicatiestoornissen

Samenvatting
Behalve met de cliënt, krijgt de zorgverlener ook te maken met diens verwanten. De gezondheidsproblemen en achteruitgang van de cliënt zorgen bij hen voor onzekerheid en leed. Dat is onder meer te merken aan afwachtend gedrag of juist overmatige vragen aan zorgverleners. Ook tussen verwanten komen vaak spanningen voor, die soms het kookpunt bereiken wanneer de cliënt terminaal raakt. Hoe vinden zij na de opname van hun verwante hun weg binnen de instelling? En kunnen zij op een goede manier richting geven aan hun bezoek? Wat betreft de start van de zorgverlening, de opname, het verblijf en de terminale zorg worden in dit hoofdstuk uiteenlopende ervaringen en aandachtspunten beschreven. Het gaat daarbij niet om het verwerken van de aftakeling van de cliënt (begeleiding), maar om het zo goed mogelijk onderhouden van de dagelijkse contacten (begeleiden). Daarbij kan zowel het bieden van duidelijkheid als begrenzing nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer het gedrag van de verwante nadelig uitwerkt voor de zorgverlening en de sfeer op de afdeling.
Ronald Geelen

4. Eten en drinken

Samenvatting
Als pasgeborene zijn we volledig afhankelijk, bijvoorbeeld wat betreft het binnenkrijgen van genoeg vocht en voeding. Soms eindigen we op latere leeftijd in een vergelijkbare afhankelijkheid; dementie maakt het risico daarop groter. Bij het afwijzen van voedsel en vocht liggen uiteraard gezondheidsproblemen op de loer. Een slechte inname kan een signaal zijn dat de cliënt zich niet prettig voelt en iets mankeert. Dit is tevens vaak belastend voor verwanten en zorgverleners. In dit hoofdstuk komen de wetenswaardigheden rondom voeding en vochtinname aan bod. We gaan in op invloeden vanuit werkroutines en opvattingen, op omgevingsinvloeden en patronen in contact rondom eten en drinken. Naast aandachtspunten voor de begeleiding, bespreken we de behandelmogelijkheden. Met eenvoudige veranderingen is vaak veel winst te behalen, niet alleen wat betreft vocht- en voedselinname, maar ook wat betreft onderling contact en welbevinden. Net zoals het aanbieden van eten en drinken een teken van gastvrijheid is, geven betrokken begeleiders de nodige aandacht aan vocht en voeding.
Ronald Geelen

5. Familie begeleiden

Samenvatting
Behalve met de cliënt, krijgt de zorgverlener ook te maken met diens verwanten. De gezondheidsproblemen en achteruitgang van de cliënt zorgen bij hen voor onzekerheid en leed. Dat is onder meer te merken aan afwachtend gedrag of juist overmatige vragen aan zorgverleners. Ook tussen verwanten komen vaak spanningen voor, die soms het kookpunt bereiken wanneer de cliënt terminaal raakt. Hoe vinden zij na de opname van hun verwante hun weg binnen de instelling? En kunnen zij op een goede manier richting geven aan hun bezoek? Wat betreft de start van de zorgverlening, de opname, het verblijf en de terminale zorg worden in dit hoofdstuk uiteenlopende ervaringen en aandachtspunten beschreven. Het gaat daarbij niet om het verwerken van de aftakeling van de cliënt (begeleiding), maar om het zo goed mogelijk onderhouden van de dagelijkse contacten (begeleiden). Daarbij kan zowel het bieden van duidelijkheid als begrenzing nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer het gedrag van de verwante nadelig uitwerkt voor de zorgverlening en de sfeer op de afdeling.
Ronald Geelen

6. Minderwaardigheidsgevoelens en zelfoverschatting

Samenvatting
Wie ben ik eigenlijk? Wat kan ik? Hoe ben ik, in vergelijking met anderen? En mag ik er zijn? Het zijn vragen die iedereen zichzelf wel eens stelt. Sommigen zien zichzelf door een roze bril. Zij vertrouwen erop de dagelijkse en bijzondere uitdagingen aan te kunnen. Ook al is dat niet helemaal – of zelf helemaal niet – terecht. Anderen neigen tot zelfonderschatting, vanuit hun persoonlijke aard of bijvoorbeeld in reactie op ervaren achteruitgang. Zelfoverschatting en minderwaardigheidsgevoelens zijn twee kanten van dezelfde medaille: het gaat steeds om een onjuiste taxatie van de eigen mogelijkheden en eigenwaarde. Dementie maakt niet alleen inleven in de ander, maar ook het nadenken over jezelf moeilijker. Dit zijn beide heel complexe en kwetsbare menselijke vaardigheden en ze doen een beroep op het gehele brein. Van een beetje zelfoverschatting of overmatige bescheidenheid maken we meestal geen punt. De problematische kanten van (overmatig of verminderd) zelfvertrouwen vragen echter om verdere informatie en begeleiding.
Ronald Geelen

7. Pijn

Samenvatting
Pijn is volgens deskundigen het meest onderschatte en onderbehandelde probleemgebied bij dementie. Vergeleken met psychisch gezonde mensen krijgen personen met dementie bijvoorbeeld minder pijnstilling bij eenzelfde aandoening (zoals een heupfractuur, artrose of kanker). Nu komt ouderdom – en zeker ouderdom bij dementie – met fysieke gebreken. Soms ervaren mensen met dementie minder pijn; de pijnprikkel bereikt de hersenen dan niet. En als de cliënt wel pijn kan ervaren, kan de pijn soms minder begrijpelijk worden aangeven. Bij mensen met hersenschade komt soms ook een versterkte pijnbeleving voor, ook als daar lichamelijk gezien geen aanleiding voor aan te wijzen is. De zorgverlener moet daarom goed op de hoogte zijn van pijn en pijnsignalen. Daarnaast is gerichte observatie en hulp van een behandelaar noodzakelijk, zowel bij een vermoeden van pijn als bij duidelijk daarmee samenhangende problemen. In onderling overleg is vervolgens een overwogen en afgestemde omgang te bepalen voor de persoon met dit pijngedrag.
Ronald Geelen

8. Wilsbekwaamheid

Samenvatting
Het begeleiden van mensen met dementie gaat samen met vragen rondom wilsbekwaamheid. Waarin kan de cliënt nog zelf beslissen en zaken bepalen? Wat wil hij? En wil hij dat echt? Hoe onderbouw je dat? En wie geeft de doorslag als een zoon het heel anders ziet en de partner weer iets heel anders wenst? Stel dat de cliënt per se van de afdeling af wil, maar – eenmaal buiten – verdwaalt en in paniek raakt? Hoe ver ga je mee in wat de persoon wil? Kan hij de situatie eigenlijk nog overzien en daarin een redelijke beslissing nemen? Een vraag stellen blijkt vaak gemakkelijker dan hem beantwoorden. Een risico is dat je te veel voor de cliënt bepaalt, onnodige drang toepast of betuttelt. De andere valkuil is dat je de cliënt volgt, terwijl deze door diens ziekte, beperkingen of psychiatrische stoornis onvoldoende of niet meer kan oordelen. Kortom: je moet voorkomen dat de cliënt slachtoffer wordt van zijn mentale achteruitgang, fysiek onvermogen of psychiatrisch probleem. In dit hoofdstuk bespreken we relevante (juridische) begrippen en belangrijke aandachtspunten voor de begeleiding.
Ronald Geelen

9. Zin geven en betekenis verlenen

Samenvatting
Ondanks grote veranderingen vervolgen veel mensen hun weg in behoorlijk welbevinden; dat aanpassingsvermogen dwingt respect af. Soms geeft een verandering echter tijdelijk stress en aanpassingsproblemen. Cliënten kunnen dan worstelen met uiteenlopende vragen die niet zomaar te beantwoorden zijn. (Het gaat hier om andere problemen dan de onzekerheid en angstige ervaringen die voortvloeien uit het verlies van de greep op de realiteit; in die gevallen geef je de nodige informatie en anders troost en afleiding.) Bij het begrip zingeving denken we soms aan grootse en fundamentele vragen van het leven. Maar hier vatten we het ruimer en praktischer op, als de figuurlijke bril waarmee we naar onszelf en de wereld om ons heen kijken. Wat wordt uitvergroot, wat wordt er juist uitgefilterd? Soms gaat het om grote of zelfs grootse zaken, maar het kunnen ook ‘kleine’ dingen zijn die het hem doen. Dit hoofdstuk geeft een introductie over zingeving en betekenisverlening en vervolgt met aandachtspunten en tips voor de begeleiding. Het is zeker van toepassing op mensen met (beginnende tot matige) dementie, maar zal ook verwanten en zorgverleners inzichten bieden.
Ronald Geelen

10. Agressie en ontregeld gedrag: het Crisis Ontwikkelings Model (COM)

Samenvatting
Bij agressie en andere gedragsontregelingen is het nuttig een kader te hebben: wat te doen in welke situaties en bij welk cliëntgedrag? Bij iemand die compleet ‘over de rooie’ gaat zal een beroep op redelijkheid of onderhandelen bijvoorbeeld niet meer werken. Ook na een escalatie zijn maatregelen gepast (zoals geruststellen van getuigen), evenals een professionele afhandeling (zoals een melding). En dan zijn er nog de aandachtspunten en acties om in de toekomst ontregelen te voorkomen of de kans erop te verkleinen. In dit hoofdstuk volgt eerst uiteenlopende praktische informatie en advies over agressie bij dementie. Daarna bespreken we het Crisis Ontwikkelings Model, waarin uiteenlopende interventies in het begeleiden een plaats hebben. Het model laat eventuele blinde vlekken zien in het begeleidingsplan, geeft de begeleider inzicht in wat te doen en laten en helpt bij het richten van de observatie. Het model is overigens ook bruikbaar bij ander probleemgedrag (zoals emotionele ontregeling).
Ronald Geelen

11. Interactieproblemen bij uitgesproken persoonlijkheden

Samenvatting
Zowel in de zorg als in het dagelijks leven kom je mensen tegen met een uitgesproken persoonlijkheid. Mensen die vreemd en excentriek overkomen of die overmatig wantrouwend, gevoelloos berekenend of impulsief zijn, of juist angstig en mijdend. Iedereen heeft wel een of meer van dat soort kenmerkende eigenschappen. Het wordt pas een probleem als de gedragsneiging zo sterk is, dat anderen er stelselmatig last van hebben. Of als de persoon er zelf door vastloopt in contacten, werk of privéleven. We spreken dan van een uitgesproken persoonlijkheid (in de vakliteratuur wordt de term persoonlijkheidsstoornis gebruikt). In dit hoofdstuk wordt beschreven wat deze mensen bij jou kunnen oproepen en hoe je daar zo goed mogelijk mee kunt omgaan. De variaties in uitgesproken persoonlijkheden zijn gegroepeerd in drie hoofdgroepen: mensen met een achterdochtige, vreemde en/of excentrieke aanleg, personen die opvallen met theatraal, berekenend en/of impulsief gedrag en mensen bij wie vermijding en angst centraal staan. Maar eerst gaan we in op (on)gewone variaties in persoonlijkheid, relevante wetenswaardigheden, oorzaken en behandelmogelijkheden.
Ronald Geelen

12. Veilig werken

Samenvatting
Zorgverleners hebben vaak meer aandacht voor cliëntrisico’s, dan voor gevaren die zij zelf lopen. Toch ben je het aan jezelf en collega’s verplicht, om ook op de eigen veiligheid te letten en op de hoogte te zijn van de belangrijkste feiten daarover. Dit hoofdstuk behandelt daarom het veiligheidsbeleid in de organisatie. Elke sector en zorgbranche heeft bijvoorbeeld een eigen arbocatalogus, met daarin de rechten en plichten van werkgevers en werknemers. Het gebruik ervan is niet verplicht voor een organisatie, maar wordt wel sterk aangeraden. Wat zijn voorts de voorschriften voor de werkomgeving en hoe stel je zelf op wat dit betreft? Besproken wordt een methode voor het vergroten van de bewustwording binnen het team over veiligheid. Aan de hand van een voorbeeld wordt tevens de veiligheid bij huisbezoeken besproken. Het hoofdstuk sluit af met een bespreking van veiligheid onder collega’s: pesten op de werkvloer. Wat is pesten, hoe ga je ermee om als het jou of collega’s overkomt en wat is er wettelijk voor geregeld?
Ronald Geelen

Nawerk

Meer informatie