Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2016 | OriginalPaper | Hoofdstuk

20. Dementie

Auteur : Dr. J.A.H.R. Claassen

Gepubliceerd in: Inleiding in de gerontologie en geriatrie

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Als we zeggen dat iemand lijdt aan dementie (‘ontgeesting’), bedoelen we daarmee dat die persoon niet meer zelfstandig kan functioneren als gevolg van een hersenziekte. De term dementie zegt niets over de oorzaak van die hersenschade. Er is een sterk verband tussen veroudering en dementie, maar dementie is geen gevolg van normale veroudering.
Er zijn drie belangrijke criteria om een dementie vast te stellen. Er moeten (1) stoornissen in twee of meer cognitieve domeinen zijn die (2) ernstig interfereren met het dagelijks leven en die (3) worden veroorzaakt door beschadiging/ziekte van de hersenen. De ernst van de dementie kan worden uitgedrukt in stadia, waarvoor meerdere schalen in gebruik of in ontwikkeling zijn. De meest gebruikte schaal is de Clinical Dementia Rating (CDR) score.
Bij ouderen > 65 jaar wordt naar schatting 70% van alle gevallen van dementie veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer. De resterende 30% bestaat uit vasculaire dementie, dementie met lewylichaampjes, frontotemporaalkwabdementie (FTD) en dementie door de ziekte van Parkinson.
Op dit moment zijn er nog geen effectieve geneesmiddelen bekend voor dementie. Wel zijn er sterke aanwijzingen dat beïnvloedbare factoren zoals voedingspatroon, lichaamsbeweging en opleiding de kans op het ontwikkelen van dementie kunnen verkleinen.
Metagegevens
Titel
Dementie
Auteur
Dr. J.A.H.R. Claassen
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-0444-8_20