Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Cliënten en patiënten hebben recht op goede zorg en begeleiding van up-to-date geschoolde professionals. Goed uitgevoerde werkbegeleiding, toetsing en beoordeling helpen bij het opleiden én het behouden van vakmensen in zorg en welzijn. Naast het coachen van leerlingen/studenten (werkbegeleiding) is het steeds vaker een taak van professionals om collega’s te coachen en te toetsen en vervolgens te beoordelen op hun vaardigheden, bijvoorbeeld in het kader van de wet BIG: zijn ze nog voldoende bekwaam? Toetsen en beoordelen worden vaak als lastig ervaren. Het is daarom noodzakelijk om medewerkers toe te rusten om dit eerlijk en objectief te kunnen doen.
Dit boek biedt praktische handvatten in gespreks- en begeleidingsmethodieken, beoordelings- en toetsvormen. Het daagt de professional uit om kritisch naar zichzelf te kijken en de eigen valkuilen bij coaching, toetsen en beoordelen te herkennen. Het boek is te gebruiken als naslagwerk voor opleiders, voor training van werkbegeleiders, toetsers en beoordelaars (assessoren).
De praktijk van zorg, welzijn en onderwijs verandert voortdurend. Dat rechtvaardigt een actualisatie van dit boek over het opleiden van studenten en professionals. Thema’s die nieuw of aangepast zijn op basis van onderwijsvernieuwingen zijn praktijkleren en het werken vanuit leervragen. De WACKER-methode bij toetsen en beoordelen is uitgebreid met voorbereiding en afronding en heet nu de VROEG-WACKER-NU-methode. Begeleiden van volwassen studenten en zij-instromers komt voort uit een verandering van de arbeidsmarkt. Het is belangrijk om jongeren én ouderen te motiveren en te behouden voor het beroep. Daarom hebben de thema’s motivatie, oplossingsgericht begeleiden en praktische reflectiemethoden een plek gekregen in deze herziene versie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Beroepsgericht leren en begeleiden

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat beroepsgericht leren centraal. Op welke manier maakt de student zich kennis, vaardigheden en een juiste beroepshouding eigen op school en in de praktijk? We besteden aandacht aan de verschillende leerwegen in het mbo en de vormen van leren binnen het beroepsonderwijs waarin een steeds grotere rol door praktijkleren wordt ingenomen. Wie spelen een rol in de begeleiding van de student en wat is de rol van de werkbegeleider? Wat zijn de beste omstandigheden om te leren, hoe is het leer- en werkklimaat? Om een stage of leerwerkperiode goed vorm te geven, zijn er BPV-protocollen die de fasen beschrijven van een goede stage- of werkbegeleiding en wat er van elke partij wordt verwacht (student, school, leerbedrijf en SBB). Ten slotte volgt uitleg over de opzet van de kwalificatiedossiers, de basis van iedere mbo-opleiding.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

2. De werkbegeleider

Samenvatting
De werkbegeleider heeft een belangrijke rol binnen zorg- en welzijnsorganisaties. Hij helpt de student zich het vak eigen te maken en leert tegelijkertijd zelf hoe hij in de verschillende rollen van werkbegeleider het beste van zichzelf kan geven. In dit hoofdstuk staat beschreven wie de werkbegeleider is, wat de werkbegeleider doet en met welke rollen de werkbegeleider te maken heeft. Wanneer ben je een goede werkbegeleider? Welke kennis en begeleidingsvaardigheden heeft een werkbegeleider nodig? Wat is methodische werkbegeleiding en hoe pas je dit toe in de praktijk van alledag? Wat zijn de randvoorwaarden voor werkbegeleiding?
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

3. Introductie van de student

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het introduceren van een student in de organisatie, afdeling of groep. De eerste stap van een stage is ‘Matching en voorbereiding’. Hoe komt het eerste contact tot stand, wat is een introductiegesprek en hoe doe je dat? Welke informatie heeft een student nodig van de werkbegeleider en hoe zorg je voor goed gedoseerde en heldere informatie? De werkbeleider moet ook vaststellen wat een student al kan. Het POP & PAP van de student geven daar informatie over. Het is de verantwoordelijkheid van de student om leerdoelen en leervragen op te stellen en hierover te communiceren met de werkbegeleiders. Ook het onderwerp zelfsturing komt aan de orde, we beschrijven de stappen in het cyclisch proces van zelfsturing van de student. Kortom: in dit hoofdstuk lees je over de zaken die de werkbegeleider moet regelen als een student in de praktijk aan het werk gaat.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

4. Coaching

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over coaching van studenten. Welke competenties heeft een coach nodig in verschillende situaties? Hoe begeleid je studenten uit verschillende generaties? Er is aandacht voor motivatie: welke kanten zitten er aan en hoe kun je de motivatie van de student stimuleren? We bespreken de ‘leervoorkeuren van Ruijters’, de ‘leerstijlen van Kolb’ en de typen werkbegeleiders. De begeleidingsstijlen van de begeleider zijn gebaseerd op de ‘theorie van situationeel leidinggeven’ en zijn gekoppeld aan de verschillende typen werkbegeleider.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

5. Werkbegeleiden in de praktijk

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat in op de kunst van het werkbegeleiden. Hoe breng je het vak over op de student en op een nieuwe medewerker? De basis is een goed leerklimaat. We besteden aandacht aan de praktische vaardigheden die je als werkbegeleider inzet bij de begeleiding van de student, zoals gespreksvaardigheden en hoe je de student helpt bij reflecteren op haar handelen. In dit hoofdstuk staan richtlijnen voor het geven van demonstratie en instructie en het begeleiden bij het oefenen van een vaardigheid. Een van de belangrijkste taken van een werkbegeleider is het leerproces monitoren. Er is ook aandacht voor begeleiden van het aanleren van een goede beroepshouding, in de situatie dat een student alleen werkt (stand-aloneleren) en voor oplossingsgericht begeleiden bij het omgaan met problemen, zoals faalangst. Dit hoofdstuk correspondeert met het onderdeel Begeleiding van het BPV-protocol van SBB.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

6. Toetsen en beoordelen

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de begrippen toetsen en beoordelen en wat die betekenen voor het ontwikkelen van competenties. Beroepsgericht toetsen dwingt de opleiding om de weg naar de toetsen (oftewel het onderwijs) ook beroepsgericht in te richten. De praktijk heeft een belangrijke rol gekregen bij het opleiden en vervolgens bij het toetsen en beoordelen. Toetsing gaat over alle stappen die gezet worden in het toetsproces. Beoordelen is een van de vele stappen daarvan. Beoordelen moet volgens vaste regels gebeuren. In dit hoofdstuk besteden we daarom aandacht aan de gehele beoordelingscyclus. We geven praktische handvatten voor het beoordelen van verschillende toetsvormen, kwalificerend beoordelen met behulp van de VROEG WACKER NU-methode. We bespreken de kwaliteitseisen van toetsen en beoordelen. We gaan in op hoe je toetsangst kunt herkennen en wat je kunt doen om studenten met toetsangst te begeleiden. We sluiten af met de verschillende verantwoordelijkheden voor het toetsproces.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

7. De beoordelaar

Samenvatting
Beoordelen valt of staat met de kwaliteit van de beoordelaar. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van alle kwaliteiten die belangrijk zijn voor de beoordelaar, ook wel assessor genoemd. We gaan dieper in op wat de beoordelaar doet en op de afstemming tussen school en praktijk. De taken van de assessor zijn: het organiseren en beoordelen van examinering en het administreren van examenresultaten, zowel in de opleiding (school) als in de praktijk. We geven bruikbare handvatten om een beoordelingsgesprek goed te laten verlopen. Daarnaast beschrijven we hoe een beoordelingscyclus verloopt en welke gespreksvormen je daarbij kunt hanteren. En wat betekent een goede of een slechte beoordeling? De voorlaatste paragraaf gaat over de beoordeling van de student bij stand-aloneleren, over beoordelaarsfouten en bijbehorende adviezen om een goede beoordelaar te worden. Tot slot zijn er tips voor een goede afronding en einde van de stage.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

8. Training en toetsing van professionals in de praktijk

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat de lerende professional in de organisatie centraal: hoe verloopt de ontwikkeling van beginner tot bekwame en volleerde beroepskracht tot expert, hoe leert zij op de werkvloer en hoe houdt zij haar bekwaamheid op peil? Werkgevers zijn, naast de eigen verantwoordelijkheid van de medewerker zelf, ook verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan de deskundigheidsbevordering van hun medewerkers. Zij organiseren daarvoor scholingen, vaardigheidstrainingen en toetsen. Hoe ze dit kunnen doen, wordt uitgelegd in de paragrafen over het gebruik van een lesplan en vaardigheidstoetsing en de skillslabmethode. In de evaluatiefase van het skillslab gaan we ook in op het behalen van een bewijs van ‘aantoonbaar bekwaam’ waardoor de getoetste kan doorgaan met het in de praktijk uitvoeren van een vaardigheid. De mogelijkheden om de kwaliteit van de scholing en toetsing in zorg en welzijn te borgen, worden besproken in de laatste paragraaf.
Nicolien van Halem, Tera Stuut, Henny Verbeek

Nawerk

Meer informatie