Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. De psychologie van arbeid en gezondheid

De arbeids- en gezondheidspsychologie (A&G-psychologie) is een van de jongste en meest dynamische loten aan de stam van de psychologie. Het is een samensmelting van de klinische psychologie, de gezondheidspsychologie en de A&O-psychologie , die zich van origine bezighoudt met het disfunctioneren van mensen in arbeidsorganisaties. Daarnaast staan tegenwoordig ook het vergroten van de effectiviteit, het bevorderen van gezondheid en welzijn en het verhogen van de motivatie in de belangstelling, met andere woorden, het verbeteren van het functioneren van werknemers.
Wilmar Schaufeli

Theorie

Voorwerk

Hoofdstuk 2. Theoretische modellen over werkstress

Werknemers in geïndustrialiseerde landen hebben de afgelopen jaren in toenemende mate te maken gehad met veranderingen in en rondom de arbeid. Zo is er sprake van een intensivering van de arbeid, zich uitend in een hogere werkbelasting. Ook is de werkbelasting verschoven van fysieke belasting naar mentale en emotionele belasting, onder andere ten gevolge van de toename van het aantal werknemers dat in de dienstensector werkzaam is. Verder is er sprake van een bijna continu proces van organisatieverandering en worden er voortdurend nieuwe productie- en managementconcepten ingevoerd. Ten slotte wordt het psychologisch contract, dat wil zeggen de verwachting die werknemers koesteren over een billijke verhouding tussen hun inspanningen ten behoeve van de organisatie en de materiële en immateriële beloning die daartegenover staat, in toenemende mate aangetast. Tezamen zorgen deze veranderingen in en rondom de arbeid ervoor dat de risico’s verbonden aan het verrichten van arbeid steeds meer verschuiven van het materiële en fysieke vlak naar het psychosociale vlak, zoals geconcludeerd in H. 1. Psychosociaal heeft, zoals het woord al zegt, te maken met cognitieve, emotionele en sociale aspecten die invloed uitoefenen op de werknemer. Voorbeelden van psychosociale risicofactoren zijn: werkdruk, confrontatie met lastige en agressieve cliënten, gebrek aan controle over de uitvoering van het werk, conflicten met collega’s en baanonzekerheid. Daarnaast groeit het inzicht dat deze psychosociale kenmerken van het werk eveneens bepalend kunnen zijn voor de kwalitatieve en kwantitatieve werkprestatie.
Jan de Jonge, Pascale Le Blanc, Wilmar Schaufeli

Hoofdstuk 3. Arbeid en mentale inspanning

In de arbeid gaat het erom dat mensen hun handelingen effectief en efficiënt uitvoeren. Handelingen zijn effectief wanneer de beoogde prestatie daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Of zij efficiënt zijn, hangt af van de verhouding tussen het niveau van de prestatie en de inspanningen die nodig zijn om deze prestatie te leveren. In dit hoofdstuk gaat het over psychofysiologische aspecten van zulke inspanningen en over de betekenis daarvan voor het welbevinden en de gezondheid van de werkende mens. Wij beperken ons hier tot mentale inspanning . Lichamelijke inspanning – hoe belangrijk ook in de arbeid – zal voornamelijk onbesproken blijven.
Fred Zijlstra, Theo Meijman

Hoofdstuk 4. De psychofysiologie van werkstress

Aangezien mensen een belangrijk deel van hun leven op hun werk doorbrengen, is het van groot belang om de oorzaken en gevolgen van werkstress in kaart te brengen. Dit is niet alleen omdat stress nu eenmaal onaangenaam is, maar ook omdat langdurige werkstress de gezondheid kan beïnvloeden. We moeten dan niet alleen denken aan effecten op de psychische gezondheid (bijv. overspannenheid en burnout) maar ook aan effecten op de lichamelijke gezondheid.
Lorenz van Doornen

Assessment

Voorwerk

Hoofdstuk 5. Individueel assessment

De laatste decennia hebben zich grote wijzigingen binnen arbeidsorganisaties voltrokken, met ingrijpende consequenties voor de eisen die aan werknemers worden gesteld. De moderne arbeidsorganisatie heeft een efficiënt werkende, zelfverzekerde, flexibele en vitale werknemer nodig (Schaufeli & Salanova, 2008). De verschuivingen die de laatste tientallen jaren zijn opgetreden in de aard van gezondheidsklachten van werknemers, en daarmee in de oorzaken van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, lijken er echter op te wijzen dat niet elke werknemer deze kwaliteiten in voldoende mate bezit. Of moet men stellen dat de eisen die door de moderne arbeidsorganisatie aan werknemers worden gesteld te hoog zijn? Hoe komt het dat van werknemers met vergelijkbare functies de een overspannen raakt en de ander elke ochtend fris en vrolijk naar het werk gaat? Hoe kan een organisatie erachter komen dat er te hoge eisen worden gesteld en werknemers in de gevarenzone komen?
Arne Evers

Hoofdstuk 6. Assessment op organisatieniveau

Op het gebied van arbeid en arbeidsomstandigheden zijn verschillende wetten van kracht die belangrijk zijn voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Hiertoe behoren bijvoorbeeld wetten op het gebied van arbeidstijden, arbeid en zorg, gelijke behandeling, en arbeidsomstandigheden. De Arbeidsomstandighedenwet (kortweg: Arbowet) is voor het laatst grondig herzien in 2007 en bevat enkele elementen die rechtstreeks van belang zijn voor het onderwerp van dit hoofdstuk: assessment op organisatieniveau. Iedere organisatie heeft wettelijk de verplichting om een beoordeling te doen van risico’s in de arbeid.
Marc van Veldhoven, Jan de Jonge, Peter Janssen

Interventie

Voorwerk

Hoofdstuk 7. Counseling en coaching

Individuele interventiemethoden zoals counseling en coaching nemen een belangrijke plaats in binnen de A&G-psychologie. Het gaat daarbij om interventies bij problemen die zich in de werksituatie voordoen of die ontstaan zijn door de werksituatie. Daarnaast gaat het bij counseling en coaching om het bevorderen van de gezondheid en het welbevinden van individuele werknemers, en om het verbeteren van hun functioneren op het werk. Zowel bij counseling als bij coaching is er sprake van een persoonlijke relatie, waarbij de counselor of coach de rol van adviseur speelt.
Rendel de Jong

Hoofdstuk 8. Arbeidsre-integratie en arbeidsrehabilitatie

De toenemende druk op alle burgers om te participeren in arbeid leidt ertoe dat steeds meer mensen met een beperking zullen gaan werken en dat er een duurzame match gecreëerd moet worden tussen de aanwezige mogelijkheden en de eisen die het werk stelt. Dit is evenzeer van belang voor iemand die geboren is met een beperking, een oudere werknemer die een chronische aandoening gekregen heeft, als een medewerker die in de loop van zijn carrière door een ongeval het oude werk niet meer kan verrichten. Dit belang van blijvende participatie komt ook tot uitdrukking in verschillende internationale verdragen die vragen om een gelijke behandeling, ook op de arbeidsmarkt, voor mensen met een beperking. Aanpassing van de wetgeving die de afgelopen jaren in Nederland is doorgevoerd, heeft wel geleid tot meer beleidsmatige aandacht voor de positie van mensen met een beperking in de arbeidssituatie maar heeft niet geleid tot een hogere mate van arbeidsparticipatie van mensen met een beperking. Vandaar dat het belangrijk is om te bekijken welke factoren van invloed zijn op het proces van integratie en re-integratie . Op deze manier kunnen we de bevorderende en belemmerende factoren met betrekking tot re-integratie bepalen, en werknemers en werkgevers ondersteunen bij het duurzaam plaatsen van mensen met een beperking. In Nederland is systematisch onderzoek naar factoren die van invloed zijn op een duurzame plaatsing van mensen met een beperking nog relatief schaars. Systematisch onderzoek, wetenschappelijke kennis en praktijkervaring met betrekking tot de arbeidsintegratie en arbeidsre-integratie bestaat buiten Nederland echter al sinds lange tijd onder de naam ‘vocational rehabilitation’ .
Frans Nijhuis, Brigitte van Lierop

Hoofdstuk 9. Werk- en organisatiegerichte interventies

Het doel van dit hoofdstuk is een overzicht te bieden van preventieve maatregelen en interventies binnen arbeidsorganisaties die tot doel hebben de arbeidsmotivatie, het welbevinden en de gezondheid te verhogen en werkstress te verminderen. Hoewel werknemergerichte maatregelen niet onbesproken blijven (voor een bespreking zie H. 7 en H. 8), gaat het in dit hoofdstuk om werkgerichte maatregelen, en wel in het bijzonder om maatregelen met betrekking tot de inhoud en organisatie van het werk. Dit domein – de arbeidsinhoud inclusief de functionele en sociale contacten – wordt in de literatuur ook wel aangeduid als de psychosociale werkomgeving . Zowel aan de theoretische fundering als aan de praktische implementatie van dergelijke maatregelen wordt hier aandacht besteed.
Michiel Kompier

Onderzoek

Voorwerk

Hoofdstuk 10. Onderzoek binnen de psychologie van arbeid en gezondheid

De afgelopen decennia zijn er talloze empirische studies verricht naar de relatie tussen arbeid en gezondheid. Hoewel dit onderzoek belangrijke inzichten heeft opgeleverd, kleven aan veel studies methodische problemen die de betrouwbaarheid en validiteit van de conclusies bedreigen. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om uitspraken te doen over oorzaak en gevolg op basis van eenmalig vragenlijstonderzoek, en worden experimentele studies vaak gekenmerkt door een gebrekkige generaliseerbaarheid naar het werkelijke arbeidsleven. In dit hoofdstuk wordt daarom aandacht besteed aan belangrijke overwegingen bij onderzoek op het gebied van de A&G-psychologie.
Arnold Bakker, Toon Taris, Jan de Jonge

Hoofdstuk 11. Interventieonderzoek in organisaties

De afgelopen decennia is er een aanzienlijke hoeveelheid onderzoek verricht naar determinanten van gezondheid en welbevinden op het werk. Pas recentelijk wordt door onderzoekers en ‘praktijkmensen’ getracht de inzichten uit dit type onderzoek te vertalen in werkgerelateerde preventie- en interventieprogramma’s. Er zijn allerlei typen interventies mogelijk om de gezondheid en het welbevinden van mensen in organisaties te verbeteren of ten minste op een gezond peil te houden.
Herman Steensma, Pascale Le Blanc, Denise de Ridder

Capita selecta

Voorwerk

Hoofdstuk 12. De epidemiologie van werkgerelateerde psychische aandoeningen en klachten

In dit hoofdstuk staan psychische aandoeningen en klachten centraal die ontstaan door of tijdens het werk, of die worden verergerd door of tijdens het werk. Deze aandoeningen en klachten worden in dit hoofdstuk op een specifieke wijze belicht: vanuit de epidemiologie. Epidemiologie kan worden omschreven als de (medische) statistiek van de grote aantallen. Zij beschrijft het vóórkomen en de verspreiding van, en de ontwikkeling in (epidemische) ziekten. Naast beschrijvend kan de epidemiologie ook toetsend of voorspellend zijn.
Irene Houtman, Jan de Jonge

Hoofdstuk 13. Emotionele arbeid

Het onderwerp emotionele arbeid heeft de afgelopen jaren groeiende aandacht gekregen van onderzoekers, als een potentieel belangrijke bron van stress en burnout. In 1983 legde de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild in haar boek The managed heart de basis voor deze onderzoekstraditie. In een kwalitatieve studie onder stewardessen liet zij zien dat het actief managen en veranderen van emoties een belangrijk onderdeel is van het werk van cabinepersoneel en kan leiden tot burnout. Emotionele arbeid verwijst naar de inspanning die mensen leveren om binnen het werk in het contact met klanten de gepaste of vereiste emotionele expressie te tonen. Meer specifiek definiëren Erickson en Wharton (1997) emotionele arbeid als ‘de mate waarin het uiten en onderdrukken van emoties wordt gezien als vereist onderdeel van de functie-uitoefening’.
Ellen Heuven

Hoofdstuk 14. De balans tussen werk en privé

Werk speelt een centrale rol in het leven van veel mensen. Steeds meer mensen vinden het echter ook belangrijk om voldoende tijd te hebben voor de zorg voor elkaar en anderen, en ook het hebben van vrije tijd is voor velen een groot goed. Het vinden van een juiste balans tussen werk en privéleven is dan ook vaak een lastige zaak. De invloed die werk op de privésituatie kan hebben, wordt veelal aangeduid met de term werk-thuisinterferentie (WTI) . Zo is er bijvoorbeeld sprake van werk-thuisinterferentie als werknemers voortdurend thuis piekeren over hun werk of als iemand te veel overuren maakt, waardoor hij onvoldoende toekomt aan taken thuis.
Maria Peeters, Elianne van Steenbergen, Phil Heiligers

Hoofdstuk 15. Persoonlijkheid, werkstress en gezondheid

Persoonlijkheid speelt een belangrijke rol in de relatie tussen werkomstandigheden en de gezondheid van werknemers. Denk maar eens aan de typische persoon die in elke nieuwe baan in conflict raakt met zijn of haar baas of collega’s. Of aan een collega die bij de minste tegenslag uit het veld geslagen is en zich in moeilijke situaties vaak ziek meldt. Welke eigenschappen maken mensen nu extra kwetsbaar voor stressvolle situaties op het werk? En wat is de relatie tussen deze eigenschappen en de fysieke en mentale gezondheid van werknemers?
Karen van der Zee

Hoofdstuk 16. Technologie, gezondheid en welbevinden

Technologische ontwikkelingen spelen van oudsher een belangrijke rol bij de vormgeving van arbeid en organisatie. Technologie is een abstract begrip dat verwijst naar de grote verscheidenheid aan hulpmiddelen en technieken die mensen gebruiken bij hun activiteiten. Hieronder vallen vanzelfsprekend ook computers. Computers, e-readers en smartphones, algemeen aangeduid als ‘informatie- en communicatietechnologie ’ (ICT) . Deze apparaten hebben velerlei voordelen doordat ze het mogelijk maken dat informatie efficiënter kan worden beheerd, complexe systemen en processen beter kunnen worden gecontroleerd en bestuurd, en ze elektronische communicatie en kantoorautomatisering mogelijk maken. Daarnaast levert deze informatietechnologie ook nieuwe methoden voor organisatie van werk en mogelijkheden tot samenwerken, waarbij afstand en tijdsverschil geen belemmerende factoren meer zijn, zoals bij virtuele groepen en callcenters.
Fred Zijlstra

Hoofdstuk 17. Burnout en bevlogenheid

Met de term burnout wordt een psychische uitputtingstoestand aangeduid; in het Nederlands wordt ook wel van opbranden gesproken. Sinds de eeuwwisseling is men zich in het kielzog van de zogenoemde positieve psychologie, die zich richt op persoonlijke kracht en optimaal functioneren, gaan afvragen hoe het zit met het tegenovergestelde van burnout: bevlogenheid ofwel ‘work engagement’.
Wilmar Schaufeli, Arnold Bakker

Hoofdstuk 18. Workaholisme

De term workaholisme of werkverslaving is sinds enige decennia ingeburgerd in het dagelijkse taalgebruik. Gegeven de frequentie en het gemak waarmee leken de term gebruiken, is het verrassend om te zien dat er in wetenschappelijk opzicht nog weinig bekend is over de oorzaken en gevolgen van werkverslaving: zelfs de conceptualisering ervan blijft onderwerp van discussie. Is workaholisme meer dan alleen het veel tijd besteden aan het werk? En is workaholisme een negatief verschijnsel dat moet worden aangepakt door middel van gerichte interventies, of betreft het een min of meer nastrevenswaardige toestand die juist positieve gevolgen heeft zowel voor de persoon zelf als voor de organisatie?
Toon Taris, Wilmar Schaufeli

Hoofdstuk 19. Gezondheid en prestaties

Hoewel gezondheidsproblemen voor veel mensen een reden zijn om zich ziek te melden en niet naar het werk te gaan, is doorwerken met een ziekte of aandoening een alledaags verschijnsel. Voor veel mensen is griep of hoofdpijn geen beletsel om naar het werk te gaan. Ook lopen velen een tijdje door met hun ziekte alvorens naar de dokter te gaan. Daarnaast zijn er mensen met een chronische aandoening, zoals rugpijn of suikerziekte, die geen andere keus hebben dan te werken. Sommige mensen verkiezen door te werken omdat het afleidt van ongerief of pijn, of een tegenwicht vormt voor negatieve ervaringen in de thuisomgeving die de ziekte in stand houden of het lijden verergeren. Maar wat betekent ziek doorwerken voor de prestaties? Daarover gaat dit hoofdstuk. Het bespreekt wat bekend is over ziek doorwerken, met welke aandoeningen mensen doorwerken, hoe prestaties beïnvloed worden, en hoe prestaties omgekeerd de gezondheid beïnvloeden. Het praktisch belang van deze vragen is groot. Leidt ziekte tot minder productiviteit of problemen met de kwaliteit? Draagt ziek doorwerken bij tot herstel, of leidt het juist tot verergering van klachten? Voor de wetenschap zijn deze kwesties ook relevant omdat zij kunnen leiden tot een beter inzicht in de relatie tussen arbeid en gezondheid.
Robert Roe

Hoofdstuk 20. Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn binnen de A&G-psychologie belangrijke thema’s. De reden is dat het gaat om de gevolgen van gezondheidsproblemen die zich vertalen in het niet meer kunnen verrichten van werk. Vaak zijn dat kortdurende perioden van afwezigheid, maar het kan ook gaan om langdurige afwezigheid of zelfs helemaal niet meer terug kunnen keren naar het werk. Ziekteverzuim wordt ook wel tijdelijke arbeidsongeschiktheid genoemd.
John Klein Hesselink, Peter Smulders, Sabine Geurts

Hoofdstuk 21. Vrouwen, arbeid en gezondheid

Dit hoofdstuk handelt over de relatie tussen vrouwen , arbeid en gezondheid. Eerst zal ingegaan worden op de recente, westerse ontwikkeling van de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen (par. 21.2). Hierbij wordt aandacht besteed aan belangrijke achtergrondgegevens met betrekking tot arbeid en sekse, zoals de combinatie van arbeid en zorg, en de vertegenwoordiging van beide seksen in bepaalde sectoren, beroepen en functies.
Marrie Bekker

Hoofdstuk 22. Ouder worden en duurzame inzetbaarheid op het werk

Duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers is een zeer belangrijk thema, omdat Nederland naast een sterke vergrijzing van de babyboomgeneratie (het cohort dat geboren is tussen 1946 en 1964) ook te maken heeft met een sterke ontgroening van de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen zijn niet uniek voor Nederland, maar ook in breder internationaal kader zichtbaar.
Annet de Lange, René Schalk, Beatrice van der Heijden

Hoofdstuk 23. Werk en gezondheid bij allochtone werknemers

Dit hoofdstuk gaat over de relatie tussen werk en gezondheid van een specifieke groep werknemers: allochtonen . Hoewel goede cijfers ontbreken, zijn er voldoende aanwijzingen om te stellen dat deze groep met meer arbeidsgerelateerde gezondheidsproblemen kampt dan autochtone werknemers. Bovendien zijn de oorzaken en uitingsvormen van deze problemen bij allochtonen voor een deel anders dan bij autochtonen.
Maria Peeters, Sjiera de Vries, Arjaan van den Bergh

Hoofdstuk 24. Pesten op het werk

Pesten op het werk staat meer dan ooit in de belangstelling. Recente veranderingen binnen diverse Europese arbeidswetten en verschillende bedrijfscases die – ook in de Lage Landen – afgelopen jaren de media haalden, droegen bij aan een groeiende aandacht voor dit fenomeen. Ook het maatschappelijke debat over pesten op het werk nam toe. Het is dan ook zinvol om dit fenomeen wetenschappelijk te duiden. In lijn met de hoofdstroom binnen de onderzoeksliteratuur spitsen we ons daarbij toe op het slachtofferschap van pesterijen. We belichten achtereenvolgens de definitie (par. 24.2) en de meting (par. 24.3) van dit fenomeen en bespreken vervolgens het voorkomen (par. 24.4) en de gevolgen voor de betrokkenen en de organisatie (par. 24.5). Daarna wordt ingegaan op de oorzaken van pesterijen (par. 24.6). We sluiten af met een overzicht van mogelijke vormen van pestpreventie en interventie (par. 24.7).
Guy Notelaers, Elfi Baillien, Hans De Witte

Hoofdstuk 25. Baanonzekerheid

Onze economie is sterk in ontwikkeling en transformatie. Grootschalige structurele veranderingen wisselen elkaar in steeds sneller tempo af. De automatiseringsbeweging in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd opgevolgd door een omvangrijke golf fusies en herstructureringen, naast fenomenen zoals ‘downsizing’ en de privatisering van overheidsbedrijven. Deze veranderingen gingen vaak gepaard met massaal banenverlies. Gekoppeld aan een toename van tijdelijke arbeidscontracten ontstond daardoor bij vele werknemers de vrees dat hun banen ‘op de tocht staan’. Voor sommige auteurs werd de afwezigheid van baanzekerheid zelfs kenmerkend voor het huidige economische bestel: de vaste baan heeft voor hen z’n beste tijd gehad.
Hans De Witte, Tinne Vander Elst, Nele De Cuyper

Nawerk

Meer informatie