Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2019 | OriginalPaper | Hoofdstuk

15. De patiënt met dwangklachten

Auteurs : MD, PhD K. Gilio, Prof. dr. K. R. J. Schruers

Gepubliceerd in: De dokter en de patiënt met psychische problemen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

De diagnose obsessief-compulsieve stoornis (OCS) wordt meestal laat gesteld omdat patiënten zich schamen voor hun klachten en gedrag. Patiënten hebben geen controle over hun dwanggedachten en trachten hun negatieve emoties (angst, walging of onrust) te neutraliseren door het uitvoeren van hun fysieke of mentale dwanghandelingen. Dit neemt een groot deel van de dag in beslag. OCS veroorzaakt bij patiënten en hun omgeving vaak een sterk verminderde levenskwaliteit. Huisartsen dienen OCS-klachten gericht uit te vragen bij signalen hiervan door de patiënt zelf of diens omgeving. Hoe vroeger in de aandoening de diagnose gesteld en de behandeling ingesteld wordt, des te gunstiger is de prognose. Directe verwijzing naar ervaren en erkende GGZ-hulpverleners in eerste of tweede lijn is noodzakelijk. Behandeling van eerste keus is exposure in vivo met responspreventie, daarna cognitieve gedragstherapie. In afwachting van gespecialiseerde hulpverlening kunnen huisarts en POH-GGZ goede psycho-educatie en ondersteunende gesprekken bieden. In overleg met een psychiater kan bij ernstige klachten en een comorbide depressie met een SSRI gestart worden. OCS kent geen spontaan herstel en heeft ondanks vaak effectieve behandeling een slechte prognose, waardoor de aandoening meestal chronisch recidiverend is. Ook daarin hebben de huisarts en POH-GGZ een belangrijke rol door het vroegtijdig signaleren van therapieontrouw tijdens het eerste jaar na herstel, een recidief en het monitoren door minimaal halfjaarlijkse contacten met deze kwetsbare patiëntengroep.
Voetnoten
1
Gestandaardiseerde 32-ledige betrouwbare zelfbeoordelingsvragenlijst om dwangklachten en obsessief-compulsief gedrag te meten en te inventariseren. Hoe hoger de uitkomst (32–160), des te ernstiger zijn de dwangklachten. Ook worden trekken passend bij OCPS meegenomen, waardoor de vragenlijst minder sensitief is voor het meten van verandering.
 
2
Alle 55 onderdelen, gescoord op een vijf-puntenschaal, gaan over actueel gedrag en actuele gedachten. Naast de totaalscore zijn er zes subschalen te onderscheiden: besmetting, controleren, obsessies, verzameldwang, precies goed en twijfelzucht.
 
3
In de tweede lijn wordt de Yale-Brown Obsessive-Compulsive Scale gebruikt om de ernst van dwangklachten te bepalen en het effect van de behandeling te evalueren.
 
Literatuur
go back to reference Geres, J. H., Barelds, D. P. H., & Meesters, Y. (2012). Vancouver obsessive compulsive inventory. Gedragstherapie, 45, 315–338. Geres, J. H., Barelds, D. P. H., & Meesters, Y. (2012). Vancouver obsessive compulsive inventory. Gedragstherapie, 45, 315–338.
go back to reference Kraaimaat, F. W., & Dam-Baggen, C. M. J. van (1976). Ontwikkeling van een zelfbeoordelingslijst voor obsessief-compulsief gedrag. Nederlands Tijdschrift Voor de Psychologie, 3(1), 201–211. Kraaimaat, F. W., & Dam-Baggen, C. M. J. van (1976). Ontwikkeling van een zelfbeoordelingslijst voor obsessief-compulsief gedrag. Nederlands Tijdschrift Voor de Psychologie, 3(1), 201–211.
go back to reference Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling GGZ (2013). Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen (3e revisie). GGZ-Richtlijnen. Utrecht: Trimbos-instituut. Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling GGZ (2013). Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen (3e revisie). GGZ-Richtlijnen. Utrecht: Trimbos-instituut.
go back to reference Arts, W., & Haan, E. de (2004). De dwangstoornis. Hoofdstuk 3.2 Assessment en meetinstrumenten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Arts, W., & Haan, E. de (2004). De dwangstoornis. Hoofdstuk 3.2 Assessment en meetinstrumenten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
go back to reference Bak, M., Domen, P., & Os, J. van (2017). Persoonlijke psychiatrie. Hoofdstuk 8.4 Dwangsyndroom. Leusden: Diagnosis Uitgevers. Bak, M., Domen, P., & Os, J. van (2017). Persoonlijke psychiatrie. Hoofdstuk 8.4 Dwangsyndroom. Leusden: Diagnosis Uitgevers.
go back to reference Denys, D., & Geus, F. de (2007). Handboek obsessieve-compulsieve stoornissen. Utrecht: De Tijdstroom. Denys, D., & Geus, F. de (2007). Handboek obsessieve-compulsieve stoornissen. Utrecht: De Tijdstroom.
go back to reference Grootheest, D. S. van, Heuvel, O. A. van den, Cath, D. C., et al. (2008). Obsessieve-compulsieve stoornis. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 152(43), 2325–2329. Grootheest, D. S. van, Heuvel, O. A. van den, Cath, D. C., et al. (2008). Obsessieve-compulsieve stoornis. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 152(43), 2325–2329.
go back to reference Hassink-Franke, L., Terluin, B., Heest, F. van, Hekman, J., Marwijk, H. van, & Avendonk, M. van (2012). NHG-Standaard Angst (tweede herziening). Huisarts en Wetenschap, 55(2), 68–77. URL: www.​nhg.​org/​standaarden. Hassink-Franke, L., Terluin, B., Heest, F. van, Hekman, J., Marwijk, H. van, & Avendonk, M. van (2012). NHG-Standaard Angst (tweede herziening). Huisarts en Wetenschap, 55(2), 68–77. URL: www.​nhg.​org/​standaarden.
go back to reference Hengeveld, M. W., et al. (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5), American Psychiatric Association. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5e druk). Amsterdam: Boom. Hengeveld, M. W., et al. (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5), American Psychiatric Association. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5e druk). Amsterdam: Boom.
go back to reference Hirschtritt, M. E., Bloch, M. H., & Mathews, C. A. (2017). Obsessive-compulsive disorder: Advances in diagnosis and treatment. JAMA, 317(13), 1358–1367. CrossRef Hirschtritt, M. E., Bloch, M. H., & Mathews, C. A. (2017). Obsessive-compulsive disorder: Advances in diagnosis and treatment. JAMA, 317(13), 1358–1367. CrossRef
go back to reference Oppen, P. van (1992). Obsessions and compulsions: Dimensional structure, reliability, convergent and divergent validity of the Padua Inventory. Behaviour Research and Therapy, 30(6), 631–637. CrossRef Oppen, P. van (1992). Obsessions and compulsions: Dimensional structure, reliability, convergent and divergent validity of the Padua Inventory. Behaviour Research and Therapy, 30(6), 631–637. CrossRef
go back to reference Sanavio, E. (1988). Obsessions and compulsions: The Padua Inventory. Behaviour Research and Therapy, 26(2), 169–177. CrossRef Sanavio, E. (1988). Obsessions and compulsions: The Padua Inventory. Behaviour Research and Therapy, 26(2), 169–177. CrossRef
go back to reference Storch, E. A., Rasmussen, S. A., Price, L. H., et al. (2010). Development and psychometric evaluation of the Yale-Brown obsessive-compulsive scale-second edition. Psychological Assessment, 22(2), 223–232. CrossRef Storch, E. A., Rasmussen, S. A., Price, L. H., et al. (2010). Development and psychometric evaluation of the Yale-Brown obsessive-compulsive scale-second edition. Psychological Assessment, 22(2), 223–232. CrossRef
go back to reference Weel-Baumgarten, E. M. van, Gelderen, M. G. van, Grundmeijer, H. G. L. M., LichtStrunk, E., Marwijk, H. W. J. van, Rijswijk, H. C. A. M. van, et al. (2012). NHG-standaard depressie (tweede herziening). Huisarts en Wetenschap, 55(6), 252–259. URL: www.​nhg.​org/​standaarden. Weel-Baumgarten, E. M. van, Gelderen, M. G. van, Grundmeijer, H. G. L. M., LichtStrunk, E., Marwijk, H. W. J. van, Rijswijk, H. C. A. M. van, et al. (2012). NHG-standaard depressie (tweede herziening). Huisarts en Wetenschap, 55(6), 252–259. URL: www.​nhg.​org/​standaarden.
Metagegevens
Titel
De patiënt met dwangklachten
Auteurs
MD, PhD K. Gilio
Prof. dr. K. R. J. Schruers
Copyright
2019
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2174-2_15